Zaterdag 18/01/2020

Poëzieweek

Ontdek Peter Verhelst tijdens de Poëzieweek

Peter Verhelst. Beeld Karoly Effenberger

Morgen gaat de Poëzieweek van start met Gedichtendag - Stefan Hertmans schreef het Poëziegeschenk. Een ideale gelegenheid om ook de nieuwe, prachtige bundel van Peter Verhelst aan een nader onderzoek te onderwerpen.

Zie ons op de daken

boven het rimpelloze water - de weerspiegelingen

maken ons duizelig en gelukkig

dat het wolkje voor ons gezicht te beven hangt,

zo graag hadden we gehad

dat het de vorm aannam van een zich

opkrullend kind dat almaar bleker stilletjes

zijn koorts in ons uitslaapt, zijn droom in ons

uithuilt. We verstijven als kaarsvet op de daken,

een vlam

onbeheersbaar in onze keel

trillend.

Onder ons trekt het water de kranen weer in, trekt

modder de grond in, blootgelegde dieren en auto's

en verokerd speelgoed en de wereld vol plantengroei

die we niet herkennen,

Terwijl we op de toppen van de tenen,

met geheven armen, bijna loskomen, bijna

Kunnen we ons aan het wolkje volzuigen - in de verte

komt iets oranjeroods opzetten.

Weldra zal die gloed op ons gezicht staan.

Peter Verhelst

Misschien gaat poëzie altijd wel over controleverlies. De dichter spreekt een zone in zichzelf aan waar hij niet precies de vinger op kan op leggen. Een gebied dat altijd in de schaduw blijft, ook bij de lezer. Het is een donkere plek die aantrekt.

Dat is de grote kracht van Stefan Hertmans' (°1951) poëzieweekgeschenk Neem en lees. De bundel begint met een sterk appel aan de lezer. Misschien had Hertmans daarbij voor ogen dat deze gedichten anderen dan de vaste poëzielezers zouden bereiken. Hij vraagt hen terecht om zich open te stellen. Dat zit ook in de titel van de bundel, die een verwijzing is naar Augustinus, die een kind hoort zingen naast het huis van zijn moeder. Hij denkt dat hij de woorden 'tolle, lege' hoort, 'neem en lees'.

Herinneringen staan centraal. Ze zijn de motor van de literatuur. Mnemosyne is niet toevallig de oermoeder van de muzen. Maar volgens sommige bronnen is het ook de naam van een rivier in Hades. Doden die van het water dronken, zouden hun leven niet vergeten.

Herinneringen worden ook in deze bundel met het bezweren van de vergankelijkheid verbonden. Ze zijn datgene wat we zo graag zouden willen bijhouden, maar wat ons altijd deels ontsnapt. Niets blijft, ook niet wat geschreven is: 'de helft van wat je maakt / is al opnieuw verdwenen'. Ook de liefde kun je niet bijhouden, niet vatten.

Stefan Hertmans verwijst in twee gedichten naar de tragiek die met de vluchtelingenstroom gepaard gaat. Zoals in het gedicht dat ik koos, lezen we beelden die in ons collectief geheugen gegrift staan, maar die hij een persoonlijke toets geeft. In de andere gedichten legt hij mooi de nadruk op particuliere herinneringen.

Beeld rv
Beeld rv

Altijd de liefde

Peter Verhelst (°1962) bezingt in Zing zing, net als in zijn vorige bundel Wij totale vlam (2014), de liefde in al haar lichamelijke, maar ook onvatbare hoeken. In het eerste gedicht al zien we die vermenging van beide niveaus. 'Hoe moet het verder met ons?', lezen we. Maar net zo goed: 'Hoe zou jij dat noemen, verlangen naar iets moois?/ Je schudt je hoofd. Naar iets wat er altijd zal zijn, fluister je,/ droom je weg, je pink streelt je mond en ergens// moeten nu verdrietige vormen ontstaan/ van glimlach, magnolia, halsbandparkiet.'

De gedichten in Zing zing hebben soms een bijna extatische toon, maar ze zijn tegelijk doordesemd van melancholie, zoals in het gedicht dat ik koos. Niet verwonderlijk dat die samengaan. Wie zo zinnelijk in de wereld staat als het ik van de dichter, kan niet anders dan doordesemd zijn van de broosheid van het geluk.

Maar het onzekere hoeft niet noodzakelijk duister en dreigend te zijn: 'Misschien moeten we eerst maar even,/ de armen om elkaar geslagen, over de rand kijken.// Uit de mist horen we - bij elke stap gooien ze/ witte kleren voor zich uit - horen we/ een doorzichtig koor op ons af komen.' Zoals de titel aankondigt, refereert Verhelst meerdere keren aan het zingen, maar hij vat dat metaforisch op: 'Je ademt diep in,/ met wenkbrauwen gefronst en lippen vaneen/ voor het ware zingen./ Alsof je eindeloos rook uitblaast. Alsof je gezicht/ van binnenuit verlicht, voorovergebogen,// elk met een hand op elkaars rug om de hartslag te voelen,/ terwijl het zwart wordt./ Heel lang geleden.' De dreiging van de vergankelijkheid is altijd dichtbij.

Verhelsts gedichten zijn als rituelen die langzaam, bedachtzaam voltrokken worden, midden in de natuur, met een voorkeur voor het onvatbare, zoals in het gedicht 'De dag dat we van de berg afdaalden': 'We namen in onze voetstappen plaats - die leistenen/ schoenen, kwarts, topaas, zirkoon./ We voelden vertrouwde kniepijn, raapten van de grond/ wat we tijdens het klimmen hadden achtergelaten/ of wat we ons niet langer herinnerden.// Bij de rivier brak het onzichtbare koor/ zich in de stroming telkens weer in scherven.' De dingen gaan aan het zingen, zoals Verhelst met de titel van de afdeling 'Zingende gebouwen' al aangeeft. Het ondefinieerbare krijgt stemmen in de afdelingen 'Gezangen van de onmogelijk onbeweeglijke', 'Gezangen van de nooit voorheen' en 'Gezangen van de onverrichterzake'.

De gedichten hebben een sterke muzikaliteit, maar niet doordat hij een opzichtig klanktapijt weeft of ze strak structureert. Het gaat eerder om een compositie met haperingen, openingen, aarzelingen. Dat zijn de plekken die de lezer naar hartenlust met zijn verbeelding kan invullen. Hij wordt opgenomen in de poëzie, omdat de wij-vorm niet alleen staat voor de ik-figuur en zijn geliefde. Het maakt dat deze gedichten een sterk verweer bieden tegen al het cynisme dat dit tijdsklimaat lijkt te beheersen.

Ethische poëzie

Is deze poëzie onbekommerd esthetisch? Helemaal niet. Alleen al door de betrokkenheid op de lezer en dus op de wereld heeft ze een belangrijke ethische kant. De poëzie van Peter Verhelst is een vrijplaats. Dat hij dit soort gedichten schrijft, zo kwetsbaar, getuigt van durf.

Peter Verhelst duwt met Zing zing de poorten van de perceptie weer wat verder open. Wat je te lezen krijgt, voert je mee, voorbij de ervaring.

Poëzieweek, van 28/1 tot 3/2

Stefan Hertmans, Neem en lees, Stichting CPNB, 13 p., vanaf Gedichtendag gratis bij aankoop van 12,50 euro poëzie.

Peter Verhelst, Zing zing, Prometheus, 72 p., 15 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234