Vrijdag 18/10/2019

Interview

“Onze ouders zouden ons graag eens iets serieus zien doen, maar we komen altijd weer bij flauwekul terecht”

Carl (l.) en Jan Dircksens Beeld Illias Teirlinck

De ene maakt furore als de woordvoerder, de ander is al jaren een van de beruchtste grappenmakers achter de schermen van Woestijnvis. Voor de nieuwe sitcom Geub slaan Carl en Jan Dircksens nu de handen in elkaar. Jan schreef het scenario, Carl speelt een gastrol. “Onze ouders zouden ons graag eens iets serieus zien doen, maar we komen altijd weer bij flauwekul terecht.”

Het televisieverhaal van de Dircksens-broertjes begint tien jaar geleden in een sjofel theaterzaaltje boven De Bottelarij in hartje Molenbeek. Op het podium doet de dan 24-jarige Carl Dircksens een verwoede poging een rauwe vis naar binnen te spelen. “Ik studeerde theater aan het RITS en had voor mijn solovoorstelling aan het einde van mijn eerste jaar een verhaal bedacht over een eskimo die als hinkstapspringer deel wou nemen aan de Olympische Spelen. En omdat ik toch een serieuze toneelopleiding volgde hoorde daar het degusteren van een rauwe vis bij. Althans, dat dacht ik toch.” Jan Dircksens, de vier jaar oudere broer van Carl, zit ondertussen met stijgende verbazing naar het podium te staren. “Na die avond wist ik dat het hoog tijd was om hem daar weg te halen.”

Jan neemt zijn jongere broer mee naar Woestijnvis, het productiehuis waar hij zelf sinds een paar jaar aan de slag is. Anno 2019 zijn de Dircksens daar uitgegroeid tot sterkhouders binnen het bedrijf. De oudste vooral achter de schermen, als tekstschrijver bij programma’s als De pappenheimers, Geubels en de Belgen en Achter de rug. De jongste sinds twee jaar ook voor de camera als de woordvoerder die in De ideale wereld overduidelijk kromme zaken toch probeert recht te praten.

Hun nieuwste project komt volgende week op het scherm. Geub, een sitcom met Philippe Geubels in de hoofdrol. Jan (38) schreef het scenario, samen met Humo-cartoonist Jeroom en Woestijnvis-oudgediende Jan Reymen. Carl (34) speelt een gastrol als directeur van een pizzabedrijf. Jan: “Ik had iemand nodig die een soort arrogante Antwerpenaar kon spelen en dan is mijn broer de eerste die bij me opkomt.” 

Samenwerken doen de broers nochtans niet vaak. “De laatste keer zal een paar jaar geleden zijn geweest”, vertellen ze. “Voor de begrafenis van ons bomma hebben we samen een speech geschreven. Een geweldig succes trouwens. Al moeten we daar eerlijkheidshalve ook bij vertellen dat zo’n begrafenispubliek dan ook zowat het makkelijkste publiek is dat er bestaat.” Op professioneel vlak bleven ze de laatste jaren wat verder uit elkaars buurt. Toch wisten ze steeds perfect waar de ander mee bezig was.

Carl: “Wij zijn elkaars klankbord. Als ik iets doe, laat ik het eerst aan Jan zien.”

Jan: “En omgekeerd. We zijn allebei twijfelaars. Tot op het belachelijke af. En twijfelaars verstaan elkaar. Ik kan tot vervelens toe blijven vragen of iets echt wel goed genoeg is. Carl begrijpt dat. Iemand anders zou dat veel sneller beu zijn.”

Carl: “Je kan tegen je broer onbeschaamd eerlijk zijn. Als iets niet goed is dan zeggen we dat ook met zoveel woorden.”

Jan: “Niet dat we elkaar dan compleet afbranden. We zijn eerder van het ondersteunende type.”

Jan en Carl Dircksens. Beeld Illias Teirlinck

Wat was het broederlijke oordeel over Geub?

Carl: “Ik heb tijdens de ruwe versie van aflevering één toch een aantal keer luidop zitten lachen voor mijn tv. Dat is altijd een goed teken.”

Jan: “Bij het schrijven is het eerste criterium: ‘Moet ik er zelf om lachen?’ Maar dat betekent niet noodzakelijk dat anderen het ook grappig vinden. Als ik dan merk dat Carl om dezelfde dingen lacht is dat toch een geruststelling.”

Carl: “Een reeks als Geub valt of staat met die lach. Als het niet grappig is, blijft er weinig over. Dat is net het moeilijke aan humorreeksen.”

Is Carl het enige jurylid?

Jan: “Neen, ik heb die eerste ruwe versie ook aan mijn lief laten zien.”

En wat was haar oordeel? 

Jan: “Zij moet minder met kaka en pipi lachen. Wat haar enorm siert, maar wat er ook voor zorgde dat sommige moppen het minder goed deden.”

Carl: “Ik vind het heel moeilijk discussiëren over moppen. Wat de ene grappig vindt, is dat voor een ander soms totaal niet.” 

Jan: “Ik heb ook niet alle moppen waar mijn lief niet om kon lachen zomaar geschrapt.  Er is wel wat vuiligheid uit, maar dan vooral omdat die vuiligheid niet goed genoeg was.” 

Van vuiligheid gesproken. Wanneer Geubels in de eerste aflevering op date gaat met een Miss Belgian Beauty-kandidate is dat aanleiding voor een hele reeks grappen over haar kalkoen en hoe Philippe die het best kan soppen. Geen schrik dat de humor in Geub er voor sommige mensen over zal gaan?

Jan (aarzelt): “Sommige mensen zullen dat misschien vrouwonvriendelijk vinden, maar er zitten in Geub minstens evenveel grappen die je als manonvriendelijk kan catalogiseren. Je schrijft zo’n reeks ook met je hoofdrolspeler in het achterhoofd. En Philippe is op een podium nu eenmaal niet vies van een vuile mop. Het zou heel vreemd zijn om dat soort humor te schrappen in een sitcom die helemaal om hem draait. We hebben er wel aan gedacht om die passages wat minder expliciet te maken, maar dan waren ze ineens ook minder plezant. Dan is de keuze snel gemaakt. Als mensen na zo’n aflevering zeggen: ‘Ik heb gelachen maar ik vond het wel een beetje plat’ kan ik daar perfect mee leven. Pas als ze het plat vonden en helemaal niet grappig heb ik een probleem.” 

Moeten jullie wat humor betreft nu sneller op de rem gaan staan dan een paar jaar geleden?

Carl: “We discussiëren bij De ideale wereld alleszins meer over bepaalde moppen. De sfeer waarin zo’n grap wordt ontvangen, is gewoon anders. Neem nu die grappen die Jonas Geirnaert in De slimste mens over de zuurgooier maakte. Vroeger zouden die gewoon gepasseerd zijn. Nu worden er een paar tweets gestuurd, een journalist schrijft er een artikel over en voor je weet is het ‘een kwestie’. Terwijl het dan om zes mensen gaat bij wie zo’n grap in het verkeerde keelgat is geschoten. Wie vroeger zijn mening kenbaar wou maken moest een brief schrijven, postzegels zoeken om dan te hopen dat zijn of haar brief een paar dagen later in de krant zou verschijnen. De kans op controverse was gewoon veel kleiner.” 

Hun gevoel voor humor kregen de broers van thuis mee, vertellen ze. “Onze ouders zijn op hun manier wel grappig. Maar het is nooit bij ons opgekomen dat we later met grappen maken onze boterham zouden kunnen verdienen. We keken thuis wel veel tv, maar dat was een onbereikbare wereld. Onze ouders hadden ook niets met die mediawereld. Ze runden een koffiewinkel in Antwerpen, Cuperus heette die. Onze enige hoop was Dirk Sterckx. Ons moeder gaf op gegeven moment les in de school waar ook de vrouw van Dirk werkte en zo kwam het dat wij weleens samen op weekend gingen. Wanneer we daarna naar Alles kan beter keken en Dirk kwam in beeld dan zaten we te roepen: ‘Wij kennen die!’”

Hebben jullie je ouders er ondertussen van kunnen overtuigen dat je met humor wel degelijk een volwaardige carrière uit kan bouwen?

Jan: “Wij zijn niet de familie die elkaar elke morgen met bloemen staat op te wachten, maar ik denk wel dat onze ouders fier op ons zijn.”

Carl: “Al zit er ook nog altijd een stuk verbazing bij. Als ze dit interview te zien krijgen, zullen ze ook wel denken: ‘Wat staan die twee nu in de krant te doen?’.” 

Jan: “Het zijn kritische fans, laat het ons daar op houden.”

Jan en Carl Dircksens Beeld Illias Teirlinck

Kunnen ze lachen om wat jullie op tv doen?

Jan: “Ik denk het wel. Al praten we daar eigenlijk niet vaak over. Ik heb nog nooit gevraagd: ‘Mama, ik heb een vaginagrap geschreven, laat je me eens weten wat je ervan vindt?’ Toen De dag op tv kwam vroeg ons vader waarom wij ook eens niet zoiets konden maken. (lacht) Ik denk dus wel dat hij graag zou hebben dat we eens wat ernstiger dingen doen. Maar om een of andere reden komen we toch altijd weer bij flauwekul terecht. Hij blijft ook hopen dat Carl ooit een echte voetbalcommentator wordt.”

Carl (gespeeld verontwaardigd): “Dat ben ik al. Ik becommentarieer op Proximus TV  tijdens de groepsfase van de Champions League de wedstrijden die geen van de andere commentatoren wil doen. Je hebt op zo’n speeldag altijd twee topmatchen die iedereen wil zien, vijf wedstrijden die veel mensen willen zien en één match waar alleen een paar Roemenen naar kijken. Liefst dan nog zonder klank. Die doe ik. Dan zit ik in een kot van twee op twee ergens in Evere te kijken naar een match van FK Qarabag, de kampioen van Azerbeidzjan. Ik vind het fantastisch om me in zo’n ploeg te verdiepen en dan te weten dat Maksim Medvedev daar op rechtsachter speelt.”

Geen ambitie om commentaar te geven voor meer dan een handvol Roemenen?

Carl: “Ambitie misschien wel, maar ik wil er ook de andere dingen die ik bij Woestijnvis doe niet voor opgeven. Ik ga ervan uit dat dat soort kansen komen als ze moeten komen. (denkt na) Al is dat misschien niet de beste uitspraak om mijn ambitie te demonstreren. Schrijf maar op dat ik binnenkort Frank Raes van zijn stoel kom duwen.” 

Jullie werken allebei al heel jullie carrière bij Woestijnvis. Er nooit aan gedacht om andere lucht op te gaan snuiven?

(in koor): “Neen”.

Zelfs niet toen de herlancering van VIER op een sof uitdraaide?

Jan: “Iets zien mislukken is ook wel eens plezant. Dan heb je later iets om aan je kleinkinderen te vertellen.  Ik heb tijdens die periode nooit echt in de loopgraven gezeten. Ik was toen bezig met Geubels en de Belgen. Terwijl iedereen hier depressief rondliep zaten wij elke avond in kleine zaaltjes te try-outen. Ik heb mij daar toen goed geamuseerd. Bij vele anderen hier in huis was dat wellicht anders.”

Carl: “Die sfeer is trouwens snel omgeslagen. Natuurlijk zijn er veel mensen vertrokken, maar er zijn er ook veel nieuwe bijgekomen. En zo’n valse start heeft ook voordelen. Dat je met een gedurfder programma als De ideale wereld kon starten bijvoorbeeld.”

Jan: “We konden ons plots wel wat risico permitteren. De herlancering was toch al mislukt.” 

Carl: “Het zou bovendien raar zijn om hier weg te gaan. Ook de vriendin van Jan werkt hier. Eigenlijk is Woestijnvis een beetje ons familiebedrijf.”

Als het ooit fout loopt met Woestijnvis ziet de toekomst van de familie Dircksens er dus niet meteen rooskleurig uit?

Carl: “Gelukkig is mijn vriendin vast benoemd in het onderwijs. Je hoeft je over ons geen zorgen te maken.” 

Geub, vanaf 5 april bij Telenet Play

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234