Vrijdag 03/02/2023

AchtergrondOasis: Supersonic

Nog wat vernielde hotelkamers of rellen in concertzalen: nieuw Oasis-boek entertaint wel maar verrast niet

Tony McCarroll, Paul 'Bonehead' Arthurs, Noel Gallagher, Liam Gallagher en Paul 'Guigsy' McGuigan. Beeld Redferns
Tony McCarroll, Paul 'Bonehead' Arthurs, Noel Gallagher, Liam Gallagher en Paul 'Guigsy' McGuigan.Beeld Redferns

Vijf jaar na de documentaire Supersonic komt er een gelijknamig boek met de ‘ongeknipte’ interviews die als basis dienden. Oasis staat nog altijd garant voor entertainende verhalen, maar het boek voegt weinig toe aan de geschiedenis van de band.

Ewoud Ceulemans

“We gebruikten veel drugs en drank, of we nou gingen stappen of een avondje thuisbleven. Naar de maatstaven van vandaag was het waanzin en zelfs naar de maatstaven van toen was het vrij buitenissig.” Met dat citaat van Noel Gallagher, gitarist en songschrijver van Oasis, kun je de eerste jaren van de Britse band behoorlijk goed samenvatten.

Het zijn die jaren – van hun krakkemikkige repetities in Manchester in 1991 tot hun immense concerten op Knebworth in 1996 – die onder de loep liggen in Oasis: Supersonic. Enerzijds in de verdienstelijke, vijf jaar oude documentaire met die titel, anderzijds in het gelijknamige boek van Simon Halfon, dat in het najaar verscheen en nu naar het Nederlands is vertaald.

Die vertaling veegt de working class-charme van Ierse migranten in Manchester grotendeels uit. Liam Gallagher refereert steevast aan zijn oudere broer als ‘our kid’, een term die zowel affectie als misprijzen verraadt. De vertaalde term ‘het joch’ ontbeert dat. Als de Gallaghers kort over hun afwezige en gewelddadige vader spreken gaat het over hun ‘ouwe’. En dat er Hollandse uitdrukkingen als ‘sacherijnig’, ‘meissie’, of ‘uit je plaat gaan’ opduiken helpt evenmin.

Directe citaten

Dat is evenwel niet de fout van auteur Simon Halfon. Hij is de man die voor de docu ruim dertig uur aan interviews afnam met Noel en Liam Gallagher, respectievelijk het brein en de grote muil van de band, en met een aantal andere betrokkenen. Die interviews staan nu ‘ongeknipt’ in het boek, dat is opgetekend in directe citaten, zonder verdere inbreng van de auteur.

Zo’n oral history is populair in de muzikale non-fictie, denk maar aan David Bowie: A Life, Changes (over Tupac Shakur), This Searing Light, The Sun and Everything Else (over Joy Division) of het geweldige Meet Me in the Bathroom (over de indiescene in New York). Die vorm brengt zijn lezers heel dicht bij het onderwerp, en dat geldt ook voor Supersonic. Alleen zijn de Gallaghers in dit boek zó dominant dat het verhaal nogal eenzijdig wordt.

Niet dat hun herinneringen niet om van te smullen zijn. Liam toont zich zijn heerlijk arrogante zelve (“Ik had twee taken: zingen en supercool zijn”) en Noel is een rasverteller die achteloos uitlegt waarom er in kleine criminaliteit geen toekomst zat. “Als je drie keer wordt gepakt, weet je dat je niet in de wieg bent gelegd voor een leven als crimineel meesterbrein.”

Tussendoor vertelt hij waarom hij de middelmatige drummer Tony McCarroll uit de band schopte (“Een fan van United. Logisch dat hij er als eerste uitvloog.”) of over de nonsensicale tekst van ‘Champagne Supernova’. “‘Walking slowly down the hall, faster than a cannonball’, kan dat eigenlijk wel? Het kan zeker, als je maar genoeg drugs gebruikt.”

Andere leden blijven stil

Door zich zo te laten meeslepen door het relaas van de Gallaghers verliest Halfon echter het grotere plaatje uit het oog. Over britpop en de Cool Britannia-hausse wordt alleen gerept als het over de oppervlakkige vete met Blur gaat. Noel: “Ik denk dat ik Liam de schuld maar geef, het is meestal zijn schuld.”

Behalve gitarist Bonehead komen andere bandleden nauwelijks aan het woord. De ‘stille’ bassist Guigsy doet zijn reputatie alle eer aan door nooit meer over Oasis te praten, en tweede drummer Alan White blinkt evenzeer uit in afwezigheid. In de eindeloze herinneringen aan vernielde hotelkamers of rellen in concertzalen hoor je nooit de hoteleigenaars of zaalexploitanten. Leden van andere bands uit die tijd, zoals The Stone Roses, Blur of Pulp, komen ook niet ten tonele.

Het maakt van Supersonic een nogal vrijblijvende opeenvolging van Gallagher-herinneringen. Entertainen doen die altijd, inzicht verschaffen veel minder.

Temeer daar de periode die Supersonic beschrijft inmiddels een van de best gedocumenteerde uit de muziekgeschiedenis moet zijn, van Noels tijdelijke vertrek tijdens een Amerikaanse tournee tot Liam die met veel plezier de opnames van (What’s the Story) Morning Glory? saboteert. Het verhaal van vijf lads uit Manchester die zich in enkele jaren opwerken tot een kolossale rockband is indrukwekkend, maar het is ook een tikje repetitief: het is als een opwaartse spiraal waarin dezelfde dingen elkaar steeds sneller opvolgen. Noel schrijft een wereldsong. Liam komt in een vechtpartij terecht. Elk optreden verdubbelt het publiek. Iedereen neemt te veel drugs om het ten volle te beseffen. Het zijn gekke, bizarre avonturen, maar verrassen doen ze niet meer.

Langzame neergang

Na de Knebworth-shows, recentelijk te zien in een concertfilm, deed Oasis nog dertien jaar verder. Jaren waarin de muzikale output doorgaans zo middelmatig bleek dat wat achter de schermen gebeurde vermoedelijk interessanter was. Misschien zit er een minstens even interessant boek in de langzame neergang van Oasis als in de fabelachtig snelle klim naar de top.

Niemand lijkt overigens te beseffen hoe vluchtig dat immense succes was als Noel Gallagher zelf. “Ik weet hoe het voelt om deel uit te maken van de grootste band van de wereld, al was het maar omdat U2 even een rookpauze had ingelast. We hebben het gepresteerd en ik kan je vertellen dat we er keihard voor hebben gewerkt en dat we het met pure minachting hebben behandeld, want meer verdiende het niet.”

Oasis: Supersonic (328 p., € 24,99) is verschenen bij Xander.

Noel en Liam Gallagher in 1995. Beeld Getty Images
Noel en Liam Gallagher in 1995.Beeld Getty Images

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234