Woensdag 26/06/2019

Concertrecensie

Noémie Wolfs in Het Depot: veel kwaliteit, weinig verscheidenheid

Noémie Wolfs. Beeld Alex Vanhee

"Ik zal niet op de eerste rij zitten bij haar concerten", zei Hooverphonic-opperhoofd Alex Callier onlangs over de solocarrière van zijn vorige zangeres Noémie Wolfs. We hebben even vluchtig gecheckt: hij zat er niet. We twijfelen nog of we hem al dan niet gelijk geven.

Even beginnen bij het begin, en dat begin heet Portland. De Humo's Rock Rally-finalisten, die sterk inzetten op retro-futuristische dreampop en harmonische samenzang, mochten in het Leuvense Depot het publiek van Noémie Wolfs opwarmen. Ze deden dat niet meer of niet minder dan uiterst verdienstelijk.

Wij hebben van hun set drie zaken onthouden: dat bandana's kennelijk weer in zijn (een trend waar we ons niet helemaal comfortabel bij voelen); dat de verschijning van zanger Jente Pironet ons héél even aan de Bob Dylan van vijftig jaar geleden deed denken, maar dat hij, toen we hem hoorden spelen, gewoon een reïncarnatie van Razorlights Johnny Borrell bleek te zijn; en dat Studio Brussel al lang niet meer de ruimdenkende zender is die ze pretendeert te zijn, want de uiterst fijne single 'Lost Fragrance' krijgt er geen plaatsje in de programmatie. Wat tot het statement 'Fuck Studio Brussel!' leidde.

We vermoeden ook dat het de fans van dit hippie-achtig trio zijn die verantwoordelijk zijn voor de wietgeur die omstreeks negen uur in de foyer de kop opstak, want Wolfs zelf leek vooral iets oudere fans bij te hebben die nieuwsgierig waren naar haar post-Hooverphonic-muziek. Ze zullen verschrikt hebben opgekeken toen Wolfs en haar vierkoppige band opener 'The Night' inzetten, een song die begint als pop met een scherp randje, maar halverwege de strofe-refrein-structuur overboord gooit en uitpakt met een fijn dicht gemetste wall of sound.

Noémie Wolfs. Beeld Alex Vanhee

Tweesnijdend zwaard

'The Night' was, met andere woorden, een krachtige opener, maar ook een tweesnijdend zwaard: het zijn de sterkste drieënhalve minuten die op Wolfs' debuutplaat Hunt You staan, en slechts sporadisch zou haar releaseconcert in Leuven nog hetzelfde niveau bereiken.

Dat wil niet zeggen dat de andere songs van de kortgeknipte zangeres stinkers zijn, verre van zelfs. Maar de fijn georkestreerde drie-minuten-popnummers blinken niet uit in verscheidenheid. 'Maybe', de obligatoire trage die halverwege voorzichtig openbloeit, is er eentje waarvan we het niet jammer vinden dat we ons er morgen niet veel meer van herinneren. En 'Burning', de leadsingle die te veel binnen de lijntjes kleurt voor zijn eigen goed, deed ons beseffen dat het soms moeilijk te zeggen is welk nummer een doorslagje is van welk ander nummer.

Noémie Wolfs. Beeld Alex Vanhee

Wolfs kondigde 'Lost In Love' meteen aan als de volgende single, en we kunnen begrijpen waarom. Met de basisingrediënten van de betere postpunker - een lijzig elektro-orgeltje en een bas die melodischer is dan ze zelf wil toegeven - en een fijne uptempo-beat bewijst de zangeres, die nu en dan ook een autoharp ter hand neemt, dat ze songs kan schrijven met het hart én de hitgevoeligheid op de juiste plaats.

Onmiskenbare baslijntjes

Live kwamen de catchy baslijntjes trouwens nog meer tot hun recht dan op plaat. Simon Casier, de Balthazar-bassist en Wolfs-wederhelft die ze op zijn conto mag schrijven, stond niet mee op het podium, maar hij had zijn onmiskenbare sound wel vriendelijk uitgeleend.

Afsluiter 'All You Ever Wanted' knipoogde zelfs erg opzichtig naar de succesformule van haar lief, tot die klok van een stem het nummer weer stevig in het universum van Noémie Wolfs verankerde. Tijdens 'All You Ever Wanted' mochten haar muzikanten overigens hun middelvinger opsteken naar de geluidsnormen. Wat niet alleen leidde tot een sterk slot, maar ook tot het vermoeden dat haar carrière de goede richting uitgaat als ze het experiment nog meer durft te omarmen.

Titeltrack 'Hunt You', een bezwerend nummer dat naar triphop neigt, en bisnummer 'My Mountain', een heerlijk slaapliedje dat net op tijd een dissonante gitaar van stal haalt, versterken dat vermoeden alleen maar. En ze bewijzen dat Wolfs ook een kwetsbare kant heeft, waarvan we tot nu nog te weinig hebben gezien. Als ze binnenkort de makkelijk verteerbare refreintjes vaker inruilt voor melodieën die koppig hun eigen weg zoeken, zal ze veel meer zijn dan een zangtalent dat Alex Callier ooit wist te spotten.

Gezien in Het Depot, Leuven, op 12 mei.
Noémie Wolfs speelt op 15 mei op Les Nuits Botanique in Brussel.

Noémie Wolfs. Beeld Alex Vanhee
Noémie Wolfs. Beeld Alex Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden