Zaterdag 24/08/2019

Strips

Ontdek de vijf opvallendste strips van de week

Pagina uit 'Giant'. Beeld rv

Wat hebben de mormonen te maken met het racecircuit? Waarom stierven twee op de vijf hoogtewerkers in de jaren 30? Hoe elimineer je een Belgische stripklassieker? Hoe smokkel je transcendentie in een sciencefictionstrip? En een prequel van Dangerous Liaisons, werkt dat wel? Vragen, vragen, vragen...

Giant (★★★★☆)

Twee op de vijf hoogtewerkers die vanaf de woelige jaren 30 meebouwden aan wolkenkrabbers, vielen te pletter. Veiligheidsharnassen of -touwen werden niet gebruikt, de lefgozers mochten al blij zijn als er zich een veilige lift in het gebouw bevond om hen naar hun werkplaats richting wolkendek te begeven, niet zelden meer dan driehonderd meter hoog.

De Canadese auteur Mikaël heeft met
Giant een indrukwekkende beeldroman afgeleverd over het lef en leven van die hoogtewerkers. Zijn graphic novel speelt zich af in 1932, ergens in Manhattan, een jaar nadat de Empire State Building met 381 meter het hoogste gebouw ter wereld werd (en dat bleef tot 1972).

Cover van 'Giant'. Beeld rv

Hoofdrolspeler is Giant, een boom van een vent, door zijn collega-hoogtewerkers omschreven als een weliswaar betrouwbare, maar weinig spraakzame en mysterieuze kerel. Hij slaat op eenzame hoogten klinknagels op de werf van wat het Rockefeller Center zal gaan heten. Tegen wil en dank sluit hij vriendschap met de rosse spraakwaterval Dan Shackleton, een jonge, fragiele hoogtewerker wiens leven hij op een van zijn eerste dagen redt. Via hem, alsook door de tergend trage brievenconversatie die Giant voert met een jonge vrouw uit Ierland, komt het verleden én het karakter van het titelpersonage bovendrijven.

Tekenaar en scenarist Mikaël toont naast het ellendige bestaan van arbeiders uit die tijd ook hoe hoop, solidariteit en vriendschap in de steegjes van het oude Manhattan snakken naar hun plekje onder de zon. Charlie Chaplin, de maffia, baseballspeler Babe Ruth, de nakende verkiezing van Franklin Roosevelt, de Ierse migranten, de huisjesmelkers en de hoertjes. Allemaal thema’s die terloops worden aangekaart, maar die de bijzondere sfeer bepalen van deze beeldroman, dit verhaal. Honderdtwintig pagina’s vol bloedmooie plaatjes, stuk voor stuk warm ingekleurd met bruintinten alsof de auteur de oude sepia-foto’s van weleer wilde eren. Hier moet maanden research in gekropen zijn. Heel wat pagina’s bevatten geen tekst, enkel decors. Maar u mag er de auteur op uw blote knietjes voor danken: zo mooi zijn ze. Een warm verhaal, sober en breekbaar.

Uit bij Dargaud.

Pagina uit 'Giant'. Beeld rv

Bonneville 1: Vier nul zeven! (★★☆)

Dat Vlaming Marvano gefascineerd is door wagens en historiek, is een understatement. Met zijn terecht bejubelde trilogieën Berlijn en Grand Prix toonde hij het afgelopen decennium aan hoe gezwind hij zelfs niet-autoliefhebbers in zijn verhalen wist mee te zuigen. Spanning, actie en menselijkheid: alles was aanwezig.

In deze
Bonneville pakt hij het echter anders aan. Het tweeluik is gebaseerd op Salt of the Earth, een vergeten manuscript van de in Jabbeke geboren, en naar de VS geëmigreerde Zeldine Johnson/Janssen. Haar mormoonse gezin week toen uit naar Wendover, een stadje in de Amerikaanse staat Utah van nog steeds maar een kleine tweeduizend inwoners, dicht bij de 260 km² grote Bonneville-zoutvlakte, vooral bekend als uitvalsbasis van recordjagers.

Cover van 'Bonneville'. Beeld rv

Marvano toont hoe Zeldine in de ban raakt van die recordauto’s en hoe de mormonen zich met de wereld van de LSR (Land Speed Record, het wereldsnelheidsrecord op land voor auto's) associeerden. In één ruk neemt de auteur je moeiteloos mee doorheen de periode toen hij zelf nog een tiener was en waarin onder andere JFK en de Cuba-crisis de revue passeren.

En daar loopt het mis. Waar hij in zijn eerdere strips de lezer moeiteloos doorheen de geschiedenis loodste via interessante personages, houd hij het hier op een geschiedenisles. Het jonge meisje Zeldine fungeert hier enkel nog als bindmiddel. Maar dan eentje waarvan de samenstelling van zo’n slechte kwaliteit is, dat alles los komt te liggen.

Weergaloos in beeld gebracht, dat zeker. Zijn bladspiegel, het licht en de aandacht voor detail zijn indrukwekkend. Nog meer liefde in die tekenplaten stoppen, is onmogelijk. Zijn stijl, en de warme inkleuring door Bérengère Marquebreucq, spreken boekdelen. Maar los daarvan heeft Bonneville wat het verhaal  betreft erg weinig om het lijf, zeker voor wie niet vertrouwd met of geïnteresseerd is in wagens. Niet mensen, maar wagens kregen immers de hoofdrol in wat een veredelde docustrip is geworden. Jammer. Enkel de liefhebbers van racewagens krijgt hij zo mee. Voor hen moet dit een feestje zijn, voor alle anderen swingt dit niet genoeg. Te droog. Te zeer een rechttoe rechtaan geschiedenislesje.

Uit bij Dargaud.

Pagina uit 'Bonneville'. Beeld rv

Dangerous Liaisons: Hoe het begon (★★☆☆)

In 1782 schreef de Franse legergeneraal Pierre Choderlos de Laclos de brievenroman Les liaisons dangereuses. Zijn bedoeling: zijn tijdgenoten een spiegel voorhouden omtrent hun corruptie en morele achteruitgang. In ons collectieve geheugen is die brievenroman echter verworden tot een erotische bundeling over liefde, seks, macht en wraak. Wie de roman niet kent, herinnert zich wellicht Stephen Frears’ filmadaptatie uit 1988, met Glenn Close, John Malkovich, Michelle Pfeiffer, Uma Thurman en Keanu Reeves in de hoofdrollen.

Tijd dus voor een prequel, dacht de Franse scenarist Stéphane Betbeder. In het oorspronkelijke verhaal gaan markiezin de Merteuil en burggraaf de Valmont –twee weinig empathische, verwende libertijnen – een weddenschap aan waarin verleider de Valmont wordt opgedragen een preutse jongedame te verleiden. Slaagt hij daarin, dan mag hij naar bed met zijn opdrachtgeefster. 
Maar de verliefdheid slaat toe, en daarmee ook de jaloezie en – de onvermijdelijke  haat en nijd.

Cover van 'Dangerous liasions'. Beeld rv

In deze prequel is de Valmont nog een puber. Een fragiel kind zelfs, eentje dat omwille van zijn epilepsie overbeschermd wordt door zijn moeder en liefst in zijn eentje de natuur intrekt om aantekeningen te maken over het dierenrijk. Dat wil zeggen: tot de sensuele gravin de Senanges zich over hem ontfermd. Langzaamaan ontpopt de jonge man zich tot een gladde verleider. Dat loopt goed, tot hij zijn gravin teleurstelt wanneer hij haar nicht verleidt.

Zowel de scenarist als tekenaar Djief slagen er bijna moeiteloos in om de lezer onder te dompelen in de libertijnse high society van de achttiende eeuw, waar bij elk nieuw voorval de laagjes schone schijn kundig worden afgeschuurd. Een sfeerstrip over passie en liefde met weerhaken binnen de adellijke kringen van weleer. Knap opgebouwd, met magistrale decors, vlotte dialogen en een wat elitaire vertelstem die staat voor de gedachtegang van de onbeschofte burggraaf de Valmont.

Uit bij Glénat.

Pagina uit 'Dangerous liasions'. Beeld rv

Terug naar Belzagor (★★★☆☆)

Rotverwend waren we, toen de Braziliaanse tekenaar Léo in 1994 met zijn sciencefictioncyclus Aldebaran zo’n originele fauna en flora etaleerde, dat vele andere sf-reeksen erbij verbleekten. Weinigen die hem die tour de force nadeden. Maar kijk: er is licht aan de horizon. De Italiaanse Laura Zuccheri heeft in Terug naar Belzagor een knappe poging ondernomen.

