Maandag 19/08/2019

Nick Cave & The Bad Seeds in Vorst Nationaal - Kabbelend als kraanwater

Als Nick Cave en zijn Bad Seeds hun dag hebben, serveren ze concerten waar je nekhaar overeind van gaat staan. Dan is de spanning te snijden, bijten en knauwen de songs, en voel je je na afloop alsof je een bezoek aan de hel hebt gebracht.

De kans dat Caves passage (**) in Vorst Nationaal een onvergetelijke gebeurtenis zou worden was, gezien de creatieve piek waarin hij zich momenteel bevindt, niet denkbeeldig. Het draaide anders uit. Het beeld van Nick Cave die 's ochtends wakker wordt met de heroïnenaald nog in de arm behoort intussen al jaren tot het verleden. Hij zwoer ook de alcohol af, en sinds kort is hij zelfs gestopt met roken.

De mythe schrijft voor dat naarmate artiesten hun leven beteren ze steeds middelmatiger werk afleveren, maar bij Cave (50) is veeleer het omgekeerde waar. Niet alleen houdt de naar Groot-Brittannië uitgeweken Australiër er tegenwoordig een ontzagwekkende productiviteit op na, ook behoren zijn laatste cd's - de dubbelaar Abattoir Blues / Lyre of Orpheus, de filmsoundtrack voor The Assassination of Jesse James en het gloednieuwe Dig, Lazarus Dig!!! - tot de beste in zijn lange carrière.

Meer nog: steeds meer ontplooit hij zich als een verhalenverteller van het niveau Leonard Cohen of Johnny Cash, niet toevallig twee van zijn grootste helden. Zijn vorige passages waren ronduit verpletterend, ook die in Vorst Nationaal. Toen ontpopte Cave, keurig in het pak en het schouderlange haar gitzwart geverfd, zich nog als the devil in disguise. Donderdag had Cave nog altijd dezelfde looks als bij zijn vorige halte maar voor de rest kon het contrast nauwelijks groter zijn.
Dat had er vooral mee te maken dat Nick Cave wat te ontspannen op het podium stond. Daardoor misten de songs scherpte en kon je je een paar keer niet van de indruk ontdoen dat hij zichzelf parodieerde. Aan de nummers zelf viel uiteraard niks af te dingen - zoals gezegd: Cave is een man die zijn vak verstaat - maar de uitvoeringen waren aan de vlakke kant, zeker als er voor de zoveelste keer wat rustiger werk werd aangesneden. The Bad Seeds zijn op hun beste momenten een groep outlaws die de songs van Cave kapen als waren het boeven die The Great Train Robbery beramen. Helaas stelden ze zich in Vorst tevreden met het wat futloos afhaspelen van de setlist.

'Hold on to Yourself', 'Midnight Man' en 'Nobody's Baby Now' kabbelden als water uit een kraantje. Bij dat laatste nummer bleek Cave zelfs even zijn tekst vergeten, ook al stond die op een statiefje voor zijn neus. De zanger acteerde de songs meer dan dat hij ze echt beleefde. Daardoor kon je hem slechts bij vlagen geloven, leek het of het hem moeite kostte om zich precies te herinneren in welke gemoedsgesteldheid hij al die ronkende volzinnen geschreven had.

Het vreemdste was nog dat zowel Cave als zijn Bad Seeds bij momenten toch de juiste toon te pakken hadden. 'Dig, Lazarus, Dig!!!' rammelde als kiezelsteentjes in een betonmolen; het uit een donker verleden opgelichte 'Tupelo' werd, met Caves gitaar als dissonante stoorzender, een vroeg hoogtepunt; en bij de explosie in het verder matte 'Red Right Hand' zette je even een stap achteruit. Met het zinderende 'We Call Upon The Author' klom de set zowaar uit de poel der middelmaat. Warren Ellis ging flink tekeer op piano, Cave pompte er met geweld een Doors-orgeltje doorheen en de rest van de groep zette een loodzware bluesriff in de steigers, die door de luidsprekers werd uitgebraakt.

'Papa Won't Leave You, Henry' had dan weer een hoog Poguesgehalte, ontspon zich als een dronkemanslied waar een uitgelaten bemanning de keel mee smeerde, zo tussen het mismeesteren van twee krijgsgevangenen door. Dat soort passages bleef evenwel te zeldzaam om het optreden nog te redden. Zelfs het maar sporadisch gespeelde 'Into My Arms', dat op plaat een juweel van een ballad is, werd in de bisronde verpest door veel te opdringerige percussie. Was Cave écht slecht? Dat nu ook weer niet.

Zelfs op zijn zwakst haalt een artiest van het kaliber Cave nog een niveau waar veel andere collega's alleen maar van kunnen dromen. Alleen: voor iemand wiens laatste drie passages in deze krant keer op keer met vijf sterren werden bedacht, is dat geen excuus. (Bart Steenhaut)

Nick Cave, die zich normaal gezien ontpopt als de devil in disguise, stond veel te ontspannen op het podium. Foto Alex Vanhee Beeld UNKNOWN
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden