Vrijdag 13/12/2019
Virginie Nguyen Hoang: ‘Ik heb me aan de mensen in Gaza gehecht. En zij ook aan mij, denk ik.’

Fotografie

Oorlogsfotografe Virginie Nguyen Hoang: ‘Ik ben nog te jong om onbewogen te blijven’

Virginie Nguyen Hoang: ‘Ik heb me aan de mensen in Gaza gehecht. En zij ook aan mij, denk ik.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Woensdag ontvangt ze samen met Geert Mak de Burgerschapsprijs, voor mensen die zich inzetten voor een tolerante samen­leving. ­Virginie Nguyen Hoang (32) wil met haar foto’s de verhalen vertellen van mensen in oorlogsgebieden én van vrouwelijke voet­ballers ­wereldwijd. 

Ze komt het café van de Sint-­Goriks­hallen in Brussel binnen in de gevechtsuitrusting van de globetrottende millennial: zwarte jeans, gympies, rugzakje, dikke sjaal, haar in een knot, mobieltje in de aanslag. Het is haar al een paar keer goed van pas gekomen dat ze geen uitgesproken vormen heeft, zal ze later in het gesprek zeggen. Als ze een helm en een gas­masker draagt, aanziet men haar vaak voor een jongen. In conflictgebied, en met name in het Midden-Oosten, is dat een handige vermomming.

Met een hipster uit het koffie­huis zal men haar niet gauw verwarren. In plaats van een latte of een latte macchiato bestelt ze gewoon koffie met melk. En ze excuseert zich dubbel. Eerst voor het feit dat ze een kwartier te laat is – “Sorry, mijn auto wilde niet starten, ik heb er een kwartier op moeten kloppen” - en daarna ook nog eens voor haar matige beheersing van het Nederlands, waardoor we het gesprek in het Frans moeten voeren.

CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK, 2016. Dialo Amidou (23) laat de brandwonden zien die hij opliep toen leden van de Anti-Balaka-milities zijn huis in brand staken, in december 2013. Beeld Virginie NGUYEN HOANG / Hansluca

Sinds ze afstudeerde aan de Brusselse journalistenschool IHECS (Institut des Hautes Etudes des Communications Sociales) ketst Virginie Nguyen Hoang de wereld af.

Ze is net terug uit Gaza en de dag na de uitreiking van de Burgerschapsprijs vertrekt ze naar Maleisië voor een reportage over de productie van palm­olie. Eerder werkte ze al in Egypte, Syrië, Irak, Libië, Oekraïne en Vietnam - en níét om er het natuurschoon in beeld te brengen. Maar haar voornaamste hoofdbreken dezer dagen is hoe ze haar activiteiten als fotojournalist nog ingepast krijgt in haar speelkalender als voetballer. Ze is keeper, en binnenkort ook jeugdtrainer, bij de vrouwenploeg van Bosvoorde in tweede provinciale.

Virginie Nguyen Hoang: “Ik ben journalistiek gaan studeren omdat ik sportjournalist wilde worden. Voetbalcommentator! Zodat ik alle wedstrijden van mijn favoriete club Anderlecht kon volgen. Dat was echt mijn droom. Maar net voor ik die studie aanvatte ben ik voor een jaar naar Australië getrokken, waar ik familie heb. Ik wilde mijn Engels op punt krijgen en echt tweetalig worden. Een jaar lang heb ik alleen maar Engelstalige kranten gelezen en naar Engelstalige programma’s gekeken op tv. Massa’s documentaires van BBC World heb ik gezien. Zo heb ik ontdekt dat er nog andere, en belangrijker, dingen zijn in het leven dan voetbal. (lacht) En dat er nog andere sporten zijn, ook. Ik heb héél veel gesurft in Australië.”

Virus van tante

Ze is in Brussel geboren uit een Belgische moeder en een Vietnamese vader. Haar vader is destijds naar België gekomen met een studiebeurs maar woont inmiddels opnieuw in Vietnam. “Ik voer op dit moment een onderzoek naar de Vietnamese tak van mijn familie”, lacht ze. “Geen gemakkelijke klus. Mijn over­groot­vader schijnt nog gouverneur te zijn geweest van een belangrijke provincie in Zuid-Vietnam. En mijn grootvader is gestorven in de gevangenis. Ik zou daar het fijne van willen weten, maar mijn vader en mijn oom willen er onder geen beding over praten. Taboe!

“En nog maar drie maanden geleden heb ik ontdekt dat een tante van mijn vader tijdens de Vietnam­oorlog journaliste was aan het front. Er is zelfs een boek over haar leven verschenen. Ze leeft nog; ze heeft nu een kunstgalerie in Saigon. Wie weet heb ik het journalistieke virus van haar.”

BEIT HANOUN, GAZA, 2014. Een Palestijnse vader en zijn zoontje rusten in de woonkamer van hun door bombardementen half verwoeste woning. Beeld Virginie NGUYEN HOANG/Hanslucas/

In het Midden-Oosten kwam Virginie Nguyen Hoang - Vy voor de vrienden – terecht via een vriendje. “Toevallig en ook weer niet zo toevallig”, zegt ze. “Op het einde van mijn studies vloog die regio in brand. Ik wilde ernaartoe, liefst naar Libanon. Maar tijdens mijn Erasmus-jaar aan de Deense school voor journalistiek in Aarhus kwam ik een Egyptenaar tegen. Hij werd mijn vriendje en via hem versierde ik een stage bij een krant in Caïro. Na die stage van vijf maanden boden ze me een vaste job aan, waardoor ik er nog twee jaar langer kon blijven. Het was een geanimeerde tijd, om het zacht uit te drukken. Ik arriveerde er in 2012, één jaar na de revolutie en de val van Moebarak. Ik heb de politieke situatie zien evolueren en de straatprotesten en de repressie steeds gewelddadiger zien worden.

“In het begin was het leger nog aan de macht en had je de grote manifestaties op het Tahrir­plein van de Moslim­broeders en de salafisten, en van de jongeren die ook tegen het leger waren. Vervolgens werd Moslimbroeder Mohamed Morsi tot president verkozen, met als gevolg nog massalere demonstraties, deze keer tegen de Moslim­broeders. En ten slotte was er de staatsgreep van Al-Sisi en de reacties daarop. Qua kennismaking met de stiel kon dat wel tellen.”

Oefenen luidruchtige samenscholingen van mensen, confrontaties en ongeregeldheden een zekere aantrekkingskracht op haar uit? “Hm, in het begin misschien wel”, antwoordt ze. “In Caïro was dat ook mijn opdracht: verslag uitbrengen van wat er gebeurde op straat, het nieuws heet van de naald. Je voelde op dat moment ook echt dat je getuige was van een historische gebeurtenis. Ik bedoel: de Arabische Lente was bezig, en ik was erbij. Ik vloog er aanvankelijk ook nogal onbesuisd in, moet ik toegeven. Vaak genoeg ging ik zonder helm en zonder masker de straat op. Ik was jong en naïef. Daardoor ben ik ook gewond geraakt.”

Ze wijst naar een litteken tussen haar bovenlip en haar neus. “Militairen en manifestanten gooiden met stoep­tegels naar elkaar. Ik kreeg er een in mijn gezicht. Het deed niet eens zoveel pijn. Maar ik werd wel gearresteerd en een dag vastgehouden. Ik had het geluk dat ik een buitenlands paspoort had, ik was de minste van hun zorgen.

BRUSSEL, 2010. Maria en haar Roma-familie wonen in de rosse buurt aan het Noordstation. De prostitutie tiert er welig, maar de huurprijzen zijn relatief laag. Beeld RV

“Tegenwoordig zit ik niet meer zo dicht op de actualiteit én ik bereid me beter voor. Vorig jaar ging het er héél gewelddadig aan toe in Gaza. Maar ik had een helm en een gas­masker op en een kogelvrij vest om. En ik daag het lot ook niet uit. Als ik mijn foto’s heb, maak ik me uit de voeten. Het heeft geen zin om in de gevarenzone te blijven rondhangen, weet ik nu. Je riskeert je leven en dat van de mensen die je vergezellen en beschermen, en je dreigt je foto’s nog kwijt te raken ook.”

Oorlogen stoppen niet

Gaza, het woord is eruit. Die smalle strook land, waar bijna twee miljoen Palestijnen geprangd zitten tussen Israël en de Middellandse Zee, te land, ter zee en in de lucht ‘geblokkeerd’ door het Israëlisch leger, is een beetje haar terrein geworden. Ze gaat er minstens één keer per jaar naartoe, meestal vaker. Haar Gaza-foto’s – mooie, afschuwelijke zwart-­wit­beelden van het dagelijks leven in platgebombardeerd gebied – zijn ook in boekvorm verschenen, onder de titel Gaza, the Aftermath.

Virginie Nguyen Hoang: “Toen ik er voor het eerst was, in 2014, was de oorlog nog bezig. Toen ik er drie maanden later terugkwam, waren de bombardementen en de beschietingen voorbij, maar de toestand was catastrofaal. Er waren 1.500 Palestijnse burger­slacht­offers gevallen, onder wie bijna 300 vrouwen en meer dan 500 kinderen, en de infrastructuur lag volledig in puin. ‘Hoe gaan ze dit ooit heropgebouwd krijgen?’ vroeg ik me af. Om de gevolgen van de oorlog in beeld te krijgen ben ik vier families beginnen volgen. Vier families van wie de huizen geheel of gedeeltelijk waren vernield en die helemaal opnieuw moesten beginnen. Vrouwen die kinderen op de wereld hebben gezet tijdens de oorlog, of net erna. Kinderen die ik heb zien opgroeien. Telkens als ik ging, waren ze weer een half jaar of een jaar ouder. Ik heb me aan die mensen gehecht, ja. En zij ook aan mij, denk ik.

ZEITOUN, GAZA, 2015. Kinderen spelen op straat waar de huizen pas vrolijke kleurtjes kregen. Beeld Virginie NGUYEN HOANG/hanslucas/

Toen mijn Gaza-boek uitkwam, ben ik speciaal overgevlogen om het hun te tonen. Ze waren trots, ontroerd. En ze hopen natuurlijk dat het iets teweegbrengt. Ik denk dat mijn boek aantoont dat oorlogen niet stoppen als ze officieel voorbij zijn en de media er niet meer over reppen. Doorgaans blijven ze tot lang na het staakt-het-vuren duren.”

Vorige week was het rustig in Gaza, zegt ze. Al zijn er nog elke week manifestaties aan de grens met Israël. Met hun zogenoemde Marsen van de Terugkeer eisen de Palestijnen dat er een einde komt aan de blokkade en dat ze kunnen terugkeren naar hun land van herkomst. Palestijnse jongeren gooien met stenen en molotov­cocktails, Israëlische soldaten schieten met rubberkogels. En af en toe ook met scherp.

“Vorig jaar vielen daarbij nog bijna tweehonderd doden”, zegt Virginie Nguyen Hoang. “Nu vallen er geen doden meer. Nu schieten ze de jongeren die te dicht bij de afzetting komen in de benen met dumdum­kogels. De inslag­wonde is een kleine gaatje, de uitslag­wonde is een groot gat – botten, spieren, alles wordt verbrijzeld. Er strompelt nu een generatie voor het leven gehandicapte jongeren rond in Gaza.”

SHEJAYA, GAZA, 2015. Yamen viert zijn eerste verjaardag, met zijn zus en nichtje. Yamen overleefde bij zijn geboorte al een bombardement. Beeld Virginie NGUYEN HOANG

Ze is niet blind voor de dubbelzinnige houding van Hamas, de Palestijnse verzets- annex terreur­groep die de plak zwaait in Gaza. De ene week moedigt die de jongeren aan om te gaan demonstreren, de andere week houdt ze hen tegen. “Vorige week werden ze weer aangemaand om te gaan”, zucht Virginie. “Ik vrees dat die wekelijkse confrontaties een vorm van recreatie zijn geworden voor veel jongeren. Ze hebben niks te doen, ze vervelen zich dood, dus gaan ze maar stenen gooien. Waarom zouden ze studeren of ambities koesteren? Ze vinden toch geen werk en ze geraken toch niet weg uit die openluchtgevangenis. Als het leven geen zin heeft, kun je het net zo goed op het spel zetten, redeneren ze. Het is een drama.”

Toch is Virginie Nguyen Hoang naar eigen zeggen geen politiek geëngageerde journalist: “Helemáál niet. (lacht) Ik wilde sportjournalist worden, remember? Ik word niet gedreven door een politieke overtuiging. Ik ben niet fanatiek anti-Israël noch uitgesproken pro-Palestijns. Maar ik ben wel zeer geëngageerd. Als je met eigen ogen gezien hebt wat er in Gaza gebeurt, kun je moeilijk anders dan dat tonen en aan de kaak stellen. Als je gezien hebt hoe Assad in Syrië geweld gebruikt tegen zijn eigen burgers, kun je moeilijk anders dan vraagtekens plaatsen bij dat regime. Assad heeft Rémi Ochlik vermoord (jonge Franse fotojournalist die in 2012 samen met ‘Sunday Times’-correspondente Marie Colvin sneuvelde in Homs, red.). Rémi was geen intieme vriend, maar wel iemand die ik goed kende. (denkt na) Journalistieke objectiviteit vind ik... een moeilijk begrip. Ik ben nog te jong om onbewogen te blijven. En ik wil niet cynisch worden.”

CAÏRO, EGYPTE, 2014. Aanhangers van de afgezette president Mohamed Morsi steken autobanden in brand en gooien stenen naar de politie. Beeld Virginie Nguyen Hoang/AFP Photo

Vrouwenvoetbal

Als ik naar haar Grote Voorbeelden vraag, komt ze al snel in de categorie van de legendarische oorlogs­foto­grafen terecht. Ze noemt de éminence grise van de Franse oorlogsreporters Patrick Chauvel, een man die Vietnam nog heeft meegemaakt en in totaal 34 oorlogen en 7 verwondingen door unfriendly fire op zijn cv heeft. Ze noemt Cédric Gerbehaye, de Waalse Stephan Vanfleteren, die haar leraar is geweest aan het IHECS. En ze noemt haar collega’s van het collectief Huma, dat ze mee heeft opgericht om projecten van langere adem te kunnen ondernemen. Een Huma-project dat haar heel nauw aan het hart ligt, is What the foot? Virginie Nguyen Hoang: ‘Onder die noemer brengen we het vrouwen­voetbal van over de hele wereld in beeld. Overal gaan we meisjes fotograferen en interviewen die voetbal spelen.

“Je staat ervan versteld hoeveel er dat zijn, met name in de armere landen. We weten ondertussen dat er snel groeiende competities zijn in Europa en in Noord- en Zuid-Amerika, maar ook in Afrika, het Midden-­Oosten en zelfs India spelen vrouwen en meisjes voetbal. In Gaza zijn er drie ploegen! In conflict­gebieden is voetbal voor mij het ideale gespreksonderwerp om de spanning wat uit te lucht te halen en met mensen in gesprek te komen. Je kunt er met bijna iedereen over praten. Iedereen kent de grote ploegen en de belangrijke spelers. En dat de Rode Duivels tegenwoordig overal ter wereld bekend zijn en bewonderd worden, is voor mij een bijkomend voordeel. (lacht)

What the foot? wordt straks een boek, een tentoonstelling én een pedagogische tool voor de scholen. Génial, quoi.

“Zelf speel ik al sinds mijn veertiende, met een onderbreking van vier jaar toen ik haast onafgebroken in Egypte en het Midden-Oosten zat. Vroeger was ik een Anderlecht-supporter, maar dat is, euh, wat geminderd. Nu is Manchester City mijn ploeg. En de Duivels natuurlijk. Mijn grootste probleem vandaag is dat we bij RRC Bosvoorde, waar ik in de goal sta, een tweede keeper hebben die nog maar net bezig is. Als ik er niet ben, is dat wel een beetje een probleem. Ik probeer mijn werk­agenda en mijn speelkalender nu zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen.”

RANCHI, INDIA, 2019. Op de speciale Yuwa-school krijgen meisjes uit arme families voetbaltraining om zelfvertrouwen te kweken. Beeld VIRGINIE NGUYEN HOANG/Collectif

Zwakke punten

De uitreiking van de Burgerschapsprijs, op 20 november in Kanal/Centre Pompidou in Brussel, bezorgt haar enige stress, geeft ze toe: “Samen met Geert Mak op het podium worden geroepen! Hij zo’n monument van de literaire journalistiek, ik een rondfladderende fotografe die amper zeven jaar bezig is en nog zo veel moet leren.”

Wat moet ze nog leren? Wat zijn haar zwakke punten?

Virginie Nguyen Hoang: “Mijn kadreringen zijn soms belachelijk. Door te focussen op de actie en op de gezichten, vallen er wel eens armen en benen weg op mijn foto’s. (lacht) Ik ben stik­jaloers op de composities van mijn voormalige prof Cédric Gerbehaye: zo zorgvuldig, zo mooi. Soms vraag ik me af wanneer hij dat doet. Want het moet altijd snel gaan in ons vak, hè. Nu, ik ben geen fotograaf pur sang. Ik voel me in de eerste plaats journalist; een reporter die verhalen vertelt met foto’s. Maar ik moet er toch voor zorgen dat inhoud en esthetiek wat meer in balans zijn op mijn foto’s. De boodschap komt beter door, of komt harder aan, als het een mooi, opvallend, aangrijpend beeld is dat mensen kunnen onthouden.”

Soms kan de esthetiek ook zo dominant zijn, dat de boodschap erachter verdwijnt.

“Ja,” zegt ze, luid lachend, “maar dat risico is bij mij niet zo groot.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234