Dit tweeluik, waarvan zonet het eerste deel verscheen, is gebaseerd op de roman
Downward to the Earth van de nu 83-jarige Amerikaanse, gerenommeerde schrijver Robert Silverberg. In die roman uit 1969 (voor de echte stripfan: waarvoor niemand minder dan Frank Frazetta de cover van de eerste druk tekende) stond een van de thema’s centraal die de auteur wel vaker gebruikte: transcendentie.

Cover van 'Belzagor'. Beeld rv

Een klein team van wetenschappers trekt clandestien naar de planeet Belzagor in de hoop er in Het Land van de Mist deel te nemen aan het oeroude, tot de verbeelding sprekende ritueel van de wedergeboorte. Maar de geschiedenis haalt hen in, want de teamleider heeft een verleden op deze planeet waardoor de twee intelligente wezens – de Nildoror en de Sulidoror – op hun hoede zijn. Niettemin slaagt het expeditieteam erin om door te dringen in de wereld van de Nildoror, maar dat staat wel iets tegenover...

Met het vierluik De glazen degens (ook gepubliceerd bij Daedalus) slaagde de Italiaanse tekenares Zuccheri er al eerder in om lezers van haar kunnen te overtuigen. In dit tweeluik kan ze net iets minder uitpakken met haar talent om buitenaardse fauna en flora te verbeelden, maar genoeg om geloofwaardig te zijn en je in het verhaal te trekken.

Een sciencefictionverhaal vol actie en ruimtetuigen moet u niet verwachten. Silverberg beroept zich op andere thema’s, zoals kolonisatie, seks, drugs en uiteraard het bovenmenselijke bewustzijn. In Europa stond scenarist Jodoroswksy voor dit soort ‘maffe’ sciencefiction, in de VS wist Silverberg er wel weg mee. Apart, maar zeker boeiend.

Uit bij Daedalus.

Pagina uit 'Belzagor'. Beeld rv

Canardo 25: Een extreme winter (★☆☆☆☆)

Wat is er toch gebeurd met Canardo? Toen het grofgebekte, gevederde drankorgel met Columbo-jas in 1978 uit de pen kroop van de Belgische auteur Benoît Sokal, wreef zowat elke striplezer zich in de handen. Een loser die niet afkerig is tegenover wat schuttingtaal, met een eendensnavel als persiflage op de populaire, clichématige politieroman, dat ontbrak nog in de Belgische stripscène. De eend was laf, egocentrisch en antipathiek. Hoera! Een Belgische anti-held. Eindelijk. Zijn geestesvader wilde – omdat hij nu eenmaal beter dieren kon tekenen – het via de dierenallegorie hebben over mensen, voornamelijk die uit de zelfkant van de maatschappij. Misère, zwartgalligheid en cynisme, zelfs in de mistroostige decors kwam het terug. Maar de zwarte humor waarmee Sokal zijn kijk op de mensheid overgoot, sloeg aan.

Cover van 'Canardo: Een extreme winter'. Beeld rv

Zo’n twee decennia leverde dat geweldige strips op. Midden jaren 90 begon de reeks echter te lijden onder voorspelbaarheid. Met het nieuwe album Een extreme winter is de teloorgang ervan een feit. Het verhaal: Canardo wordt opgedragen om uit te zoeken of de terreurfilmpjes van de vader van de hertogin van Belgamburg wel echt zijn, en komt terecht bij jihadisten. Meer heeft het echter niet om het lijf.

Sokal heeft het tekenwerk al jaren geleden overgelaten aan Pascal Regnauld. Die bracht het er in zijn beginperiode goed vanaf, maar dat is niet langer het geval. Vergelijk het tekenwerk met dat van vroeger, en je merkt meteen: huilen met de pet op. Een minimum aan decors, antropomorfe dieren die wel snel getekende karikaturen lijken van hun voorgangers. Alsof Hec Leemans Sokal heeft overhaald om – F.C. De Kampioenen-gewijs – zo snel mogelijk te tekenen om zoveel mogelijk albums op de markt te brengen. Kassa kassa. Fuck de kwaliteit. Leve de kwantiteit. Zoiets.

Best wel pijnlijk. Canardo bestaat dit jaar niet alleen veertig jaar, deze Een extreme winter is het vijfentwintigste album. Feest? Niet echt. Onze gevederde vriend kreeg een verjaardag in mineur. Deze Belgische stripklassieker lijkt definitief naar de filistijnen geholpen.

Uit bij Casterman.

Pagina uit de nieuwste 'Canardo'. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden