Vrijdag 05/06/2020

WK-hymne

Niemand is zo Duivels als Damso

Rapper Damso.Beeld rv

Het WK-lied van de Brusselse rapper Damso doet al stof opwaaien nog vóór het nummer klaar is. Toch is hiphop de underground ontgroeid. Dat de voetbalbond bij Damso ging aankloppen, toont bovenal aan dat de hiphopscene in onze hoofdstad bloeit als nooit tevoren.

Hoe het nummer gaat klinken, weten we nog niet. Wat de titel zal zijn, evenmin. Wie het WK-lied van de Rode Duivels wil horen, moet daarvoor nog wachten tot april 2018. Maar we weten al wél dat de Brusselse rapper Damso de song zal leveren. “Aan wie gaan we het anders vragen?” vraagt zijn collega Gorik Van Oudheusden, beter bekend als STIKSTOF-rapper Omar-G of als Zwangere Guy. “De helft van de Rode Duivels luistert zelf naar Damso!”

Eden Hazard en Michy Batshuayi mochten Damso afgelopen week voorstellen als leverancier van het officiële WK-lied, en ook van Romelu Lukaku is geweten dat hij graag naar hiphop luistert. Damso lijkt dus een logische keuze, ook al stuit ze op kritiek: MR-politica Viviane Teitelbaum, voorzitster van de Conseil des Femmes Francophones de Belgique,  vindt dat Damso "een rode kaart" moet krijgen. Zijn agressieve en misogyne teksten over 'salopes' stroken niet met de waarden van de KBVB, vindt zij. Bovendien lijkt de rapper ook een buitenbeentje in een lijst met onder anderen Will Tura (‘De Rode Duivels gaan naar Spanje’, naar ‘Mexico’, of naar ‘Rome’), Sergio (‘Allez allez allez’) en de Rode Duivels zelf (die in 1994 ‘Go West’ van Village People mismeesterden).

Maar toen vier jaar geleden Stromaes ‘Ta fête’ werd gekozen voor het WK in Brazilië, werd duidelijk dat de KBVB de vinger aan de pols wil houden. WK-hymnes moeten hip en hedendaags zijn, en aanslaan bij de jeugd. “Platenfirma Universal doet ons enkele voorstellen”, verklaart KBVB-woordvoerder Pierre Cornez. “Het departement marketing van de KBVB beslist dan. Dat was ook zo bij de keuze voor Stromae en voor Dimitri Vegas & Like Mike, bij het afgelopen EK. En aangezien veel van onze spelers Afrikaanse roots hebben, leek het interessant om ook een artiest met Afrikaanse roots te kiezen.”

Een grote familie

Damso dus. Een Brusselaar van Congolese origine, en een fenomeen: zijn laatste plaat Ipséité werd zo’n 10 miljoen keer gestreamd op Spotify en ging meer dan 300.000 keer over de toonbank in Frankrijk – goed voor drie keer platina. Damso is zo het meest recente hoofdstuk in het succesverhaal van de Brusselse hiphopcultuur en de bijbehorende rapmuziek – een verhaal dat in het voorjaar werd verteld in de expo Yo! Brussels Hip-Hop Generations in Bozar.

Dat een grote platenmaatschappij als Universal achter Damso zit, is dan ook geen uitzondering. Ook Roméo Elvis, vorige week nog goed voor zeven Red Bull Elektropedia Awards, ligt onder contract bij Universal. “Dat toont dat de hele scene meer geprofessionaliseerd is dan vroeger”, vindt Brussels dj Lefto. “Omdat er in Brussel duidelijk veel talent zit, misschien wel meer dan in heel Vlaanderen samen, weten de maatschappijen: hier valt geld te verdienen. Als er een artiest groot wordt, volgt de rest vanzelf. Zo raakt de hele scene geprofessionaliseerd.”

Het is ooit anders geweest. We spoelen even terug naar 2011, toen de Franstalige zender RTL Yo! Non, peut-être uitzond, een reportage over de Brusselse rapscene, van de jaren 80 tot 2010. Toen hoorde je artiesten als Scylla, Gandhi en L’AB nog vertellen dat ze niet konden rondkomen van hun muziek. Vandaag is dat wel even anders. “Als je, zoals Damso, Vorst Nationaal of L’Olympia in Parijs uitverkoopt, dan kom je wel rond”, lacht Van Oudheusden.

Hoe is die evolutie er gekomen? Door een samenloop van omstandigheden, vinden mensen dicht bij de scene. “Er is in Brussel altijd een grote belangstelling geweest voor de hiphopcultuur en rapmuziek”, weet Martin Vachiéry, de RTL-journalist die Yo! Non, peut-être maakte en zelf actief is bij Back in the Dayz, een label annex managementbureau dat onder anderen Roméo Elvis, JeanJass & Caballero en Convok in zijn portefeuille heeft. “Maar de laatste jaren zijn verscheidene artiesten zich gaan organiseren. Ze hebben manieren gevonden, zoals Back in the Dayz, om de sector te structureren en te professionaliseren.”

Wie al eens op een festival als Couleur Café passeert, ziet inderdaad hoe een groot aantal (Brusselse) rappers een hechte vriendenkliek lijkt te vormen. Twee jaar geleden stonden, onder de noemer Niveau4, onder anderen STIKSTOF, Roméo Elvis en JeanJass & Caballero samen op het podium; afgelopen zomer deden onder anderen Zwangere Guy, L’Or du Commun en Le 77 dat trucje nog eens over. “Er is veel samenwerking in Brussel”, ziet Lefto. “Het is een grote familie, met veel kwaliteit.”

De ene artiest helpt de andere te lanceren. “Het helpt dat veel rappers en producers elkaar kennen”, vindt Van Oudheusden. “Er bestaat een grote cohesie tussen allerlei muzikanten. Roméo is begonnen met op te treden bij L’Or du Commun, en heeft nog maar twee jaar geleden zijn eerste soloshow gespeeld in het voorprogramma van STIKSTOF. De hele scene – ook de beatmakers en de producers – is samen, in team, gegroeid.”

YouTube-generatie

Maar meer dan ooit tevoren is de Brusselse rapsector ook opengebloeid, naar buiten toe. Voor rappers van de vorige generatie, zoals Scylla of Gandhi, was het moeilijk om een groot publiek te vinden. Rap werd nauwelijks gedraaid door radiozenders, die toen nog een monopolie hadden op de mainstreammuziek. De socialemediarevolutie – waarover later meer – én de wereldwijde belangstelling voor hiphop hebben daar verandering in gebracht.

“Dat is eigenlijk al lang aan de gang”, stelt Lefto. “Eind jaren 90 hebben de grote labels ontdekt dat je geld kunt verdienen met hiphop. Kijk naar Eminem of 50 Cent. Maar België is nu pas gevolgd. We zijn laat op die trein gesprongen, terwijl rapmuziek in Frankrijk al lang heel populair is. Hiphop is de nieuwe popmuziek.” Met wereldsterren als Kendrick Lamar, die Sportpaleizen uitverkopen, heeft hiphop ook een nieuw elan gevonden. Weg uit de underground en de sloppenwijken van New York, waar het genre ooit ontstond: nu behoort rap volop tot de mainstream.

“Rap is niet langer alternatief”, duidt Benoît Quittelier, een van de curatoren van Yo! Brussels Hip-Hop Generations. “Daarom is het voor de voetbalbond nu ook veel eenvoudiger om een rapper te kiezen: het is niet langer een genre waarin per se politieke statements worden verkondigd. Het behoort niet langer tot de tegencultuur, het is minder geëngageerd. Is dat goed, is dat slecht? Het is vooral een heel normale evolutie. Aan de ene kant verlies je natuurlijk wel aan engagement, maar aan de andere kant is rap veel minder afgelijnd en eenduidig dan vroeger. Er is meer diversiteit.”

Vruchtbare voedingsbodem

Als er één trefwoord de Brusselse rappers kenmerkt, is het ‘diversiteit’ wel. “Hiphop is blootgesteld aan verschillende invloeden”, merkt Vachiéry op. “Van elektro tot Afrikaanse ritmes: de beats zijn veel verscheidener geworden.” Dat zie je ook in Brussel. Quittelier: “Roméo Elvis, Damso, Scylla... Qua sound liggen die mijlenver uit elkaar.”

Steeds meer mensen hebben ook oren naar die verschillende sounds. Dat heeft deels te maken met sociale evoluties. Vachiéry: “Hiphop heeft de gentrificatie gevolgd, ook in Brussel: de blanke middenklasse ontdekt een genre dat vroeger tot de zwarte, arme tegencultuur behoorde.” Maar ook Facebook, YouTube en SoundCloud hielpen een handje. Vond de vorige generatie rappers maar moeilijk een groot publiek, omdat de zenders hun songs niet draaien, dan hebben de sociale media daar verandering in gebracht. Artiesten kunnen hun nummers zelf online zetten, en zo meteen een fanbasis kweken.

Van Oudheusden: “Wij zijn de YouTube-generatie. STIKSTOF, Roméo, L’Or du Commun: zonder de sociale media waren zij nooit zo groot geworden. Wij hebben de radio niet nodig. Dat heeft ons ook nooit geïnteresseerd, want we luisteren er zelf niet naar. Ik heb veel van mijn grootste voorbeelden leren kennen via YouTube.” Quittelier vult aan: “Dankzij het internet is muziek, en zeker rap, gemondialiseerd. Vroeger kon je niet in elke platenwinkel hiphop vinden: vandaag hoef je maar naar YouTube te surfen.”

Blijft de vraag: wat maakt Brussel zo’n vruchtbare voedingsbodem voor hiphop? Verschillende redenen. De nabijheid van Parijs is er een van. “Ik ben zelf opgegroeid met Franse hiphop, zoals IAM, Booba en Lunatic”, zegt Lefto. “Ik denk dat veel Brusselse jongeren veel meer naar Franse rap hebben geluisterd dan naar Belgische rap – al zal dat nu wel aan het kantelen zijn.” Van Oudheusden: “We liggen vlak bij Parijs, Londen en Amsterdam, waar hiphop al twintig jaar populair is. Dus het werd hier ook tijd, godverdomme.”

Maar ook het sociale weefsel plant hiphopzaadjes tussen de Brusselse straatstenen. Rap is altijd een heel stedelijk genre geweest, en nergens laat het stedelijke leven zich zo hard voelen als in Brussel. “Brussel ademt hiphop: er is hier veel armoede, veel lelijkheid, maar ook veel dynamiek. Hiphop is een genre waarin je die problematieken kwijt kunt”, vindt Van Oudheusden. “Wij tonen hoe wij Brussel ervaren.”

Rap wordt zo een middel voor jongeren om zich aan op te trekken, vindt Lefto. “Jongeren hebben steun nodig. In Brussel haalt één op de vier scholieren zijn diploma niet. Als zij zich kunnen optrekken aan muziek, zoveel te beter. Er zijn twee dingen die hen houvast bieden: muziek en sport.”

Om maar te zeggen: de Brusselse jeugd zal reikhalzend uitkijken naar het WK-lied van Damso. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234