Maandag 14/10/2019

Muziek

Nick Cave: ‘Het is goed om een fascist in je band te hebben’

Nick Cave and The Bad Seeds staan bekend om hun bezwerende concerten. Beeld EPA

Interviews geeft de opper-Bad Seed niet meer, maar vragen van fans beantwoordt Nick Cave wel graag. Online of in levende lijve, zoals overmorgen in De Roma tijdens Conversations with Nick Cave. Wij luisterden mee in Luxemburg. ‘Het is goed om een fascist in je band te hebben.’

“Men had mij gevraagd om een liedje te schrijven voor Johnny Cash. Ik dacht: fuck, dat is behoorlijk tof. Want ik ben een Johnny Cash-freak.” Nick Cave zet zich aan zijn vleugelpiano, zijn vingers in positie om de eerste akkoorden van ‘Nobody’s Baby Now’ aan te slaan. Voor hij begint, maakt hij zijn verhaal af. “Dus ik schreef dit nummer, en dan dacht ik: fuck Johnny Cash, ik houd het voor mezelf. It’s pretty good, check it out.

Het is vrijdagavond en we bevinden ons in de Philharmonie van Luxemburg, een concerthal die eigenlijk veel te groot is voor het kleine land. Er zitten ook nauwelijks locals in de zaal: de meesten zijn Belgen die geen kaartje konden krijgen voor het razendsnel uitverkochte concert in De Roma in Antwerpen, komende woensdag.

De term ‘concert’ dekt de lading niet helemaal. Voor Conversations with Nick Cave heeft de Australische zanger zijn band, The Bad Seeds, thuis gelaten. Aan de piano speelt hij een stuk of vijftien songs, maar hij komt in de eerste plaats om vragen te beantwoorden. Sinds de dood van zijn zoon Arthur, in 2015, geeft hij geen interviews meer, maar hij wil wel praten met zijn fans: online, op de website The Red Hand Files, maar ook in levende lijve.

Nadat hij met een sober ‘Sad Waters’ de avond heeft geopend, legt de opper-Bad Seed kort uit hoe die zal verlopen. “Ik zal wat liedjes spelen, jullie zullen wat vragen stellen. Maar als jullie een intelligent antwoord van me verwachten, vraag me dan alsjeblieft niets over de Europese verkiezingen. Of over Theresa May. Of over brexit.”

In een carrière van ruim veertig jaar – Cave is er 61 – is hij uitgegroeid van cultfiguur tot, om zijn eigen ‘Red Right Hand’ te citeren, “a god, a man, a ghost, a guru”. Fans komen van heinde en verre, soms om een simpele vraag te stellen: een Ierse dame wil weten of hij ooit met Sinéad O’Connor zou samenwerken (“Absoluut. Maar of zij met mij wil samenwerken, weet ik niet”) en een Rus vraagt of zijn volle bos ravenzwart haar is aangevuld met implantaten (“Ik heb gewoon tot Jezus gebeden”).

Eurovisiesongfestival

Zowat elke fan die het woord neemt, benadrukt hoe ‘geprivilegieerd’ hij of zij zich voelt om met hem te praten. Velen vertellen emotionele verhalen: over de dood van hun partner of vader, over hoe zijn songs hen door zwarte periodes hebben geholpen. Ze beschouwen Cave, die zelf open spreekt over het verlies van zijn zoon (“Ik ben sindsdien een ander mens geworden”), als een soort therapeut die spreekuur houdt.

Heel origineel zijn ’s mans antwoorden niet. Een meisje vraagt Cave, die twintig jaar lang aan de heroïne zat, hoe ze haar vriendin kan helpen bij het afkicken van de drugs. “Be her friend, no matter what. Maar zij moet haar leven zelf leiden.” Soms moet hij zich onder netelige verzoeken uitpraten. Een moeder vraagt of haar dochter met haar een liedje mag zingen, maar dat lijkt hem ‘niet zo’n goed idee’. En als iemand op Ingeborg-achtige wijze vraagt of we met de hele zaal een ritueel kunnen verzinnen om deze avond nog specialer te maken, zegt hij grijnzend ‘wat een veeleisende vrouw!’

Wel gaat hij gewillig in op verzoekjes om boeken te signeren of om even naast hem te zitten als hij ‘Papa Won’t Leave You, Henry’ speelt. Maar in tegenstelling tot een ‘gewoon’ Nick Cave-concert, wordt het verloop van de avond niet door hemzelf bepaald, maar door zijn fans. “Het voelt als een roekeloos experiment”, had hij voor de tournee gezegd. “Er is geen veiligheidsnet.” Drie uur lang springt het concert alle richtingen uit, van mijmeringen over zijn jeugd tot zijn afkeer voor het Eurovisiesongfestival.

De zanger is op zijn best als hij simpelweg mag vertellen. “Ik ben een goede schrijver”, zegt hij gespeeld arrogant, en ook live weet hij zijn woorden bijzonder goed uit te kiezen, met gevoel voor drama én humor. “Hij was een eigenaardige figuur”, zegt hij als iemand hem vraagt naar de Duitser Blixa Bargeld, tot 2003 een van de kernleden van The Bad Seeds. “Voor hem was alles (met Duits accent) ‘goed!’ of ‘slecht!’. Er was nooit nuance, nooit een grijze zone: alles was zwart of wit. Maar hij was ook de meest knuffelbare fascist die je je kunt inbeelden. Het is goed om een fascist in je band te hebben, want ze kunnen snel beslissingen nemen. Ik kan dat niet.” Waarna hij er lachend aan toevoegt: “We zijn op zoek naar een nieuwe fascist.”

Het is ook fijn om te horen hoe Cave, voor de hele zaal een idool, zelf artiesten als Johnny Cash of Leonard Cohen aanbidt. Waarna hij een verstilde cover van Cohens ‘Avalanche’ brengt. Ook klassiekers als ‘The Mercy Seat’ en een b-kantje als ‘Shoot Me Down’ zijn hoogtepunten: het allerbeste aan een Nick Cave-concert, ook zonder The Bad Seeds, blijft de muziek.

Al blijft Conversations with Nick Cave een unieke gelegenheid om de vaak goedlachse man achter de vaak donkere, dreigende frontman te leren kennen. Want Caves gevoel voor humor staat buiten kijf, zo blijkt als iemand hem vraagt voor welke artiest hij een kaartje zou kopen en welke vraag hij dan zou stellen. “Sinéad O’Connor. Ik zou haar vragen of ze met mij een song wil opnemen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234