Zondag 29/01/2023

InterviewLous and the Yakuza

Ooit was ze dakloos, nu een wereldster. ‘Het was makkelijker geweest om de pijn van me af te zingen. Maar deze plaat gaat over liefde’

Marie-Pierra Kakoma, alias Lous and the Yakuza. Beeld Charlotte Wales
Marie-Pierra Kakoma, alias Lous and the Yakuza.Beeld Charlotte Wales

Marie-Pierra Kakoma, alias Lous and the Yakuza, was ooit dakloos en is nu wereldster in wording. Op het nieuwste album van de Belgische met Congolese en Rwandese roots winnen de trauma’s van een turbulent liefdesleven vaak het pleit. ‘Ik heb het ravijn al in de gapende muil gekeken.’

Gunter Van Assche

Zouden we Marie-Pierra Kakoma intussen al een belpopfenomeen mogen noemen? Daar lijkt het wel op. De Belgische popster met Congolese en Rwandese roots achter Lous and the Yakuza kreeg dit voorjaar onderdak bij Jay-Z’s managementbureau Roc Nation. Ze mocht de voorbije zomer ook liefst vier keer in het Koning Boudewijnstadion aantreden als openingsact voor Coldplay, en tourde met Alicia Keys doorheen Europa en Amerika. Maar net zo goed warmde ze zalen in Duitsland op voor Gorillaz, en was ze met ‘Kisé’ te horen op de soundtrack van FIFA 23.

Daarbij zouden we haast nog vergeten dat ze een rist aan festivals in binnen- en buitenland aandeed, waaronder het nagelnieuwe Core en Rock Werchter. En oh ja, de mode-industrie heeft haar intussen ook met open armen verwelkomd. Kakoma speelde in een campagne voor Chloé, waarbij ze de muze werd van Louis Vuitton. En onlangs prijkte ze als Lous ook op de voorpagina van het Franse modeblad Vogue. Omdat de muze nooit rust, ontwierp ze tussendoor ook het interieur van een coworkingspace in Brussel.

“Het is redelijk druk geweest”, kijkt Marie-Pierra Kakoma bedachtzaam voor zich uit wanneer we de popster aanspreken op die volgekribbelde agenda. Waarna ze spontaan in de lach schiet. “Ik hoor mezelf nu ook. Dat is best wel een understatement. Het is werkelijk crazy geweest. Volkomen krankzinnig. Ik heb een carrière uit de grond gestampt tijdens een wereldwijde epidemie, en die volgde dan ook nog eens op alle chaos uit mijn vroegere leven. Als ik had geweten dat ik op het eerste hoogtepunt van mijn succes drie tours zou moeten schrappen, weet ik niet of ik er aan was begonnen. Maar ik tel liever mijn zegeningen dan mijn kwellingen.”

Aan de grond

Nochtans zou je haar dat niet kwalijk durven te nemen. Drie jaar geleden kwam Kakoma voor het eerst op het voorplan, maar voor de wereld “Lous, ça fait boum!” kwam brommen, had ze er een leven vol tegenkanting op zitten. Ze werd geboren in Lubumbashi, maar op haar vijfde ontvluchtte ze een woelig Congo met haar ouders – twee succesvolle dokters – om in Molenbeek een krottig appartement te betrekken. Vijf jaar later belandde ze dan weer in een tumultueus Rwanda.

Kakoma was 15 toen ze weer verhuisde, naar Namen. Dit keer alleen met haar zus, in de hoop om door te breken als muzikante. Die droom spatte zowat meteen uit elkaar. Als 18-jarige werd ze door een hardvochtige huisbaas op straat gekieperd, en financieel afgesneden door haar verbolgen ouders. Die konden geen vrede nemen met de artistieke aspiraties van hun eigenzinnige dochter. Uiteindelijk zwierf ze maandenlang dakloos door de Brusselse Louiza-wijk. Kakoma zat financieel en emotioneel aan de grond, maar ze putte altijd geloof uit haar eigen kunnen.

null Beeld Charlotte Wales
Beeld Charlotte Wales

“Dat is vast mijn toverkracht”, glimlacht ze. “Zo heb ik bijvoorbeeld ook weer de lockdown overleefd. De timing voor mijn succes kon niet slechter gekozen zijn: de wereld ging onherroepelijk op slot toen mensen me eindelijk ontdekt hadden. (lacht) Maar ik heb ondanks alles ontzettend veel voor elkaar gekregen. Mijn succes had makkelijk een vlam in de pan kunnen zijn, maar ik kon het vuur laaiende houden. De eerste concerten na de pandemie voelden dan ook aan als een emotionele aderlating: de tranen stroomden letterlijk over mijn gezicht bij elke show. Tijdens de lockdowns hadden mensen me wel steeds in de ribben gepord met opbeurende berichten over de miljoenen streams die ik had, maar dat cijfer leek me zo abstract. Wat kon ik me daar in vredesnaam bij voorstellen? Pas toen ik vlees en bloed zag opduiken achter die digitale cijfers werd mijn succes tastbaar, en voelde ik de liefde die ik altijd heb gezocht.”

Slopend gevoel

De liefde. Het grote woord is eruit. Dat is waar alles bij haar om draait, gelooft ze vandaag. “Zelfs toen ik dakloos op straat rondzwierf, was dat van essentieel belang. Mijn maag was soms even leeg als mijn hart, maar dat laatste deed me nog het meest pijn. Mijn leven lijkt pas zinvol wanneer ik de liefde voel. Een van de songs op mijn nieuwe plaat, ‘Trésor’, gaat over de eerste dagen van verliefdheid. Je kent het slopende gevoel wel: je slaapt nauwelijks, wankelt door het leven op knikkende knieën, bent obsessief bezig met de liefde van je leven... je houdt mateloos van iemand anders alsof die de perfectie benadert. Eigenlijk is dat helemaal geen gezond gevoel, maar het geeft je tenminste vleugels. Of toch voor even. Dat gevoelsbedrog vind ik op de keper beschouwd best een fraai aspect van de liefde. Want geef toe: daarna volgt meestal de grote ellende.” (lacht)

“Deze hele plaat gaat in wezen over liefde. Dat was geen doelbewuste keuze. Maar ik voelde langer de behoefte om zwaar in te zetten op de ondoorgrondelijke wegen van het hart. Al was het maar omdat ik zo een warmer vervolg kon breien aan Gore. Dat debuutalbum ging eigenlijk vooral over pijn. Gore was de gore wereld waarin ik had geleefd. De titel gaf zoveel al weg, natuurlijk. (lacht) Ik kon hooguit minder subtiel geweest zijn als ik dat album Trauma had genoemd. Of: Hi Guys, I’m Really Fuckin’ Sad. Die duisternis heeft me indertijd gehard. En misschien ook iets te onvermurwbaar gemaakt. Daardoor ben ik misschien te streng voor mezelf of voor anderen geweest in het verleden.

null Beeld Charlotte Wales
Beeld Charlotte Wales

“Daarom is deze plaat een soort antithese en pleidooi voor meer liefde. Ik zou wel niet durven te beweren dat de nieuwe songs zoveel vrolijker zijn. Daarvoor klinken ze meestal veel te intens: in ‘Hiroshima’ vergelijk ik de liefde bijvoorbeeld met de verwoestende kracht van een atoombom. Veel verder van koekendozenromantiek kun je niet wegdrijven. Ik zocht een woord dat de afgrijselijke pijn kon beschrijven die je voelt wanneer je hart voor het eerst aan gruzelementen wordt gesmeten. Die eerste wonden van een liefdesbreuk... ze blijven meestal lang etteren. Ik ben zelfs niet zeker dat je ooit écht helemaal geneest van een gebroken hart.

“Klinkt dat overdreven melodramatisch? Haha, misschien wel. Maar ik ben nu eenmaal een bijzonder intens persoon, zoveel weet ik intussen wel. Wanneer ik iemand liefheb, wil ik zelfs sterven voor die persoon. Het is altijd alles of niets bij mij. Of dat ook mijn achilleshiel is in de liefde? Tuurlijk, dat is ook al het geval geweest. Maar om eerlijk te zijn: ik sterf liever aan een gebroken hart, dan nooit de liefde met volle, gulzige teugen in mezelf opgezogen te hebben. We mogen ons niet tevredenstellen met het halve werk: het is de dood of de gladiolen.

“Tegelijk merk ik dat er vandaag meer ruimte is gekomen in mijn leven voor tederheid en fragiliteit. En dus ook op deze plaat. Dat had ik een jaar of vijf geleden niet durven te dromen. Indertijd was het makkelijker om woede en pijn van me af te zingen. Gore ging over de horror van mijn leven: de oorlog in Congo, mijn vlucht naar België, maar ook de periode dat ik dakloos was, de eenzaamheid die ik heb gekend... En dan was er nog de aanranding in ‘Quatre heures du matin’. Het werd vaak godsgruwelijk donker in mijn liedjes. Alleen zong ik er vaak over als een afstandelijke observator. In het begin had ik de gewoonte om mijn liedjes te ontmantelen, tot alleen het skelet overbleef. Kaal en kil. Dat geluid paste trouwens het best bij die songs, vind ik nog altijd. Maar sindsdien ben ik steeds dichter bij mijn gevoelens durven te komen: in de studio heb ik bijvoorbeeld wel eens zitten janken als een kind. Dat hoor je ook aan sommige opnames.”

Roc Nation

De liefde heerst, maar de duisternis lijkt nog steeds niet te zijn verbannen. “On a tous les clés de mon appartement / Quand j’entre, ils me suivent calmement”, klinkt het in haar single ‘Monsters’. De kwelgeesten hebben nog steeds een sleutel op de deur. “Ze volgen me zelfs tot in de slaapkamer”, zegt Kakoma. “Ik weet ook niet of ik ze ooit helemaal van me af ga kunnen schudden. Maar zolang ik ze op armlengte kan houden, lukt het me om te functioneren. Ik leef in vrede met mijn trauma’s. Ik moet leren leven met de pijn, anders zal die me te gronde richten.

“Het staat nu al vast dat de ellende uit mijn verleden nooit volledig uitgewist zal worden. Daar moet ik dus niet op rekenen. Maar ik wérk er echt aan om alle rotzooi te herleiden tot de titel van deze plaat: iota, of jota in het Nederlands. Dat woord betekent ‘zo goed als niets’. Het is er, en zal er altijd zijn. Maar liefde zorgt ervoor dat het een zwart puntje wordt op een groot vel wit papier. Zo wil ik mijn leven leiden. Zo wil ik ook een beter, evenwichtiger mens te zijn. Zelfs op dát vlak zijn mijn ambities dus torenhoog. (lacht)

“Het einddoel? Ik wil gelukkig zijn. Succesvol in wat ik doe, bescheiden over wat ik doe. De afgrond wacht me genadeloos op wanneer ik mezelf ooit al te vrijpostig op een piëdestal zou durven te zetten. Zo moeilijk is het gelukkig niet om met mijn beide voeten op de grond te blijven. Ik vond het bijvoorbeeld nogal grappig dat de media als één man op het nieuws sprongen dat ik bij Roc Nation zat. Waarom eigenlijk? Omdat ik nieuw personeel in dienst had genomen? (lacht) Want daar gaat het uiteindelijk om. Ik ben niet getekend op het label van Jay-Z, hè. Ik betaal Roc Nation om mijn management te doen. Dat is cool, zoveel wil ik grif toegeven. Maar verder: wat is daar op het eind van de dag zo speciaal aan?”

Ze grinnikt even. “Nu hoorde je dus de businesswoman Marie-Pierra. Die is helemaal anders dan de dromerige artiest Lous, maar ze wisselen elkaar met verrassend gemak af. Het helpt in deze wereld natuurlijk wel een beetje om bipolair in het leven te staan. Voor alle duidelijkheid: dat is geen klinische diagnose, maar het klonk goed. (lacht) Ik ben wel een vat vol tegenstellingen: er is de gekke Lous en donkere Lous. En die vechten al te graag een robbertje met elkaar uit. Geen idee wie er zal winnen op het eind van de dag. Maar zolang ze samen door één deur kunnen, kan ik daar vrede mee nemen.”

Hardnekkigheid

“Dat ik niet bij het minste nieuwtje over mezelf ga zweven, ligt natuurlijk aan mijn verleden op straat. Ik verwachtte acht jaar geleden echt geen moment succes, al hoopte ik er elk nacht wel op. Ik heb trouwens nog steeds niet het idee dat dit voor altijd zal duren. Het enige waar ik me aan vastklamp, is mijn niet in te tomen ambitie. En er speelt gelukkig ook wel wat talent mee, maak ik me toch sterk. (lacht)

“Maar ik voel wel voortdurend een zwaard van Damocles boven me hangen: ik leef vandaag in een droom, maar ik besef al te goed dat de muziekindustrie hard en ongenadig is, en dat alles in een mum van tijd weer voorbij kan zijn. Het succes, het geld, de volle zalen: alles kan van dag op dag verdwijnen als sneeuw voor de zon. En mijn huis kan in dezelfde week ook nog eens afbranden, weet je? De wet van Murphy.

“Goed, ik besef ook wel dat ik misschien wat te zwaarmoedig klink. Maar ik heb het gevoel dat ik klaarwakker deze droom moet beleven. Ik mag me niet verliezen in de droom. Daar is een voordeel aan verbonden: ik zal nooit badend in het angstzweet wakker schieten wanneer het uiteindelijk faliekant misloopt. Het ravijn heb ik trouwens al in de gapende muil gekeken. Alle mensen die mij als clochard onvoorwaardelijk hadden moeten steunen – familie en vrienden – zagen mij tot voor kort als een mislukkeling. A total loser. Dat heeft mijn ziel, mijn hart en mijn geest heel wat schade aangericht. Niemand geloofde in mij, maar mijn trots, mijn stem en mijn hardnekkigheid hebben ervoor gezorgd dat ik dit allemaal kon bereiken. Daarom probeer ik vandaag zo positief mogelijk in het leven te staan, zelfs wanneer ik een baaldag heb: ik besef wat een chance ik heb gehad. Ik zie het als mijn rol in dit leven om anderen te inspireren en hoop te bieden.

'Iota' van Lous and the Yakuza.  Beeld AP
'Iota' van Lous and the Yakuza.Beeld AP

“Wat mijn ambities zijn? Vroeger had ik je meteen ‘Prince worden!’ geantwoord. Een legende voor de eeuwigheid. Voor minder zou ik mijn hand niet hebben willen omdraaien. Maar daar ben ik vandaag zo’n beetje op teruggekomen. Ik wil oprecht niet iemand als Beyoncé worden: zij is misschien het epitheton van succes, maar daar ligt mijn bestemming niet. Daar ligt mijn kracht trouwens niet. Mijn echte superkracht? Onuitputtelijke inspiratie en discipline. Mijn focus is zo scherp als een scheermes. En muziek is mijn alfa en omega. Daar moet ik dus genereus mee omspringen, terwijl ik zuinig wil omspringen met mezelf in de kijker. Er is vandaag sowieso al te weinig ruimte om vergissingen te maken.

“Snel succes? Dat is in het licht van de eeuwigheid een vrij banaal bijproduct. Wat ik doe, moet op het eind van mijn leven iets betekend hebben. Dat is de droom die ik wil nastreven.”

Iota is uit bij Columbia Records / Sony Music.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234