Maandag 19/08/2019

Interview

"Op het einde van elke draaidag waren de acteurs compleet uitgeput"

Regisseur Kristof Hoornaert en acteur Gilles De Schryver: "Het draait niet om de woorden, maar om de stilte daartussen.” Beeld Tom Verbruggen

Een brute moord en een aanslag: de beknopte samenvatting van Resurrection zou het niet slecht doen in Hollywood. De twee uur stilte en contemplatie misschien net iets minder. Regisseur Kristof Hoornaert en acteur Gilles De Schryver over hun hoogst ongewone film: "We zijn beesten die reageren op impulsen".

Resurrection, met naast Gilles De Schryver ook Johan Leysen in een hoofdrol, schetst een tableau vivant dat onder je kleren en vervolgens je huid kruipt.

“Het scenario lag er al in de zomer van 2003, maar een producent vinden ging minder vlot", vertelt regisseur Kristof Hoornaert. "Dus begon ik aan een tweede scenario, waarvoor ik wel een producent vond. Die raadde mij aan om eerst een kortfilm te maken.”

Dat werd Kaïn, in 2009.

Hoornaert: “Inderdaad, een verfilming van de eerste drie pagina’s van Resurrection. Toen die genomineerd werd voor de Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn, dacht ik dat ik makkelijk geld ging bijeen krijgen voor een langspeelfilm. Maar dat bleek absoluut niet het geval. Dus volgde een tweede kortfilm, The Fall. In 2015 kwam Empire, en pas na die drie kortfilms kreeg ik mijn langspeeldebuut gefinancierd. Het is geen evident project, ik moest vertrouwen winnen.”

Hoe komt dat?

Hoornaert: “Omdat het niet makkelijk te verkopen is. Het is een visuele film, die expressie legt in beeldende taal, niet in een verfilmd verhaal. Maar ik geloofde erin. Ook al gaat het in tegen wat we in Vlaanderen gewoon zijn.”

Is Resurrection zo anders?

Gilles De Schryver: “Het is moeilijk om te zeggen waarmee je de film kan vergelijken. Violet (van regisseur Bas Devos, red.) misschien? Maar die heeft een totaal andere sfeer. Het is een film die visueel wordt verteld, en dat zie je hier niet snel.”

Hoornaert: “Films als Violet zijn volgens mij meer geïnspireerd op Amerikaanse arthouse. Ik haal mijn invloed uit Russische of Italiaanse cinema: Tarkovski, Sokoerov, Pasolini of poëtische beeldende cinema uit de jaren zestig. En het meest uit het minimalisme van Robert Bresson. Ook hij vermijdt psychologie en focust op spirituele thema’s.”

Wist je op voorhand dat je het verhaal puur via beelden ging brengen?

Hoornaert: “Narratieve cinema spreekt me minder aan. Beeldende films kunnen me echt raken. Zoals de films die Terrence Malick maakte na The Thin Red Line: visuele films waaruit alle narratieve elementen verwijderd zijn en waarin je zelf het verhaal moet zoeken.”

Was jij daar vertrouwd mee, Gilles?

De Schryver: “Een van mijn beste vrienden, Yahya Terryn, studeerde film aan Sint-Lukas. Via hem leerde ik die meesterwerken kennen. Maar als speler was ik daar totaal niet vertrouwd mee. Daarom heb ik geen seconde getwijfeld. Zo’n scenario krijg je zelden, ook in het buitenland niet.”

Johan Leysen en Gilles De Schryver in 'Resurrection': "De camera zit dicht op je huid". Beeld RV

Ik kan me voorstellen dat het scenario niet alledaags was.

Hoornaert: “De meeste scenario's zijn een pagina per minuut. Bij mij is dat niet zo. Het zijn poëtische beschrijvingen van wat er onderliggend gebeurt. Ik beschrijf de subtekst, en dat vertaal ik naar beelden.”

Als je dat onder je neus krijgt, op welke basis beslis je dan om mee te doen?

De Schryver: “Ik kende Kristof niet, maar had al vaak met Fobic Films (het productiehuis, red.) gewerkt. Zij hebben mij voorgesteld. Ik kan me inbeelden dat Kristof dacht: “Gilles De Schryver? Hoezo?” Toch heeft hij me het scenario opgestuurd.”

En je wou meer weten?

De Schryver: “Inderdaad. Dus zijn we op café gegaan om af te toetsen of mijn beeld klopte met wat Kristof wou maken. Sommige filmmakers durven al eens in de wolken praten, maar Kristof wist precies wat hij wou. Dat gaf me gigantisch veel vertrouwen.”

Wat was jouw conclusie na dat cafégesprek, Kristof?

Hoornaert: “Ik zocht een goede acteur, maar ook andere kwaliteiten, en die zag ik op voorhand niet in Gilles. Ik wist niet of hij geloofwaardig zou zijn als iemand die een fysieke, brute moord kon plegen. Voor mij was Gilles bekend van…”

De Schryver: “Ja, zeg het maar.”

Hoornaert: “Series als Code 37, of van Hasta La Vista. Ik zag het niet onmiddellijk.”

Maar Fobic Films wél.

De Schryver: “Vooral Geoffrey Enthoven (producent, red.). Hij had al vaak met mij gewerkt en zag kanten van mij die het grote publiek nog niet zag.”

Hoornaert: “Toen ik beelden zag van Gilles’ theaterwerk, en na dat gesprek, had ik het gevoel dat het kon werken.”

De Schryver: “Als acteur ben je naar één ding op zoek: een andere kant van jezelf laten zien. Elke acteur die steeds als lieve vader gecast wordt, wil de bad guy spelen.”

Hoornaert: “Hetzelfde gaat op voor Johan Leysen. Hij wordt vaak gecast als gangster, en nu speelt hij een introverte, gevoelige man, ongeschoren, met verwilderd haar. Er spelen maar twee acteurs, dus was het voor mij essentieel dat ze zich tegen elkaar kunnen uitdrukken door lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen.”

Dus moest je hen samen zien.

De Schryver: “Het cafégesprek hebben we herhaald, met Johan erbij. Moest dat fout zitten, die driehoek tussen regisseur en twee acteurs, dan was er geen film. Het hielp Johan en mij dat we theateracteurs zijn. Bij een theateracteur is er godzijdank een groot fysiek bewustzijn; een bewustzijn dat Kristof broodnodig had.”

Opgevoed met de Bijbel

Het is geen evidente film. Bang voor de reacties?

Hoornaert: “Ik wil dingen maken waarin ik geloof. Het is dan confronterend als ik besef dat andere mensen zich daar niet in kunnen vinden. Maar de reacties zijn positief. Resurrection doet blijkbaar intellectueel en emotioneel iets bewegen. Na Film Fest Gent kwamen mensen me zeggen dat de film bleef hangen. In Tallinn net hetzelfde.

"Het is een film waarin je als kijker moet investeren, en je hebt de keuze of je bereid bent dat te doen of niet. Het verhaal is voor mij een excuus om op een ander niveau te communiceren. Maar ik heb het gevoel dat het publiek de film duidelijk begrijpt.”

De Schryver: “Soms op lagen waarvan ik het niet verwacht had. Ik dacht dat sommige thema’s vooral voor ons goed om weten waren, maar blijkbaar ziet het publiek ze ook.”

Misschien omdat het minimalistisch blijft?

Hoornaert: “Net als in films van Bresson is er een grote simpliciteit. Maar dat bereiken is moeilijk: het is een eindpunt, geen beginpunt. Je moet beginnen met iets complex, en dat uitzuiveren om tot op het bot te gaan.”

Regisseur Kristof Hoornaert over het maken van 'Resurrection': "Het was doorbijten. Ik wist waar ik naartoe wou." Beeld Tom Verbruggen

Er spreekt een sacrale sfeer uit.

Hoornaert: (lacht) “Ik kom uit een boerendorp. Mijn grootmoeder ging naar de kerk en had kruisbeelden in haar slaapkamer staan. Ik ben opgevoed met bijbelse verhalen. Maar zelf ben ik niet religieus. Toen ik die thema’s terugvond in literatuur van Tolstoj en Dostojevski, of in schilderijen van Gustave Van de Woestyne, kreeg ik een gevoel van herkenning. Het zijn verhalen die iets vertellen over ons menszijn. Maar ik zie het eerder als een meditatie. Ik wil de kijker laten reflecteren over wat ze voelen en zien.”

Het verhaal heeft die sfeer nodig.

Hoornaert: “Inderdaad. Het is geen realistische film, maar wil zoals bij Pasolini of Tarkovski op een poëtische manier iets zeggen over de werkelijkheid. Zoals een schilderij de werkelijkheid omvormt.”

Als acteur ben je dan niet meer dan een pop in een decor.

De Schryver: “Dat ben je altijd, tot op zekere hoogte. Wij, acteurs, hebben de neiging om ons beroep belangrijker te maken dan het is. Het is tegenwoordig vaak zo dat je kan meedenken met een regisseur. Als er dialoog is, kan je het ritme mee bepalen. Maar in dit soort film kan dat niet. Niet enkel door de manier waarop het geschreven is, ook omdat Kristof koppig is.”

Moet je als acteur alles begrijpen?

De Schryver: “Dat is broodnodig. We hebben niet gerepeteerd, maar gebabbeld. Wat betekent de film voor je? Wat zijn de lagen? Je moet hetzelfde doel voor ogen hebben.”

Is de persoonlijke motivatie van Kristof dan ook van belang?

De Schryver: “Nee, elke artiest heeft een noodzaak om een verhaal te vertellen, en als acteur moet ik niet weten welk stuk ziel Kris­tof aan het publiek wil communiceren.”

Hoornaert: “Ik heb het scenario op intuïtie geschreven. Dan is het een kwestie van dat gevoel over te brengen in beelden. De camera zit dicht op je huid, en zo moet je uitdrukken waar het over gaat. Enkel in lichaamstaal, blikken, stiltes, of de manier waarop je die ene zin uitspreekt. Het is niet enkel een visuele film, maar een emotionele trip. Johan en Gilles vertelden me op het einde van elke draaidag dat ze compleet uitgeput waren.”

Hoeveel dagen waren er zo?

De Schryver: “Negentien. Voor een film van twee uur is dat niet veel. Maar, we zaten in één huis, met twee acteurs. Toch was het echt hard werken.”

Hoornaert: “Het was doorbijten. Ik wist waar ik naartoe wou. Het draaide om het contemplatieve, en dat moest exact juist zitten. Als je dat niveau wil bereiken op negentien dagen, moet je het totaalplaatje bewaken. Je kan het niet – als je eens moe bent op de set – wat rustiger aan doen.”

Pompen naar emotie

Als er in de film al gesproken wordt, blijft het vaag.

De Schryver: “Elke dialoog bestaat uit twee monologen die elkaar wel – en vaker niet – vinden. Mensen die naast elkaar aan het spreken zijn.”

Hoornaert: “Bij de ondervraging door de politie bijvoorbeeld, richt ik bewust de camera enkel op Johan. Voor mij telt niet de interactie, maar wat in zijn hoofd omgaat.”

Net dat gaf wel een gevoel van interactie.

Hoornaert: “Natuurlijk, maar die gebeurt in je hoofd. Eigenlijk beleef je wat Johan innerlijk voelt. Voor mij draait het niet om de woorden, maar om de stilte daartussen.”

Ook de taal van Johan is gestileerd. Was dat bewust?

De Schryver: “Ik denk dat Kristof alles heeft gedaan om het uit het realisme te halen. Dat is moeilijk, want realisme helpt je om emotie te voelen. We zijn beesten die reageren op impulsen. Als je daar de handrem op zet, stileert en afstand neemt, komt die emotie niet meer vanzelf. Dan moet je pompen. Ik denk dat we daarom op het einde van de dag kapot waren.”

Vaak is het als een schilderij waarin een acteur binnenstapt.

Hoornaert: “Dat komt omdat de montage niet afhankelijk is van de acteurs. Ik construeer mijn beelden rond hen, maar die zijn niet afhankelijk van de actie. Het ritme wordt bepaald door exposure time: hoeveel tijd heb je nodig om emotioneel en intellectueel betrokken te zijn?”

Heb je lang naar de geschikte locatie gezocht?

Hoornaert: “Drie jaar. Ik heb eerst de onderkant van België afgezocht, en niets gevonden. Daarna ben ik in het noorden van Frankrijk gaan zoeken, en heb ik door Hongarije getoerd, omdat de heuvels en landschappen daar gelijkaardig zijn. Maar die huizen hebben een andere sfeer.”

Een moeilijke zoektocht dus.

Hoornaert: “Zeker, en ik dacht dat ik die iconische plaats nooit zou vinden. Voor mij gold: geen huis, geen film. Maar toen vond ik die boerderij in Romagne-sous-Montfaucon, in het noorden van Frankrijk, en wist ik: dit is het. Maar dan moet je de eigenaar nog overtuigen.”

De Schryver: “We hadden geluk dat die een echte cinefiel is.”

Hoornaert: “Hij had zelfs Hasta La Vista gezien!”

De Schryver: (lacht) “Effectief. Dus mochten we die boerderij die al generaties lang leeg stond gebruiken. Kurt Rigolle, de art director die ook The Broken Circle Breakdown deed, heeft dan mooie dingen gedaan met het interieur.”

De crew was klein, maar gericht.

Hoornaert: “Het was een kwestie van de juiste mensen bijeen te krijgen. Zeker Rimvydas Leipus, de Litouwse cameraman. Hij is een visueel meester. Soms had hij drie kwartier nodig om een close-up uit te lichten. Voor een film als deze is dat onmisbaar.”

Wist je op voorhand dat je met hem wou werken?

Hoornaert: “Laat ons zeggen dat ik kwaliteiten zocht die ik in Vlaanderen niet vond. Niet dat hier geen goede cameramensen rondlopen. Maar ik had Khadak gezien, en vond dat visueel indrukwekkend. Toen ik dat bij de producent liet vallen, had ik nooit gedacht dat ik werkelijk met Leipus ging samenwerken. Maar hij zag het zitten.”

Gilles, toen je de film gemonteerd zag, was dat verhelderend?

De Schryver: “Totaal niet. Als je een film ziet die zo hard op je hoofd gemonteerd is, is dat bijna een traumatische ervaring. Ik dacht dat ik de film twintig keer zou moeten bekijken voor ik er iets intelligents over zou kunnen zeggen. Maar dat was niet zo. Ik heb een montage gezien die niet af was. Dat was onaangenaam, maar ik zag dat Kristofs bedoeling gelukt was. Op Film Fest Gent bekeek ik de film een tweede keer, en toen kon ik het echt als een geheel bekijken. Dat raakte me wel. Het is goed dat Kristof koppig is geweest.”

Op de set moet dat vaak frustrerend geweest zijn?

De Schryver: “Soms dacht ik: “Jongens, echt?!” Je knippert te veel met je ogen. Je knippert te snel met je ogen. Te traag. Na de laatste take vroeg ik steeds om die te zien, en dat waren de verhelderende momenten. Dan besefte ik: dit kan je als acteur onmogelijk aanvoelen.”

Hoornaert: “Ik heb geleerd dat de regisseur de enige is die weet hoe alles in elkaar zal passen. Andere mensen kunnen zich een beeld vormen, maar nooit exact. Pas als alles samenkomt, besef je waarom shots zo lang moesten of bewegingen zo traag. Uiteindelijk heeft de monteur niet veel moeten knippen. We hebben vooral gewerkt op ritme.”

Kristof Hoornaert en Gilles De Schryver: “Ik heb geleerd dat de regisseur de enige is die weet hoe alles in elkaar zal passen." Beeld Tom Verbruggen

Vraag boven antwoord

Resurrection roept op narratief vlak meer honger dan bevrediging op. Was het zoeken naar een evenwicht?

Hoornaert: “Ik merkte in mijn kortfilms dat mensen vaak op zoek zijn naar een psychologische uitleg in niet-psychologische films. Ze zijn op zoek naar motieven. Waarom liet Johan alles achter? Waarom heeft Gilles de moord gepleegd? Eigenlijk draait het daar niet om. Het draait om de mens op zich. Daarom toon ik pas na een kwartier gezichten.”

Je geeft visueel en in dialoog een verklaring voor het kluizenaarsleven van de man, maar voor de moord moet je dieper graven.

Hoornaert: “Ik geef weldegelijk het motief weg, maar veel mensen merken het niet op. En eigenlijk ben ik daar blij om. Het enige wat noodzakelijk was, was een essentieel verhaal dat psychologisch kon kloppen. Maar het moest in het geheel passen. Het openingshot geeft bijvoorbeeld uitleg, maar blijft visuele expressie. Ik heb lang gezocht naar de juiste manier om dat ook beeldend uit te drukken.”

Moeten die antwoorden er dan in? Is de visuele ervaring niet voldoende?

Hoornaert: “Mensen zijn het gewoon om antwoorden te krijgen, en ze komen daar moeilijk van los. Vaak zitten ze vast in een klassieke manier van kijken. Ik roep liever vragen op om de kijker aan het denken te zetten.”

De Schryver: “Ik begrijp dat je die smaak als filmmaker verdedigt. Maar ik denk dat je ook perfect een plotmatig ingewikkelde film kan maken die toch meer vragen achterlaat dan beantwoordt. Maar dan maak je gewoon een ander soort film.”

Waar gaat de film nu heen?

Hoornaert: “Resurrection is geselecteerd voor het Internationaal Film Festival Rotterdam. Dat is mooi: de perfecte plaats voor dit soort cinema, en niet het minste festival. De film komt in Nederland uit bij Contact Film. Die verdelen contemplatieve cinema zoals die van Nuri Bilge Ceylan en Andrey Zvyagintsev. Ik ben blij dat zo’n mensen de kwaliteiten zien. Als je radicaal kiest voor het tegenovergestelde van narratieve film is het niet enkel moeilijk om dat gefinancierd te krijgen, maar ook om publiek te bereiken. In Nederland leeft arthousecinema meer.”

Resurrection, nu in de bioscoop. Lees hier de recensie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden