Donderdag 17/10/2019
Charlotte Gainsbourg

Interview Charlotte Gainsbourg

‘Nobody gives a shit in New York. Heerlijk’

Charlotte Gainsbourg Beeld Steven Pan

Natuurlijk is Charlotte Gainsbourg (47) nog altijd ‘de dochter van’. Maar verlammend vindt ze dat niet meer, nu ze haar eigen sound gevonden heeft. Al moest daarvoor eerst de grond onder haar voeten weggerukt worden. 

Mijn ‘to do’ voor vandaag is koffiedrinken met Charlotte Gainsbourg en voor die gelegenheid zou de wereld even mogen switchen naar zwart-wit, bedenk ik me. De zangeres, muzikante en actrice heeft iets bijzonder nostalgisch. Alsof ze recht uit een frame van een oude film is gestapt, het New York van vandaag in.

Verwachtingen die abrupt verdampen wanneer we elkaar op een paar blocks van haar appartement in de West Village treffen. Het is een uitzonderlijk warme dag die voor Gainsbourg niet al te best was begonnen. “Uitgegaan en veel gedronken.” En deze ochtend moest ze om half zeven haar bed uit, om haar 7 jaar oude zoon Joe naar school te brengen. Vervolgens op haar planning: een afspraak in een hotelbar met een totale onbekende – mij. Als we gaan zitten, stuurt ze snel nog een paar berichtjes. Dan pas kijkt ze op, ­verontschuldigend. “Mijn dochter...”

Charlotte Gainsbourg

• geboren op 21 juli 1971 in Londen als dochter van zanger Serge Gainsbourg en mode-icoon Jane Birkin

• groeide op in Parijs, samen met haar halfzus Kate Berry die in 2013 ­overleed

• zong op haar 13de een controversieel duet met haar vader, ‘Lemon Incest’

• speelde in 1984 voor het eerst mee in een film: Paroles et musique met ­Catherine Deneuve.

• bracht in 1986 haar debuutplaat Charlotte for Ever uit, en speelde de hoofdrol in de gelijk­namige film van en met haar vader

• schitterde in o.a. 21 grams, The Science of Sleep, Nymphomaniac, The Snowman....

• releasete de albums 5:55, IRM, Stage Whisper en Rest

• woont in New York met haar man, acteur Yvan Attal en 3 kinderen: Ben (1997), Alice (2002) en Joe (2011)

Gainsbourg heeft het druk. Ze is actrice, ­muzikante en moeder van drie. Het afgelopen jaar besteedde ze vooral aan touren met haar album Rest, dat in 2017 overladen werd met goeie reviews. In april stond ze op Coachella, vorig weekend trapte ze haar Europese tournee af met afgelopen donderdagavond een tussenlanding in de Klub C van Rock Werchter.

Een nieuw album is in de beginfase. Daarnaast bracht ze in beperkte oplage een eerste boek uit, een soort aanvulling op Rest met ­persoonlijke foto’s, zelfportretten, lyrics, hand­geschreven briefjes, tekeningen...

Toch ziet ze zichzelf nog altijd niet als een artiest. Niet écht. Die stempel is haar te beladen.

Charlotte For Ever

Charlotte is de dochter van Serge Gainsbourg en Jane Birkin: twee iconen die onze populaire ­cultuur mee vormgaven. Hun dochter werd grootgebracht in volle schijnwerpers, logisch dus dat ze als tiener al aan een eigen carrière begon. Ze was 13 toen ze samen met haar vader een single uitbracht: ‘Lemon Incest’, over een vader die geilt op zijn eigen tienerdochter. De song ontketende een kleine storm, maar Charlotte zelf heeft de controverse altijd weggewuifd. Het was pure provocatie, vindt ze.

In 1986 won ze een César voor haar rol in de Franse film L’effrontée. Datzelfde jaar speelde ze de hoofdrol in Charlotte For Ever, van en met Serge Gainsbourg, over een man die nadat zijn vrouw overlijdt, nog maar één link met de buitenwereld heeft, zijn dochter. Het is nog altijd een van de meest controversiële Franse films ooit, om dezelfde redenen als ‘Lemon Incest’. Serge Gainsbourg gaf later zelf toe dat het er misschien een tikje over was om zijn 15-jarige dochter ­poedelnaakt voor de camera te zetten.

Nadat haar vader in 1991 overleed, ging Charlotte voluit voor haar acteercarrière. In Frankrijk werd ze een ster en ook in de VS boomde haar populariteit: ze was te zien in The Science of Sleep van Michael Gondry en speelde in een paar films van Lars von Trier, waaronder Antichrist en Nymphomaniac.

Nadat Björk in volle #MeToo-storm verklaarde dat de Deense regisseur haar op de set van Dancer in the Dark had lastiggevallen, reageerde Gainsbourg in 2017: “Misschien is Von Trier daartoe in staat. Maar hij heeft het niet met mij gedaan.”

Haar terugkeer naar de muziek, in 2006, pakte ze groots aan. Ze nam Jarvis Cocker van Pulp onder de arm en ook producer Nigel Godrich, die mee achter het succes zit van alle Radiohead-albums sinds OK Computer. Zelfs Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel van Air werkten mee aan haar comeback. Het album 5:55 werd een verzameling vlakke en lichtjes eigenzinnige popsongs, allemaal in het Engels.

Het jaar daarna kreeg Gainsbourg een hersenbloeding. Een bijna-doodervaring, maar wel eentje die haar de bagage leverde voor alweer een album: IRM, geproduced door Beck, die haar hese, zachte stem prachtig in de verf wist te ­zetten. In 2010 volgde Stage Whisper, met een ­aantal onuitgebrachte songs en liveopnames.

En dan, een pauze. Gainsbourg deed er zeven jaar over om met een nieuw album te komen. Ze werkte eraan in Frankrijk, waar ze met haar drie kinderen en vaste partner Yvan Attal, een Franse acteur met Israëlische roots, woonde.

Op 11 december 2013 sloeg het noodlot toe. Gainsbourgs halfzus Kate Barry stierf na een val uit het raam van haar Parijse appartement. Zelfmoord, hoogstwaarschijnlijk. Ze hadden dan wel andere vaders, maar Gainsbourg en Barry waren samen opgegroeid en bleven hun hele leven close. Barry’s dood was voor Charlotte zo’n shock dat ze besloot om met haar hele gezin naar New York te verkassen. In Parijs blijven, nu Barry er niet meer was, was gewoon geen optie: het spookte in de stad.

Familiekiekje uit 1977: Kate Berry en daarboven Charlotte Gainsbourg, Serge Gainsbourg en Jane Birkin.  Beeld Sygma via Getty Images

Voor dat nieuwe album gooide ze het over een totaal andere boeg . Ze dook weer in haar oude dagboeken en besloot: deze keer moest ze zélf maar eens de lyrics schrijven. Tot dan toe was ze steeds door haar onzekerheid geremd geweest. Een samenwerking met de Franse electro-dj SebastiAn (Sebastian Akchoté) in New York, ver weg van haar roots, gaf haar het nodige zelfvertrouwen. En voor het eerst sinds de tijd met haar vader zong ze in het Frans. Er zit een vleugje disco in en de link met haar familie is onmiskenbaar. Ze zingt voor haar vader en haar zus: onversneden rouw, weerspiegeld in een ­discobol.

Ondanks de zware onderwerpen staat Rest vol gladde, poppy songs die in de winter van 2017 laaiend onthaald werden door de critici. En toch is Charlotte Gainsbourg er nog altijd als de dood voor om arrogant of gewichtig over te komen. Tijdens ons gesprek spreekt ze doordacht en met zachte stem over haar familie, en over wat haar tijdens haar lange ­carrière voortstuwde.

Vreet dat niet aan uw zelfvertrouwen als artiest, die illustere ouders van u?

“Toen ik voor het eerst tourde, had ik het ­inderdaad heel moeilijk. Ik heb niet altijd evenveel controle over mijn stem en schaamde me bij elke valse noot te pletter. Ik mis ook het volume om te kunnen opboksen tegen drums en elektrische ­gitaren.

“Sinds het laatste album ben ik veel meer betrokken. Ik begin te accepteren dat ik ben wie ik ben, en dat mijn publiek daar blij om is. Ik droom er niet meer van om een geweldige zangeres of performer te worden. Vechten en proberen op te boksen doe ik niet meer. Tijdens de optredens speel ik piano, ik maak dus deel uit van de band. Een groot verschil.”

Wat een druk ook, om als performer op het podium te staan. Niks om je achter te verbergen.

“Vroeger was ik alleen maar bezig met hoe mijn platen moesten klinken. Ik dacht niet aan hoe het er op het podium uit moest zien. Heb ik van mijn ouders: mijn vader was al 50 toen hij begon op te treden. Hij maakte toen al 20 jaar muziek; het was gewoon zijn ding niet. Mijn moeder begon pas te touren op haar 40ste. Tegenwoordig mis ik het als ik een tijdje niet op het podium sta. Een goed teken.”

U was eerst niet van plan om met deze plaat te gaan touren. En toch.

“Weet je... de plaat is zo intiem en de lyrics zijn zo introspectief. Misschien was ik bang dat ik het niet zou kunnen, live.”

De hoes van haar nieuwste album ‘Rest’. Beeld Charlotte Gainsbourg

Al uw albums maakte u met verschillende producers, ze klinken totaal verschillend. U bent de enige constante.

“Ik werk niet graag alleen. Of misschien ben ik er niet klaar voor. Ik vertrouw op de mening en de smaak van anderen omdat ik niet het zelfvertrouwen heb om solo aan een album te werken. Wat een gelukzak ben ik ook: ik mag meekijken hoe iemand als Beck aan een song sleutelt. Hoe zijn brein functioneert, zijn manier van ­werken... Hij was degene die zei: ‘Je hecht te veel belang aan je lyrics, zoveel stelt dat niet voor!’ Vervolgens stapte hij de tuin in met een notitieboekje om tien minuten later met een songtekst weer binnen te komen: ‘Kijk!’

“Beck gaf me een opdracht. ‘Je moet proberen om de slechtste song ooit te schrijven. Dat wordt jouw uitdaging. Daarna komt alles goed.’ Niet dat ik dat letterlijk heb geprobeerd, maar ik snapte zijn boodschap wel. Durven is de grootste uit­daging. Die verhuis naar New York heeft me de nodige moed gegeven. Hier kijkt niemand mee.”

U voelt zich hier anoniemer?

“Oh yeah. We denken eraan om opnieuw naar Parijs te verhuizen, niet volgend jaar maar het jaar daarna misschien. Ik weet nu al dat ik New York enorm ga missen. Niet dat de Parijzenaars zo vreselijk zijn. Maar ik ben me daar constant bewust van hoe ik gekleed ben, hoe mijn haar zit. Terwijl ik daar eigenlijk niet om geef.”

New York is veel chaotischer.

“Nobody gives a shit. (lacht) heerlijk gewoon.”

Wat ik zo goed vind aan Rest is dat u de plaat in New York gemaakt hebt, maar voor het eerst in heel lange tijd weer in het Frans zong.

“Ik had er altijd moeite mee om lyrics in het Engels te schrijven. Frans is mijn taal, hoewel mijn moeder Engelse is. Als ik een Engelstalig scenario lees, moet ik altijd even bij mijn agent checken: ‘Was het grappig? Ik vond het grappig.’

“Terwijl ik aan Engelstalige songs zat te sleutelen, klopte ik vaak bij mijn moeder aan: ‘Klinkt dit raar?’ Maar ik bleef het proberen, voor ieder album. Mijn platenmaatschappij probeerde te helpen: ze organiseerden meetings met songwriters die dan een kritische blik op mijn teksten wierpen. Een van hen, een heel sympathieke kerel, vond dat mijn teksten meer hadden van poëzie dan van songs. Dus hij begon ze te verbouwen. Hoewel ik van zijn werk hou, herkende ik mezelf niet meer in het resultaat en begon ik in te zien dat ik mijn tekortkomingen moest leren aanvaarden als ik iets wilde maken dat mezelf weerspiegelt.

