Vrijdag 18/10/2019

Interview

‘Op een avond zei hij: ‘Kom, haal je beste fles wijn uit de kelder, want ik ga zelfmoord plegen’’

In VDB. Ik ben god niet op Canvas wordt in zeven afleveringen een aangrijpend beeld over het turbulente leven van wielerfenomeen Frank Vandenbroucke geschetst. Die docureeks is er gekomen dankzij Paul De Geyter, nu de CEO van Poolster, een tv-productiehuis en managementbureau, maar in een vorig leven de manager en boezemvriend van VDB: 'Hij heeft zijn carrière zelf verprutst.'

Ik heb met Paul De Geyter (56) afgesproken in Hotel Gosset in Groot-Bijgaarden. 'Hier heb ik Frank voor het laatst gezien, een week vóór zijn dood. We hadden net een deal met Het Nieuwsblad gesloten, hij mocht er bijdragen voor leveren. Hij was gelukkig als een klein kind. Daarom geloof ik nooit dat hij in Senegal zelfmoord heeft gepleegd.'

Wat is er volgens jou gebeurd?

Paul De Geyter: “Patrick Lefevere heeft me verteld dat hij ooit een kameraad heeft verloren in Gran Canaria. Een dievegge had iets in zijn drank gedaan om hem te kunnen bestelen. Zijn lichaam heeft daar verkeerd op gereageerd en hij is eraan overleden. Zo is het volgens mij ook bij Frank gegaan. Een overdosis sluit ik uit. Hij was clean toen hij naar Senegal vertrok en bovendien was hij geen groentje: als hij drugs gebruikte, wist hij waarmee hij bezig was.”

Waar was je toen je hoorde dat hij overleden was?

De Geyter: “Thuis. Mijn gsm was uitgeschakeld, want ik zat naar een film te kijken. Toen ik hem weer inschakelde, ontplofte hij zowat. De eerste die ik aan de lijn kreeg, was Patrick Lefevere. (Stil) Toen wist ik het. Patrick was ook close met hem. In de documentaire verwoordt ploegarts Yvan Van Mol het mooi: ‘Patrick was verliefd op Frank, net als wij allemaal.’ Hij kon je kwaad maken, maar hij slaagde er altijd meteen in om je weer in te pakken. Pas op, zijn vriendschap was gemeend. Als hij je graag zag, deed hij alles om je te plezieren. Zijn gulheid kende geen grenzen. Ik hoefde maar te zeggen dat ik een horloge of een cd mooi vond, of hij kocht het voor me.”

Waarom moeten we naar Ik ben god niet kijken?

De Geyter: “Er zit veel beeldmateriaal in uit de privécollectie van zijn ouders, dat nog nooit eerder is getoond. En voor het eerst spreken een aantal getuigen vrijuit, ook over zijn donkere dagen. Vijf jaar geleden waren zijn ouders bijvoorbeeld niet klaar om over zijn fouten te praten, nu zijn ze ermee in het reine.”

Heb jij een goede band met hen?

De Geyter: “Ja, maar in het begin vonden ze het maar niks dat ik zijn manager werd. ‘Allemaal parasieten,’ zeiden ze. Wat ik zo fantastisch vind aan Chantal en Jean-Jacques, is hun eerlijkheid. Ze zeggen altijd wat ze denken. ‘Ik ben niet naar de trouw van Frank met Sarah (Pinacci, Italiaans model, red.) geweest, want ik vond dat misplaatst,’ zegt zijn vader in de reeks. Dan denk je: moet dat nu? Maar ik bewonder het dat ze nooit een blad voor de mond nemen.”

Heeft Sarah Pinacci ook meegewerkt?

De Geyter: “Ik heb het haar gevraagd, maar ze wilde het verleden niet oprakelen. Ze heeft een nieuwe man met wie ze een kind heeft, en ze had geen zin in media-aandacht. Ik stelde voor om het alleen over de mooie momenten te hebben, maar dat wees ze af: ‘Die zijn me te dierbaar, die wil ik niet met de wereld delen.’”

Door hem als een crimineel op te voeren, heeft het gerecht hem gebroken. Daarna is het nooit meer goed gekomen.' (Foto: met Frank Vandenbroucke aan het gerechtsgebouw in Dendermonde.)

Wat waren jouw mooiste momenten met Frank?

De Geyter: ‘De simpele dingen: samen Trivial Pursuit spelen, een goed glas wijn drinken... Maar mijn allermooiste moment met hem was op het WK van Mendrisio, enkele weken vóór zijn dood. Hij imiteerde toen Richard Virenque op restaurant, en de tranen rolden over mijn wangen van het lachen. Jammer genoeg zijn daar geen beelden van. Wel van zijn donkerste momenten, zoals de dramatische ploegvoorstelling bij Lampre-Daikin in 2001.’

‘Een mummie met holle ogen, die zich tegen de muur staande moest houden,’ zo beschreef Michel Wuyts Frank toen. Wat was er gebeurd?

De Geyter: ‘De avond ervoor zaten Sarah, Frank en ik op hotel in Rotterdam. Hij was erg zenuwachtig: hij voelde zich niet goed en wilde iets in Opwijk gaan halen. Ik zei: ‘Frank, da’s zes uur heen en terug, en morgenvroeg heb je een persconferentie. Doe dat niet.’ Ik dacht hem te kunnen kalmeren met een bezoekje aan een koffieshop. Daar heb ik de eerste en enige joint in mijn leven gerookt. Toen ik hem daarna naar zijn hotelkamer bracht, dacht ik dat de crisis bezworen was. Maar hij ritselde achter mijn rug een auto en vertrok naar Opwijk. Hij is diezelfde nacht nog teruggereden, maar op de persconferentie was dat pepmiddel uitgewerkt en zat hij plots in een downfase. Hij was volledig van de kaart.’

Wijlen Philippe Gaumont, één van zijn ploegmaats bij Cofidis, zou hem het slaapmiddel Stilnoct hebben leren kennen.

De Geyter: ‘Dat klopt. In combinatie met alcohol ga je ervan hallucineren. Bij Cofidis namen ze soms een hele strip. Eén keer waren er een paar zo van de wereld, dat ze uit het hotelraam stapten en op een smalle richel rond het gebouw liepen, twintig verdiepingen hoog. Philippe Gaumont sleurde Frank mee op zijn trips. In het begin had dat geen invloed op zijn prestaties, want hij kon een gebrek aan training compenseren met zijn talent. Maar als je alleen maar feest, gaat het snel bergaf. En op een dag besef je dat de anderen al twee maanden trainen, terwijl jij nog moet beginnen. Het schuldgevoel dat daarmee gepaard ging, was de kiem van zijn verslaving. Door de amfetamines kon Frank dat gevoel even wegdrukken. Maar als hij nuchter was, besefte hij dat hij wéér een dag had verloren en greep hij opnieuw naar de drugs. Het werd een vicieuze cirkel.’

Maar je kunt niet blijven vluchten.

De Geyter: ‘Inderdaad. Bij Cofidis was hij de absolute kopman: een heel team reed zich voor hem uit de naad. Als je het dan laat afweten, zijn het triestige avonden in het rennershotel, dat wist hij maar al te goed. In de aanloop naar Parijs-Nice heeft hij eens met een hamer op zijn hand geslagen om zijn eigen vingers te breken. Hij zei dat hij van de trap was gevallen en hoefde niet te starten. (Stil) Ik vond dat één van de dieptepunten. Frank was zo ijdel en zo fier. Hij was met elke spier van zijn lichaam bezig. Hoe diep ben je gevallen als je met een hamer je hand kapotslaat?’

Stoned naar VTM

Overal lees je dat zijn overstap van Mapei naar Cofidis, de ploeg waarmee hij zijn grootste successen behaalde, het begin van het einde was.

De Geyter: ‘Frank had controle nodig. Hij was bang van Patrick Lefevere, maar bij Cofidis mocht hij doen wat hij wilde. En hij bepaalde zelf wie in het team reed. Nico Mattan, Chris Peers, Steve De Wolf, Jo Planckaert en Peter Farazijn kregen via hem zulke lucratieve voorwaarden, dat ik daar als manager niets meer kon doen. Ze waren vreselijk overbetaald. Het gevolg was wel dat Frank over hun prestaties werd aangesproken. Hij was de baas van een ploeg, en op je 25ste kunnen je schouders dat niet dragen.

‘Een ander sleutelmoment was die scène in de rechtbank van Dendermonde. Hij was na een huiszoeking gearresteerd en moest twee keer met handboeien om langs de persfotografen passeren. Daarna is het nooit meer goed gekomen. Door hem als een crimineel op te voeren, hebben ze hem gebroken. De getuigenis van zijn moeder Chantal daarover gaat door merg en been.’

Frank had controle nodig. Hij was bang van Patrick Lefevere (foto), maar bij Cofidis mocht hij doen wat hij wilde.

Die huiszoeking in 2002 had nooit mogen plaatsvinden.

De Geyter: ‘De Franse sportdokter Bernard Sainz had hem een onschuldig bezoekje gebracht, maar hij reed wel te snel en onverzekerd, met een auto met defecte lichten. Toen hij op een politiecontrole botste, dacht hij een escorte naar de grens te krijgen omdat hij de grote Frank Vandenbroucke kende. Maar een kwartier later vielen de agenten bij Frank binnen en vonden ze één en ander in zijn medicijnkastje. Ik wil ook niet flauw doen: we kennen de periode waarin hij renner was. Ik ga niet verkondigen dat hij als enige op water en brood reed.’

Heb jij daarna nog in een comeback geloofd?

De Geyter: ‘Na zijn mislukte passage bij Mr. Bookmaker in 2004 wist ik dat het voorbij was. De enige die nog in zijn terugkeer geloofde, was hijzelf. Ik had hem al dat gesukkel bij die kleine ploegen willen besparen. Honderd keer heb ik hem gezegd: ‘Doe iets anders, Frank. Je hebt genoeg talenten.’ Maar zijn liefde voor de fiets was te groot. De beste drugs zijn nog altijd de endorfines die vrijkomen als je als eerste over de meet rijdt. Als je er één keer van hebt geproefd, wil je dat opnieuw.’

Toch vond je altijd een nieuwe ploeg voor hem.

De Geyter: ‘Aan elke nieuwe ploegleider vertelde ik hetzelfde: ‘Bij zijn vorige ploeg voelde Frank zich onbegrepen, ze deelden zijn visie op de koers niet. Maar ik volg je al een tijdje en ik ben fan van je werkwijze. Jouw filosofie past bij die van hem. Ik ben er zeker van dat jij hem terug naar de top kunt brengen.’ Dat was allemaal gelogen, maar wat moest ik zeggen? ‘Fasten your seat belts, het wordt een jaartje miserie’? Op één punt heb ik niet gelogen: de klant zou zijn investering terugverdienen zodra Frank het contract tekende. Hij was een goudhaantje voor elke ploeg die naamsbekendheid wilde. Om het even bij wie hij reed, de kranten stonden vol.’

Er zitten in de reeks ook beelden van een VTM-docusoap over hem. Waarom heeft die nooit het scherm gehaald?

De Geyter: ‘In 2007 zat Frank financieel aan de grond. Die docusoap paste in een plan om hem erbovenop te helpen. Jan Segers, die toen programmadirecteur was bij VTM, was enthousiast over de proefaflevering. Hij wilde een samenwerking bespreken tijdens een etentje, maar Frank kwam twee uur later opdagen, zo stoned als een garnaal. ‘Als familiezender kunnen we het risico niet nemen om een programma aan hem op te hangen,’ zei Jan Segers. Weg docusoap.’

Dan vlieg je als manager toch tegen de muren op?

De Geyter: ‘Ja, maar op dat moment lag het sportieve al lang achter ons. Bij Frank ben ik te ver gegaan. Hij gebruikte amfetamines, ging vijf dagen op stap, crashte dan en moest drie dagen bij mij thuis herstellen. Ik verzorgde hem als een baby, maar dat is niet de taak van een manager: ik ben geen oppas. Ik heb daar lessen uit getrokken. Later had ik een veldrijder onder mijn hoede die ook met drugsproblemen kampte. 'Bij mij moet je daar niet mee afkomen, hier is het nummer van een afkickcentrum in Tienen,' zei ik hem. Maar Frank was een vriend, en een vriend laat je niet vallen.’

Woog zijn verslaving op jullie vriendschap?

De Geyter: “Natuurlijk. Ik heb hem meer dan eens gezegd: ‘Zonder die rommel ben je één van de fijnste mensen ter wereld. Maar zodra je drugs nodig hebt, ben je een ongelofelijke eikel.’ Eén keer ben ik heel kwaad op hem geweest. Op een avond zei hij: ‘Kom, Paul, haal je beste fles wijn uit de kelder, want ik ga zelfmoord plegen.’ Ik antwoordde: ‘Klootzak, wat zeg je nu? Ik ben de Zelfmoordlijn niet, hè.’ Zoiets hakte erin, ook bij m’n gezin, dat erg close met hem was. Maar je kon nooit lang kwaad op hem zijn. Na één van zijn herstelperiodes wilde hij ons bedanken: bleek dat hij een Chrysler had besteld. Dat was Frank ten voeten uit. Het heeft me nog veel moeite gekost om die bestelling te annuleren.”

Vind je dat je jezelf iets kunt verwijten?

De Geyter: “Als ik me iets kan verwijten, dan wel dat ik zijn wielercarrière niet on hold heb gezet om hem te genezen. Frank wilde zich wel laten behandelen, maar alleen samen met mij. Ik moest elke keer mee naar een psychiater die gespecialiseerd was in drugsverslavingen. Maar in zijn omgeving liepen er te veel mensen rond die het probleem negeerden. ‘Jij bent helemaal geen verslaafde,’ zeiden die. Veel meer heeft zo iemand niet nodig om weer loos te gaan. Toen ik in 2000 in het wielrennen stapte, wist ik trouwens niet eens wat drugs waren. Nu herken ik de signalen: wijde pupillen, veel naar het toilet gaan, ‘s nachts per se een wandeling willen maken, weliswaar met de auto, enzovoort.”

Moederziel alleen

Was Frank niet te slim om te koersen? Ik ken geen enkele andere renner die zo'n brede achtergrond had als hij. Ik herinner me een avond waarop hij een sommelier en een modeontwerper onder tafel praatte.

De Geyter: “Hij was zeker niet dom, maar ik vond hem veeleer streetwise. Zelfs over onderwerpen waar hij niks over wist, gaf hij de indruk dat hij een specialist was. Hij verstond de kunst om onopvallend informatie los te peuteren, die op te slaan en er later gewichtig mee uit te pakken. Als we bij mij thuis Italiaanse wijn dronken, vroeg hij me welke druiven erin zaten. Op restaurant bestelde hij dan diezelfde fles en zei hij zonder verpinken tegen de sommelier: ‘40 procent merlot, hè?’ Die dacht natuurlijk dat er een kenner voor hem zat. Bovendien beschouwden mensen hem door zijn status als het orakel van Delphi. Zelfs als hij iets banaals vertelde, dachten ze dat er een driedubbele bodem in zat. Dat was vaak grappig om te zien.”

Volgens Patrick Lefevere had hij een fenomenaal koersinzicht.

De Geyter: “Als we samen naar de koers keken, kon hij lang vóór de finale al zeggen wie er zou winnen. Niet één keer zat hij ernaast, écht hallucinant. ‘Hoe kun jij dat eigenlijk zien?’ vroeg ik hem eens. Hij zei: ‘Ik kijk gewoon naar de benen en de versnelling. En naar het gezicht.’” (lacht)

Je was manager van de laatste twee Vlaamse wielergoden. Wie was de populairste: Tom Boonen of Frank Vandenbroucke?

De Geyter: “Tom was geliefd door iedereen, van 7 tot 77, en in het bijzonder door de vrouwen. Tom was een posterboy, Frank niet. Maar Frank was het idool van de connaisseur. Ik heb het nog nooit verteld, maar Frank was jaloers op Tom. Zelf was hij te trots om me dat te zeggen, maar toen ik Tom onder contract nam, zei Sarah me dat Frank het maar niks vond. De Omloop Het Volk waar ze samen over de meet kwamen en hij nog snel zijn wiel vóór dat van Boonen stak, was zijn manier om me dat duidelijk te maken.”

Dat was in 2003, nadat hij was opgevist door Patrick Lefevere. Maar na twee seizoenen vertrok hij. In De kleedkamer vertelde Lefevere over het gerucht dat hij de Ronde van Vlaanderen voor 7 miljoen frank, 175.000 euro, aan Peter Van Petegem had verkocht. Hij had het niet met zijn ploegmaats gedeeld en het vertrouwen was weg. Klopt dat verhaal?

De Geyter: ‘Dat weet ik niet. Ik heb dat geld alleszins nooit gezien. Het had vooral met discipline te maken: Lefevere wilde meer controle over Frank. Hij moest de strikte trainingsschema's opvolgen en dat wilde Frank niet. En toen ze bij Quick•Step ontdekten dat hij nog met Bernard Sainz samenwerkte, was het over en uit.’

Wat vond je de strafste prestatie in zijn carrière?

De Geyter: ‘Iedereen heeft het dan over zijn demarrage naast Michele Bartoli in Luik-Bastenaken-Luik of de Scheldeprijs, waar hij kilometers voor het aanstormende peloton uit reed, maar voor mij is het een rit uit de Ronde van het Baskenland. Hij werkte aan een zoveelste comeback, maar op een loodzwaar parcours werd hij gelost. Het regende pijpenstelen, maar toch bleef hij fietsen, moederziel alleen, op minuten van het peloton. Zo’n groot kampioen in de achterhoede zien prutsen vond ik erg aangrijpend. Ik dacht dat hij zou opgeven, maar hij reed de rit én de ronde uit. Ik heb nooit meer zoveel lijden en wilskracht gezien bij een renner.’

Kunnen we besluiten dat Frank met wat meer geluk nog zou leven en een fantastische carrière gehad zou hebben?

De Geyter: ‘Deels wel. Dan zou hij nu wieleranalist geweest zijn, met een bloeiende wijnhandel. Maar ik heb hem ooit gezegd: ‘Oké, je hebt vaak niet kunnen koersen, maar dat was de helft van de keren je eigen schuld.’ Zijn carrière heeft hij vooral zelf verprutst.’

VDB. Ik ben God niet: Canvas, maandag 29 april, 21.20 uur.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234