Donderdag 11/08/2022

InterviewDisan Ssebowa Basalidde

Oegandese vluchteling Disan Ssebowa Basalidde: ‘Wat Oekraïners nu voelen, is niet in woorden te vatten’

Disan Ssebowa Basalidde: ‘Elke minuut dat je denkt aan het leven van andere mensen, is een verspilde minuut. zo word je niet gelukkig.’ Beeld © Eric de Mildt
Disan Ssebowa Basalidde: ‘Elke minuut dat je denkt aan het leven van andere mensen, is een verspilde minuut. zo word je niet gelukkig.’Beeld © Eric de Mildt

Disan Ssebowa Basalidde (20) trok naar België om er asiel aan te vragen, nadat zijn vader was doodgeschoten in Oeganda. Als niet-begeleide minderjarige belandde hij in Steenokkerzeel. Daar schreef hij een boekje, om zichzelf moed in te spreken: Interviewing an Eagle.

Matthias M.R. Declercq

‘Van alle dingen die je als vluchteling kwellen, is het missen van vrienden, familie en cultuur het moeilijkste om dragen”, zegt Disan. In Antwerpen-Centraal houdt hij beide handen om een kop koffie. ‘“De Oekraïners hebben plots geen thuis meer. Velen komen hier alleen aan, zijn wanhopig, en maken zich zorgen om hun dierbaren. Wie geen medelijden heeft met de Oekraïners, hoort in de psychiatrie thuis.”

Disan Ssebowa Basallide weet wat dat is, vluchten, al is iedere oorzaak voor vertrek soms verschillend, is het moeilijk om thuislanden met ­elkaar te vergelijken, politieke systemen, dreigingen. Maar de emoties zijn universeel, en hij, Disan, een Oegandese jongen van 20 jaar, zocht een uitweg om zich van die emoties te ontdoen. Het resultaat is een boekje: Interviewing an Eagle. Hij bracht het verhaal als ebook uit via de self-publishing service van Amazon, als houvast in een tijd van vraagtekens en kopbrekens. Wat moet ik doen? Wie wijst me de weg? Waar ligt mijn toekomst?

“In één ruk heb ik de tekst geschreven”, zegt hij. “Al wat ik wist, al waar ik nood aan had, zette ik op papier, als leidraad voor mezelf.” In The Playground, het bordspelcafé in het station, zit een kwartet vrienden om de belendende tafel.

De vier volgen een dobbelsteen die over de tafel stuitert en op de rand tot stilstand komt. “Nipt”, zegt iemand. “Bijna terug naar start.”

Disan kijkt naar het bordspel aan de andere tafel en kopt de voorzet binnen: “Dat doet wel denken aan mijn asielprocedure, ja.” Op tafel ligt het manuscript van zijn boekje. In elf korte hoofdstukken – van ‘I don’t eat dead animals’ tot ‘I am fearless’ en ‘Eagle rejuvenates’ – gaat een jongen, in wezen Disan, in gesprek met een arend, die de jongen als een rabbijn onderwijst over al wat nodig is om stand te houden in dit leven. In het voorwoord schrijft hij dit: ‘Het lezen van, en mediteren over dit boek, zal je helpen om jezelf te leren kennen, je capaciteiten en bekwaamheid te herkennen, je magische manieren te leren om van jezelf een schepper te maken van omstandigheden, in plaats van een schepsel van omstandigheden.’

“Mijn grootvader, Muyegwa Basalidde, die een tijd geleden is overleden, heeft een paar boeken geschreven, waaronder Ekyali Muto, een boek waarin hij mensen aanzet om te lezen. (lacht) Hij was een wijs man, een filosoof, die me als kind de weg wees. De arend in het verhaal doet aan hem denken. Zelf schreef ik poëzie in mijn jeugd, en las aan de lopende band. Eerst Spiderman-strips en verhalen over Harry Potter, later ook businessboeken als Think and Grow Rich van Napoleon Hill (1937). Ik droomde toen van een leven als schrijver.

Oekraïne

“Nadat ik in het opvangcentrum in Steenokkerzeel werd geplaatst, mijn gsm moest afgeven en niet zomaar naar buiten kon, te midden van mensen die ik niet kende, wier taal ik niet sprak en wier ideeën anders waren dan die van mij – mensen uit Afghanistan, Syrië, Mali, Guinee, Congo... – voelde ik de nood om te schrijven. Ik zat niet goed in mijn vel. Om mezelf aan te sporen de moed niet te verliezen, vroeg ik om een balpen en een blad papier, en zette me in de tuin. Ik droomde van vleugels, en ging in gesprek met de ­adelaar.”

Het eerste gesprek met Disan dateert van december vorig jaar. Toen lagen de kaarten anders, en riep het woord ‘vluchteling’ in kranten en journaals nog beelden op van 2015, van Syriërs, Irakezen, Afghanen… Een beeld dat in de zomer van 2021 werd versterkt, toen de taliban de macht in Afghanistan overnamen, en iemand aan de luchthaven van Kaboel een baby over een muurtje ­gooide.

Maar dat beeld kantelde abrupt in 2022, na de invasie van Rusland in Oekraïne, wat een grote mensenstroom richting het Westen op gang bracht en tot een opmerkelijke houding van vele Europese landen leidde, tot ‘onze broeders en zusters uit Oekraïne’, wat over Syriërs of Afghanen nooit werd of wordt gezegd. Ook niet over Oegandezen. Je kunt veel psychologische redenen oplijsten waarom mensen openstaan voor de ene en niet voor de andere, maar het is niet anders: hoe kijkt een jongen als Disan, wiens procedure al geruime tijd aan de gang is, naar #plekvrij en de bouw van nooddorpen?

“Wat heb ik er aan om mezelf te vergelijken met de Oekraïners?”, vraagt hij, maanden na het eerste gesprek in Antwerpen. “Elke minuut dat je denkt aan het leven van anderen, is een verspilde minuut. Zo word je niet gelukkig.” Dat migratie en asiel belangrijk is voor iedere samenleving, zegt hij, zonder veel dieper te willen ingaan op de ­Oekraïense kwestie. “Was Jezus geen vluchteling in Egypte? Vluchtte Einstein niet naar de Verenigde Staten?”

We weten sinds kort dat Charkiv in het oosten ligt, ook Marioepol kunnen we aanduiden op de kaart en iedereen weet dat de Dnjepr het land in twee splitst. De punaise van Disan prik je in Kampala, de hoofdstad van het Midden-Afrikaanse ­Oeganda, dat grenst aan Congo in het westen, ­Kenia in het oosten, en waar het Victoriameer een groot deel van het zuiden beslaat. Daar begint de tocht van Disan Ssebowa Basalidde.

In november 2019 is het onrustig in Oeganda. Dat is het dan al een heel lange tijd. De autocra­tische president Yoweri Museveni, een mid-­zeventiger, maakte als rebellenleider in 1986 een einde aan de Oegandese burger­oorlog. Na opeenvolgende, bloederige dictaturen, waar­onder die van Idi Amin, zorgde het vrijheidsleger van de toen nog jonge Museveni voor een andere wind. Maar jaar na jaar verstevigde hij zijn grip op het land. Terwijl de oudere bevolking liet ­betijen, groeide bij de jongere generaties de ­frustratie om de corruptie, het gebrek aan kansen en het ­ontbrekend perspectief op een betere ­toekomst. ­

Oeganda telt net als zoveel andere Afrikaanse landen een zeer jonge bevolking, die vanaf 2017 steun en hoop vindt bij Robert Kyagulanyi, bekend als de populaire reggaezanger ‘Bobi Wine’. Die slaagt erin de frustratie van het jonge volk te capteren en buigt zijn populariteit om in politieke druk. Hij daagt Museveni uit.

Arrestaties

“Vanaf het begin was het onrustig in Oeganda, ­zeker in Kampala, de hoofdstad, waar mijn vader toen werkte als garagist”, vertelt Disan bij ons ­eerste gesprek. “Wij woonden met ons gezin – ­vader moeder, drie zonen en een dochter – iets verderop, in geboortedorp Nsangi. In onze familie was altijd al sprake van politiek activisme. Velen hebben een lidkaart van de Democratic Party, een kleine oppositiepartij, maar toen Bobi Wine opkwam, kreeg hij steun van onze familie, ook van mijn vader.”

Al kort na de opgang van Wine ziet Museveni het gevaar. Wine wordt om de haverklap gearresteerd en stevig toegetakeld. Bij iedere arrestatie groeit het verzet, bij iedere arrestatie groeit het korps dat het verzet neerslaat, en na iedere arrestatie komt Wine gehavend terug thuis. Net als de familie Basalidde. “Mijn vader is vroeger, nog voor de doorbraak van Bobi Wine, geregeld opgepakt na protesten. Ook andere mannen van de familie belandden in de gevangenis, en kwamen thuis met littekens.”

Het bladeren in de recente geschiedenis van zijn nog jonge leven eindigt voor Disan altijd bij dat ene feit dat dit hele verhaal bepaalt: de dood van zijn vader. “Eind 2019, in november, zat ik in Spanje. Ik was er op voetbalstage met een club die gelieerd is aan Edgars Youth Programme (een ngo in Kampala die inzet op voetbal om jongeren via sport meer kansen te bieden, red.). Mijn ouders hadden flink wat betaald opdat ik met Edgars kon rondreizen in Spanje.

‘Eerst ben je een burger, en dan een vluchteling. het is niet in woorden te bevatten hoe dat voelt, wat die miljoenen Oekraïners nu voelen.’ Beeld © Eric de Mildt
‘Eerst ben je een burger, en dan een vluchteling. het is niet in woorden te bevatten hoe dat voelt, wat die miljoenen Oekraïners nu voelen.’Beeld © Eric de Mildt

“Een vriend berichtte me op WhatsApp dat mijn vader was gedood bij protesten in Kampala, waarop ik mijn moeder belde, die me de waarheid niet durfde te bevestigen: ‘Ik bel je zo terug,’ zei ze, ‘ik bel je zo terug.’ Een ‘verdwaalde kogel’ zou het geweest zijn, afgevuurd door de politie die een zoveelste betoging neersloeg. Na de dood van mijn vader besliste ik niet meer terug te keren naar ­Oeganda. De situatie beschouw ik nog altijd als onveilig. Ik zou er alleen maar terugkeren naar een gevaarlijke, benarde situatie, zeker sinds de dood van vader.

“Een Ghanese vriend die ik leerde kennen in Spanje, vertelde me over België. Daar zou ik naartoe gaan, uit noodzaak. Ik kon en wilde niet terug. Natuurlijk besefte ik niet dat dat het begin zou worden van een lange tocht, naar een land dat ik niet kende. Je weet niet wat op je afkomt, weet niet dat je eerst een burger bent in Oeganda, en dan een vluchteling in België. De overgang van de ene naar de andere benaming laat je leeg achter. Het is niet in woorden te bevatten hoe dat voelt, wat die miljoenen Oekraïners nu ook voelen.”

In Interviewing an Eagle zegt de arend dit: ‘Wat anderen over je denken is niet essentieel, maar wat je voelt over jezelf betekent alles. De tijd is gekomen. De tijd is altijd rijp om het juiste te doen. Stop met wachten op iemand anders om je waarde te bepalen. Schrijf zelf je erfenis. Een van de scherpste paradoxen van het leven is dat de helderste toekomst afhangt van je vermogen om aandacht te besteden aan het heden. Blijf nooit steken in het verleden, gebruik het om je toekomst te voeden.’

Moeder in Oeganda

Het heeft wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk biedt de moeder van Disan, die nog in Oeganda woont, meer achtergrond: “Onze familie is inderdaad politiek zeer betrokken, zonder dat we echt in de positie zijn om dingen te veranderen. We ­hopen gewoon op een betere toekomst voor ­Oeganda. Veel van onze familie en vrienden zijn gekidnapt, in de gevangenis gegooid of gedood. Ja, we hebben banden met de Democratic Party, en steunen ook de People Power Movement (van Bobi Wine). Dat hij uiteindelijk in Europa bleef, was niet mijn idee. Dat heb ik nooit toegelaten of aangeraden.

“Ik weet niet of alles goed met hem gaat, aangezien hij ver van huis is, maar aan de andere kant blijft hij zo wel weg van de uitdagingen waarmee hij hier geconfronteerd zou worden. De meeste van zijn vrienden zijn gekidnapt en zitten in de gevangenis sinds de protesten van vorig jaar, na de oneerlijke verkiezingen. Ik geloof dat Disan een van hen zou geweest zijn. (Museveni won de presidentsverkiezingen en haalde een zesde mandaat binnen. Intussen leidt hij het land al 36 jaar. Bobi Wine sprak na de verkiezingen van fraude, red.) Nee, ik ga zelf geen asiel aanvragen. Ik blijf hopen op een betere toekomst voor Oeganda.”

“Ik hoop voor Disan dat hij groen licht krijgt, maar ik vrees ervoor.” Aan het woord is een man met Vietnamese roots, die zich achter de schermen bekommert om Disans zaak. Zijn naam wil hij liever niet in de krant. Via een vriendin die zich engageerde voor de mensen die in het Maximiliaanpark sliepen, kwam hij in contact met Disan. Hij kent de gevoelswereld van vluchtelingen. De man was er zelf een als kind. In 1975, op het einde van de Vietnamoorlog, vluchtte zijn familie weg uit Laos, waar zijn vader voor de Amerikanen werkte, richting Europa. Ze plakten hun foto op paspoorten die enigszins overeenkwamen met hun leeftijden, en startten een nieuw leven in Brussel. Veertig jaar later woont hij er nog altijd.

“Mijn ouders waren alles kwijt, en hadden plots een gezin van vijf kinderen te onderhouden in een land waar ze de taal niet spraken en de cultuur niet kenden. Máár, en daar gaat het mij om: toen liep alles wel gestructureerd, werd je als vluchteling makkelijk geholpen en kende de problematiek niet de chaos die er nu wel is.

“Dat België actie onderneemt om Oekraïners op te vangen valt te begrijpen. Is het een vorm van racisme om de Oekraïners meteen te helpen en pakweg Afrikanen veel minder? In theorie wel, maar ik begrijp de discriminatie die ontstaat en vrees dus voor Disan, voor de concurrentie, ten voordele van de Oekraïners. Iemand die gevlucht is voor de bommen op Kiev zal makkelijker geaccepteerd worden dan iemand die een ver land ontvlucht omwille van de politieke situatie. Vergeet ook de pandemie niet. Vluchtelingen en asielzoekers moesten eerst covid doorstaan, en zullen nu nog langer moeten wachten door de oorlog in Oekraïne, met een grotere kans op een negatief advies. Er zitten drama’s aan te komen.”

Moeilijk samenleven

“Vanuit Madrid reisde ik per bus naar Parijs,” zegt Disan, “en dan naar Lille, om daar de trein te nemen naar Doornik en over te stappen op de trein naar Brussel en asiel aan te vragen. Zo eindigde ik in Steenokkerzeel, een paar dagen voor mijn 18de verjaardag, waarna ik werd overgeplaatst naar een centrum in Manhay (op een dikke tien kilometer van Durbuy). Dat was een harde tijd. In Manhay was werkelijk niks. De mensen in het opvangcentrum spraken alleen maar Frans, de mix aan asielzoekers was heel divers en dat leidde tot problemen. Als de ene beslist om 2 uur ’s nachts naar muziek te luisteren, een ander belt om 1 uur omwille van andere tijdzones, de ander dan bidt, en er geen gemeenschappelijke taal is, dan is samenleven moeilijk. Afghanen, Syriërs, Malinezen, Congolezen, Guineeërs, alles en iedereen zit er bij elkaar, alle culturen, talen, identiteiten, religies...

“In Steenokkerzeel vond ik haast alleen boeken in het Nederlands, in Manhay in het Frans, dus had ik tot mijn grote geluk mijn laptop bij, en down­load­de boeken. Ik droom van een leven als IT’er en wil ooit een eigen bedrijf oprichten. Dus heb ik mezelf leren programmeren in Manhay, door tutorials te bekijken op YouTube.”

Intussen ontwikkelde Disan een eigen app: MeUTalk, een applicatie vergelijkbaar met Whats­App, al zit het verschil in de mogelijkheden. “Via MeUTalk kun je plannen om berichten pas later te posten. Het agenderen is dus mijn toevoeging. Of dat de toekomst is weet ik niet, maar ik moet en ga blijven proberen.

“Thomas Edison is een goed voorbeeld; hij probeerde 2.000 verschillende materialen uit op zoek naar een gloeidraad voor de gloeilamp. Toen geen van hen bevredigend werkte, klaagde zijn assistent: ‘Al ons werk is tevergeefs, we hebben niets geleerd.’ Edison antwoordde zelfverzekerd: ‘O, we hebben een lange weg afgelegd en we hebben veel geleerd. We weten nu dat er 2.000 elementen zijn die we niet kunnen gebruiken om een goede gloeilamp te maken.’ Succes is strompelen van mislukking naar mislukking, zonder verlies van enthousiasme.

“Ik weet niet hoe mijn toekomst eruitziet”, besluit Disan. “Natuurlijk hoop ik hier te kunnen blijven. Ik wil alles doen om deel uit te maken van deze samenleving. Alleen ligt die beslissing niet in mijn handen. Veel meer dan doen wat iedereen hier doet, zit er niet in. Als hier voor mij geen plaats is, zal ik sterk moeten zijn om dat op te vangen, en ja, dan moet ik misschien mijn eigen boek opnieuw lezen. De adelaar zal me helpen.”

Disan Ssebowa Basalidde, Interviewing an Eagle, uitgebracht in eigen beheer, 44 p., te bestellen via Amazon.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234