Dinsdag 20/10/2020

InterviewLouise Glück

Nobelprijs-winnares Louise Glück: ‘Ik was verbaasd dat ze kozen voor een witte dichter’

Louise Glück: '‘Aftakelen is niets om naar uit te kijken, maar er zit iets nieuws in. En dat is van onschatbare waarde voor een dichter.’Beeld Photo News

‘Het houdt geen steek.’ De Amerikaanse Louise Glück (77) viel uit de lucht toen ze vorige week hoorde dat ze de Nobelprijs voor de Literatuur had gewonnen. Hoewel ze niet van interviews houdt, konden we haar toch even strikken. ‘Mensen blijven maar zeggen hoe bescheiden ik ben. Ik ben niet bescheiden.’

“Ik ben een heel sociaal persoon. Het feit dat ik niet van interviews houd, betekent niet dat ik een kluizenaar ben”, zegt dichteres Louise Glück in het begin van ons gesprek.

Glück zat in een wat ongemakkelijke situatie. Donderdagochtend 8 oktober had ze de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Journalisten belaagden haar huis in Cambridge, Massachusetts. Haar telefoon rinkelde sinds 7 uur ’s ochtends onophoudelijk. Ze omschreef de plotse massale aandacht als een nachtmerrie.

Toch zou Glück de waardering gewoon moeten zijn. In een loopbaan die vijf decennia overspant, publiceerde ze twaalf poëziebundels en ontving ze zowat elke prestigieuze Amerikaanse literaire onderscheiding: National Book Award, Pulitzer Prize, National Book Critics Circle Award, National Humanities Medal, enzovoort.

Ze wordt door zowel de literaire kritiek als collega-schrijvers geprezen om haar sobere, directe en confessionele schrijfstijl. “Haar werk is als een inwendig gesprek. Misschien praat ze tegen zichzelf, misschien praat ze tegen ons. Er gaat een zekere ironie van uit”, zegt haar oude vriend en uitgever Jonathan Galassi, de voorzitter van Farrar, Straus & Giroux (FSG). “Die inwendige stem is een constante in haar werk. Ze weegt ervaringen continu af tegen een bepaald ideaal, waaraan ze nooit beantwoorden.” Volgend jaar zal FSG haar nieuwe bundel, Winter Recipes From the Collective, uitbrengen.

Een paar uur nadat het nieuws over haar Nobelprijs bekend was geraakt, sprak Glück met The New York Times. Dit zijn een paar bewerkte fragmenten uit het gesprek.

Hoe vernam u het nieuws?

Louise Glück: “Ik kreeg rond kwart voor zeven een telefoontje. Ik was net wakker. Een man die zichzelf voorstelde als de secretaris van de Zweedse Academie, zei: ‘Ik bel u om te melden dat u de Nobelprijs hebt gewonnen.’ Ik weet niet meer wat ik antwoordde, maar het was enigszins wantrouwend. Ik was hier wellicht niet op voorbereid.”

Hoe voelde u zich toen u besefte dat het wel degelijk echt was?

“Stomverbaasd dat ze kozen voor een witte Amerikaanse lyrische dichter. Het houdt geen steek. Mijn straat loopt nu vol journalisten. Mensen blijven me maar zeggen hoe bescheiden ik ben. Ik ben niet bescheiden. Maar ik dacht: ik kom uit een land waarover niet zo positief gedacht wordt momenteel, en ik ben wit, en we hebben alle prijzen al gehad. Het leek me extreem onwaarschijnlijk dat ik ooit in mijn leven te maken zou krijgen met deze specifieke gebeurtenis.”

Hoe zag uw leven eruit tijdens deze intense en isolerende maanden van de pandemie? Bent u erin geslaagd te schrijven?

“Ik schrijf sowieso onregelmatig, het is geen gestage discipline. Ik ben al zowat vier jaar aan een boek aan het werken en dat ging heel moeizaam. Maar eind juli en in augustus schreef ik onverwacht een paar nieuwe gedichten en zag ik plotseling hoe ik dit manuscript vorm kon geven en voltooien. Het was een mirakel. De gebruikelijke gevoelens van euforie en opluchting werden aangetast door covid, want ik moest strijd leveren met mijn dagelijkse angst en noodzakelijke beperkingen in mijn dagelijks leven.”

Waar gaat de nieuwe bundel over?

“Uit elkaar vallen. Er zit veel rouw in het boek. Er zit ook veel grappigs in het boek, en de gedichten zijn heel surrealistisch.

“Sinds ik schrijf, heb ik over de dood geschreven. Ik schreef al over de dood toen ik letterlijk tien jaar was. Ik was een levendig meisje. Ouder worden is complexer. Het is niet alleen het feit dat je dichter opschuift naar je eigen dood, het is dat de eigenschappen waarop je rekende – fysieke elegantie en kracht en mentale rekbaarheid – worden aangetast of gevaar lopen. Het was heel interessant om daarover na te denken en te schrijven.”

Veel van uw werk speelt in op de klassieke mythologie en verweeft mythische archetypes met meer intieme hedendaagse verzen. Wat trekt u zo aan in die mythische figuren?

“Iedereen die schrijft, haalt materiaal en brandstof uit zijn eerste herinneringen, en de dingen die je veranderd of geraakt of opgewonden hebben in je kindertijd. Ik kreeg de Griekse mythes voorgelezen door mijn visionaire ouders, en toen ik zelf leerde lezen, bleef ik ze lezen. De figuren van de goden en helden waren levensechter voor me dan de andere kleine kinderen in mijn buurt in Long Island. Dit waren mijn verhaaltjes voor het slapengaan. Sommige verhalen raakten me bijzonder, zoals dat van Persephone, en al vijftig jaar schrijf ik af en aan over haar.”

In welke mate bouwt u voort op uw eigen ervaringen in uw werk, en in welke mate verkent u universele menselijke thema’s?

“Je bouwt altijd voort op eigen ervaring, want dat is het materiaal van je leven, beginnend bij je kindertijd. Maar ik peil naar archetypische ervaringen en ga ervan uit dat de dingen waarmee ik worstel en waarvan ik geniet niet uniek zijn. Ze voelen uniek aan als je ze ervaart, maar het interesseert me niet om de schijnwerper te richten op mezelf en mijn particulier leven, wel op de problemen en geneugten van mensen, die geboren worden en daarna gedwongen zijn te gaan. Ik denk dat ik over de sterfelijkheid schrijf omdat het een verschrikkelijke schok voor me was om er in mijn kindertijd achter te komen dat dit niet eeuwig duurt.”

U hebt in de loop van uw carrière geëxperimenteerd met verschillende vormen, ook al bewaarde u uw eigen stem. Was dat een bewuste, doelgerichte poging om zichzelf uit te dagen door verschillende vormen uit te proberen?

“Ja, constant. Je schrijft om avonturier te zijn. Ik wil naar een plek gebracht worden waar ik niets van ken. Ik wil een vreemdeling op onbekend terrein zijn.

“Een van de weinige goede dingen aan de ouderdom is dat je iets nieuws ervaart. Aftakelen is niets om naar uit te kijken, maar er zit iets nieuws in die situatie. En dat is van onschatbare waarde voor een dichter of schrijver.

“Ik vind dat je altijd verrast en telkens in zekere zin opnieuw een beginneling moet zijn, want anders zou ik me dood vervelen. Er zijn momenten geweest dat ik een gedicht had geschreven, en dacht: ‘best een leuk gedicht, maar je hebt het eerder al geschreven’.”

Op welke manier heeft ouder worden u geïnspireerd om nieuw terrein te verkennen als dichter?

“Je stelt vast dat je hier en daar een zelfstandig naamwoord kwijtraakt, en in je zinnen ontstaan uitgestrekte lacunes daartussen, waardoor je de zin ofwel moet herstructureren ofwel moet opgeven. Maar waar het om gaat: je ziet dat, en het is nooit eerder gebeurd. En ook al is dat pijnlijk en onaangenaam en belooft het weinig goeds, toch is het vanuit het standpunt van een kunstenaar opwindend en nieuw.”

Uw stijl is vaak sober en uitgepuurd genoemd. Is dat de stem die natuurlijk ontstaat als u schrijft, of is het iets wat u ontwikkeld en verfijnd hebt?

“Uitgepuurd soms, dat klopt. Ik schrijf soms conversationeel. Maar je werkt niet aan een stem. De zin vindt een manier om zichzelf uit te spreken. Dit klinkt erg ‘delfisch’. Maar het is moeilijk om over te praten, een stem. Ik ben altijd gefascineerd geweest door syntaxis en de kracht die ervan uitgaat. De gedichten die mij het hardst raakten, waren verbaal niet de meest overdadige. Dat waren dichters zoals Blake of Milton, die fantastisch weg konden met syntaxis om dingen te accentueren.”

Bedankt voor het gesprek. Is er nog iets wat u wilt toevoegen?

“Als je bedenkt dat ik eigenlijk niets wilde zeggen en je uiteindelijk de oren van het hoofd heb gekletst, dan kan ik niet meteen op iets komen. De meeste dingen van betekenis die ik te zeggen heb, komt eruit in de vorm van gedichten. De rest is gewoon vermaak.”

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234