Woensdag 11/12/2019

Documentaire

Nog nooit zag je zo’n excentrieke ‘madame la juge’

'Madame la juge' in haar deux-cheveaux. Beeld RV Cinéart

Drieënhalf jaar werkten Jean Libon en Yves Hinant aan hun documentaire Ni juge ni soumise. Ze kregen toegang tot de coulissen van de Belgische justitie, volgden een onderzoeksrechter op de voet en overtuig­den honderden verdachten om tijdens hun ondervraging een camera toe te laten.

Het resultaat is zo bizar, gruwelijk, lachwekkend en ontroerend tegelijk dat de eerste recensenten zich afvroegen of ze in plaats van een documentaire geen fictie hadden gezien. Een soort Borat over de Belgische rechtspraak. In Zwitserland werden Libon en Hinant uitgenodigd op een festival voor komische films, en op het filmfestival van San Sebastian kreeg Anne Gruwez, de onderzoeksrechter rond wie de documentaire draait, een speciale vermelding voor haar ‘vertolking”.

“Een hele eer”, gniffelt Gruwez in een Brussels café, waar ze met Libon en Hinant heeft afgesproken voor een interview naar aanleiding van het Amsterdamse filmfestival IDFA, waar de film komende week wordt getoond. “Ik doe gewoon mijn werk als rechter, zoals ik dat elke dag doe, en plots word ik geëerd als actrice.

“Volkomen terecht”, reageert Yves Hinant. Ni juge ni soumise is toch een romantische ­komedie?”

De twee Brusselse documentairemakers en hun protagoniste vinden de verwarring best vermakelijk. Natuurlijk willen ze in Ni juge ni soumise iets vertellen over de Belgische rechtspraak, en over de rafelranden van de maatschappij. En natuurlijk is dat ernstig bedoeld. “Maar in welk hokje ze ons steken, maakt mij niet uit”, zegt Jean Libon. “Als mensen niet goed weten of ze nu fictie of non-fictie hebben gezien, dan denken ze ­tenminste na over onze film.”

Ni juge ni soumise toont het dagelijkse leven van Anne Gruwez, sinds 24 jaar onderzoeksrechter bij de rechtbank van Brussel. Gruwez wordt gevolgd tijdens haar onderzoek naar een cold case, de moord op twee luxeprostituees. Maar we zien haar ook terwijl ze aan de lopende band beslist of opgepakte verdachten in hechtenis moeten ­blijven of op vrije voeten mogen komen. Dat moet binnen 24 uur na de arrestatie.

Gewichtige taken, maar Gruwez voert ze op een vreemd lichtvoetige manier uit. Tijdens de opgraving van een overleden verdachte maakt ze onsmakelijke grappen – “Neem je wat extra mee voor de borrelhapjes?”, vraagt ze als de patholoog een DNA-staal afneemt. Het dossier van de onopgeloste moordzaak neemt ze door met een witte rat op haar schouders. En als ze een in sm gespecialiseerde prostituee in haar kabinet krijgt, vraagt ze eindeloos door over de seksuele voorkeuren van sm -klanten, tot misselijkmakende details aan toe. “Een goed, evenwichtig meisje”, oordeelt ze na afloop. Haar collega, aan de overkant van het bureau, rolt even met de ogen.

Frivool

Maar ‘madame la juge’ mag dan nonchalant en frivool overkomen, ze kan genadeloos hard zijn voor wie haar onderschat. In een van de meest opzienbarende scènes rekent ze een draaideurcrimineel voor hoeveel zijn gevangenisstraffen de maatschappij al hebben gekost. “Het zou het goedkoopst zijn als u meteen doodgaat”, zegt ze zonder zweem van ironie. “In de gevangenis kost u een fortuin, en buiten de gevangenis leeft u van het OCMW. Maar als u om het leven komt, dan zijn we ervan af met een autopsie van 1.000 euro.” De crimineel weet niet waar hij het heeft.

Het zijn die knallende scènes – en Ni juge ni ­soumise zit er vol van – die de eerste recensenten deden twijfelen of onderzoeksrechter Anne Gruwez wel echt bestaat. Een professionele rechter laat zich toch niet voor de camera op zulke politiek incorrecte uitspraken betrappen? Een gangster laat zich toch niet filmen terwijl hij door zo’n frêle vrouwtje op zijn nummer wordt gezet? Een criticus van de Britse site Screen Daily ging googelen of ze wel echt bestond. Ja dus.

Documentairemakers Jean Libon en Yves Hinant mogen de verwarring dan graag in stand houden, er kan geen twijfel zijn over wat ze hebben gemaakt. Kijk naar hun voorgeschiedenis, als medebedenker (Libon) en makers (allebei) van Strip-Tease, de legendarische reportageserie die van 1985 tot 2012 op de Waalse en Franse televisie liep. Daarin toonden ze rauwe portretten van gewone mensen, vaak spelend met controverse en taboes. De ‘gestripte’ reportages, zonder inleiding, begeleidende muziek of commentaar, werden tegen alle verwachtingen in een kijkcijferhit.

(lees verder onder de foto)

Jean Libon, Anne Gruwez en Yves Hinant op het filmfestival van San Sebastian. De onderzoeksrechter kreeg een speciale vermelding voor haar 'vertolking' in de documentairefilm. Beeld Corbis via Getty Images

De methode achter Strip-Tease – een onopgesmukte weergave van de harde realiteit – is sindsdien leidend voor Libon en Hinant. “Een hoop schrijvers en filmmakers zeggen: de realiteit is zo rauw dat je fictie nodig hebt om die voor te stellen”, zegt Libon. “Ik vind dat idioot. Alles wat je in je hoofd kan hebben, is minder krachtig dan de realiteit. Fellini zei: ‘Alle Italianen zijn fantastische acteurs, behalve de beroepsacteurs.’ Daar kan ik me in vinden.”

Maar die realiteit mag nog zo mooi zijn, je moet ze wel in beeld krijgen. Het is verbazingwekkend hoe Libon en Hinant zo veel verdachten en getuigen hebben weten te overtuigen een camera toe te laten tot de meest pijnlijke en intieme gesprekken. “Het is een kwestie van methode”, zegt Hinant. “We hadden altijd eerst een gesprek met de advocaat, die daarna zijn cliënt inlichtte, en daarna konden we er samen over discussiëren. Als de persoon akkoord ging, tekende hij een autorisatie. Bijna iedereen ging akkoord.”

Libon: “Het is ook een kwestie van tijd. Je moet een relatie opbouwen met mensen. Als je iemand op straat aanspreekt, zullen ze natuurlijk niet ­meteen willen meewerken. Maar als je lange tijd bij iemand blijft, dan krijgen ze vertrouwen. En accepteren ze je.”

Hinant: “Omdat er zo veel verhalen waren, ­konden we ook makkelijker radicaal zijn: we ­wilden geen vervormde gezichten en geen ­vervormde stemmen. Dan filmen we liever niet. Ik vind zo’n balkje voor de ogen vreselijk: dan ben je al bij voorbaat schuldig. Misschien komt het ook daardoor dat mensen akkoord gingen: we hielden vast aan onze principes.”

De documentairemakers en Anne Gruwez gaan een eind terug. In 2007 figureerde de onderzoeksrechter in een documentaire van Yves Hinant over een moordzaak, waarin het belangrijkste bewijsstuk een pak friet was – “Nog zo’n voorbeeld van realiteit die fictie overtreft”. Drie jaar later voerden de documentairemakers haar op in een reportage in Strip-Tease, krap twintig minuten. Toen een Franse producer hen vroeg een langspeeldocumentaire in de stijl van Strip-Tease te maken, ­dachten ze meteen aan Gruwez.

Natuurlijk is de excentrieke onderzoeksrechter, met haar luipaardleggings en haar roze paraplu, met haar ontregelende grappen en confronterende ondervragingen, een dankbaar hoofdpersonage. Maar via haar geven de documakers zicht op het raderwerk van justitie, en roepen ze pertinente vragen op over de Belgische rechtspraak: over de omgang met buitenlandse culturele waarden, over de efficiëntie van het gerechtelijk onderzoek, en over de zin van celstraffen.

“Ik ben voorstander van een onmiddellijke gevangenisstraf, die niet te lang duurt”, zegt Gruwez in het Brussels café. “Maar in België worden mensen te vaak meteen vrijgelaten, om na vier jaar voor de rechtbank te verschijnen en een celstraf te krijgen. Dat is een verschrikkelijke klap voor iemand die er intussen misschien in geslaagd is weer op te krabbelen. Dat is gevaarlijk.”

(lees verder onder de foto)

'Wat moeten we met je aanvangen?' Tijdens een ondervraging kan het er hard aan toegaan bij de Brusselse onderzoeksrechter. Beeld RV Cinéart

De onderzoeksrechter blijkt in het echt even ongrijpbaar als in de documentaire. Vragen over de film gaat ze met grapjes uit de weg. Waarom ze eraan meewerkte? “Omdat ze het me gevraagd hebben.” En wat ze van het resultaat vindt? “Een beetje saai. Het gaat over mezelf en over mijn werk, dat ken ik onderhand wel. Ik kijk vooral als vrouw: ik ben blij dat ik sinds de film van kapper ben veranderd, want mijn haar zit niet goed. En ik vind het jammer dat ik mijn rode trui aan de kringloopwinkel heb weggegeven. Ik wist niet dat die me zo goed stond.”

Maar zowel in het echt als in de documentaire wordt na een tijdje duidelijk dat de gekke rechter wel degelijk weet waarmee ze bezig is. En dat een beetje gekte misschien zelfs aangewezen is om overeind te blijven in haar wereld. Op Gruwez’ kabinet trekt dagelijks een eindeloze stoet van hopeloze gevallen langs, voor wie straffen niets lijken uit te maken. Dus doet de onderzoeksrechter een moedige poging – op haar eigen onconventionele manier – om tot hen door te dringen. Ze houdt afgestompte straatboefjes een spiegel voor, zet zware criminelen op hun nummer, en lacht daarna de ellende weg.

“Ik heb altijd respect voor mijn cliënten”, zegt Gruwez. “Als je respect hebt, kan je zeggen wat je wil. Ik heb al erge dingen gezegd aan mensen, maar altijd op een beleefde manier. Ik duw ze niet in een hoek. Ik zeg niet dat ze stom zijn, maar dat ze iets stoms hebben gedaan. Dat is anders. En ik noem hen altijd bij hun naam. Ik wil dat ze weten dat ze in mijn ogen bestaan. Ik zeg hen: ik stuur u naar de gevangenis, maar ik vergeet u niet.”

Ni juge ni soumise is komende week te zien op het Amsterdamse filmfestival IDFA (onder de Engelse titel So Help Me God). In België gaat de documentaire op 21 februari 2018 in première.

Ook Bende van Nijvel in beeld

Documentairemakers Jean Libon en Yves Hinant filmden de afgelopen jaren niet alleen bij onderzoeksrechter Anne Gruwez, maar volgden ook de vijf speurders van de Cel Waals-Brabant. Dat is het onderzoeksteam naar de Bende van Nijvel, die 30 jaar na de overvallen een ultieme poging doet om de bendeleden te identificeren. Lange tijd leek dat een hopeloze zaak, tot de afgelopen weken allerlei nieuwe sporen opdoken, met de (waarschijnlijke) identificatie van bendelid ‘de Reus’ als hoogtepunt. Libon en Hinant, die alles achter de schermen filmden, waren al maanden van op de hoogte, maar mochten er niets over ­zeggen. Ook nu moeten ze discreet blijven. Hinant noemt het spoor ­“interessant”.

De 12-delige ­docureeks was zo goed als klaar, maar gezien de recente ontwikkelingen hebben Libon en Hinant besloten de afronding van het project uit te ­stellen. De vertoning van de serie De Bende van Nijvel ­wordt ten vroegste in  september 2018 verwacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234