Zondag 22/09/2019

REVIEW

Nérija op Feeërieën: verzengend als een zomerse stortbui ★★★★☆

Nerija, Ancienne Belgique, Feeërieën, Francis Vanhee Beeld Francis Vanhee

Met het stadsfestival Feeërieën sluiten veel alternativo’s elke laatste week van augustus de festivalzomer af. Naast Turkse psychedelica, Somalische snoepjes en aardedonkere postdubstep programmeert de AB er ook jazz. Zo charmeerde het Londense Nérija  woensdagavond een bomvol Warandepark.

Wat een prachtig plaatje op het podium van de Warandeparkkiosk: vier amazones met blinkend koper in de aanslag, klaar om de meute te bestormen. Rechts achter stond de zwijgzame contrabassist Rio Kai (de enige man in de band), links achter verschool de gitariste Shirley Tetteh zich, de motor van Nérija. Hun concert op de Feeërieën deed bijna anderhalf uur roekeloos nonchalant aan, soms stug, bij momenten met tonnen branie, nu en dan de vrije vorm rücksichtslos het hof makend. Het hippe Londense jazzseptet onderstreepte bovenal dat jazz anno 2019 ook schijnbaar doodlopende straatjes durft in te slaan en er over met prikkeldraad bezaaide muurtjes klimt op zoek naar braakliggend terrein waar het genre niet meteen gewenst lijkt. Zoals de achterbuurten van de indierock, bijvoorbeeld.

“Ik heb altijd muziek willen schrijven die me vooruit dwingt”, vertelde Shirley Tetteh vorig jaar nog aan The Guardian. “Ik besliste al vroeg dat het oftewel jazz oftewel metal zou worden.” Toen ze met Nérija plots op rockfestivals stond tussen scheurende gitaren en beukende elektronische beats wilde ze niet onderdoen voor al dat geweld. “We moesten het energieniveau hoog houden. Plots besefte ik dat onze muziek ook toegankelijk was voor het pop -en rockpubliek”. Dat Tetteh uiteindelijk de jazz liet primeren op zwaarmetalen gitaarmuziek heeft te maken met haar liefde voor de genuanceerde speeltechniek van helden zoals Wes Montgomery. Haar introductie in de jazz viel ook samen met een langzaam uitdovende identiteitscrisis op haar achttiende. “Met de jazz ontdekte ik ook mezelf. Ik verliet de kerk waar ik van kindsbeen gevangenzat en ik aanvaarde dat ik homoseksueel ben. That was huge.”

Nerija, Ancienne Belgique, Feeërieën, Francis Vanhee Beeld Francis Vanhee

Gibberen van de shock

In Brussel wurmden Tettehs indie-invloeden zich bij momenten haast arrogant door de broeierige, verbasterde afrobeat. Zoals in ‘Nascent’, de opener van het eerder deze maand verschenen, bejubelde debuut Blume. In het Warandepark bloeide die compositie open tot zijn kelk zinderde van de verrassingen. Een unheimisch wolkje Pharoahe Sanders hier, wat gloeiende Archie Shepp daar, in al zijn eclecticisme. Zo forceerde Nérija elegant een schijnbaar achteloze beeldenstorm die ons deed denken aan hoe John Zorns Masada ooit jazz herdefinieerde door haar een folkloristisch vocabulaire op te dringen. Nubya Garcia overrompelde de voorste rijen met een saxsolo die als een uitgehongerde boa constrictor omhoog kronkelde. In de staart maakten de blazers plots ruimte voor Tettehs gitaar: geen solo maar rafelige, in rudimentaire distortion gedrenkte rockriffs. Eerder The Replacements dan George Benson. Een beetje komisch toch, in die zin dat onorthodoxe ideeën een mens in eerste instantie soms doen gibberen van de shock.

‘Last Straw’ opteerde dan weer voor opzwepende uptempofunk met een briesende altsax, ergens tussen Lagos en Greenwich Village, tussen Fela en Duke Ellington. Verderop onthulde Nérija onverwacht toch een liefde voor klassieke bigband-harmonieën: langgerekte, door elkaar dwarrelende koperpartijen vol Kansas City-glitz die cheesier aanvoelden dan de aanwezige hipsters zullen toegeven. Een Grant Green-achtige solo van Tetteh, een woeste trombonesolo van Rosie Turton, de groove vertrappeld door zoveel Sturm und Drang.

Wurggreep

Het zegt veel over de voedingsbodem van de groepsleden van Nérija, die het klappen van de zweep leerden bij Tomorrow’s Warriors, een sociocultureel project voor jonge, zoekende muzikanten dat speelkansen en oefenruimten beschikbaar stelt - het Poppunt van de Londense jazz, zeg maar - waaruit intussen veelgeprezen bands en spelers zoals Ezra Collective, Shabaka Hutchings en Joe-Armon Jones zijn gegroeid. Je leert er dat jazz geen eindpunt is maar een vertrekpunt, geen stoffig relikwie maar een basisingrediënt voor welk gerecht je ook maar kunt bedenken.

Zoals de slome, loopse mélange van ‘E.U.’ (Emotionally Unavailable, naar verluidt, geen lofzang op Eurocraten), dat in blauwe spots baadde. Nubya’s tenorsax deed ons er aanvankelijk wat te timide aan, maar het geweeklaag transformeerde zich tot een venijnige wurggreep. Een langzaam aanzwellende ritmesectie, een haast catatonische gitaarriff die neurotisch door de roffels van drummer Lizy Excell ploegde: je zou voor veel minder je stropdas wat losser trekken. Cassie Kinoshi speelde er een saxsolo bij die het verzengende, nachtelijke Brussel eerde, nadampend van de zomerse stortbuien die een paar uur eerder het park lam legden. Het mopje hupse afrobeat dat deze goedgemutste, fantasierijke show afsloot verklapte vooral dat Nérija ook lekker chill en onbekommerd kan zijn. Chapeau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234