Zondag 26/05/2019

Expo

Ode aan zwarte kunst: zwartekracht in het Tate Modern

Het Londense Tate Modern wil met de tentoonstelling Soul of a Nation de consequente onderwaardering van 'zwarte kunst' rechtzetten. Het is zeker een begin.

'Did the Bear Sit Under the Tree' van Benny Andrews (1969). Beeld rv © Estate of Benny Andrews/DACS, London/VAGA, NY 2017

"Free at last! Free at last! Thank God Almighty, we are free at last!" Als gongslagen klinken de woorden van Martin Luther King over de tentoonstelling Soul of a Nation. Art in the Age of Black Power. Tussen de portretten van de zwarte bokser Jack Johnson en schrijver James Baldwin, een manshoge gebalde vuist van mahoniehout en een schilderij met Ku-Klux- Klan-figuren lopen de rillingen over je rug. Zelfs 54 jaar nadat King zijn I Have a Dream-rede voor het Lincoln Memorial uitsprak.

De rillingen zijn er ook in de wetenschap dat van de emancipatie van zwarte Amerikanen sindsdien – zoveel aanhoudingen, verdachtmakingen en moorden later – minder is terechtgekomen dan dominee King had gedroomd. Alleen daarom al is deze tentoonstelling in het Londense Tate Modern anno 2017 gerechtvaardigd. Ook omdat de expositie wil laten zien dat in de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten, in de jaren 60 en 70, net zo driftig werd geschilderd en gebeeldhouwd als bij andere bevolkingsgroepen. Net zo driftig, maar minder gezien, minder erkend en minder gerespecteerd.

Soul of a Nation wil iets rechtzetten en het gapende gat opvullen dat de westerse kunstgeschiedschrijving heeft laten vallen door na te laten deze zwarte kunstenaars in de canon van de moderne kunst op te nemen. 

De expositie past bij het beeld en de wetenschap dat in de VS de ongelijkheid voortduurt. Waarom weten we nog steeds niet wie de zwarte kunstenaars uit de jaren 60 en 70 waren? William T. Williams, Betye Saar, Sam Gilliam, Ed Clark, Alma Thomas, Wadsworth Jarrell: ooit van gehoord?

'Icon For My Man Superman' van Barkley Hendricks (1969). Beeld rvCollection of Liz and Eric Lefkofsky © Barkley L. Hendricks. Courtesy of the artist and Jack Shainman Gallery, New York

De inhaalrace komt op een moment dat ook de grote overzichtstentoonstellingen, zoals in Kassel en Venetië, bezig zijn het belang van de witte, eurocentrische blik te relativeren en, belangrijker, die aan te vullen met wat u en ik niet weten van artistieke uitingen buiten het blanke Westen. Soul of a Nation is een belangrijk hoofdstuk in de herschrijving van de westerse kunstgeschiedenis. 

De tentoonstelling wil laten zien wat black art is, hoe weinig samenhangend die noemer misschien ook is, en waar de wortels ervan liggen. De oorsprong ligt namelijk niet in de blanke kunstgeschiedenis. 'Zwarte kunst' is gebaseerd op andere kleuren, het gebruik van uitbundige decoratiepatronen, met een nadrukkelijker gebruik van materialen, zoals verf en hout, schelpen en prikkeldraad.

'Keep Your Spirits Free' van Carolyn Lawrence (1972). Beeld rv Courtesy of Carolyn Mims Lawrence

Visuele uitbundigheid

Er heerst in de Tate een grote visuele uitbundigheid. In alles klinkt ook, opzichtig of onderhuids, een aanklacht tegen het gebrek aan burgerrechten door. Het feit dat Amerika, toch ook hun land, er niet voor zwarten was.

Het is begrijpelijk dat er een grote strijdlustigheid in het werk zit. Er was wat te bevechten. Niet alleen de mensenrechten zelf, ook een plaatsje aan het officiële kunstfirmament. Niet dat de zwarte kunstenaars uit het galerie- en museumcircuit helemaal werden geweerd. Al eind jaren 60 konden velen hun kunst presenteren in toonaangevende instellingen als het Whitney en Metropolitan Museum. 

Maar het werk werd toch als een afgeleide gezien van het oeuvre van de witte kunstenaars: vergelijkbaar, maar niet kwalitatief onderscheidend. Te naïef, te decoratief, te propagandistisch, te weinig beeldend. Het paste niet in de artistieke lijn die de westerse kunstgeschiedenis had uitgestippeld.

'Injustice Case' van David Hammons (1970). Beeld rv

Die onderwaardering bracht een kunstenaar als David Hammons ertoe in de trant van Marcel Duchamp, Yves Klein of Jackson Pollock te werken, maar met volstrekt eigenzinnig materiaal: kroeshaar, botten, vette boodschappentassen. De verwijzingen mogen dan clichématig zijn, ze sloten volgens Hammons wel aan op zijn eigen belevingswereld en achtergrond.

Daarbij voelde hij zich als zwarte kunstenaar 'moreel verplicht' te verbeelden wat hij maatschappelijk onderging. Waar het engagement bij blanke westerse kunstenaars meestal onder twintig lagen verf is weggemoffeld, ligt het bij hun zwarte collega's aan de oppervlakte; fluisterend of schreeuwend, onvermijdelijk en urgent.

Het spijtige is alleen dat er een aparte tentoonstelling voor nodig is. Het wordt tijd om zwarte en witte kunst bijeen te brengen als verschillend, maar gelijkwaardig. Zodat de moderne kunstgeschiedenis echt wordt herschreven.

'We Shall Survive Without a Doubt' van Emory Douglas (1971). Beeld rv © Emery Douglas/ARS NY Photo credit: Courtesy of Emery Douglas/Art Resource, NY
'Eye' van Betye Saar (1972). Beeld rv © Betye Saar. Courtesy of the Artist and Roberts and Tilton, Los Angeles, California
'Trane' van William T. Williams (1969). Beeld rv © William T. Williams, courtesy of Michael Rosenfield Gallery LLC. New York NY

Soul of a Nation. Art in the Age of Black Power. Tot 22/10 in Tate Modern, Londen. tate.org.uk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.