Maandag 14/10/2019

Overlijden Willy Willy

“Ofwel ga je hele dagen zitten bleiten, ofwel probeer je van elke dag het beste te maken”

Beeld ID / Maarten De Bouw

Scabs-gitarist Willy Willy is woensdagavond overleden, dat meldt het boekingsagentschap TTT Artists. De muzikant overleed thuis, in het gezelschap van zijn echtgenote en vrienden, aan de gevolgen van kanker. Hieronder kunt u het interview met hem lezen van eind december. Over zijn nieuwe plaat, maar ook over zijn ziekte.  

Het goede nieuws: Willy Willy - zo goed als nergens nog bekend als Willy Lambregt (59) - heeft een nieuwe soloplaat gemaakt, Vampire with a Tan, en mag op 30 januari op de MIA's samen met de rest van The Scabs een Lifetime Achievement Award in ontvangst nemen. De perfecte aanleiding om met hem nog eens over gitaren, versterkers en muziek in het algemeen te ouwehoeren. Het slechte nieuws is dat Willy slecht nieuws heeft gekregen van de dokter. Onomkeerbaar slecht nieuws. Willy is ziek, en zijn tijd is beperkt. Toch wil hij een positieve boodschap overbrengen. “Al ben ik tegenwoordig blij als 's morgens mijn ogen opengaan.”

Ik mag voor het interview naar zijn huis in Affligem gaan, waar Michèle De Wilde, de vrouw met wie Willy al bijna dertig jaar lief en leed deelt, opendoet. Willy zit in de zetel en kijkt naar David Bowie op Glastonbury. Hij ziet eruit alsof hij zo bij Bowie op het podium kan stappen. Strakke zwarte jeans, fuchsia T-shirt, sjaaltje om de nek, ringen aan zijn vingers, oorbellen aan beide kanten. We hebben elkaar een hele tijd niet gezien en praten eerst wat bij, over muziek, zijn twee katten, en zijn allernieuwste aanwinst: een Gibson ES-335. Ik vertel over mijn tweeling, over hoe prachtig en hoe moeilijk het soms ook kan zijn, en dat ik het wel verdiend zal hebben, zeker. Willy lacht: “You don't always get what you deserve. Sometimes you just get what you get.” Hij heeft gelijk, natuurlijk, en ook: pech. Heel veel fokking pech. Dit weekend heeft hij te horen gekregen dat hij nog minder tijd heeft dan werd aangenomen. En wat werd aangenomen, was al niet veel.

Terwijl Bowie op de achtergrond op zacht volume doorgaat met fenomenaal zijn, beginnen we aan één van de moeilijkste gesprekken uit mijn carrière, en ongetwijfeld ook uit die van hem. Af en toe stoppen we om te kijken, want wat er ook gezegd wordt, je praat nu eenmaal niet zomaar door 'Absolute Beginners' of 'Heroes' heen.

Hoe gaat het?

Willy: “Vandaag goed, maar gisteren lag ik nog in het ziekenhuis. Vorige week dinsdag ben ik opgenomen en ik ben daar een week moeten blijven. Het is een harde pil om te slikken, maar ik probeer om het mijn leven niet te laten overheersen.”

Lukt dat?

Willy: “Gelukkig heb ik goeie vrienden. Guy Swinnen is ongelooflijk. En mijn oudste vriend, Danny Willems, de fotograaf. Patrick Riguelle natuurlijk ook. En (legt zijn hand liefdevol op haar knie) mijn geweldige eega niet te vergeten, die het al 28 jaar met mij volhoudt. Door hen gaat het leven makkelijker.”

Je ziet er verdomd goed uit om een week in het ziekenhuis te hebben gelegen.

Willy: “Ik laat mijn kop niet hangen.”

Je hebt wel nog zin in dingen? Je was naar Bowie op Glastonbury aan het kijken.

Willy: “Van die kleine dingen, hè. De wereld hoef ik niet meer te zien, ik heb alles gezien, denk ik. We zijn onlangs wel nog naar Griekenland geweest.”

Michèle De Wilde: “Achteraf gezien waren we beter thuisgebleven.”

Willy: “Een fantastisch hotelletje met een eigen zwembad, einde van het seizoen, dus weinig volk en lage prijzen, maar de keuken... man, man. Ik hou van Grieks eten, maar dat kreeg ik daar niet. Het was een soort fusion. Heel vettig allemaal, achteraf was ik altijd mottig. En je moet eten, hè.”

Je hebt in je leven al aardig wat overleefd, niet?

Willy: “Ik ben genezen van hepatitis C. En verder wat kleine dingen. Mijn lever is altijd redelijk vergevensgezind geweest, maar nu filtert hij niet meer. Michèle heeft twintig jaar geleden een auto-ongeluk gehad waarbij zo goed als al haar botten gebroken waren.”

Michèle: “Heel veel blikschade, maar al mijn organen werkten nog. Wel twee maanden in het ziekenhuis gelegen, en dan een jaar thuis gerevalideerd.”

Willy: “Ze lag in Oostende in het ziekenhuis, en wij woonden toen nog in Brussel. Ik ben elke dag met de trein naar Oostende gegaan. Geen dag gemist.”

Dat was toen je nog geen rijbewijs had?

Willy: “Gelukkig niet (lacht). Ik heb mijn rijbewijs gehaald toen ik 39 was, en de wilde jaren al min of meer voorbij waren. Ik was meteen geslaagd!”

Een natuurtalent! Was je er maar eerder mee begonnen, je had de GP van Francorchamps kunnen winnen, Willy.

Willy: “Ik denk het niet. Mijn geluk was dat de instructeur die mijn examen moest afnemen, meer geïnteresseerd was in de gitaarakkoorden van 'Just a Friend of Mine' van Vaya Con Dios dan in mijn rijgedrag (lacht).”

Michèle: “Je moet maar eens aan Guy Swinnen vragen hoe het voelt om in de auto te zitten met Willy aan het stuur. Dat doe je één keer (lacht).”

Roekeloos?

Willy: “Nee, niet roekeloos, ik ben gewoon geen goeie chauffeur. Da's gelijk skiën, hè, dat moet je leren als je jong bent. Ik heb leren skiën toen ik 29 was, en je wil mij ook niet zien skiën (lacht).

Michèle: “Willy anticipeert niet in het verkeer.”

Hij rijdt als een vrouw? Sorry, Michèle. Sorry, vrouwen.

Willy: “Ik rij als twee vrouwen (lacht)! Opgelet, hashtag MeToo. Maar vrees niet, verder dan naar de krantenwinkel rij ik niet meer.”

Sorry dat ik van dit vrolijke onderwerp weg stuur, maar wanneer heb je het slechte nieuws gekregen?

Willy: “In juni.”

Wat was je eerste gedachte? Ik ga dit overwinnen?

Willy: “Nee, dat niet. Ik dacht alleen dat ik meer speling had. Mijn zuster heeft het ook gehad, ze is vier jaar ouder dan ik, maar ik heb honderd keer zo hard geleefd. Zij is genezen, thank God.”

Wat voelde je? Waarom had je je laten onderzoeken?

Willy: “Ik was gewoon naar de huisdokter gegaan omdat ik elke avond wat koorts had, ik voelde me voortdurend grieperig. Hij nam mijn temperatuur: 38 en zoveel. Omdat hij er zijn vinger niet op kon leggen, heeft hij me naar de spoedafdeling gestuurd. Daar wist ik het snel genoeg.”

Michèle: “Ze hebben wel een paar dagen onderzoeken gedaan, hè?”

Willy: “Ik heb op alle attracties gezeten, laten we het zo zeggen (lacht).”

Michèle: “Ik hoef het wellicht niet te zeggen, maar als je dat nieuws krijgt, dat is devastating. Compleet kapot ben je daarvan. Maar beiden hebben we vrij snel, de dag erop eigenlijk al, gezegd: 'Dat is het nu, wat gaan we doen?'”

Willy: “Ofwel ga je heelder dagen zitten blèten, ofwel probeer je van elke dag het beste te maken.”

Michèle: “Gisteren hebben we opnieuw een klap gekregen, maar vandaag was het alweer van: wat gaan we doen met de tijd die ons rest?”

Willy: “Nu ben ik gewoon blij als 's morgens mijn ogen opengaan.”

Beeld Alex Vanhee

Ga je nog optreden?

Willy: “Ja. Ik moet gewoon. Ik kan toch niet hier in mijn zetel blijven zitten terwijl The Scabs ergens staan te spelen? In januari doen we een tournee in de culturele centra. Mocht het niet meer lukken… We hebben mooie afspraken gemaakt. En volgende zondag speel ik in Sint-Niklaas op de voorstelling van mijn nieuwe soloplaat. Ik weet wat ik wil met de rest van mijn leven.”

Michèle: “Je gaat veel intenser leven, hè. Alle ballast valt eraf. Al die kleine dingen waaraan je je vroeger ergerde: you don't give a shit anymore. Maar er zijn genoeg moeilijke momenten, hoor, heel moeilijke momenten. Vooral als we niet bij elkaar zijn.”

Willy: “Dus proberen we zoveel mogelijk bij elkaar te zijn.”

Michèle: “En toch denk je ook nog altijd… hoop je dat er ergens, iets…”

Willy: “We weten nu waarom ze het the big C noemen. Ze schrijven dat niet met een kleine letter, hè. (Wijst ineens naar Bowie, die op het scherm aan 'Let's Dance' begonnen is) Kijk, toen rookte hij nog. Ik heb trouwens net hetzelfde als Mick Ronson had (de gitarist van Bowies Spiders From Mars, die in 1993 op 46-jarige leeftijd overleed aan leverkanker, red.). Hij heeft chemo geweigerd.”

Michèle: “Hem hadden ze ook nog zes maanden gegeven en hij heeft er nog twintig geleefd. Dokters gaan er nooit een exacte termijn op plakken omdat het van zoveel factoren afhangt. Je kunt morgen een infectie krijgen die een normaal lichaam makkelijk kan verwerken, maar het jouwe niet meer. We hopen dat het zo lang mogelijk mag duren, maar we zijn ook realistisch. Zonder vooruitzichten kun je niet leven, maar we plannen enkel nog op korte termijn.”

Willy: “Een full-on elektrische tournee met The Scabs in 2021: dat weet ik niet. Maar ik was dus nog kerngezond toen ik mijn plaat maakte.”

Een mooie plaat. Ik meen het.

Willy: “Dank u.”

Wanneer heb je ze gemaakt?

Willy: “Ik heb een studio geboekt in 2015. En dan was het wachten op Patrick Riguelle, de man die ook mijn vorige twee platen heeft geproducet, en tevens één van de moeilijkst bereikbare mensen ter wereld (lacht). Toen hij aan boord was, is het redelijk vlug gegaan. Samen wat aan liedjes gesleuteld, teksten geschreven. Af en toe heb ik ook aan Guy Swinnen gevraagd om hier en daar wat bij te springen voor de lyrics… Zowel Patrick als Guy kan zich heel goed in mij verplaatsen, of personages creëren waarin ik mij perfect kan inleven. Ik maak eigenlijk alleen een plaat als ik op de radio niks meer hoor wat mij aanstaat. En het laatste wat ik goed vond, was The White Stripes, dus het was hoog tijd (lacht). We hebben opgenomen in The Dungeon in Lier. Lange Polle woont er om de hoek.”

Er staan een paar heel mooie gitaarsolo's op de plaat, vind ik.

Willy: “Dank u.”

Hoe goed klinkt die solo in jouw cover van 'Vampire Blues' van Neil Young!

Willy: “Dat is nochtans gewoon mijn Gibson Les Paul Junior door een Fender Princeton-versterker, met niks ertussen. Maar dan wel een Fender Princeton die vollédig openstaat (lacht). 'Vampire Blues' was mijn idee, ik wilde het coveren in de stijl van J.J. Cale. De andere cover komt van Riguelle: 'In Every Dream Home a Heartache' van Roxy Music. Ik kon mij er meteen in vinden: een song over veel geld hebben, smetvrees, vervreemding, en je uiteindelijk van pure ellende maar een opblaaspop kopen.”

Heb jij veel opblaaspoppen gehad?

Willy: (lacht) “Nee.”

Michèle: “Zeg, zal het gaan? Zal ik anders efkes naar buiten gaan?”

Plaske in de lavabo

Mijn favoriete song van de plaat is 'Wizard of 'O''.

Willy: “Dat gaat over Murielle Scherre, la fille d'O.”

Jullie kennen elkaar?

Willy: “We hebben een paar keer gechat. Ze had mij eens een berichtje gestuurd: 'Ik moet u iets bekennen: toen ik klein was, nam mijn pa mij mee naar uw optredens, en toen heb ik backstage nog op uw schoot gezeten.' Fantastisch toch? Ik heb toen gezegd: 'Awel, ik ga een nummer voor u schrijven.' Dat is wel al een heel aantal jaren geleden, maar het is er toch van gekomen. Ik had eerst de intro, en daarna ben ik ermee naar Patrick gegaan en hebben we samen aan de tekst gewerkt. 'She's the queen of lingerie / She don't speak until she's spoken to'. Zoals bij de koningin, maar dan andersom. 'An illustrated hoochie-coo': vond ik fantastisch klinken.”

En daar een riffje van T-Rex onder?

Willy: “Ja! Met mijn invloeden, wat wil je? Ik ben opgegroeid in de seventies, hè. Wat een zalige tijd. 'Starman' van Bowie voor het eerst horen op zo'n kleine transistorradio... Wat Keith Richards zegt over Elvis Presley, dat had ik met Bowie: alsof de wereld ineens van zwart-wit in multicolor veranderde.”

Er zit een leugen in 'Hey Buddy', je nieuwe duet met Guy Swinnen. 'We go back a long long way, I can't remember when we met', zing je, maar zelfs ik weet wanneer en hoe jullie elkaar voor het eerst hebben ontmoet.

Willy: (lacht) “Ik ben in hun pompbak gaan pissen. In De Cirkel in Gent, begin jaren 80 moet dat geweest zijn. Wij speelden er met Revenge 88 en hij met The Scabs. Wij moesten het podium op en ik moest dringend pissen, maar ik had geen zin om helemaal naar achteren in de zaal te gaan. Dus ben ik de kleedkamer van The Scabs binnengegaan, ik heb mijn gitaar aan de kapstok gehangen en een plaske gedaan in de lavabo. Schoon doorgespoeld, handjes gewassen, gitaar weer omgehangen en weer weg. 'Sorry, hè, mannen!' Je zag ze kijken: 'Da's precies wel nen echte.' (lacht) En een paar jaar later speelde ik bij The Scabs.”

Wat was de fijnste periode in je carrière?

Willy: “Ze hadden allemaal hun momenten. Ik heb mij echt dol geamuseerd bij Arbeid Adelt! Alles was elektronisch, ik was de enige die met een versterker op het podium stond.”

Je volgde er Luc Van Acker op. Moest je zijn partijen naspelen? Er zijn bijzonder weinig vergelijkingen te maken tussen jouw stijl en die van hem.

Willy: “Nee, ik moest niks, ik mocht gewoon mijn zin doen. Op de auditie was het na één minuut al geregeld: 'Oké, vrijdag is ons volgende optreden, tot dan!' Zalige tijden.”

Michèle: “Vond je Arbeid Adelt! je fijnste tijd?”

Willy: “Voor iemand die net van Oostende naar Brussel was verhuisd, plots elke vrijdagavond in een busje stapte en weg was tot zondagavond, met ineens ook geld in zijn zakken... Dat was toch wel plezant, ja. Maar dat waren The Scabs natuurlijk ook. Ik vond al heel lang dat ze een rock-'n-rollgitarist nodig hadden, en ik wist wie die persoon was (lacht).”

Wat rock-'n-roll betreft: je hebt één keer met Bill Wyman de planken gedeeld.

Willy: “Ja, 't is te zeggen: we speelden op hetzelfde festival in Frankrijk, in Mirande, tegen de Spaanse grens. Met de Voodoo Band was dat, we hadden net onze eerste plaat uit. Een cowboyfestival: in de namiddag hadden ze er staan linedancen, en 's avonds speelden wij. Wij en Bill Wyman. Crazy stuff. Iedereen liep er rond als cowboy of indiaan. Patrick Riguelle was erbij, bassist René Stock ook. En een jonge drummer, Martijn De Wachter. Met z'n vieren in één auto, mét instrumenten, inclusief contrabas. En da's ver rijden, hè, meer dan duizend kilometer. Fantastische trip, we hebben ons ongelooflijk geamuseerd. Er was daar een meisje dat mij de hele tijd achtervolgde: 'Hey, Willy, don't you remember me?' Euh, nee. 'Your first album, your first photo shoot in New York? And afterwards at CBGB!' Nee, echt niet. Bleek dat ze dacht dat ik Willy DeVille was. 'Sorry, I'm a different Willy.' (lacht) Onze bassist René is de enige die Bill Wyman die dag ontmoet heeft, en hoe. Hij kwam hem tegen aan de toiletten, René ladderzat. Toen Wyman hem zag, maakte hij zich snel uit de voeten. René erachteraan, met zijn handen in de lucht en zijn broek wellicht nog open. (Met Frans accent) 'Hey, Biell! Biell! Il faut pas avoir peur! J'suis aussi bassiste!' (lacht hard)

Beeld ID / Maarten De Bouw

Redelijk integer

Heb je ergens spijt van?

Willy: “Dat ik ooit mijn black beauty heb verkocht. Een Gibson Les Paul Custom van begin jaren 70.”

Juist, ik heb je daarvoor zelfs ooit - in bedenkelijke toestand weliswaar - na een concert van The Scabs de huid volgescholden.

Willy: (lacht) “Dat weet ik nog. Maar je had gelijk.”

Michèle: “Het was uit noodzaak, hè, we hadden het geld nodig.”

Willy: “Maar ik heb nooit een gitaar verkocht om aan dope te geraken, alleen om kaas tussen de boterham te krijgen.”

Bij Vaya Con Dios ben je weggegaan op een moment dat je daar redelijk wat kaas had kunnen verdienen.

Willy: “Dat is waar. Wat bewijst dat ik redelijk integer ben.”

Nooit gedacht: verdikke, zo tegen mijn goesting deed ik dat nu ook weer niet?

Willy: “Nee, zo mag je niet denken. En ik weet ook goed waarom ik ben weggegaan: een paar jaar later was Dirk Schoufs dood (de bassist is in 1991 overleden aan een cocktail van medicijnen, cocaïne en alcohol, red.). Het was uit de hand aan het lopen: gouden kredietkaart, vliegtuigen charteren om met een stel profiteurs coke te gaan snuiven in Mexico... Nee, dank u. En ik geloofde in The Scabs. Dat was vóór 'Skintight'.”

Nog even terug naar je plaat. Ik kan je verzekeren dat de slotsong 'So Long Brother' - met de tekst 'Try to hold on, now that you're gone / So long, so long / I'll carry on, so long' - op haast ondraaglijke wijze naar de keel grijpt. Hoe raar is het dat je alles al had geschreven voor je ziek werd?

Willy: “Heel raar. Ik had die song geschreven voor iemand anders, en nu blijkt het gewoon over mijzelf te gaan (zwijgt).

Ik zie dat Willy moe aan het worden is, en besluit dat het tijd is om af te ronden. Ik wil afsluiten op een vrolijke gitaarnoot.

Wat is de laatste song waarvan je de gitaarpartij hebt uitgezocht?

Willy: “Da's een makkelijke: 'Willie Willie' van T.C. Matic. Ik had het vorige maandag met Arno Hintjens willen spelen op de 'Radio 1 Belpop Sessie' in de Ancienne Belgique, maar ik lag in het ziekenhuis. Jammer, want dan zou de cirkel mooi rond zijn geweest voor mij. Ik heb mijn naam min of meer van Arno gekregen, hè. En ik maar wroeten op die solo van Jean-Marie Aerts. Voor het eerst in mijn leven wilde ik iets van a tot z hetzelfde spelen, uit respect voor Jean, en dan gaat het niet door. Spijtig. Moeilijke solo, hoor, bijna wiskunde. Fantastisch gedaan.”

Je hebt Jean-Marie niet gebeld om te vragen hoe het moest?

Willy: “Nee, ook mijn trots is nog intact (lacht). 't Is gewoon niet gemakkelijk om de partijen van iemand anders exact te laten klinken als het origineel. Zo heb ik bijvoorbeeld nog nooit iemand gehoord die 'Just a Friend of Mine' juist speelde. Heel makkelijke akkoorden nochtans – re mineur, la mineur, mi mineur – maar ze hebben nooit de juiste strum. En van mij gaan ze hem niet te weten komen (lacht).

We nemen afscheid en geven elkaar nog een laatste knuffel. Ik beloof hem dat ik naar zijn optreden in Sint-Niklaas zal komen. In de auto zet ik Bowie op, 'Live at the BBC, 2000', en ik verdring de krop in mijn keel door luidkeels mee te zingen. We're absolute beginners, Willy, and I absolutely love you.

Vampire with a Tan is uit bij Quest4.

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234