Vrijdag 21/02/2020

RecensieBoeken

Ook in ‘Onzichtbare inkt’ voert Patrick Modiano een onvergetelijke vrouw op ★★★★☆

Beeld rv

Spoorzoeken in Parijs: niemand weet de bekoring ervan beter te vatten dan Nobelprijswinnaar Patrick Modiano (74). In Onzichtbare inkt, een zoveelste zoektocht naar een mysterieuze vrouw, trapt hij opnieuw op de staart van de tijd.

Negenentwintig romans schreef Nobelprijswinnaar Patrick Modiano sinds zijn ophefmakende debuut in 1969, La place de l’Etoile. En telkens weer charmeert hij zijn lezers met zijn refrein van subtiele weemoedigheid én zijn herinneringsoefeningen van mistig allooi, meestal tegen het decor van een ‘met fantomen bezaaid’ Parijs.

In de boeken van Modiano worstelen de hoofdpersonages met een getroebleerd verleden. Ze raken opgezadeld met obscure geheimen die hen dreigen te verlammen. Met topografische precisie leidt de Franse stadsflaneur ons door een universum vol naamloze schimmen.

Dat is niet anders in zijn nieuwe, compacte roman Onzichtbare inkt. ‘Voor Patrick zijn plaatsen, mensen en namen een oneindige reeks mysteries die onverwijld dienen te worden opgehelderd’, schrijft zijn echtgenote Dominique Zehrfuss in de tekst P.M. (2012). Pijnlijk accuraat typeert ze haar man als ‘een metafysische detective’.

Modiano is inderdaad een gepatenteerde achteromkijker. Zo poogt hij grip te krijgen op de opdringerige echo’s van zijn eenzame jeugd, als zoon van de Antwerpse actrice Louisa Colpeyn en de ritselende Italiaans-Joodse zakenman Albert Modiano, vroeg in de steek gelaten en ondergebracht in pensionaten en kostscholen.

Ook in Onzichtbare inkt begeven we ons ‘in het grensgebied tussen herinnering en vergetelheid’. Dit keer ontspint de intrige zich niet enkel in Parijs maar gaat het ook richting Annecy en Rome.

Verteller Jean Eyben raakt in de ban van ‘een simpele steekkaart in een hemelsblauwe, mettertijd verbleekte map’. Restant van een flinterdun dossier uit zijn kortstondige passage bij het detectivebureau Hutte, waar hem als twintiger welgeteld één dossier werd toevertrouwd: de verdwijning van de jonge Noëlle Lefebvre in het vijftiende arrondissement. Een nooit opgeloste zaak, die hem nu opnieuw triggert.

Wat voorgoed lijkt weggegumd probeert Eyben, intussen schrijver, weer aan de oppervlakte te krijgen, in een poging de ‘witte plekken in een leven’ op te vullen.

Kun je in de ban raken van een vrouw die je nooit hebt gekend? Het lijkt de hamvraag van deze roman waarin Modiano alweer goochelt met identiteitsverwisselingen, dwaalsporen en verlaten appartementen. Noëlle Lefebvre, net als Eyben afkomstig uit Annecy, beheerst de kunst van het vluchten en het zich onzichtbaar maken.

Schamel zijn de indicaties die Eyben bijeenschraapt: wat opgehaalde ‘poste restante’, telefoonnummers, haar bijnaam ‘het herderinnetje uit de Alpen’, haar notaboekje en vage getuigenissen. Ook het internet maakt hem amper wijzer: ‘Des te beter, er zou anders niets overblijven om een boek over te schrijven.’ Toch voelt het alsof zij ‘de ontbrekende schakel’ is in zijn leven.

Wat had Noëlle te zoeken op plekken als de Dancing de la Marine aan de quai de Grenelle? Waarom verliet ze plots haar job bij lederwarenzaak Lancel? En welke rol speelden Georges Brianos, Pierre Mollichi, Roger Behaviour of Miki Durac in haar banale bestaan? Als een flonkerend kralensnoer rijgt Modiano deze namen – geplukt uit oude, vergeelde telefoonboeken of van naambordjes op deurbellen – aan elkaar.

Hobbelig

De zoektocht, getoonzet in een glasheldere taal, krijgt gaandeweg een onontkoombaar karakter. Je raakt gemagnetiseerd door de hobbelige levensloop van deze anonieme vrouw. Tot Modiano haar in een prachtig slotakkoord delicaat laat oplichten uit de deemstering. Want ja, ‘alle details van je leven [staan] toch ergens met onzichtbare inkt genoteerd’.

L’histoire se répète, zullen sommige critici zeggen. Tja. Natuurlijk doet Modiano’s ingrediëntentrommel vertrouwd aan. Toch is het alwéér bekoorlijk verdwalen in dit uitdijende labyrint. Opnieuw toont Modiano zich een oeuvrebouwer par excellence, via ragfijne verbindingen met eerdere romans. Het agentschap Hutte dook al op in het in 1978 met de Prix Goncourt bekroonde De straat van de donkere winkels. En Annecy vormde het decor van Villa Triste (1975). Deze Noëlle Lefebvre roept herinneringen op aan andere spoorloze vrouwen, zoals Sylvia uit Zondagen in augustus (1986). En zo voegt Modiano een ongrijpbaar maar onvergetelijk vrouwelijk personage aan zijn opus toe.

Patrick Modiano, 'Onzichtbare inkt', Querido, 142 p., 18,99 euro. Vertaald door Maarten Elzinga.Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234