Zondag 26/06/2022

NieuwsLiteratuur

‘Ongeëvenaarde’ Arnon Grunberg krijgt P.C. Hooftprijs toegekend

Archiefbeeld. Portret van schrijver Arnon Grunberg. (17/02/2020) Beeld ANP
Archiefbeeld. Portret van schrijver Arnon Grunberg. (17/02/2020)Beeld ANP

De jury van de P.C. Hooftprijs kent de prestigieuze oeuvreprijs toe aan Arnon Grunberg. De schrijver krijgt de prijs, en het bijbehorende geldbedrag van 60.000 euro, voor zijn proza. Opvallend genoeg voorspelde hij zijn winst al in een brief uit 1993.

Redactie en ANP

Het werd tijd. Aan Arnon Grunberg is de P.C. Hooftprijs 2022 voor verhalend proza toegekend. De jury omschrijft het oeuvre van Grunberg als “ongeëvenaard in ambitie, productiviteit en intellectuele kracht”.

“Het werd tijd, dat klinkt mij wat te arrogant”, zegt de 50-jarige Arnon Grunberg aan de telefoon. “Maar ik kan er wel begrip voor opbrengen. Laat ik het zo zeggen: Marga Minco werd vóór mij bekroond met de P.C. Hooftprijs voor verhalend proza. Ik ben blij dat ik niet, zoals zij, 100 heb moeten worden voor het zover was.”

Lees ook

De 50 boeken van 2021. Verrassende vaste waarden waren er, straffe nieuwkomers en grandioze herontdekkingen. De stress bij onze boekenredactie was bijna tastbaar bij het samenstellen van deze boekentop 50.

Toch voorspelde de jonge Arnon al dat deze eer hem te beurt zou vallen vóór hij was gedebuteerd. In een brief uit 1993 aan zijn mentor Jan Ritsema, opgenomen in de bundel Aan nederlagen geen gebrek, schreef hij: “Ik denk dat je door te schrijven iemand helemaal gek op je kunt laten worden, sterker nog, totaal in je ban kunt laten geraken. En dat denk ik niet alleen, ik wil het ook bewijzen. Het is me nog niet gelukt, dat geef ik toe, maar het zal me lukken. Misschien lukt het me zelfs om iemand helemaal gek te maken van geilheid. Met woorden. Alleen met woorden. Als dat lukt heb ik wel de P.C. Hooftprijs verdiend.”

“Ik walgde toen van mezelf”, zegt Grunberg, “maar ik herken de overmoed en ambitie waarmee ik dat schreef.” In 1988 probeerde Grunberg nog acteur te worden – en slaagde daar niet in, zoals in zijn roman Figuranten (1997) valt na te lezen – hij schreef toneelteksten en maakte torenhoge schulden met zijn eigen uitgeverijtje, Kasimir.

De weg naar successchrijver

Het schrijven moest hem redden. In mei 1994 debuteerde hij met de roman Blauwe maandagen, waarin hij een even huiveringwekkend als hilarisch beeld schetste van zijn jeugd in Amsterdam-Zuid, die werd getekend door zijn getraumatiseerde Joodse ouders. De hoofdpersoon, die niet toevallig ook Arnon heet, moet zich zien te bevrijden uit zijn moeders verstikkende omhelzing en gaat op zoek naar de betaalde en onbetaalde liefde.

Blauwe maandagen werd bekroond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het meest verkochte debuut. Arnon Yasha Yves Grunberg was in één klap een beroemd en succesvol schrijver geworden. Maar zijn moeder schreef hem een brief dat ze hem niet meer wilde zien. Ze voelde zich verraden. Later draaide ze bij en liet hem opnieuw niet meer los.

Als ergens de duistere bron voor Grunbergs oeuvre te vinden is, dan is het daar: in het ouderlijk huis. Hannelore Grünberg-Klein (1927-2015) had als Duits meisje Auschwitz overleefd, zijn vader, Hermann Grünberg, had tijdens de oorlog in Nederland moeten onderduiken op veertig verschillende adressen. Hun zoon zag in de beschaving de barbarij. In een openbare brief aan zijn moeder schreef hij: “Mensen hebben geen recht op geluk. Mensen hebben recht op pijn. Ik zie mezelf als een engel die mensen dat moet geven waar ze recht op hebben. Een witte engel, mama.”

Toen Grunberg het nieuws van de P.C. Hooftprijs voor het eerst hoorde, moest hij meteen aan zijn ouders denken. “Steeds meer besef ik dat ik ben wie ik ben door wie zij waren én door hun hoge verwachtingen van mij. Die zouden met deze prijs in hun ogen voor een deel zijn ingelost. Ze zouden heel trots zijn geweest.”

Virtuoos ontsnappingskunstenaar

Grunberg is een virtuoos ontsnappingskunstenaar. Schrijven biedt hem de mogelijkheid een ander te worden, de gaten in de geschiedenis te vullen met fictie. Het verklaart ook zijn wens om op reportage te gaan; te werken als kamermeisje, in een slachthuis of op het slagveld van Afghanistan. Of, zoals nu, om zich op te laten leiden tot danser. “Ik wil iedereen te snel af zijn”, zegt hij tijdens ons gesprek, “de lezer, jou, mezelf. Ik wil nooit worden vastgepind. Dan ben je een dode kunstenaar.”

Uit elke zin, uit elk woord spreekt de noodzaak om te schrijven. Zijn productie is adembenemend. In 2014 werd die gemeten: in een gemiddelde maand schreef hij 60.000 woorden. Romans, essays, gedichten, toneelstukken en columns. “Een kwestie van discipline”, zegt hij koeltjes. “Iedere ochtend achter mijn laptop gaan zitten.”

Wereldburger

Grunberg kreeg de P.C. Hooftprijs voor zijn verhalend proza. “De romans staan bij mij bovenaan.” Al zijn kwaliteiten komen er samen: de snijdende, repetitieve stijl, zijn constructiedrift, het verleggen van de grenzen van de verbeelding. In veel van zijn romans roepen de tragische helden, zoals Beck in De asielzoeker (2003), Jörgen Hofmeister in Tirza (2006) of psychiater Kadoke uit Moedervlekken (2016) en Bezette gebieden (2020) uit goede bedoelingen het onheil over zich af. Ze laten je lachen en huilen tegelijk.

Zijn werk is vertaald in vele talen. Grunberg is een wereldburger – hij woont al sinds 1995 grote delen van het jaar in New York en overwoog vorig jaar om het Amerikaans staatsburgerschap aan te vragen – en heeft succes over de wereld. Aan zijn vriendin Rosie schreef Grunberg op 17 november 1992: “Ik ben de jongen die over 45 jaar de Nobelprijs zal winnen.” Hij ligt nog op koers.

“De door mij bewonderde Poolse dichter en Nobelprijswinnaar Czeslaw Milosz noemt in de laatste regel van zijn gedicht Een bekentenis de literatuur ‘een toernooi van gebochelden’. Dat kun je niet ontkennen. Er is haat en nijd, jaloezie en competitie. Maar tijdens het schrijven spelen prijzen en succes geen rol. Dan telt alleen het boek, waaraan ik werk met volle inzet en overtuiging. Dan telt alleen de volgende zin.”

Unaniem juryoordeel

De P.C. Hooftprijs bestaat sinds 1947, het jaar waarin de driehonderdste sterfdag van dichter en toneelschrijver Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) werd herdacht. De jury bestaat uit voorzitter Agnes Andeweg, Rashid Novaire, Esther Op de Beek, Coen Peppelenbos en Nina Polak. Ze waren het unaniem eens over de winnaar in 2022. Grunberg is volgens hen nieuwsgierig en maatschappelijk betrokken. In het rapport noemen de juryleden zijn ambitie, productiviteit en intellectuele kracht “ongeëvenaard”.

De prestigieuze P.C. Hooftprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan Nederlandse schrijvers, om de beurt voor een wisselend genre: verhalend proza, beschouwend proza of poëzie. Dichter Alfred Schaffer nam bij de vorige editie de prijs voor poëzie in ontvangst. De jury noemde hem “een poëet die zonder met modes mee te waaien midden in deze tijd staat”. In 2020 kreeg Maxim Februari de prijs voor beschouwend proza. In 2019 nam de inmiddels 101-jarige schrijfster Marga Minco de laatste P.C. Hooft-prijs voor proza in ontvangst. De jury stelde dat zij de Nederlandse stem was geworden in de Europese oorlogsliteratuur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234