Donderdag 14/11/2019

Tunesië

Op Dream City in Tunis droomt de jeugd van een nieuwe omwenteling in Tunesië

Place de la Victoire aan de rand van de medina tijdens een concert van Amir ElSaffar. Beeld Dream City

Wat heeft Tunesië zijn jeugd te bieden? Dat is de inzet van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen komende zondag. En het is ook het thema van het culturele festival dat samenvalt met de spannende verkiezingsweek.

Zelden vervloeide een cultureel festival zo met zijn omgeving als Dream City, deze week in de oude stad van Tunis. Dansers, muzikanten, acteurs, filmers, rappers en ander kunstzinnig volk ­nemen tot 13 oktober bezit van de medina met voorstellingen die ter plekke zijn ontstaan, als paddenstoelen op een boomstronk.

Bovendien valt het festival samen met een spannende verkiezingsweek, waarin het gaat om de vraag: welke toekomst heeft Tunesië zijn jeugd te bieden na acht jaar van niet ingeloste ­beloften? Precies dat is ook het onderliggende thema van Dream City.

“Hoe zal het nieuwe hoofdstuk van Tunesië eruitzien, na de verkiezingen?”, begint de festivalgids. “Wat zal de rol zijn van kunstenaars, culturele organisaties, de civil society en in het bijzonder de jonge mensen van Tunis en de rest van het land?”

Afgelopen zondag kozen de Tunesiërs een nieuw parlement, komende zondag volgt de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Twee politieke buitenstaanders staan daarin tegenover elkaar. De nieuwe machthebbers staan voor de taak een antwoord te bieden op de groeiende sociale onvrede. De omwenteling van 2011 heeft de Tunesiërs wel vrijheid en democratie opgeleverd, maar geen banen voor de overwegend jonge bevolking.

Migratie, diversiteit, politiegeweld, werkloosheid, de rechten van meisjes en vrouwen... “Allemaal thema’s die op organische wijze de programmering binnensluipen”, zegt Jan Goossens, ­voormalig directeur van de KVS en artistiek directeur van het festival. De medina met haar 100.000 bewoners, haar mengelmoes van rijk en arm, modern en vroom, fungeert daarbij volgens de 48-jarige Vlaming als ‘microkosmos’ van heel Tunesië.

Danseres Sondos Belhassen en choreograaf Radouan Mriziga brengen hun mythologische voorstelling Ayyur (‘De maan’) in de binnentuin van Palais Kheireddine, een van de zevenhonderd door Unesco geadopteerde monumenten van de medina. Trompettist Amir ElSaffar speelt met twaalf Afrikaanse muzikanten zijn Arabische jazz op het plein Hafsia, waar gewoonlijk mannen op het terras de hele dag thee lurken en vrouwen boodschappen doen bij de buurtkruidenier. Schilder Atef Maatallah geeft met muurschilderingen en een stadstuin het pleintje El Kachekh, dat was verworden tot een vuilnisbelt, terug aan de buurt.

Dansvoorstelling ‘Khanka’ van kunstenares Amira Hamdi. Beeld Dream City

Bewoners doen mee

Niet alleen de gebouwen, ook de bewoners zijn onderdeel van het festival. Diverse uitgenodigde kunstenaars hebben jongeren uit de medina ingeschakeld als artiesten. Zo laat choreograaf Serge-Aimé Coulibaly uit Burkina Faso zijn iMedine uitvoeren door zeventien jongens van rond de 20 die nooit eerder dansten, maar nu in een geraffineerde breakdance het vaak harde stadsleven verbeelden.

“Het leven in de medina is moeilijk voor mensen die niet weten hoe het er hier aan toegaat”, zegt de 25-jarige Raed, een werkloze ICT’er en een van de deelnemers aan de dansvoorstelling van Coulibaly. “Ze kijken je al snel gek aan, vooral degenen die laagopgeleid zijn en kortzichtig. Kleine criminelen vaak. Soms moet je stoer doen om de indruk te wekken dat je erbij hoort.” Toen hij vertelde dat hij ging dansen, werd hij aanvankelijk uitgelachen. “Ze vonden het gek dat iemand uit de medina aan kunst doet. Maar dansen heeft me een andere toekomst gegeven.”

Toch leidt wat Goossens “een dialoog met de maatschappelijke context” noemt niet tot pamflettisme of politiek vormingstheater. Dream City is een festival vol poëzie, verbeelding, esthetiek en muzikaliteit.

Dat is al zo sinds het begin in 2007, toen het choreografenduo Selma en ­Sofiane Ouissi (broer en zus) een volgens Goossens ‘artistieke staatsgreep’ pleegde door, aanvankelijk op kleine schaal, ruimte te bieden aan artiesten die in het officiële kunstregime van de Tunesische dictatuur niet aan bod kwamen.

Elke twee jaar werd Dream City groter. Toen Goossens het tweetal leerde kennen, in 2012, was er behoefte aan internationalisering. Daarin voorzag de dramaturg, tegenwoordig directeur van het Festival de Marseille en in Tunis samen met broer en zus Ouissi lid van een artistiek driemanschap. Naast Tunesiërs zijn voor de editie 2019 veel kunstenaars uit Afrika en de rest van de Maghreb uitgenodigd. Ook Europa (vooral Frankrijk en België) is vertegenwoordigd.

Het leven in de medina. Kinderen laten hun taekwando-skills zien. Beeld Rebecca Fertinel
Choreograaf Serge-Aimé Coulibaly laat in ‘iMedine’ leden van rivaliserende gangs uit de medina van Tunis met elkaar dansen. Beeld Rebecca Fertinel

Creatieve energie

Voor de Tunesische kunstwereld was het een bruisende periode, de jaren 2011-2014, toen Goossens voet in de medina zette. Op het einde van de dictatuur volgde een explosie van artistieke vrijheid. Gretig verplaatste de kunst zich naar de straat, veelal met thema’s en beeldtaal uit de revolutie. Graffiti, rap, straattheater en fotografie bloeiden op. Ook in de medina getuigt nog menige muurtekening van die creatieve energie.

De transitie naar democratie werd gedragen door de civil society (naderhand beloond met de Nobelprijs voor de Vrede), en kunstenaars speelden daarbij een belangrijke rol. Zij bevonden zich in de frontlinie van het gevecht om de vrijheid van meningsuiting. Die was ook na het verjagen van de dictator niet vanzelfsprekend.

De andere kant liet zich immers niet onbetuigd. Salafisten hadden de ‘blasfemische’ kunst in het vizier. Een bioscoop ging in vlammen op, theatervoorstellingen werden verstoord, exposities belaagd, evenementen afgeblazen na bedreigingen. Honderden salafisten bestormden de tentoonstelling Printemps des arts vanwege een kunstwerk waarin insecten het woord ‘Allah’ vormden. De gematigd islamistische regeringspartij Ennahda verkeerde in tweestrijd. Ze wees geweld af, maar riep ook op om religieuze gevoeligheden te ontzien.

Het waren “de moeilijkste ­jaren”, zegt Goossens, ook voor Dream City. Er waren spanningen in de medina. “Onder de dictatuur wist je waar de tegenstander was”, zei ­Sofiane Ouissi in 2012 tegen de krant The National. Tegenwoordig kan hij overal opduiken.”

Unieke formule

De strijd om de grenzen van de vrije meningsuiting is geluwd. Vrijwel alles kan tegenwoordig in Tunesië. Dream City heeft de vleugels kunnen uitslaan en is, volgens de artistiek directeur zelf, uitgegroeid tot een van de interessantste festivals van Europa en omstreken. “Dream City heeft een unieke formule”, zegt Goossens. “We halen artiesten hierheen voor iets wat niet kant-en-klaar is. Ze komen met een blanco blad, om ter plekke geïnspireerd te worden door de omgeving en in gesprek met de Tunesiërs te gaan.”

De voorwaarde is dat de kunstenaars voldoende tijd doorbrengen in de medina. “Ik heb het bij elkaar over maanden, geen weken.”

“De festivals in Europa beginnen steeds meer op elkaar te lijken”, zegt Goossens. “Het is allemaal op dezelfde leest geschoeid: Holland Festival, Avignon, Festival d’Automne in Parijs. Kunstenaars worden drie dagen ingevlogen voor iets wat ze elders hebben gemaakt en al eerder hebben laten zien. Het ufo-effect.”

Dit model van ‘wereldwijd rondshoppen’ heeft volgens Goossens zijn limiet bereikt – ook qua ecologische voetafdruk. “Welk model heeft de toekomst? Ik vind hier in Dream City meer inspiratie voor het Festival de Marseille dan omgekeerd.”

Het kunstwerk ‘Sonic Totem’ van Floy Krouchi dat in de medina te vinden is. Beeld Rebecca Fertinel
Tunis. Beeld Rebecca Fertinel

Rebelse cultuur

En geen betere plek daarvoor dan de oude stad van Tunis met haar galerieën, moskeeën, salafistencafés, overdekte soeks, B&B’s voor westerse toeristen en een heus hoerenbuurtje.

Selma en Sofiane Ouissi hebben in de medina hun cultureel centrum l’Art Rue. Los van het tweejaarlijkse Dream City ­nodigen zij daar artists-in-residence uit voor projecten met jongeren uit de oude stad, zoals Serge-Aimé Coulibaly nu doet met de jongens van zijn voorstelling iMedine.

“Ik heb eerst uitgebreid met ze gepraat”, zegt de choreograaf. “Wat willen ze veranderen aan hun leven? Ze waren erg negatief over Tunesië en de medina. Ze zijn lid van een soort bendes, elke buurt heeft zijn gang. Ik heb ze met elkaar verbonden. Want er is één ding dat jongeren overal ter wereld verbindt: hoop en dromen. ‘The sky is the limit’, zeggen we soms. Maar omdat deze jongeren geen hoop zien buiten de medina, zeggen ze: ‘De medina is the limit.’”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234