Dinsdag 20/08/2019

Strips

Ontdek de 5 opvallendste strips van de week

De Loterij: vroeger een hype, vandaag een voorspelbaar verhaal Beeld RV

De moord op JFK ligt aan de basis van een opvallende hardboiled misdaadreeks, de Nederlandse stripscène toont ballen en het gaat beter met Fanny Kiekeboe. Verder werd een kortverhaal uit 1948 een graphic novel en is Cosey terug van lang weggeweest.

De loterij (★★☆)

Toegegeven. Alles is mooi aan De loterij. Zowel de cover, de uitgave op zich, als het bloedmooie tekenwerk van Miles Hyman. Ook ’s mans eigen verleden is van primordiaal belang voor deze uitgave. Immers, in 1948 publiceerde zijn eigen oma dit opvallende kortverhaal in The New Yorker. Dat ging niet onopvallend voorbij. Over heel de VS werden mensen op het verkeerde been gezet, zich afvragend of dit soort praktijken nog steeds gangbaar waren in de VS. In het Library of Congress zijn de talloze brieven die er op volgden nog steeds te raadplegen.

De loterij cover Beeld RV

Later werd het kortverhaal, dat vriend en vijand als haar meesterwerk omschreef, tot drie keer toe verfilmd en schopte het het zelfs tot een hoorspel. Om maar te zeggen: Shirley Jackson (1916-1965) had haar bijnaam ‘de koningin van de Southern Gothic’ niet gestolen. Tot haar bekendste literaire fans behoren onder meer Stephen King, Neil Gaiman en Sarah Waters.

Waarover het dan gaat? Sorry, dat zeggen we niet. Dit kortverhaal steunt op één pijler. Spoiler alerts en rode vlaggen zijn er al wanneer je nog maar een tipje van de sluier oplicht. Laten we het hier op houden: De loterij gaat over een loterij. Voilà. Geen dank.

Het succes van De loterij had wellicht te maken met de context. Het verscheen ten tijde van Mc Cathy’s anticommunistische Koude Oorlogshysterie en werd gezien als een allegorie van angst en willekeur. Zeventig jaar later blijft echter enkel een erg voorspelbaar verhaal over dat diverse auteurs wereldwijd op diverse manier vertellen. Na dertig pagina’s weet je precies waar het verhaal naartoe leidt. Sterker: het lijkt wel alsof M. Night Shyamalan zijn bak vol cliché’s heeft opengewerkt en meent dat een beetje mysterie het als vanzelf schopt tot een avondvullende bioscoopfilm. 

De vorm is alles, moeten ook de uitgevers en makers achter deze stripadaptatie gedacht hebben. Maar meer dan knappe camouflage om een flauw verhaal te verkopen, is het niet. Of u moet overstag gaan bij dat andere verkoopspraatje, dat de sfeer van deze strips die van de Coen-broertjes uitademt. Het blijft een geweldig sfeervol en extreem mooi getekend, eigenzinnige film noir-beeldroman. Maar het is geen aanrader. Zelden dat een saaie strip zo mooi gecamoufleerd werd.

Uit bij Scratch

Fanny K. (★★★☆)

Toen het eerste deel van Fanny K. , de spinoff rond het De Kiekeboe-personages Fanny, in april vorig jaar op de markt kwam, was het even slikken. Zowel Merho, scenarist Toni Coppers als tekenaars Jean-Marc Krings bleken hun hand te hebben overspeeld met enkele zodanig geforceerde, ongeloofwaardige gebeurtenissen, dat de meest opvallende karaktermoord in een Vlaamse strip ooit plots een jammerlijk feit werd. Van de vrijgevochten Fanny uit De Kiekeboes bleef op die eerste pagina’s immers amper iets over. Fanny wilde trouwen met een bruut, werd geslagen en ging daar amper tegenin. De thriller die zich daarop ontspon, was dan al een verloren zaak.

De tweede Fanny K leest als een trein, maar is ook nogal karikaturaal. Beeld RV

In de wandelgangen werd al gesproken over het stopzetten ervan. Maar kijk, deel twee leest als een trein. Misdaadschrijver Coppers mocht dan weinig binding hebben met het personage Fanny, hij weet wel hoe hij een thriller aan een groot publiek moet verkopen. En ook Fanny is opnieuw haar oude zelve in dit mafiacomplot: vastbesloten, kordaat, krachtdadig en assertief. Het functionele naakt en de expliciete seks - dé ingrediënten om een commerciële strip te verkopen - hebben de makers nu gelukkig achterwege gelaten. Bloederige moorden daarentegen blijven als vanouds, als willen ze er wat te duidelijk opleggen dat deze nevenreeks volwassener is dan de moederreeks. 

Helaas blijft het allemaal nogal karikaturaal. Zeker qua tekenwerk. Krings is niet de beste tekenaar, maar dan nog verwacht je niet dat een stripauteur zulke cliché-schurken creëert. Los daarvan, met Coppers aan het roer, kan dit nog wel wat worden. Al zal hij nog steeds een antwoord moeten bieden op de vraag waarom hij destijds het hulpeloze wezen genaamd Fanny op zo’n belabberde manier introduceerde.

Uit bij Standaard Uitgeverij

Calyso (★★★☆)

De bergen, spiritualiteit, papieren hoofdrolspelers met - bij voorkeur - een licht onevenwichtig kantje en grote stripplaten met pastelachtige inkleuringen. Voor al die redenen en meer, die bijna vijftig jaar in allerhande reeksen en beeldromans tot uiting kwamen, kreeg de Zwitser Cosey vorig jaar de befaamde Grand Prix du Festival d’Angoulême. Zeg maar de Lifetime Achive Award van de Europese stripscène.

Calypso cover Beeld RV

Dit weekend opent van hem een overzichtsexpositie op datzelfde stripfestival. Een van de albums die er wellicht de muren siert, is deze Calypso, ’s mans laatste beeldroman. Voor een keer geheel in zwart-wit.

Calypso begint wanneer een oude man merkt dat zijn jeugdliefde - een beroemde actrice uit vervlogen tijden- zich in een bergdorp verderop in een kliniek heeft teruggetrokken. Hun ontmoeting mondt uit een in een onverwachte vraag: een ontvoering met losgeld om te ontsnappen aan dagdagelijkse leven.

Calypso is een poging om via oudere hoofdrolspelers een vlucht naar het verleden te maken. Maar Cosey gaat er flink de mist mee in. Zijn pogingen om zijn papieren karakters te laten scoren via een soort pseudo-thriller, waarbij een wat knullige, naïeve poging tot ontvoering centraal staat, lijkt een geforceerde poging om humor te brengen. Dit is niet Cosey’s beste werk. Onderhoudend, maar nergens schitteren Cosey, zijn verhaal of zijn hoofdrolspelers. Een niemendalletje in een dure hardcover.

Uit bij Blloan

Calypso binnenwerk Beeld RV

Wonderball 4: De fotograaf (★★★★☆)

Veel echte, goede hardboiled politie- en detectivereeksen zijn er in stripland niet te vinden. Maar wanneer ze toch opduiken, is de naam Colin Wilson nooit ver weg. In 2006 verraste de Nieuw-Zeelander vriend en vijand met het drieluik Headshot. De knipogen naar Pulp Fiction van Quentin Tarantino waren nooit ver weg, terwijl de actie- en geweldscènes een gelijkaardig niveau hadden.

Wonderball cover Beeld RV

Wonderball is meer van hetzelfde, maar met een meer uitgebalanceerd scenario. De reeks start in augustus 1983 met een sluipschutter die in de straten van San Francisco negen willekeurige mensen neerschiet. Inspecteur Wonderball ontdekt gelijkenissen met de moord op president Kennedy en diens moordenaar Lee Harvey Oswald.

Tekenaar Wilson zegt gek te zijn op goede samenzweringstheorieën. Zijn scenaristen Jean-Pierre Pécau en Fred Duval (Uur U) hebben geluisterd en leverden een op maat geschreven verhaal dat leest als een trein. De verrassing begint bij het kiezen van hun antiheld Wonderball, een inspecteur met een kort lontje die een hekel heeft aan hiërarchie en nergens ook maar enigszins sympathiek overkomt. 

Wonderball is een knap geschreven, sinistere en beheerste thriller waarin presidentiële moorden, supersoldaten, snuff movies, bergen lijken en persoonlijke trauma’s en kleinmenselijkheden perfect in mekaar vallen en blijven boeien. Een aanrader voor al wie XIII of Largo Winch te tam, te licht of te clichématig vindt, zich kan vinden in het gewelddadige Tarantino-sfeertje en zijn vingers aflikt bij allerhande complottheorieën.

Uit bij Silvester

Ward 4: Stilte voor de storm (★★★☆)

Een heuglijk feit. Zo vaak komt het immers niet voor dat een Nederlandstalige uitgeverij nog investeert in klassieke realistische avonturenstrips, laat staan dat het volledig in handen wordt gelegd van Nederlanders en - krijg nou wat! - getekend wordt door een vrouw. De Nederlandse stripscène op sterven na dood? Niet wanneer onze noorderburen initiatieven als dit blijven nemen.

Ward cover Beeld RV

Ward is een reeks die vertrouwd aanvoelt, vooral omdat scenarist Willem Ritsier zijn klassiekers kent en duchtig grijpt naar succesvolle ingrediënten uit films als Planet of the Apes, Peter Jacksons King Kong of de cult tv-serie Lost. Van reuze-muskieten over een mysterieus eiland en - naarmate de reeks vordert - een hoop bovennatuurlijke verschijnselen.

Dit eerste vierluik vertelt het verhaal van een vierkoppig gezin dat met een zeilboot op een scheepskerkhof en vervolgens een eiland terechtkomt dat zich mogelijk in een andere dimensie bevindt.

Ritsier weet het spannend te brengen. Als je uitkijkt naar een vervolg, is dat een goed teken. Tekenares Marissa Delbrine - bijna 35 - brengt het er niet slecht vanaf. Met een realistische avonturenstrip kiest ze voor een moeilijk genre. Oerwouden, schepen, inboorlingen, tempels, ruïnes,… Ze is uiteraard geen Hermann en zit nog in een leerproces, getuige haar dan goede, dan minder goede cameraopstelling, bij momenten houterige stijl en geforceerde gezichtsexpressies. Ook de inkleuring is niet altijd even consistent. Al worden die kritiekpunten bij elk deel beter aangepakt. Dat alles terzijde gelaten blijft Ward een verrassend spannende reeks. Lefgozers, deze auteurstandem. En de uitgeverij beschikt over flink paar ballen.

Uit bij Uitgeverij L

Ward Binnenwerk Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden