Zondag 17/10/2021

Plaat van 1991Nevermind

‘Nevermind’ van Nirvana, of hoe drie punkers plots popsterren werden

Nirvana, van links naar rechts: zanger-gitarist Kurt Cobain, bassist Krist Novoselic en drummer Dave Grohl. Beeld Swa Van Damme
Nirvana, van links naar rechts: zanger-gitarist Kurt Cobain, bassist Krist Novoselic en drummer Dave Grohl.Beeld Swa Van Damme

Van alle legendarische albums die in 1991 werden uitgebracht, is er geen enkel zo iconisch als Nirvana’s Nevermind. Dertig jaar later heeft de plaat die van een cultgroepje uit Seattle de grootste rocksterren van de planeet maakte, nog niets aan kracht ingeboet.

Laten we dit stuk beginnen met een disclaimer: bovengetekende was nog niet geboren toen Nevermind op 24 september 1991 – op dezelfde dag als Blood Sugar Sex Magik van Red Hot Chili Peppers en The Low End Theory van A Tribe Called Quest – voor het eerst in de winkelrekken werd gedropt. De jaren 90, het decennium dat door geen enkele andere artiest zo gedefinieerd werd als door Nirvana, zijn voor steller dezes veelal vage jeugdherinneringen over Playmobil en voetballen in de tuin, in plaats van flashbacks naar rafelige jeansbroeken, flanellen hemden en lang, vettig haar.

En toch. Je hoeft die 24ste september 1991 niet bewust te hebben meegemaakt om de impact van Nevermind te voelen. “Als je nu naar Nevermind luistert, klinkt het nog steeds als de toekomst van rockmuziek”, vertelde Oasis-gitarist Noel Gallagher enkele jaren geleden aan muziektijdschrift NME. “Alle grote albums, zoals Never Mind the Bollocks en Nevermind, worden gewoon beter met de jaren. Ze dateren nooit.” Ook niet na dertig jaar.

Toen Humo-fotograaf Gie Knaeps op 25 augustus 1991, net geen maand voor de release van Nevermind, een foto trok van Nirvana-zanger Kurt Cobain – geknield op het podium, gitaar voor het lichaam, door een blonde haarlok priemend in de lens – voelde hij al dat het “unieke beelden” waren, vertelde hij vijf jaar geleden in De Morgen. Toch had niemand durven te denken dat die foto de muren van ontelbare puberkamers zou sieren, waarvan de bewoners de blonde gitaargod zouden vereren als was het de Messias. Ik schrijf uit ervaring.

Knaeps trok zijn foto op Pukkelpop 1991, waar het onbekende Nirvana last minute inviel voor The Limbomaniacs en het festival opende. “Voor Pukkelpop waren Nirvana nobele onbekenden”, aldus Knaeps, “en ik ging ervan uit dat het ook erna zo zou blijven.” Dertig jaar later is hun concert een van de beroemdste uit de Pukkelpop-geschiedenis, maar die dag viel het dronken trio vooral op omwille van hun onhandelbaar gedrag. “Ik weet nog”, vertelde Pukkelpop-medewerker Eppo Janssen in deze krant, “dat Chokri op het einde van de dag riep: ‘Die komen hier nooit meer terug!’”

Kurt Cobain tijdens het Nirvana-concert op Pukkelpop 1991. Beeld Gie Knaeps
Kurt Cobain tijdens het Nirvana-concert op Pukkelpop 1991.Beeld Gie Knaeps

‘Fucking huge’

Een jaar later was Nirvana headliner op het Reading Festival in Engeland, voor 50.000 fans: Nevermind en de lead single van het album, ‘Smells Like Teen Spirit’, hadden Cobain, bassist Krist Novoselic en drummer Dave Grohl de popstratosfeer in gekatapulteerd. Voor de band was dat een even grote verrassing als voor de mensen van Pukkelpop, ook al stonden er toen al vier Nevermind-songs op de setlist.

“Het leek compleet onwaarschijnlijk dat we ooit nog maar in de buurt zouden komen van zulk succes”, vertelde Grohl enkele weken geleden aan het muziekblad Uncut. “Je moet je herinneren wat in die tijd populair was. Wilson Phillips, Mariah Carey en fucking Bon Jovi. Geen bands als wij”, aldus Grohl. “Donita Sparks van L7 passeerde en zei dat we fucking huge zouden worden. Mijn oude vriend Barrett Jones, met wie ik was opgegroeid in Virginia en die zelf een muzikant en producer was, hoorde ‘Lithium’ en zei dat we fucking huge zouden worden. Ik dacht: ‘Wel, het is vriendelijk om dat te zeggen, maar er is no fucking way dat dat ooit gaat gebeuren.’”

Vier maanden na de release stootte Nevermind Michael Jacksons Dangerous van de troon aan de top van de Amerikaanse albumhitlijst: een symbolisch moment, een kantelpunt waarop alternatieve muziek plots de belangrijkste plaats in het popfirmament opeiste. Vandaag zijn er wereldwijd meer dan dertig miljoen exemplaren van verkocht. 1991 werd het jaar “waarin punk eindelijk doorbreekt naar het massabewustzijn van de globale samenleving”, voorspelde Sonic Youth-frontman Thurston Moore in 1991: The Year Punk Broke.

Popsongs

Dat wisten Kurt Cobain, Krist Novoselic en Dave Grohl op 2 mei 1991 evenwel nog niet. Die dag stapten ze de Sound City Studios in Van Nuys, California binnen. Hun debuut, Bleach, was in 1989 verschenen bij het indie label Sub Pop, en had 40.000 exemplaren verkocht: verre van slechte cijfers, maar niets in vergelijking met het half miljoen dat Nevermind in twee maanden tijd zou bereiken. Voor Sub Pop waren ze in april 1990 al aan de opnames voor een tweede album begonnen, samen met producer Butch Vig, maar die plaat werd nooit afgewerkt. Enkele nummers uit die sessies, waaronder ‘In Bloom’ en ‘Lithium’, werden nadien opnieuw opgenomen voor Nevermind.

1990 markeerde ook het einde van Chad Channing, Nirvana’s drummer op Bleach. Cobain en Novoselic rekruteerden Dave Grohl bij de hardcoreband Scream. Voor Nirvana de studio introk, zonden ze een demobandje van enkele nieuwe nummers naar Vig, waarop Cobain in de microfoon schreeuwde: “Hey Butch, we hebben een paar nieuwe songs voor jou, en we hebben ook Dave Grohl: hij is de beste drummer ter wereld!” Grohl, die op drums mepte alsof ze een boksbal waren, en bassist Krist Novoselic, die in zijn baslijnen het perfecte evenwicht vond tussen melodie en simpliciteit, vormden de perfecte ritmesectie voor Nirvana.

De beroemde cover van Nevermind van Nirvana.  Beeld Kos
De beroemde cover van Nevermind van Nirvana.Beeld Kos

Wat ook hielp, was het budget. De financiën bij Sub Pop waren nijpend, en Kim Gordon van Sonic Youth leidde Nirvana binnen bij het major label Geffen. Nirvana’s debuut was opgenomen in zo’n dertig uur aan studiotijd, voor 600 dollar; voor Nevermind bracht de band ruim zes weken in de studio door, voor een totaal budget van 65.000 dollar.

Het is dus simpel te verklaren waarom Nevermind een stuk gepolijster en radiovriendelijker klinkt dan Bleach. Vig overtuigde Cobain bovendien om vollere zangmelodieën te creëren – met hier en daar een leugentje om bestwil, want Cobain hield niet van te veel studiotrucs – en bouwde arrangementen van verschillende gitaarsounds – op ‘Drain You’ staan vijf gitaarsporen, “voor een bijna orkestrale gitaarsound”. Of in de woorden van Grohl in Rhythm Magazine: “Butch Vig liet het klinken als Led Zeppelin.” De opnames werden nadien nog verder gepolijst door Andy Wallace – té gepolijst, vond de band op een zeker moment.

Maar de sleutel van het succes van Nevermind ligt niet – of toch niet alleen – in de geluidskwaliteit. Om radiostations en MTV, waar ‘Smells Like Teen Spirit’ bijna op een permanente loop stond, te bereiken, was het zeker nuttig dat Nirvana’s tweede album een stuk helderder klonk dan hun debuut, maar luister naar de rauwe opnames van Live at Reading of Live at the Paramount, en je beseft: dé grote kracht van Nirvana is Cobains talent om geweldige songs te schrijven. Popsongs, om precies te zijn. De zanger zelf omschreef ‘Smells Like Teen Spirit’ als een poging om “de perfecte popsong” te schrijven, en dat ís het ook, ook al zit ‘Teen Spirit’ in een stekelig jasje, met overstuurde gitaren, een rasperige stem en mokerslagen op de drums.

Nieuwe generatie

Cobain groeide op met The Beatles, en John Lennon was een van zijn grote idolen: van de Fab Four heeft hij geleerd dat niets zo verleidelijk is als een catchy refrein. Dat is de essentie van de twaalf knallers op Nevermind: ze zijn meezingbaar, en de hook blijft in je hoofd zitten. ‘Lithium’ nodigt uit om meteen mee te brullen. De melodieuze basintro maakt van ‘Lounge Act’ zowaar bijna een dansbaar nummer. ‘Breed’, met het geweldig sarcastische ‘We can plant a house / We can build a tree’, zijn drie zinderende minuten. Zelfs het schreeuwerige ‘Gotta find a way’ uit de pure punkrocker ‘Territorial Pissings’ is briljante popmuziek. En ‘On a Plain’ begint met het piepende geluid van een overstuurde gitaarversterker, maar is zo aanstekelijk dat Lennon er vast jaloers op was geweest.

En dan is er nog ‘Polly’, het enige restant van de Sub Pop-sessies van een jaar eerder. Een akoestisch niemendalletje, lijkt het wel, met een zwart kantje: de song gaat over een 14-jarig meisje dat na een concert werd ontvoerd, verkracht en gemarteld, maar alsnog wist te ontsnappen. Het is Cobain op z’n puurst, ontdaan van alle franjes. Het kwam hem op een compliment van Bob Dylan te staan: “This kid’s got heart.” Maar toen twee mannen later een meisje verkrachtten terwijl ze ‘Polly’ zongen, noopte het Cobain ertoe om nieuwe fans te waarschuwen in de liner notes van het compilatiealbum Incesticide: “Als iemand van jullie op een of andere manier homoseksuelen, mensen van kleur of vrouwen haten, gun ons dit: leave us the fuck alone! Kom niet naar onze shows en koop onze platen niet.”

Cobains talent als songschrijver werd door de band ingekleed met de van Pixies afgekeken “stille strofes, luide refreinen”-structuur en de energie van een punkband. Het is meteen de reden waarom het ‘grunge’-jasje Nirvana niet goed past: de zwaarwichtige, logge songs van Soundgarden of Pearl Jam staan mijlenver van de opzwepende, dynamische songs van Nirvana, die ongecompliceerd, aanstekelijk en tegelijk rauw en oprecht zijn, druipend van een je-m’en-foutisme dat élke puber aanspreekt. Cobains teksten waren vaak sarcastisch en weinig vrolijk, op het cynische af: verveling (‘Smells Like Teen Spirit’), eenzaamheid (‘Something in the Way’) en vervreemding (‘Territorial Pissings’) kenmerken de volledige Nirvana-catalogus, maar de muziek is opzwepend, energiek, onweerstaanbaar.

Laat dat een verklaring zijn waarom de poster van Knaeps ook vandaag nog op talloze puberkamers hangt, en dat Cobain nog steeds wordt vereerd als een gitaargod en een Messias: dertig jaar na de release van Nevermind en 27 jaar nadat hij zichzelf van het leven heeft beroofd, blijft Cobain de verpersoonlijking van de complexe, conflicterende gevoelens die elke tiener in zichzelf terugvindt. “Het is cool om te zien hoe mijn vijftienjarige dochter en haar vrienden Nirvana beginnen te ontdekken”, stelde Vig recent. “Waar Kurt over zong, was een reflectie op wat veel mensen toen doormaakten. Ze wisten dat ze ongelukkig waren, en ze konden er niet de vinger op leggen wat dat was, en Kurt drukte dat uit. Het is cool om te zien hoe een hele nieuwe generatie jonge fans op dezelfde manier enthousiast wordt over die plaat.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234