Woensdag 21/04/2021

ReportageDe reis van mijn leven

Op boekenjacht in Buenos Aires

Een van de mooiste boekenwinkels ter wereld: El Ateneo Grand Splendid in Recoleta, een wijk in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Beeld Alamy Stock Photo
Een van de mooiste boekenwinkels ter wereld: El Ateneo Grand Splendid in Recoleta, een wijk in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires.Beeld Alamy Stock Photo

Twee van de meest essentiële dingen die een wereldstad dient te herbergen, zijn boekenwinkels en theaters. Wie zich daarin kan vinden, voelt zich nergens meer thuis dan in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires: een paradijselijke doolhof tjokvol literatuur.

“Is het je eerste keer in Zuid-Amerika?” Iván, een kalende Braziliaan van in de veertig, vraagt het met een opgetrokken wenkbrauw. Ik ontmoet hem in september 2017 voor de deur van een snackbar annex café in Buenos Aires, tijdens de rust van de voetbalwedstrijd tussen Argentinië en Venezuela, die op een troosteloze 1-1 zal eindigen. Ik antwoord bevestigend, waarop hij zegt dat ik zeker eens naar Brazilië moet komen – Iván werkt in de Argentijnse hoofdstad, maar pendelt per vliegtuig zo vaak mogelijk naar São Paulo, waar zijn familie woont.

Een stalen portret van Evita Perón op de gevel van een regeringsgebouw.  Beeld Ewoud Ceulemans
Een stalen portret van Evita Perón op de gevel van een regeringsgebouw.Beeld Ewoud Ceulemans

“Het is geen toeval dat je net met mij aan de praat raakt”, zegt hij. “Argentijnen zijn kil en afstandelijk. Brazilianen zijn warm en vriendelijk.” Dat is niet mijn ervaring, wil ik zeggen, maar om een sociologische discussie te vermijden, stuur ik het gesprek naar het aankomende WK. “België is een van de weinige landen waarvoor wij bang moeten zijn”, zegt Iván, de uitschakeling van zijn team voorspellend. “Maar Argentinië?” Hij grijnst en knikt naar het grote televisiescherm in de snackbar. “Die gaan helemaal niks klaar­maken op dat WK.”

Iván zal uiteindelijk gelijk krijgen als het op de Argentijnse voetbalprestaties aankomt, maar niet als het over het karakter van de Porteños, zoals de inwoners van Buenos Aires worden genoemd, gaat. Argentijnen in het algemeen en Porteños in het bijzonder hebben in Zuid-Amerika de reputatie waarover Iván me vertelt: kil, arrogant, eigengereid. Misschien helpt mijn jeugd in Antwerpen me om daar voorbij te kijken. Misschien vinden ze het moeilijk om tegen mij uit de hoogte te doen, omdat ik gemiddeld een kop groter ben. Maar de Argentijnen die ik ontmoet, ervaar ik als aangename mensen.

Muurschildering ter ere van Maradona in de oude wijk San Telmo. Beeld Ewoud Ceulemans
Muurschildering ter ere van Maradona in de oude wijk San Telmo.Beeld Ewoud Ceulemans

Sommige clichés over Argentinië kloppen. Over hun sappige dialect, het Rioplatense, dat veel levendiger klinkt dan het accentloze Spaans dat ik op de universiteit leerde. Over hun barbecuecultuur, bijvoorbeeld. Over hun verering van Diego Maradona, wiens beeltenis je op talloze muren van de stad ziet, en die samen met presidentsvrouw Evita Perón en tangozanger Carlos Gardel een Heilige Drievuldigheid vormt. Maar het beeld van de Argentijnen als voetbalgekke, arrogante, machistische vleeseters die nu en dan een tango dansen, is te eenzijdig. Een liefde voor theater en voor boeken is even onontbeerlijk voor wie een portret van de hoofdstad en haar inwoners wil schetsen.

Mijn verblijfplaats in Buenos Aires is een kleine flat op de tiende verdieping van een immens appartementsgebouw in het hart van San Telmo, de wijk waar volgens de overlevering de tango werd geboren. Het appartement is de woonplaats van Tomás, een Argentijn die een tijdlang in Leuven werkte en die ik via mijn broer ken. Tomás’ flat is niet bemeubeld met kleurloze Ikea-producten, maar met boeken, in alle vormen en maten en in bijna evenveel talen. Op een drukke metrorit van nauwelijks tien minuten zal ik later opmerken dat Tomás de zes haltes overbrugt door uit zijn binnenzak een pocket op te diepen en een handvol bladzijden te lezen. Metrostang in de ene hand, het boek in de andere.

Een hele rij schier identieke boekenkraampjes aan de Plaza Italia. Beeld Ewoud Ceulemans
Een hele rij schier identieke boekenkraampjes aan de Plaza Italia.Beeld Ewoud Ceulemans

Door de omvang van de stad lijkt de metro ook het aangewezen vervoersmiddel, en de regen – in september beleeft een natte winter zijn laatste stuiptrekkingen in Argentinië – nodigt daartoe uit. Zo vaak ik kan, neem ik echter de tijd om de immense afstanden te voet te overbruggen, en op die manier kan ik Buenos Aires op een andere manier ontdekken dan via metrohaltes: via boekenwinkels.

Boekenheiligdom

Boekenhandels, groot en klein, ­eerstehands en tweedehands, zijn hier immers alomtegenwoordig. In 2015, twee jaar voor mijn korte verblijf, telde Buenos Aires minstens 734 boekhandels: dat zijn er ongeveer 25 per 100.000 inwoners, het hoogste aantal ter wereld (in Hongkong staat, volgens cijfers van The Guardian, dat aantal op 22, in Madrid op 16 en in Londen op 10). Vaak lijken ze geen naam te hebben en zijn de immense stapels romans die je door het venster of een open deur ziet de enige aanwijzing over de bezigheden van de eigenaar. In de ene liggen de boeken argeloos op elkaar gestapeld, en heb je zeeën van tijd nodig om te vinden wat je zoekt; in de andere staan ze netjes uitgestald, en heb je zeeën van tijd nodig om van de literaire orde te genieten.

Boeken, boeken, en nog eens boeken. Beeld Ewoud Ceulemans
Boeken, boeken, en nog eens boeken.Beeld Ewoud Ceulemans

Hoeveel boekenwinkels ik tijdens mijn verblijf bezoek? Geen idee. Ik ben er drie weken, en ik loop er elke dag minstens twee binnen, schat ik. Van het charmante antiquariaat Walrus Books – dat, per uitzondering in Argentinië, vrijwel uitsluitend Engelstalige ­boeken verkoopt – tot de rij van schijnbaar identieke boekenkraampjes aan de Plaza Italia, in de noordelijke en zeldzaam groene wijk Palermo. Overal zoek ik naar één boek: Los premios, de debuutroman van de Argentijnse schrijver Julio Cortázar. Toen ik nog ­studeerde, viel ik als een blok voor zijn oeuvre, maar dat boek heb ik nooit kunnen vinden. Zelfs niet in Elsene, waar hij in 1914 geboren is, nota bene op de eerste dag van de Duitse bombardementen. Zijn vader werkte toen in Brussel als diplomaat.

Ook in Buenos Aires, een stad met zo veel boeken, is het opvallend moeilijk om Los premios te bemachtigen. Ik zie een eerste druk van de roman, die niet te koop is, op de vensterbank van London City, een ietwat generische cafetaria tegenover La Casa Rosada, de presidentiële ambts­woning. Wat London City onderscheidt van andere cafetaria’s is dat een aanzienlijk deel van Los ­premios zich er afspeelt, en dat Cortázar er delen van het boek heeft geschreven. In twee boekenwinkels in dezelfde straat hoop ik de roman in het aanbod te vinden, tevergeefs.

De ingang van de El Ateneo Grand Splendid. Beeld Alamy Stock Photo
De ingang van de El Ateneo Grand Splendid.Beeld Alamy Stock Photo

Zelfs in El Ateneo Grand Splendid vind ik geen uitgave van Los premios. En dat wil wat zeggen: voor liefhebbers van boeken én boekhandels, zoals ikzelf, heeft de winkel de allures van een heiligdom. Met de regelmaat van de klok wordt deze boekenwinkel opgenomen in lijstjes met de mooiste boekhandels ter wereld, en het is niet moeilijk om te zien waarom.

El Ateneo is een verbouwd, ­majestueus theater. Lezers worden er voor het voetlicht geplaatst. Boeken zijn er meer dan rekwisieten. Op de scène kun je koffie ­drinken terwijl je door je nieuwe aankopen bladert. In de loges vind je specifieke literatuursecties terug. Het aantal boeken is niet te overschouwen: ik weet nu hoe Belle zich voelt, als ze in Beauty and the Beast de bibliotheek van het kasteel ontdekt.

El Ateneo is een gebouw waarin de geest van Buenos Aires van de muren druipt, niet alleen omdat er boeken worden verkocht, maar ook omdat El Ateneo in een oud theater is gevestigd. Ook dat is immers essentieel aan de Argentijnse hoofdstad. Met meer dan 280 theaters is het op dat vlak de rijkst bedeelde stad ter wereld. Het gros daarvan bevindt zich langs de Avenida Corrientes, waar op z’n Broadways uitbundige musicals en spektakelvoorstellingen worden opgevoerd.

De skyline van Buenos Aires. Beeld Ewoud Ceulemans
De skyline van Buenos Aires.Beeld Ewoud Ceulemans

Fascinerender zijn de kleine tot minuscule theaters in de straten en stegen daarrond. Twee jaar na mijn verblijf in Argentinië zal ik de Chileense theatermaker Manuela Infante interviewen, en zij vertelt me: “De mogelijkheden voor onafhankelijk theater in Buenos Aires zijn immens. Elke persoon kan daar van zijn garage of living een theater maken. Het zit daar in de cultuur. Ik weet niet hoe dat komt. Het is iets typisch Argentijns.”

Ik koop al snel kaartjes voor Letter to a Man, van de Amerikaanse theaterlegende Robert Wilson, in het statische Teatro Coliseo – omdat de naam van Wilson een van de weinige is die ik herken in het Argentijnse aanbod. Dat verandert wanneer ik Tomás’ moeder ontmoet: zij ­verwijst me door naar haar broer Román, een director del teatro op rust. In El Galeón del Norte, een al even generische cafetaria als London City, herken ik hem aan de beschrijving die hij via WhatsApp gaf – “Groot, veel grijs haar en een peper-en-zout baard” – en aan de stapel kranten die hem gezelschap houdt.

Op de theaterpagina’s van La Nación en Clarín overloopt hij de kolommen met de programmering van talloze schouwburgen, tot zijn vinger halt houdt bij dat van Teatro del Pueblo. “Terrenal van Mauricio Kartun,” wijst hij aan, “dat is een stuk dat je er moet zien.” Ik heb nog nooit van Mauricio Kartun gehoord, maar ik geloof Román op zijn woord. Twee dagen later koop ik in de trappenhal van het Teatro del Pueblo, een theater dat je alleen weet te vinden als je het al weet zijn, een kaartje.

Muurschildering gewijd aan schrijver Manuel Puig in San Telmo. Beeld Ewoud Ceulemans
Muurschildering gewijd aan schrijver Manuel Puig in San Telmo.Beeld Ewoud Ceulemans

De kleine zaal zelf is in de kelder. Het doet vragen rijzen over de brandveiligheid, maar het overtuigt me ook van de diepgewortelde liefde die Argentijnen voelen voor de bühne, hoe groot of klein die ook mag zijn. Op het podium van Teatro del Pueblo zie ik een zwartkomische en soms groteske update van het Kaïn-en-Abelverhaal, die wordt opgevoerd voor een uitbundig lachend publiek. Na afloop koop ik aan de uitgang de theatertekst, en het is niet eens het laatste boek dat ik me in Buenos Aires zal aanschaffen.

Regenbui

Dat komt deels door de verslaving die ik in geen tijd aan El Ateneo opbouw. Het is mijn eerste doelwit als ik in Buenos Aires arriveer (nadat ik tussen Tomás’ boeken mijn jetlag heb weggeslapen) en ik kom er om de paar dagen terug, soms om door de rekken te struinen, soms om koffie te drinken, nu en dan om er een boek te kopen, terwijl ik in mijn achterhoofd hoop dat mijn bagage voor de terugvlucht niet te zwaar wordt. Op ­aanraden van Tomás kies ik onder andere voor The Buenos Aires Affair van Manuel Puig. Een muurschildering te zijner ere siert een steeg in San Telmo, vlak bij Tomás appartement, ook al heeft hij niet dezelfde iconische waarde als Borges of Cortázar. Van die laatste verkoopt El Ateneo zowat zijn volledige oeuvre – op zijn debuutroman na.

Toch nog gevonden: een exemplaar van 'Los premios', van auteur Julio Cortázar. Beeld RV
Toch nog gevonden: een exemplaar van 'Los premios', van auteur Julio Cortázar.Beeld RV

Wanneer het einde van mijn vakantie nadert, word ik overvallen door een regenbui en schuil ik in, u raadt het nooit, een boekhandel. Eentje waar ik nog niet binnen ben geweest. Maar Los premios vind ik er andermaal niet. Tot ik aan een slungelige jongen achter de kassa vraag of ze het misschien in stock hebben. “Nee, dat hebben we al even niet meer gehad”, zegt hij. “Maar wacht even.” Hij neemt de telefoon, en vertelt me na weer te hebben ingehaakt: “Een bevriende boekhandelaar van me heeft nog een exemplaar. Wacht hier.” Hij diept een paraplu op vanonder de toonbank, loopt naar buiten en keert twintig minuten later terug.

Hij geeft me Los premios. In ruil betaal ik hem de prijs van het boek en schrap ik Iváns cliché over “kille en arrogante Argentijnen” uit mijn repertoire.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234