Zaterdag 26/11/2022

Uit ons archiefAnnie Ernaux

Nobelprijs-winnares Annie Ernaux, grande dame van de Franse literatuur: ‘In Macron heb ik helemaal geen zin meer’

Anniie Ernaux: 'Ik voel me er slecht bij dat ik een icoon ben geworden. Ik heb de indruk dat men mij een rol oplegt. Ik wil met rust gelaten worden.' Beeld EFE
Anniie Ernaux: 'Ik voel me er slecht bij dat ik een icoon ben geworden. Ik heb de indruk dat men mij een rol oplegt. Ik wil met rust gelaten worden.'Beeld EFE

Pieken op je 81ste? Annie Ernaux bewijst dat het kan. Een nieuwe generatie aanbidt haar, enkele van haar klassiekers worden opnieuw uit­gegeven en verfilmd. De grootste Franse hedendaagse schrijfster is relevanter dan ooit. ‘Maar ik blijf een verraadster.’

Grégoire Leménager / L'Obs

Annie Ernaux heeft de Nobelprijs voor Literatuur 2022 gewonnen. We hebben dit interview met de schrijfster daarom voor u nog eens uit ons archief opgediept.

Op donderdag 7 oktober iets voor 13 uur kreeg Annie Ernaux een sms’je waarin ze gefeliciteerd werd met haar Nobelprijs voor de Literatuur. Ze had wel min of meer zoiets verwacht. Al dagen had ze bij de bookmakers een flinke voorsprong op ­Haruki Murakami, Margaret Atwood en Ljoedmila Oelitskaja. De schrijfster sprong niet meteen een gat in de lucht. Ze las het sms’je in haar huis in Cergy, waar ze met haar twee katten woont. Ze ging op de trap zitten en zei luidop: ‘Bah, wat moet ik nu doen?’ Maar ze besefte al snel dat het om een vergissing ging. Opgelucht stond ze weer op.

Ze heeft net drie buitenlandse uitnodigingen afgewimpeld om zich zo goed en zo kwaad als het kan te concentreren op wat haar leven zin heeft gegeven sinds ze op een pijnlijke manier het café annex kruidenierszaak van haar ouders in Yvetot de rug heeft toegekeerd: het schrijven. Een wonderlijke droge schrijfstijl, die ze zelf heeft ontwikkeld om de grote en kleine gebeurtenissen in haar leven te ontleden, zonder mensen uit de hoogte te behandelen, en die haar tot een van de grote Franse schrijfsters heeft gemaakt.

BIO * Lillebonne, 1 september 1940 * Franse schrijfster * debuteert in 1974 met Les armoires vides * ontwikkelt eigen schrijfstijl met autobiografische achtergrond * schrijft tal van bestsellers, die wereldwijd vertaald worden * wint verschillende prijzen * Les années (2008) geldt als magnum opus * drie boeken zijn verfilmd

In de weken na die vreemde dag van de bekendmaking van de Nobelprijs voor de Literatuur zijn we twee keer op bezoek gegaan. We hebben de trein genomen en vervolgens een eindje te voet gewandeld in een zacht licht, dat de vijvers van Cergy vanuit de verte op een Canadees landschap doet lijken.

We zitten in de zonnige salon, waar we vijf jaar geleden de schrijfster van Mémoire de fille (vertaald als Meisjesherinneringen) hoorden vertellen over hoe ze haar maagdelijkheid verloor aan een jongen – toen ze riep dat het pijn deed, zei die: ‘Je zou er beter van genieten in plaats van te blèren.’ Dat was in 1958, ze was net 18 geworden. Het was de eerste zomer waarin ze op 15 augustus niet naar de mis ging. Die pijnlijke eerste keer bevatte al de twee belangrijkste thema’s van haar latere boeken: haar vrouwelijkheid en haar sociale afkomst, die haar erg gevoelig maakt voor elke vorm van ongelijkheid. Dat kwam al tot uiting in haar eerste boek, Les armoires vides uit 1974 (vertaald als Lege kasten): “Ik begin dat verhaal met een vreselijke abortusscène, en daarna heb ik het over het lichaam van jonge meisjes, over hun regels, kortom, over alles waarover men doorgaans niet sprak in boeken. Maar ook over de sociale kloof, de ongelijkheid, enzovoort. Ik vind het ene niet belangrijker dan het andere.”

Het is nochtans met dat tweede thema dat de geaggregeerde in de moderne literatuur, die was beginnen te schrijven met de ambitie om haar ‘soort’ te wreken, haar eigen stem vond. In 1983 publiceert ze La Place (vertaald als De plek), waarin ze over het leven en de dood van haar vader schrijft. Van het korte maar schokkende meesterwerk worden er bijna een miljoen exemplaren verkocht. Ze wint er een jaar later de Prix Renaudot mee en La Place wordt verplichte lectuur voor honderdduizenden leerlingen.

Andere bestsellers volgen, zoals Une femme uit 1987 (vertaald als Een vrouw), over haar dubbelzinnige relatie met haar moeder en haar volkse afkomst. Of La honte (De schaamte) uit 1997, waarin ze analyseert hoe dat gevoel een levenswijze is geworden voor haar. Een paar jaar eerder, in 1992, zag Passion simple het licht (vertaald als Alleen maar hartstocht), over haar verschroeiende affaire met een zakenman uit Oost-Europa. Haar vrijpostigheid komt haar op vernietigende kritieken te staan – een recensent noemde haar zelfs ‘Madame Ovary’ – maar het boek is alweer een succes, met 330.000 verkochte exemplaren. In haar oeuvre kunnen we tot in de details haar leven volgen, maar ze slaagt erin die te veralgemenen, zodat iedereen zich erin kan herkennen.

In 2000 lijkt haar momentum voorbij. Het sleutelwerk L’Evénement, over haar illegale abortus in 1963, wordt in twintig talen vertaald, waaronder het Arabisch, het Turks en het Chinees, maar in Frankrijk gaat het boek ‘slechts’ 80.000 keer over de toonbank. Waren de geesten er nog niet rijp voor?

Nochtans wordt haar werk op dat moment al bestudeerd aan de universiteiten, en onderzoekers organiseren er in 2012 zelfs een colloquium over. Een nieuwe generatie lezers, vaak erg feministisch ingesteld, bombardeert haar tot icoon. En sinds een jaar of tien viert ze de ene triomf na de andere. In 2008 komt Les Années uit (De jaren), over een halve eeuw Franse geschiedenis aan de hand van persoonlijke herinneringen, die tegelijk die van iedereen zijn. Een instantklassieker, die over honderd jaar nog gelezen zal worden.

De buitengewone literaire waarde van haar boeken werd onderstreept in theaterbewerkingen, en in de 21ste eeuw volgde ook de cinema met maar liefst drie films: J’ai aimé vivre là, Passion simple en L’Evénement van Audrey ­Diwan. Die laatste won de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië en is vanaf volgende maand ook te zien in de Belgische bioscopen. De film gaat over de kafkaiaanse nachtmerrie van de abortus die Annie Ernaux in 1963 heeft ondergaan.

Had u dat verwacht, dat uw boeken ooit zouden worden verfilmd?

“Helemaal niet. Ik heb altijd gezegd dat het me onmogelijk leek om La Place te verfilmen. Voor Ce qu’ils disent ou rien heeft een producent me jaren geleden uitgenodigd in een café in Montparnasse. Ik dacht dat het wel moest lukken met dat boek, dat gaat over de zomer van toen ik 16 was. Maar toen gebeurde er niets, tot Maurice Pialat van zich liet horen. In juli 1993, als ik het goed heb. Ik zie hem hier nog zitten: hij wilde Passion simple verfilmen, maar zoals hij het voorstelde, leek het me onmogelijk. Hij had het ook in zijn hoofd gehaald om in mijn huis te willen filmen. Daar kon geen sprake van zijn. Toen gaf hij me een boek van Napoleon: de brieven aan Joséphine. Allemaal liefdesbrieven.”

Wat heeft de cinema voor u betekend? U bent opgegroeid in een stadje in de ­provincie.

“Naar de cinema gaan, dat was een magisch gebeuren. Tot mijn 13de of 14de moest ik wel buigen voor de censuur van mijn moeder. De meeste boeken konden er wel mee door, maar de films niet. Ze ging zelfs aan de deur van de kerk kijken naar de quotering die ze kregen: ‘voor allen’, ‘voor volwassenen’, ‘voor volwassenen, onder voorbehoud’, ‘af te raden’, ‘verboden’... Ik had een nichtje van wie de moeder iets coulanter was, en dankzij haar leerde ik wat voor vreselijke dingen je in de cinema kon zien. Le Diable au corps: natuurlijk trok die film me aan, met zo’n titel! Ja, de cinema deed me dromen. En later was dat de plaats waar je kon flirten. Ik ga er nog altijd graag naartoe, het blijft toch altijd een beetje feest.”

Vorig jaar kwam de verfilming van Passion simple uit, en in ­februari is het de beurt aan ­L’Evénement, dat internationaal wordt gereleased als Happening. Twee intieme films, maar ­Passion simple is wel een erg fysiek liefdesverhaal, dat tegelijk bevrijdt en vervreemdt.

“Je kunt L’Evénement en Passion simple niet vergelijken. Het ene boek is zeer dramatisch, het andere daarentegen gaat over een droom op aarde. De passie is wat ons doet voelen dat we leven. Je beleeft er geen tien na elkaar. Misschien kun je er zelfs niet meer dan één met die intensiteit beleven. Ik heb nog andere liefdesverhalen geschreven, maar dit is het mooiste, omdat het is ontdaan van alle ballast. De man komt en gaat weer weg. Alles wat daartussen gebeurt, is amper te beschrijven. Moest alles zo expliciet getoond worden op het scherm? Daar heb ik geen mening over.

Annie Ernaux in 1960. Beeld privéarchief Annie Ernaux
Annie Ernaux in 1960.Beeld privéarchief Annie Ernaux

“Maar de film van Danielle Arbid geeft heel goed weer hoe de vrouw zich gedraagt, droomt, zich naar de telefoon haast… Een verliefde vrouw is als een kat die zich schrap zet om het op een rennen te zetten. En haar kittens, daar trekt ze zich niets meer van aan. Het eindigt in groot verdriet, en daarna is het afgelopen. En het blijft onbegrijpelijk wat er is gebeurd: waarom hij, waarom zij? En altijd die besluiteloosheid: was het wederzijds? In de film kom je dat niet te weten, evenmin als in mijn boek, en dat vind ik uitstekend.”

U bent te zien in J’ai aimé vivre là, de documentaire van Régis Sauder over Cergy, waar u al veertig jaar woont.

“Ik wilde er niet aan meedoen. Ik weet niet hoe ik me moet gedragen als ik gefilmd word, ik vind het allemaal erg gênant. Ik ben er vooral in aanwezig door mijn tekstfragmenten, en ik ben erg ontroerd als ik die jongeren in de docu ze zie lezen en soms zelfs over woorden hoor struikelen. Régis Sauder heeft ontdekt dat hier een soort utopie is verwezenlijkt (naast het oude Cergy-Village is in de jaren 70 een compleet nieuwe stad gebouwd, red.). Het is hier mooi. Erik Rohmer is hier in 1987 komen filmen voor L’Ami de mon amie, maar bij hem is het een chique stad waar je alleen maar witte mensen ziet. Sauder toont de stad en de mensen zoals ze zijn.”

Audrey Diwan heeft het verhaal van uw illegale abortus naar het witte doek vertaald. Wat voelde u toen u het resultaat zag?

“Ik was ervan aangedaan, op het einde moest ik naar adem happen. Ik vind het prachtig gedaan. Op het einde van het boek heb ik het over een sensatie die ik over mijn hele lichaam voelde. Dat laat zij ook zien, zonder veel woorden, in enkele scènes die zich op het randje van het draaglijke bevinden. Zelfs voor mij. Het zelf meegemaakt hebben en het zien gebeuren zijn twee verschillende dingen. Die scène met die breinaald… Ik heb dat zelf doorstaan. De actrice is buitengewoon: ze heeft zich die terneergeslagenheid helemaal eigen gemaakt. Je ziet wat ze doormaakt.”

Ze is erg eenzaam, net zoals u destijds. Wat denkt u van de solidariteit tussen vrouwen, waar dezer dagen weer zoveel over wordt gepraat?

“Dat is een gecompliceerde kwestie. Die solidariteit was destijds niet zo vanzelfsprekend: ik heb ernaar moeten zoeken, ze kwam zich niet aandienen. Sommige van mijn vriendinnen lieten na een tijd niets meer van zich horen. Maar dat had er ook mee te maken dat ze me niets konden bieden. Waar het toen voor iedereen om draaide, dat was geld en een domicilie. Een vrouw heeft me uiteindelijk beide bezorgd. Ik heb haar dankzij mijn boek teruggezien. Voor sommigen heeft ze een doodzonde begaan en is ze de duivel. Voor mij is ze een echte zuster.

“Dat gezegd zijnde was de solidariteit tussen vrouwen zeker niet algemeen. Je moet je niet voorstellen dat alle buurvrouwen dikke vriendinnen waren. Die solidariteit zie je pas als je samen ergens voor kunt strijden, maar op zich is het een leeg begrip. Ik zat in actiegroepen die vrouwen in contact brachten met studenten geneeskunde, die clandestien de Karman-methode toepasten, een abortustechniek. De solidariteit onder vrouwen was toen groter dan nu. Maar ik wilde solidair zijn met álle vrouwen, ongeacht hun afkomst.”

Audrey Diwan heeft vorig jaar met L’Evénement de Gouden Leeuw gewonnen op het Filmfestival van Venetië. Is dat ook een overwinning voor u? U hebt me tien jaar geleden gezegd dat het boek een ontgoocheling voor u was omdat het wel erg weinig lezers had gevonden.

“Ik werd in die tijd steevast uitgenodigd door Bernard Pivot (bekende Franse interviewer, red.), maar voor dat boek niet. Ik kreeg te horen dat L’Evénement hem niet beviel. Maar een man kan zich gewoon niet voorstellen wat het is om een abortus te ondergaan, evenmin als een bevalling.”

Uiteraard, maar als we een boek van Primo Levi lezen over zijn ervaringen in Auschwitz, wordt er toch iets van overgedragen. Daar draait het toch om in literatuur, nee?

“Absoluut. Anders zou ik nooit geschreven hebben. Dat is ook zo wonderbaarlijk in de film: die toont het onzegbare, terwijl een abortus dat altijd voor een deel blijft. Het zal nooit een routine- ingreep zijn, zelfs als het toegelaten is. Ik zeg niet dat we de klok moeten terugdraaien, maar het komt dicht bij waar het finaal om gaat, het gaat tegelijk over het leven en de dood.”

De positie van de vrouw is sterk geëvolueerd sinds 1963. Nochtans lijkt de feministische strijd ver van beëindigd. Hoe kijkt u naar #MeToo?

“Er bewoog al een en ander in de jaren 2000, maar #MeToo was als een donderslag. Ik herinner me nog mijn reactie in 2017: ‘Ik zal nu tenminste niet sterven zonder dat meegemaakt te hebben!’ (lacht) Het was een wereldwijde storm, of toch bijna. En sindsdien is die niet gaan liggen. Maar het blijft een harde strijd. Vrouwen dienen wel een klacht in, zoals recent nog tegen theatermensen en tegen Patrick Poivre d’Arvor (Franse schrijver en journalist, red.), maar vaak worden de beklaagden buiten vervolging gesteld. Kun je je inbeelden wat dat doet met de vrouwen die de moed gehad hebben om te zeggen wat ze hebben moeten doorstaan, die zelfs verkracht zijn?”

In 2011 zei u me dat u zich in een permanente staat van opwinding bevindt.

“Dat was ik toen zonder twijfel nog meer dan nu. Dat heeft vast met de leeftijd te maken. Maar bij het begin van de lockdown was ik weer in alle staten. Tegen Macron en zijn maatregelen. Wat kun je er nog meer over zeggen? Het is het eind van zijn presidentschap. Ik ga er weer in vliegen. Wat me altijd heeft geërgerd, is de afkeer van wie anders is. Iedereen moet assimileren, met het risico dat we onze eigen wortels vernietigen, omdat we niet willen dat anderen die hebben. We willen niet dat ze een andere religie belijden, het conservatisme wordt steeds sterker. Het houdt ook verband met een centralistische overheid, waarvoor de regio’s niet meetellen. Men staat zeer weigerachtig tegenover diversiteit.

Migrantenopvang op de ijsbaan van Cergy, waar Ernaux woont. 'Het is verschrikkelijk.' Beeld AFP
Migrantenopvang op de ijsbaan van Cergy, waar Ernaux woont. 'Het is verschrikkelijk.'Beeld AFP

“Ik ben heel tevreden dat de Prix Goncourt naar een Senegalees gaat, maar dat is ook een manier om te tonen dat men toch niet zo centralistisch is. Het migratieprobleem blijft sterk aanwezig. Ik weet hoe de Cour Nationale du Droit d’Asile functioneert (te vergelijken met Fed­asil in België, red.) als je geen papieren kunt voorleggen. Ze houden helemaal geen rekening met het individu.”

In de documentaire van Régis Sauder is te zien hoe migranten worden ondergebracht in de ijsbaan van Cergy.

“Dat is de realiteit. Hoeveel keer ben ik daar al niet naartoe geweest om die mensen te begeleiden! Het is verschrikkelijk. En een beetje verder heb je Coallia (een opvangorganisatie, red.), die speelt voor brievenbus van de migranten. Ze worden opgeroepen via hun smartphone, en als je daarnaartoe gaat, zie je er veertig of vijftig mannen en vrouwen staan wachten. Het is elke keer weer een schok. Men doet er alles aan om die mensen weg te duwen of op te sluiten, en het hen administratief zo moeilijk mogelijk te maken. Sinds de lockdowns is het nog erger: alles moet nu online gebeuren, maar die mensen weten amper hoe ze het internet moeten gebruiken. Excuseer me dat ik me opwind, maar het maakt me opstandig. De grote meerderheid van de Fransen kan zich dat niet eens inbeelden. Maar die mensen die al zoveel lijden hebben meegemaakt, zijn zeer veerkrachtig. Ik heb een van hen, een Soedanees, drie maanden begeleid: nu is hij toegelaten aan de Sorbonne. Hij is zo gelukkig. Met wat er nu in Darfur gebeurt, kun je hem onmogelijk terugsturen.

“Het steeds vijandiger discours tegenover vreemdelingen is een van de opmerkelijkste evoluties van de voorbije twintig jaar. Het is al vroeger begonnen, maar we hebben Sarkozy met zijn Kärcher gehad (toen die in 2005 de banlieues wilde ‘opkuisen’, red.), en nu is het bijna geïnstitutionaliseerd. De rechterzijde is steeds meer naar extreemrechts opgeschoven, waar Marine Le Pen staat, en nu is daar ook Eric Zemmour, die werkelijk onbeschoft is. Nog niet zo lang geleden vroeg men zich af of men Le Pen wel moest uitnodigen in de tv-studio, nu is dat zelfs geen vraag meer. In Macron heb ik helemaal geen zin. Het is vreselijk te bedenken dat je wel verplicht bent op hem te stemmen in de tweede ronde, als je tegen Le Pen of Zemmour bent. Had je je zoiets kunnen voorstellen in 1981? Het systeem werkt niet meer, de grondwet zou veranderd moeten worden. Ofwel moet de presidentsverkiezing beperkt blijven tot één ronde, ofwel moeten we naar een parlementaire inrichting zoals in Duitsland.”

Volgt u de campagne voor de presidents­verkiezingen?

“Neen, die kan me helemaal niet boeien. Als het over Zemmour gaat, zet ik de radio uit. Ik wil niet over hem horen praten. “Zijn bedje is zo goed als gespreid. Men vergelijkt hem met Trump, maar dat vind ik niet juist, en het lijkt me zelfs gevaarlijk.”

Hebt u een favoriet?

“Mélenchon heeft een nuchtere kijk op de zaken, die van een geschiedkundige, en hij is een man van zijn woord. Hij heeft zijn woedeaanvallen, maar hij wordt omringd door mensen als Adrien Quatennens of Clémentine Autain, die ik al langer formidabel vind. Een andere mogelijkheid zijn de groenen. Maar mijn favoriet heeft al verloren: ik had voor Sandrine Rousseau gestemd (Franse econome en ecofeministe, red.).”

Uw generatie heeft decennialang materiële en sociale vooruitgang gekend. Mensen waren ervan overtuigd dat alles altijd alleen maar beter kon worden, vertelt u in De jaren. Hoe kijkt u nu naar het huidige cultuurpessimisme? Door de terreuraanslagen heerst de indruk dat er overal gevaar dreigt.

“O, maar er was ook vroeger veel geweld, hoor. De Algerijnse oorlog, bijvoorbeeld, was bijzonder gewelddadig. Ik probeer altijd vooruit te kijken met de geschiedenis in het achterhoofd, en ik weet dat het sentiment niet noodzakelijk overeenkomt met de werkelijkheid. Natuurlijk is het nu erg moeilijk om op te klimmen op de sociale ladder en gaat het onderwijs er niet bepaald meer op vooruit, maar niet alleen het onderwijs maakt het je mogelijk om je op te werken in het leven. En ik ben waakzaam voor de verrechtsing die de laatste jaren opgang maakt: dan ga je automatisch aan de jaren dertig denken.

“Maar ik ben ervan overtuigd dat de mensen over tien jaar zullen zeggen: ‘Ja, dat is waar ook, in de jaren 2020 had je de quarantaine en de lockdowns.’ De pandemie zal tegen dan vergeten zijn, net als veel andere zaken. En positieve evoluties zullen helemaal ingeburgerd zijn, zoals de kunstmatige voortplanting en het draagmoederschap.”

De milieucrisis zullen we niet snel vergeten.

“Dat niet, neen. Dat is op dit moment het grootste probleem. En wij, babyboomers, hebben het niet zien aankomen. Voor ons was René Dumont in 1974 een schertsfiguur (de eerste groene presidentskandidaat in de Franse geschiedenis, red.). De groenen geloofden we gewoon niet. Wat je het minst verwacht, wordt eigenlijk altijd de dominante stroming, heb ik het gevoel.”

Annie Ernaux, 18 jaar, met haar moeder bij het café van haar ouders in Yvetot, Normandië. Mei 1959. Beeld privéarchief Annie Ernaux
Annie Ernaux, 18 jaar, met haar moeder bij het café van haar ouders in Yvetot, Normandië. Mei 1959.Beeld privéarchief Annie Ernaux

In uw boeken is goed te volgen hoe we door de jaren burgerlijke consumenten zijn geworden. Nu wordt het steeds moeilijker om milieubewust te consumeren: er is het voortschrijdend inzicht, de CO2-uitstoot, onze schoenen worden gemaakt door Vietnamese kindjes…

“Ik heb toch niet de indruk dat we ons daar veel van aantrekken. Er zit niets anders op dan dat in concrete politieke keuzes om te zetten. Maar de klimaatconferenties zijn bedroevend, zelfs in die van Parijs geloofde ik niet. Men heeft me gevraagd een tekst te schrijven, maar dat heb ik geweigerd. Ten andere, glyfosaat wordt stiekem opnieuw gebruikt. Een aantal mensen zeggen: ‘Jammer, niets aan te doen, we willen gewoon niet aan catastrofes denken.’ We stevenen recht op de afgrond af. Nu wordt er weer geopperd dat kernenergie nog nuttig kan zijn. Dat is niet wat wij destijds geloofden. Ik denk vaak aan mijn kleinkinderen. De jongste is 3 jaar oud. Ik vraag me soms af hoe de wereld eruit zal zien als hij even oud is als ik. Het is vreselijk, ik zie de mensheid het einde van deze eeuw niet halen. Maar bij de jongeren bespeur ik wel een collectief bewustzijn over de toestand van onze planeet, dat is waar.”

Eigenlijk gaat uw oeuvre over de strijd om uw eigen plek in de samenleving te veroveren, als vrouw en als overloopster van de ene sociale klasse naar de andere. Wat heeft u eindelijk thuis doen voelen?

“Mijn boeken. Ik kan daar alles in kwijt wat me bezighoudt: de vrouw in al haar facetten, en het verraad. Ze zijn nauw met elkaar verbonden, en alleen in mijn boeken kan ik dat oplossen. Maar ik blijf een verraadster. Ik voel me bijvoorbeeld niet op mijn gemak in de kantoren van uitgeverij Gallimard. Ik zou dat misschien wel zijn bij het gezin van een jeugdvriendin, maar ik maak niet langer deel uit van dat volkse milieu. Ik voel me ook in die kringen vervreemd.”

Zelfs bij Gallimard, na al die jaren?

“Dat zal altijd zo blijven. Dat komt door de geschiedenis van die uitgeverij. Daar hangt een haast sacrale sfeer. Daar wordt literatuur met een hoofdletter uitgegeven. Het is een kathedraal.”

Nochtans belichaamt ook u die literatuur met een hoofdletter.

“Maar ik slaag er maar niet in die te schrijven.” (lacht)

U blijft nochtans een van de favorieten voor de Nobelprijs voor de Literatuur.

“Er wordt al enkele jaren over gesproken, vooral in universitaire kringen. Ik luister er nooit naar, omdat het iets is waar ik geen zin in heb. Het is een erg prestigieuze onderscheiding, en er hangt ook veel geld aan vast… Vorig jaar heb ik absoluut geen geloof gehecht aan de geruchten. Ik heb wel erg veel hartverwarmende mailtjes gekregen. Ik was er erg verbaasd en opgetogen over. Ik voelde me geliefd, ja. En vervolgens deed iemand zich als mij voor op Twitter, en kondigde die aan dat ik de prijs had gewonnen. Een ander heeft zich laten vangen en me een berichtje gestuurd om me te feliciteren. Het was vijf voor één, en ik moest net weg. Ik zei tegen mezelf: ‘O, neen…’ Ik vond het vervelend, echt vervelend. En toen dacht ik: dat is gek, Gallimard had me op de hoogte moeten brengen. Toen ik de deur uitging, stond er minstens een dozijn kerels op straat met hun microfoons in de aanslag. Ik zei: ‘Maar wat bezielt jullie?’ En zij antwoordden: ‘Tja, voor het geval dat, hè.’ Als ik de prijs had gewonnen, hadden ze vast mijn huis belegerd. Ik vond het vreselijk.”

Maar u bent voor velen een icoon geworden.

“Ik voel me daar zeer slecht bij. Ik wil vooral met rust gelaten worden. Door die verfilmingen moet ik nu voortdurend antwoorden op vragen van journalisten, maar ik heb daar helemaal geen zin in. Ik heb de indruk dat men me een rol oplegt. Ik denk dat ik niet van mijn pad ben afgeweken sinds mijn eerste boek. Het leek mensen te verbazen dat ik met Passion simple kwam na La Place, maar op de lange termijn zien ze toch de weg die ik heb ingeslagen. Maar ik wist zelf niet welke richting ik uitging, hoor. Dat is beetje bij beetje gegaan. En ik heb onderwerpen aangesneden die destijds minder belang hadden. Als ik het over huishoudelijke taken had in La Femme gelée (‘De bevroren vrouw’, red.), dan interesseerde dat niet veel mensen in 1981, niet in de literaire wereld en ook niet in feministische kringen. Ik geloof dat ik in zekere zin word herontdekt.”

Doet het contact met uw bewonderaars u iets?

“Als ik een boek ontvang met een opdracht waarvan ik denk dat die eerlijk is, ben ik verbaasd en gelukkig. Dat betekent dat ik een steentje heb verlegd in iemands leven en in de literatuur. Dat is wat telt. Dat doet me denken aan een zin van Claudel die ik ooit eens op een papier met verbrande randen heb geschreven, zoals je vroeger deed als je chic wilde doen: ‘Ik geloof dat ik niet voor niets op de wereld ben gekomen en dat er iets in mij is dat de wereld niet mag missen.’ Kun je je inbeelden? De pretentie! (lacht) Ik heb het daarna wel moeten bekopen, zoals je weet, tien jaar lang. Maar die onuitstaanbare hoogmoed heeft me ook de weg getoond.”

U zei me in 2011: ‘Op een bepaald moment heb ik beslist om alles op mijn schrijvers­carrière te zetten.’ Die gok is goed uitgedraaid, achteraf bekeken.

“Schrijven is een obsessie en hard labeur, maar het was geen gok, zo denk ik er toch niet over. ­Joyce Carol Oates heeft het treffend verwoord: ‘De roem is geen compensatie, het is een straf’.”

Maar de literaire erkenning is toch nog iets anders dan enkele paparazzi die in de straat op vinkenslag staan. U wordt tot de grote hedendaagse schrijvers gerekend.

“Ik weet niet sinds wanneer precies. Ik doe wat ik altijd had willen doen, ja. Maar ik heb er de prijs van een chaotisch leven voor betaald. Ik praat er niet graag over, het was een leven vol jojobewegingen, een resem slechte mannen hebben mijn pad gekruist… Tezelfdertijd voel ik ook wel dat het niet anders had kunnen lopen. Dat is eigenlijk het vreselijke eraan. De man die ik graag als partner had gehad, heb ik niet kunnen krijgen, juist omdat ik een schrijfster ben. Het wil zeggen dat ik het in wezen niet anders heb gewild. Dat doet je nadenken over het leven, zeker. Ik ben bijvoorbeeld geen erg aanwezige grootmoeder… Het is nogal ingewikkeld. Ik leef gescheiden van iedereen, terwijl ik me tegelijk innig met hen verbonden voel.”

‘Wat me altijd heeft geërgerd, is de afkeer van wie anders is. Iedereen moet assimileren, met het risico dat we onze eigen wortels vernietigen.’ Beeld Patrick Swirc / modds
‘Wat me altijd heeft geërgerd, is de afkeer van wie anders is. Iedereen moet assimileren, met het risico dat we onze eigen wortels vernietigen.’Beeld Patrick Swirc / modds

Waar bent u trots op?

“Ik heb het thema van de verraadster op de kaart gezet in La Place, een boek dat nog altijd veel weerklank krijgt. Ik was ook voortdurend op zoek naar de juiste vorm, ik heb nooit het ene boek na het andere afgescheiden en ben nooit in herhaling gevallen. Het is wel altijd hetzelfde universum, maar ik beschouw schrijven als ergens met een mes ergens dwars doorheen snijden.”

De schaamte is een van de drijfveren van uw oeuvre. Bent u op uw leeftijd nog ergens ­beschaamd over?

“Het is een vrouwenschaamte, waarover ik nog niet heb gesproken. En een andere dan die waarover Mémoire de fille gaat. Maar als ik schrijf, kan ik het niet over iets hebben zonder zoveel andere dingen aan te raken. Dat is de moeilijkheid waar ik nu mee te maken heb. Ik weet niet of ik eruit raak, dan wel of ik over iets anders moet schrijven. Er is altijd wel iets om over te schrijven. Maar ik ben veel vaker moe dan vroeger. En het is vreemd om 81 te zijn in de wereld van vandaag. Ik ondervind een sterk gevoel van ontheemding. Heel veel getuigen verdwijnen. Ik zie de leegte almaar groter worden. Als ik nog maar denk aan de pagina met overlijdensberichten in Le Monde, slaat de schrik me om het hart. Er staan dikwijls schrijfsters tussen die ik heb gekend. Ik ben er nog, maar wat kan ik nog doen? Waarover moet ik nog schrijven? Maar ik blijf me voor veel dingen interesseren. Dat is het leven, het blijft iets prachtigs.”

© L’Obs

L’Evénement/Happening is vanaf 2 februari te zien in de bioscoop.

Annie Ernaux, Meisjesherinneringen, Het voorval, De schaamte, heruitgegeven door De Arbeiderspers (vanaf 18 januari).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234