“Na de dood van mijn zus stroomden de lyrics in het Engels en het Frans uit mijn pen. De refreinen kwamen makkelijker in het Engels – die mochten wat lichter en speelser. Met de Franse taal spelen lukte me niet – in het Frans kon ik alleen maar oprecht en eerlijk zijn.

“Voor de volgende plaat heb ik al bits and pieces, maar die laat ik rusten tot de muziek er is. Uit ondervinding weet ik dat je het jezelf wel heel moeilijk maakt door afgewerkte songteksten in de muziek te willen persen. Het is veel simpeler om je te laten inspireren door de muziek, dan komen de woorden vanzelf.”

Het is interessant dat u uw rouwproces met de wereld wilde delen. Sommigen doen net het tegenovergestelde en keren in zichzelf.

“Mijn vaders dood, op mijn 19de, was op een totaal andere manier traumatiserend. Hij was toen een held in Frankrijk. Die golf van succes was waarschijnlijk fantastisch voor hem, maar ik vond het een nachtmerrie. Ik wilde niet over hem ­praten of naar hem luisteren. Toen ik hem verloor, sloot ik mezelf volledig op.

“Toen mijn zus stierf was het andersom. Ik kwam in New York terecht, niemand wist van iets. Verrassend genoeg wilde ik de hele tijd over haar praten, uitleggen dat ik was verhuisd omdat mijn zus gestorven was. Vaak voelden mensen zich daar ongemakkelijk bij. Dat was natuurlijk ook niet mijn bedoeling... Ik weet het niet, ik had het gevoel dat ik haar op die manier verder deed leven. New York was haar stad, haar vader leefde hier.

“Het gaf me veel stress, de gedachte die songs live te gaan brengen. Om telkens opnieuw dat verdriet op te moeten rakelen. Maar zo voelt het niet. Sommige songs zijn duidelijk aan haar gelinkt en toch is het net helend om ze te zingen, het haalt me niet naar beneden. De elektronische muziek, dat levendige dat erin zit. En dat ik die heel kostbare momenten met haar kan delen... Ik prijs mezelf gelukkig dat het nog even mag duren.”

Hoe reageerde uw moeder op het album?

“Ik was bang dat de teksten haar zouden kwetsen omdat ze zo openlijk over haar dochter gaan. Maar ze vindt het super, ze was bij elke repetitie. Ik denk trouwens dat ze precies weet hoe ik me voel – die onzekerheid, die twijfels omdat ik mezelf niet als een echte zangeres beschouw. Daar struggel ik al mijn hele leven mee, ook als actrice. Ook zij twijfelt aan zichzelf. Op dat vlak zijn we hetzelfde. Als kind zag ik natuurlijk hoe streng ze voor zichzelf was. Nooit was ze tevreden met haar eigen prestaties. Ze begrijpt dus dat ik veel peptalk nodig heb.

“Mijn vader kon toveren met woorden. Ik probeer nu gewoon mijn eigen pad te volgen. Niet te veel meer stilstaan bij de schaduw die hij over me wierp. Het is verlammend om met hem vergeleken te worden. Ik wilde niet meer dat mijn familie zich moest generen over het feit dat ik minder goed was dan mijn vader. Ik verkies niet te weten wat de mensen denken.” (lacht)

De recensies waren lovend.

“In Frankrijk ook! En toen ik die prijs won (Vrouwelijke Artiest van het Jaar op Victoires de la Musique, red.) was ik zo, zo trots. Het was de bevestiging dat ik het kon, snap je? Dat ik iets waard ben.

“Nogmaals, naar New York verhuizen was verfrissend omdat iederéén hier een artiest is. Het is geen big deal om met fotografie bezig te zijn, met tekenen, zingen, muziek. Iedereen doet het. Dus ik mocht het ook. Niemand hier heeft een oordeel.”

Is dat in Frankrijk dan anders?

“Misschien dat ik er zélf te veel van maak. In Frankrijk was ik mijn grootste criticus, nog voor iemand anders zijn mond kon opendoen.”

Denkt u dat de Fransen meer belang hechten aan het begrip ‘artiest’? In New York noemen alle mensen zich zo.

“Ja, dat maakt het moeilijk. We hebben die theatercultuur, Molière en al die grote auteurs, de schilders... We worden omringd door kunst, maar dan ‘echte’ kunst. Mijn vader zei altijd dat hij geen artiest was. Hij maakte popmuziek; iets heel anders dan klassieke muziek. Niet dat hij zijn eigen werk kapot relativeerde; hij plaatste het gewoon in de juiste context. Ook ik beschouw mezelf niet als een artiest, wat niet wil zeggen dat ik niet wil creëren. Jezelf een artiest noemen, vind ik gewoon een beetje pretentieus. da’s misschien mijn Frans kantje. Het is waar dat we opkijken naar onze eigen cultuur – heel verlammend. Amerika is een jong land en dat is prachtig.”

Het klopt inderdaad dat iedereen in New York altijd wel ergens mee bezig is. Iedereen heeft een ‘project’.

“Ja, een project! (lacht) Leuk, toch. Ik heb hier al veel dingen geprobeerd waar ik in Parijs niet eens aan begonnen zou zijn. Een boek, bijvoorbeeld. Een compleet onpretentieus project, want het is geen kunstboek – eerder een scrapboek uit de tijd toen ik aan het album werkte. Er staan foto’s in van het graf van mijn vader en van mijn zus, ­beelden van in New York, ook veel zelfportretten en tekeningen. (lacht)

“Ik hoop dat het niet saai is. Het is helemaal in zwart-wit, net als het artwork van het album. Eigenlijk hadden ze samen moeten uitkomen.”

In de clip van ‘Rest’ wordt gerefereerd aan The Kid van Charlie Chaplin. Wat betekent die film voor u?

“Hmm, daar kan ik niet echt op antwoorden. Heb ik nooit over nagedacht. Er zijn wel een paar films die een enorme impact op me hadden. The Kid is een heel aangrijpende film als je hem ziet als kind. Ik moet een jaar of negen geweest zijn, toen gingen mijn ouders uit elkaar. In het weekend woonde ik bij mijn vader, dat was zó leuk. (lacht) Mijn moeder kreeg de lastige rol, tijdens de week, en hij werd de Kerstman. Het was de mooiste tijd ooit. Hij zette een groot scherm in zijn slaapkamer, bijna alsof we naar de bioscoop gingen. Daar ontdekte ik alle films die een blijvende indruk op mij maakten.”

Het album lijkt haast een ode aan de kindertijd. Zeker als je de clips bekijkt.

“Ik denk dat mijn rolmodellen allemaal kinderen waren, hoewel ik me niet kan herinneren dat ik actrice wilde worden. Jodie Foster in Bugsy Malone, The Kid... Los Olvidados (Mexicaanse misdaadfilm uit 1950 van Luis Buñuel, red.) draait helemaal rond jongens, heel levendig. Tiger Bay met Hayley Mills. Ik wilde hen zijn. Ik koester mijn kindertijd, het waren waardige, onschuldige jaren.”

Hoe is het voor u om zelf kinderen groot te brengen?

“Ik vond het heel makkelijk toen ze jonger dan 5 jaar waren. Toen was het duidelijk: als ze iets nodig hadden, was je er. Daarna werd het ingewikkelder. Ik kan geen zekerheden bieden, waardoor ik het moeilijk vind om hen te helpen. Ik ben niet die rots van een moeder die ze nodig hebben. Mijn eigen ouders, dat waren rotsen. Ondanks hun fragiele en destructieve kantjes twijfelde ik nooit over het feit dat ze wisten waar ze mee bezig waren. Ik verdenk mijn kinderen ervan dat ze doorhebben dat ik geen idee heb waar ik mee bezig ben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234