Donderdag 17/10/2019

Boeken

Odysseus is held af bij Emily Wilson: vertalen vrouwen met hun borsten?

'Ulysses and the Sirens' van Herbert James Draper, 1909. Beeld Artepics / Alamy Stock Photo

Dat Emily Wilson afgelopen najaar de eerste vrouw was die zich aan de vertaling van Homeros’ Odyssee waagde, moest meteen haar soms radicale vertaalkeuzes verklaren. Liet Wilson zich bij het vertalen bijstaan door haar geslachtsdelen? Of zou het kunnen dat er andere beweegredenen waren?

Om te beginnen een kleine rechtzetting: de Britse classica Emily Wilson mag dan de eerste Engelstalige vrouw zijn die zich waagt aan het vertalen van Homeros, er gingen haar al verschillende vrouwen voor. Zo publiceerde de Franse Anne Dacier in 1716 al l’Iliade en vertaalde de Cubaanse Laura Mestre Hevia in het begin van de 20ste eeuw delen ervan naar het Spaans. In het Nederlands bracht schrijfster Imme Dros in 1991 haar vertaling, Odysseia, een bestseller die in 2016 na een oppoetsbeurt opnieuw werd uitgegeven.

Hoewel verschillende recensenten beweren dat Emily Wilson de Odyssee door een vrouwelijke bril bekeek waardoor het ‘anders’ werd, kan het werk van Dros en Wilson niet meer van elkaar verschillen. Nog curieuzer is dat de Odyssee die de Vlaamse classicus Patrick Lateur in 2016 uitbracht nauw verwant blijkt te zijn met die van Wilson. Is Patrick Lateur stiekem een vrouw? Of Imme Dros stiekem een man? Of zou het kunnen dat Wilsons keuzes niet per se worden gestuurd door haar hormonen, of erger nog, een feministische ideologie?

Het klopt dat van de zeventig Engelse vertalingen die er bestaan, zij de eerste vrouwelijke vertaler is, maar had men in het VK en de VS wat verder gekeken dan het eigen taalgebied, dan was men snel genoeg tot de conclusie gekomen dat een vertaler of een vertaalster niet nadenkt met de geslachtsdelen. Althans: niet noodzakelijk, en niet vandaag.

Maar voor we de kwestie uit de doeken doen, en uitzoeken wat de relevantie ervan is, willen we graag even uw geheugen opfrissen over wat in een notendop de eerste spannende avonturenroman van de westerse literatuurgeschiedenis is. De Odysseia is een van de twee klassieke gedichten die Homeros aan het einde van de 8ste eeuw voor onze tijdrekening liet neerpennen – de man was blind. De Odyssee is een compositie van verhalen die tot dan mondeling werden doorverteld. Het andere gedicht is de Ilias, een heldhaftig oorlogsepos dat verhaalt over de laatste weken van de Trojaanse Oorlog (dat eveneens werd vertaald door Patrick Lateur en Imme Dros, en waar Wilson nu aan begint.)

Te gewichtig

De Odyssee sluit daarop aan. Koning Odysseus verzamelt na de oorlog zijn manschappen om terug naar het Griekse eiland Ithaka te zeilen. Maar de lepe bedenker van het paard van Troje heeft zich de wrok van de zeegod Poseidon op de hals gehaald omdat hij diens zoon, de cycloop Polyphemos, blind had gemaakt. Poseidon vervloekt hem tot een decennium zwerven op zee.

Odysseus belandt van de ene moeilijke situatie in de andere. Hij weet te ontsnappen aan kannibalen, logeert een tijd bij de tovenares Circe, moet weerstaan aan de lokroep van sirenes, zal zijn mannen en schepen verliezen nadat ze zo dom waren geweest om op het vee van de zonnegod te jagen. Als enige overlevende spoelt hij aan op het eiland waar de nimf Calypso woont, die verliefd op hem wordt en hem niet meer laat vertrekken. Maar de godin Athena staat nog aan zijn kant en zij stelt alles in het werk om de koning opnieuw in Ithaka te krijgen.

Beeld RV

In zijn koninkrijk heerst intussen chaos. Odysseus’ gemalin Penelope wordt het hof gemaakt door 108 woeste vrijers die zich in het kasteel hebben geïnstalleerd, de voorraden opsouperen en naar haar hand dingen. Zij weigert evenwel te hertrouwen voor ze de lijkwade af heeft die ze weeft voor de vader van de koning. Ze rekt het proces eindeloos door ’s nachts de draden weer uit te trekken. Haar list wordt evenwel verraden door een van haar slavinnen. En dan is er hun zoon Telemachos, die intussen volwassen is en op zoek is naar zijn vader. Als die laatste uiteindelijk – twintig jaar ouder en onherkenbaar – in Ithaka arriveert, worden vader en zoon herenigd. Samen bedenken ze een plan om de aanbidders te verslaan, wat ook gebeurt vooraleer Odysseus zijn echtgenote van zijn identiteit kan overtuigen.

Glorieus ornaat

Je zou de Odyssee een heldenverhaal kunnen noemen, maar net zo goed een soap. Het is een meeslepend verhaal dat diende om mensen te entertainen, en werd al verschillende eeuwen door barden gezongen voor het in zijn huidige vorm op papyrus belandde. Dat het altijd bedoeld was om gehoord te worden, eerder dan om te lezen, verklaart bepaalde keuzes in de recente vertalingen. Misschien een technisch detail, maar niet voor wie zich aan een vertaling waagt, of het gedicht wil lezen: de Odyssee bestaat uit 12.000 verzen.

Wat er dan zo baanbrekend is aan Emily Wilsons vertaling? Om te beginnen relativeert ze een en ander. In haar inleiding argumenteert ze uitvoerig hoe de Odyssee altijd als heldendicht werd gekaderd, maar dat de betekenis van ‘epos’ ooit veel minder grandioos was dan de glorie die we er sinds de renaissance aan toekennen. Eigenlijk betekent epos vertelling of lied, zegt ze, maar het idee van een heldendicht inspireerde veel vertalers om het glorieuze extra in de verf zetten. Omdat het bronmateriaal veel soberder is, haalde ze de ritmische en eenvoudige Homerische kwaliteiten vanonder het ornaat van de retoriek. Die eenvoud laat zich al zien bij de eerste versregel.

Waar Imme Dros in haar Odysseia het gedicht aanvangt met een lyrisch:

Zing van de man van de duizend listen, Muze, die heel veel

rondzwierf nadat hij de heilige vesting van Troje verwoest had,’

en Patrick Lateur zijn Odyssee opent met

‘De man van vele listen moet u, Muze,

voor mij bezingen. Hij zwierf zeer veel rond

nadat hij Trojes goddelijke burcht

verwoest had, (...)’

krijgen we bij Emily Wilson een afgemeten:

‘Tell me about a complicated man.

Muse, tell me how he wandered and was lost

when he had wrecked the holy town of Troy'

Merkwaardig hoe enkele Griekse verzen toch zo verschillend kunnen uitdraaien. Veel wordt bepaald door een technische kwestie: het versmetrum. “De meeste Engelse vertalingen zijn in vrij vers en zonder ritme”, legt Emily Wilson uit. We skypen, zij vanuit Pennsylvania waar ze aan de universiteit klassieke talen doceert. “Dat zinde me niet. Ik wilde wél in versvoeten schrijven.”

Ze koos voor de jambische pentameter, een vers dat uit vijf versvoeten bestaat waarbij de klemtoon telkens op de tweede lettergreep valt: tadá tadá tadá tadá tadá. In die zin schuilt er een interessante synchroniciteit in de vertalingen van Emily Wilson en Patrick Lateur, die overigens erg enthousiast reageert op haar werk. Ook Lateur koos voor de jambische vijfvoeter. Hij vindt de heldere dagelijkse taal van Wilson een groot winstpunt vergeleken met de klassieke Engelse vertalingen. En haar keuze voor die versvoet lijkt hem logisch: de Angelsaksische literatuur heeft op dat punt een lange traditie.

Dat het breekt met het origineel dat in dactylische hexameter is geschreven, een veel complexere versmaat die uit zes voeten bestaat, geeft hij toe, maar volgens Lateur is dat metrum niet meer van deze tijd. “Homeros had geen keuze, er was enkel die hexameter. Maar ik verdraag dat metrum niet. Naar mijn gevoel klinkt het te gewichtig in het Nederlands, te zwaar.

Niet alleen verlies je op die manier een stuk van het entertainend gehalte. We vertalen vandaag voor lezers van de 21ste eeuw: die taal moet helder klinken, poëtisch zijn, vloeien. De pentameter is daar perfect voor. Als je luidop leest, voel je je gedragen door dat ritme.”

In tegenstelling tot Patrick Lateur is Imme Dros niet wild van de versie van Wilson: Dros is verslingerd aan de vorm van het epos, aan die complexe dactylische hexameter, aan de schoonheid van de poëzie. Zij vindt de Engelse vertaling een beetje te schraal, mist de alliteraties. Patrick Lateur noemt Dros dan weer het slachtoffer van die hexameter: “Het metrum speelt niet alleen een rol in leescomfort, maar ook in het vertellen. Er is vandaag geen enkele dichter die in het Nederlands poëzie in hexameters schrijft. Lees de hexameter luidop en het wordt proza, terwijl je bij de kortere verzen van de pentameter de cadans van de poëzie blijft voelen. Dát brengt de tekst dichter bij de bron.

“De vraag is ook: hoever moet je gaan in het proberen om de taal van Homeros te benaderen? Dan zou je ook de taal van Vondel, Gezelle én Hugo Claus door elkaar moeten gebruiken, want de verzen uit de Odyssee dateren uit verschillende perioden. Dat is toch te gek voor woorden?”

Koning én schelm

Voor een buitenstaander kan deze discussie futiel overkomen, maar feit is dat die pentameter automatisch tot een nauwkeuriger woordkeuze dwingt, ook bij Wilson: “Veel vertalers gebruiken vijf Engelse woorden om één Grieks woord te vertalen. Dat spint het verhaal danig uit. Ook dat wilde ik niet: er moest vaart in zitten.”

Dus koos ze voor ‘complicated’ in plaats van ‘een man van duizend listen’. Is het onze verbeelding of schuilt er een minimale ironische oogrol in die keuze? Wilson moet lachen bij de suggestie. “Ik wil zeker niet negatief zijn over Odysseus, maar toch was hij niet de nobele held die men van hem maakt. Een typische Griekse held heeft één uitgesproken kwaliteit. Odysseus is een man met veel kwaliteiten en rollen: hij is een piraat, een soldaat, een koning, een bedelaar, een geliefde, maar hij is ook een schelm en een dief.

“Zo staat het er ook in het Grieks: polytropos. Hij is op veel plaatsen geweest, maar in overdrachtelijke zin betekent het ook dat hij vele gezichten heeft. Ik zocht naar een woord, één woord, dat die vele, dubbelzinnige kwaliteiten onderstreept, en dat alvast kon aankondigen dat dit geen eenduidig verhaal is.”

Maar dat ietwat lacherige woord schrijft men dus wel aan haar vrouwelijkheid toe. Zelf vindt Wilson dat een beetje jammer. “Ik word liever op academische of literaire merites beoordeeld. Omdat men doordramt over het feit dat ik een vrouw ben, krijg ik ook reacties van mensen die twijfelen aan de ernst van mijn werk. Al ontken ik niet dat het genderaspect van de Odyssee me interesseert. Het is nu eenmaal een van de thema’s van het gedicht. Ik durf mezelf ook zonder schroom een feminist te noemen, maar dat neemt niet weg dat ik niet kritisch en genuanceerd kan vertalen.”

Waarmee ze bedoelt dat ze de Odyssee niet heeft herschreven vanuit vrouwelijk perspectief. (Dat deed de Canadese schrijfster Margaret Atwood in 2005 overigens wél met The Penelopiad). Waar mogelijk wel een gevoeligheid ligt, zo geeft ze toe, is het gemak waarmee veel Engelse vertalers – mannen dus – over de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in het oude Griekenland heen stappen. Dat ze Penelope neerzetten als een heldin, terwijl ze gebonden is aan huis en haard, en niet bepaald vrij, hoeven we niet te verdoezelen, vindt Wilson. Is dat vrouwelijke sensitiviteit? “Ik weet het niet”, zegt ze. “Ik denk dat een man dat ook wel kan zien, maar feit is dat velen dat niet doen. Ze zijn blind voor die niet zo ideale positie van de vrouw in het verhaal, net zoals ze blind zijn voor de sociale positie van slaven.”

Geen statement

Zo koos Wilson ervoor om het personeel consequent slaven te noemen, en niet dienstmeid of edele dienstmaagd zoals veel vertalers doen. “Dat klinkt te onschuldig, het insinueert dat die vrouwen gewoon in dienst waren, dat ze een keuze hadden. Maar zo ging dat er in die tijd niet aan toe. Wie voor iemand werkte, was slaaf. Er waren wel woorden voor verschillende soorten slaven, maar het bleven slaven. Ik wilde geen eufemismen, maar helderheid. Omdat het gedicht ook niets verbloemt.”

Net zo vaak werd er onder invloed van moraalridders ook inhoud aangedikt. Een mooi voorbeeld daarvan is het stukje waarin Telemachos de slavinnen opknoopt die Penelope verraden hebben. “Ze hebben de neiging om het verhaal te vereenvoudigen door die slavinnen hoeren of teven te noemen”, zegt Wilson. “Dat klinkt gemakkelijker, omdat ze het dan vast verdiend hebben. Maar: dat staat er helemaal niet in het Grieks.”

Er staat in het oud-Grieks letterlijk ‘die daar’, bevestigt Dros, die wel voor het woord ‘teven’ koos, “omdat Telemachos elders verwijst naar honden als hij het over de aanbidders van zijn moeder heeft”. Maar ook Lateur had de reflex er een neutraler ‘vrouwen’ van te maken in plaats van lichtekooien. “Dat is niet eens een statement. Als het er niet staat, dan moet de vertaler dat daar niet zetten”, vindt hij. “Als Homeros er geen oordeel over heeft, dan moeten wij dat ook niet hebben. Een moraliserende vertaling is boerenbedrog.”

Feit is dat door de eeuwen heen censuur en moraal de Odyssee zijn binnengeslopen en dat heeft sporen nagelaten. Lateur herinnert zich de vertaalboekjes Grieks van de middelbare school uit de jaren 50 nog, en dan vooral dat er passages ontbraken. “We leerden de klassieke talen met uitgezuiverde referentiewerken. Er heerste grote schroom over wat men toen als ontuchtig gedrag zag, dus liet men bepaalde woorden, soms hele zinnen weg. Nu staan er bij Homeros geen wereldschokkende erotische zaken, maar zelfs in die kleine details zie je toch hoe vertalers moraliserend te werk gaan.”

Ook Wilson las gecensureerde versies van de Odyssee. “In de Franse vertaling van Anne Dacier uit de 18de eeuw was alle seks uit het verhaal geschrapt, wat vreemd is als vrouwen worden gestraft voor hun promiscue gedrag. Dat puritanisme is tot op de dag van vandaag nog steeds voelbaar.”

Vreemdelingen

Het is sterk dat zo’n tekst nooit helemaal vertaald raakt, dat er zelfs 2700 jaar later met animo wordt gediscussieerd over de vraag wat daar nu precies staat. Die belangstelling is mooi, zegt Wilson, omdat het het werk van de vertaler zichtbaar maakt. Bezie hen maar als archeologen die millimeter per millimeter oude lagen weg schrapen, voorzichtig omdat ze zelf geen schade willen toebrengen. Maar ook met de aandacht voor de Odyssee zelf is ze blij. “Nu die renaissance- en victoriaanse laag er af is gehaald, zien we beter hoe complex dit verhaal is, dat het gevuld is met rijke universele thema’s die ons nog steeds raken, zeker nu. Het is een verhaal over gender- en machtsverhoudingen, over monsters en verlokkingen, over hoe we kijken naar vreemdelingen en gastvrijheid.”

Een verwijzing naar de huidige vluchtelingencrisis ligt voor de hand, ook volgens Lateur: “Uiteindelijk gaat het over iemand die rondzwalkt op de Middellandse Zee, meer dan eens schipbreuk lijdt en overgeleverd is aan de goodwill van de mensen die hij ontmoet.”

De centrale kwestie van filoxenia – gastvrijheid voor vreemdelingen – boeit ook Wilson. “Die omgangsvormen, waarbij je iemand binnenlaat als die aan je deur klopt. Waarbij je hem nog voor je zijn naam hebt gevraagd, eten, onderdak en kleren geeft. Hoe je al een band creëert voordat er vragen worden gesteld... Het hedendaags racisme en de diaspora die we vandaag zien, zijn vooral voorbeelden van hoe geen goede gastheer/vrouw te zijn. Dan is de vraag: wanneer loopt filoxenia verkeerd? Wanneer zijn mensen niet meer in staat om hun deuren voor elkaar te openen?”

In de wereld van de klassieken blijkt het nog goed te zitten met de filoxenia. Ondanks de uiteenlopende meningen is er respect voor elkaars visie, en een gedeelde liefde voor de homerische klassiekers. Lateur: “In het huis van Homeros zijn vele kamers, ik misgun niemand zijn keuze. Maar ik voel me dichter bij Wilson staan, en ver van Dros.” Als we Imme Dros vertellen over hoe haar collega erover denkt, sluit ze vrolijk de rangen. “Ik steun iedereen die zich over Homerus ontfermt.” Of hoe een vertaalstrijd niet noodzakelijk een genderoorlog hoeft te worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234