Woensdag 17/07/2019

Strips

Ontdek de 5 opvallendste strips van de week

'Little England': strips als deze worden zelden door Vlamingen gemaakt. Beeld rv

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk spelen uitwerpselen – nu ja: één specifiek, naar aardbeien ruikend excrement – de hoof(d)drol in een nieuwe stripreeks. Mocht u denken dat daar een luchtje aan zit, dan zijn er deze week nog strips over goud, het oude Birma, Star Wars en een Europa-gezinde Batman.

Het goud der dwazen 1-3 (★★★)

Goud. Wie het bezit, wil meer. Macht, status en rijkdom staan op het spel. Wie er niet over beschikt, zal alle middelen inzetten om het te verwerven. Dat daar hele volksstammen of andere culturen voor moeten geëlimineerd worden, was in de vijftiende eeuw voor de Spaanse conquistadores van weinig tel.

Het goud der dwazen, naar een scenario van Jean-François Di Giorgio (Samoerai), omvat die periode. Hoofdpersonage is de Spaanse ontdekkingsreiziger en conquistador Francisco Pizarro (1476 -1541).

Beeld rv

In zijn geboortestad Trujillo pronkt een bronzen ruiterstandbeeld van hem. Maar wie zijn geschiedenis kent, weet dat zijn parcours er eentje was waar bloed en bedrog een groot aandeel hadden. Dit drieluik laat niets onaangeroerd.

Aan het begin van het eerste deel vertelt hij vanuit zijn sterfbed hoe zijn obsessie voor goud ooit begon, en hoe dramatisch het eindigde voor hem en honderden van zijn mannen. Eerst is er de expeditie naar Cajamarca, een Inca-stad waarvan men gelooft dat het slaven, specerijen en goud herbergt. Pizarro en zijn 124-koppige bemanning slagen in hun opzet die stad te bereiken. Maar stormweer, ontbering en een poging tot muiterij worden hun deel. Eenmaal aangemeerd maken de verschillende Inca-volksstammen en de Peruviaanse jungle het er niet gemakkelijk op. Maar met list en bedrog, een al verzwakt Inca-rijk door de door de veroveraars meegebrachte pokkenepidemie en een zich slecht verdedigende Inca-leider, werd de buit binnengehaald. Het was Pizarro die er later aan de kust een nieuwe stad zou oprichten: Lima.

De Italiaanse tekenaar Giancarlo Olivares brengt het aardig vanaf. Hij weet sfeer te scheppen, maar blijft vasthouden aan een erg klassieke plaatindeling en springt nergens uit de band. Misschien gaat deze hele trilogie daar wel onder gebukt. Alles is weliswaar zoals het hoort, en eigenlijk is er niets op aan te merken. Zowel de scenarist, de tekenaar als de inkleurder zijn vakmannen en proberen het allemaal zo historisch mogelijk te benaderen. Entertainend is het zeker, maar ze missen durf, ballen, inventieve scènes en originele invalshoeken. Ze scoren een aardig gemiddelde. Maar verwacht je niet aan meer.

Uit bij Daedalus

'Het goud der dwazen' blijft vasthouden aan een erg klassieke plaatindeling en springt nergens uit de band. Beeld rv

Super Kaka 1: Een nieuw schooljaar (★★★☆☆)

Vergeet die kanariegele, lieve Pokemon Pikachu. Zo jaren 90. De kids evalueren met hun tijd mee. En dus moet ook Pikachu het anno 2018 afleggen tegen een, uhm, donkerbruine drol die – gelukkig maar – fris ruikt. Om specifiek te zijn: naar aardbeien. En hoe noem je zo’n nieuwe held? Niet gewoon Kaka, uiteraard. Een drol met bovennatuurlijke gaven verdient beter. Super Kaka, dus. Voilà.

Zoiets kan alleen in het door Pokemons, draken, robotten en andere eigenaardige creaturen geobsedeerde Japan, hoor ik u denken. Zo ziet het er inderdaad op eerste gezicht uit. Op de cover ziet u ze namelijk al: de grote manga-ogen van de jonge hoofdrolspeler, Luca, op wiens hoofd Super Kaka danst. Binnenin vindt u het gratuite geweld, een leger vreemde wezens en de typische mangastijl. Maar deze nieuw reeks is het product van twee Fransozen: Davy Mourier en Stan Silas.

De cover van 'Super Kaka' Beeld rv

Het verhaal in het kort: het jongetje Luca wil absoluut aangenomen worden op de befaamde Imagi-school, waar fantasierijke leerlingen hun droomwezen werkelijkheid laten worden. Luca wordt in eerste instantie afgekeurd, maar slaagt er toch in zijn droomwezen te laten verschijnen: Super Kaka. Oeps. De eerste drie delen vormen een afgerond verhaal.

Zit er een kwalijk luchtje aan dit product? Stront aan de knikker na aankoop ervan? Ach, u heeft wellicht schijt aan dit soort flauwe woordspelingen en spreekwoorden, dus ik bespaar ze u verder. Maar eerlijk is eerlijk: als u tijdens het lezen van dit album het kind in u naar boven durft te halen, zal deze flauwigheid heel even uw deel zijn. Want Super Kaka is best wel aanstekelijk. En hoe onnozel ook, er zit nog een verhaal achter ook. Eentje dat al in zovele vormen tot leven is gewekt, maar het nog steeds doet: een klein, naïef opdondertje dat strijdt voor zijn kunde, uitgelachen wordt door machomedestudenten en voortdurend moet opboksen tegen vooroordelen. Billy Elliot, als u wil. Maar dan met kaka.

Doorsjassen, die handel? Ach, vooruit, kopen maar. Want u weet nu al dat u er mee zult scoren bij uw kroost. Toiletbezoeken – qua sfeer de ideale omgeving om dit kleinood te nuttigen – zullen nooit meer hetzelfde zijn.

Uit bij Silvester

Toiletbezoeken zullen nooit meer hetzelfde zijn met 'Super Kaka'. Beeld rv

Batman: Europa (★★☆☆☆)

Op papier zag het er geweldig uit. DC’s coryfeeën Brian Azzarello (The Dark Knight III) en Jim Lee (Batman: Hush) die een doodzieke Batman naar Europa zouden zenden. In 2005 werd het project aangekondigd, in 2011 moest het verschijnen, in 2016 werd het gepubliceerd en zopas verscheen bij ons de Nederlandstalige vertaling.

Het verhaal: om het dodelijke virus te bestrijden dat in zijn lichaam woekert, moet Batman samenwerken met The Joker. Weigeren ze, dan sterven ze samen. Hun aanwijzingen brengen hen naar Praag, Parijs, Rome en Berlijn.

Beeld rv

Klinkt mooi, zo’n verplicht teamwork tussen twee gezworen vijanden. Een psychologische karaktertest waar je wat mee kunt. Maar helaas, de clichés tieren welig. Batman die in elk van de vier hoofdstukken de Europese hoofdsteden eigenhandig inleidt: het past als een tang op een varken. Onze vleermuisvriend lijkt bij die intro’s in een handomdraai van filosofisch gezwets over te gaan naar toeristische Wikipedia-info. De tekenaar kan niet anders dan volgen en tekent dan maar braaf de Brandenburg Tor of de Eiffeltoren. Alsof deze comic vooral bedoeld was voor een Amerikaans publiek dat nul achtergrond heeft over Europa.

Misschien was het verstandiger eerst een verhaal te verzinnen en pas dan Europa als decor uit te kiezen. Nu blijft het idee dat het net anders werd afgesproken. Dat enkele uitgevers en redacteuren ergens in hun New Yorkse kantoor de champagne lieten knallen bij het vooruitzicht om met dit concept de Europese markt te paaien. Maar of het nu al dan niet met commerciële redenen gebeurde: memorabel is deze Batman nergens. Ook tekentechnisch is het een rommeltje. Azzarello en Lee kregen na ontelbare vertragingen hulp. Elk hoofdstuk werd geschreven door Azzarello en Matteo Casali, maar tekenaar Lee verdween al na het eerste hoofdstuk. Diens assistent – Guiseppe Camuncoli – nam de zaak over, maar ook hij moest zich voor twee hoofdstukken laten bijstaan door twee nobele onbekenden. Die mayonaise ‘pakt’ niet. Vooral Batmans Parijse verhaal is irritant getekend in een soort van vage bewegende fotobeelden. Eerder een mislukking dan de klassieker waar DC Comics in eerste instantie op hoopte.

Uit bij DC/Lion

'Batman Europa' is tekentechnisch een rommeltje. Beeld rv

Little England (★★★☆☆)

Wagens, vliegtuigen en klederdracht uit voorbije decennia? Eén adres: Thomas Du Caju. Vooral (on)bekend van zijn medewerking aan De Kiekeboes. Voor zijn eigen reeksen blijft hij echter trouw aan zijn eigen stijl en genres, zijnde historische avonturenverhalen voor volwassenen. Hij werkt blijkbaar ook graag samen met cineast, schrijver en scenarist Jean-Claude Van Rijckeghem. Eerder creëerde het duo de reeksen Sabbatini en Betty & Dodge, waarbij de jaren 30 centraal stonden. Op aansturen van Du Caju situeerde Van Rijckeghem het tweeluik Little England in Birma (het huidige Myanmar) ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Zopas verscheen het slotdeel.

Hoofdrolspeler is de zestienjarige Jonathan, de zoon van een Britse commandant die in Little Engeland – een bekende wijk in Birma – de plak zwaait. Wanneer hij in de nachtclub Blue Moon terechtkomt, raakt hij in de ban van de Birmaanse zangeres Ruby. En terwijl de spanningen tussen de Britten en Birmanen toenemen en het geweld van de Tweede Wereldoorlog dichterbij komt, wordt de tiener geconfronteerd met zijn eigen gevoelens. Ruby is echter niet wie ze lijkt te zijn…

Beeld rv

Van Rijckeghem weet hoe hij een onderhoudend, vlot en spannend avontuur aan de man moet brengen. Naar eigen zeggen was George Orwells roman De jaren in Birma uit 1934 een van de grootste inspiratiebronnen. (Orwell schreef daarin zijn ervaringen als politieman in de Indian Imperial Service tussen 1922 en 1927 van zich af en bekritiseerde daarbij het kolonialisme en de Engelsen in Birma.) Maar tegelijk ging hij researchen in memoires van militairen. Dat maakt alles net wat authentieker. Komt daarbij dat hij voor het visuele spektakel kon rekenen op een tekenaar die, misschien wel meer dan welke andere Vlaamse auteur ook, een ongelooflijk zin voor gedetailleerdheid, sfeer en techniek aan de dag legt. Op gezichtsexpressies na, beheerst hij elke detail.

Een klassiek coming-of-ageverhaal waarin de liefde, het verlies van onschuld, een getroebleerde vader-zoonrelatie, het kolonialisme en een allesverwoestende oorlog hand in hand gaan. Strips als deze worden zelden door Vlamingen gemaakt (en horen in geen geval enkel thuis op de Nederlandstalige markt). Chapeau.

Uit bij Dupuis

Beeld rv

Sterrenwaas (★★☆☆)

In The empire strikes back heetten ze At-At (All terrain Armored Transport) of Imperial Walkers. In deze parodie op Star Wars zijn het langbenige slakken, is de Millennium Falcon een echte vogel (een koekoek), is The Force Het gloof en zijn Luke Skywalker, prinses Leila en Darth Vader vervangen door Luuk l’Anterfant, prinses Leica en Heer Zwartveder. Is dat grappig? Ja en neen. Soms, dus. Het humorgehalte gaat van zeer flauw naar net grappig genoeg.

Er zijn talloze Stars Wars-parodieën in stripland. Deze parodie is niet bepaald een van de betere. Goed, de eenvoudige karikaturale tekenstijl van Rudy Spiessert is best te pruimen en sommige vondsten zijn best wel aardig. Zoals prinses Leila/Leica die het hele verhaal door nors en agressief is, de manier waarop gelachen wordt met de vermeende amoureuze band tussen haar en Skywalker of hoe Darth Vader/Zwartveder zich ergert aan woordgrapjes.

De cover van 'Sterrenwaas'. Beeld rv

Of de twee 43-jarige Franse makers Star Wars net uitlachen of net bewieroken, kom je niet te weten. Soms maken ze knievallen naar verhaallijnen uit de verschillende films, andere keren steken ze er hun middenvinger naar op. Feit is wel dat ze verdomde goed naar de films hebben gekeken. Mooi zo, want op die manier gaan echte Star Wars-fans alle knipogen meteen herkennen.

Je kunt je echter niet van de indruk ontdoen dat de makers enkel willen meevaren op het succes van de Star Wars-franchise. Voor mensen buiten de entourage van George Lucas zijn dit soort buitensporigheden uiteraard erg gereglementeerd en gelimiteerd, tenzij je een parodie brengt. Dan kan wettelijk gezien natuurlijk alles. En zo geschiedde. Sterrenwaas is op z’n best onderhoudend, op z’n slechts gezapig en vervelend. Al zien de makers dat wellicht anders. Voor hen slechts één boodschap: Up the shut fuck, you must!

Uit bij Silvester

'Sterrenwaas' is op z’n best onderhoudend, op z’n slechts gezapig en vervelend. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden