Zondag 22/09/2019

Televisie

Nele en Jan uit ‘Mijn pop-uprestaurant’ baten nog steeds Mémé Gusta uit: ‘We waren bezorgd over dat tv-effect’

Nele Smet en Jan Hendrickx. Beeld rv

Het aantal deelnemers dat een goed draaiende zaak heeft overgehouden aan ‘Mijn restaurant’ of varianten, is ongeveer even zeldzaam als het aantal driesterrenzaken in ons land. Maak kennis met de uitzonderingen: Nele Smet en Jan Hendrickx. ‘Mémé Gusta’, dat in 2016 nog roemloos ten onder ging in ‘Mijn pop-uprestaurant’, geniet vandaag in het Gentse van een tweede leven.

Het kan bijna niet anders of jullie bekendheid heeft daarbij geholpen.

Nele Smet: “Goh, we zijn gewoon naar de bank moeten stappen voor een lening, hoor. Zoveel geld hadden we nu ook niet opzij staan (lacht). Maar eens binnen, merkten we al snel dat ze wisten wie we waren, en dat zal het ongetwijfeld wel een stukje makkelijker hebben gemaakt. Banken staan niet te springen om leningen te geven aan mensen die een restaurant willen beginnen: qua faillissementen staat de horeca steevast bovenaan.”

Jan Hendrickx: “Toen we op gesprek gingen, moesten we ons verhaal niet van nul beginnen. Misschien dat we dankzij onze deelname aan ‘Mijn pop-uprestaurant’ wat sneller hun vertrouwen hebben weten te winnen, al was het maar omdat ze op tv gezien hadden dat we een beetje konden koken (lacht).”

Smaakt het niet des te zoeter dat jullie ‘Mijn pop-uprestaurant’ destijds niet wonnen, maar vandaag wel al drie jaar Mémé Gusta uitbaten?

Smet: “Natuurlijk voelt dat fijn, maar we beseffen goed dat het ons deels dankzij het programma gelukt is.”

“In het begin waren we zelfs wat bezorgd over dat tv-effect. Zouden mensen niet vooral uit nieuwsgierigheid komen eten bij ons? En vooral: zou hun interesse dan ook niet snel weer overwaaien? Maar onze vrees bleek gelukkig ongegrond. Hout vasthouden, maar we hebben de voorbije drie jaar eigenlijk op geen enkel moment een daling gezien qua klanten. We hebben mettertijd dus een eigen klantenbestand opgebouwd.”

Moest je je door die bekendheid vaker bewijzen in het wereldje?

Smet: “Bij sommige mensen wel. Er waren vermoedelijk wel een paar mensen sceptisch in het begin, gewoon omdat we op tv waren geweest.”

Gaat dat echt zo?

Hendrickx: “Elke zender heeft zijn voor- en tegenstanders, hè. Misschien dat sommige mensen op voorhand al een bepaald idee van ons gevormd hadden omdat we toevallig op VTM te zien waren geweest. En daarnaast zijn er ook altijd mensen die onrealistisch hoge eisen stellen. Geen enkele opstart van een restaurant verloopt perfect, maar bij ons zullen er in die periode ongetwijfeld een paar klanten geweest zijn die dachten: allee, die hebben toch tips gehad van Sergio Herman?! Of mensen die verwachtten dat dát het niveau ging zijn, terwijl we natuurlijk een volledig andere keuken en kaart hebben dan Sergio.”

Smet: “Al bij al was ‘Mijn pop-uprestaurant’ een goede ervaring en een duwtje in de rug. Als je normaal drie jaar open moet zijn voor je een beetje uit de schulden bent, dan mogen wij heel blij zijn: bij ‘Mémé Gusta’ konden we vanaf dag één al zonder veel zorgen draaien.”

In ‘Mijn pop-uprestaurant’ kwam ook jullie interne keuken vol in beeld. Is deelnemen aan zo’n programma niet lastiger met je partner? Naast de lotgevallen in je restaurant krijgt de kijker zo ook een inkijk in je relatie.

Smet: “In ons geval was eerder het tegendeel waar. Het was een heel hectische periode, dat wel. Tijdens de opnames zaten we zes dagen op zeven op hotel omdat we niet heen en weer naar huis konden rijden vanuit Kortrijk, waar onze pop-up stond. Maar daarom zijn we des te blijer dat we alles van begin tot eind sámen konden meemaken. ‘Mijn pop-uprestaurant’ was op dat moment ons hele leven, maar als je dan na een zoveelste chaotische dag eens samen ‘Wat was dát?’ kunt zuchten op weg naar het hotel, dan helpt dat om alles een beetje te relativeren.”

Hendrickx: “We hadden ook al twee kinderen, hè. Dat je al zoveel hebt meegemaakt, zorgt ervoor dat je ook in zulke moeilijke situaties nog door dezelfde deur kunt. Om die reden ben ik ook blij dat we geen 19 meer waren toen we meededen. Ik weet niet of je op die leeftijd al de nodige ruggengraat hebt om al die stress de baas te kunnen. Door al die aandacht die bij zo’n programma hoort, loop je het gevaar dat je van jezelf gaat denken dat je plots heel belangrijk bent. In die val zijn we gelukkig niet getrapt.”

Kort na de opening van Mémé Gusta werd er bij jullie ingebroken in het restaurant. Was dat dan een zeldzaam nadeel van zo in de kijker te lopen?

Hendrickx: “Goh, ik weet eigenlijk niet zo zeker of we toen wel specifiek uitgekozen werden als doelwit, hoor. Er is natuurlijk een kans dat die inbrekers dachten: ‘Aha, die zijn op tv geweest, dus daar valt vast wat te rapen,’ maar eigenlijk denk ik dat we gewoon domme pech hadden met die inbraak.”

Smet: “Dat vrees ik ook. Als je in onze branche werkt, weet je: diefstal hoort erbij in de horeca. Heel veel collega’s hebben al hetzelfde meegemaakt, en hebben om die reden nu camera’s hangen in hun restaurants. Ook wij hebben eruit geleerd. Met de jaren zijn we ook op dat vlak iets minder naïef geworden (lacht).”

Worden jullie na drie jaar nog vaak herkend buiten de keuken?

Smet: “Amper. Dat effect is intussen gelukkig uitgewerkt. Ik ben blij dat we het hebben mogen meemaken hoor, die bekendheid. Maar ik ben even tevreden dat ze weer is weggegaan. Het is zo’n bizar gegeven. Tijdens de wedstrijd merkten we er niet veel van – je staat heelder dagen te werken in je restaurant – maar tijdens de pauzes konden we er niet omheen. Na een paar hectische weken heb ik zelfs eens gedacht: vandaag blijf ik misschien maar eens binnen (lacht). Je raakt het na een tijdje moe om het de hele tijd over hetzelfde te moeten hebben.

“Ze probeerden ons bij VTM wel voor te bereiden op die bekendheid, maar eigenlijk kun je je op voorhand niet inbeelden hoe het voelt. Het is niet alleen het herkend worden, hè. Je krijgt ook heel wat commentaar als je op tv komt.”

Hendrickx: “Al viel dat bij ons nog goed mee. We zijn vrij braaf in beeld gekomen: een koppel met twee kinderen dat vertrouwde Vlaamse kost maakt, hevige reacties lokt dat niet uit (lacht).”

Smet: “Maar toch ga je jezelf soms iets te veel analyseren of ga je twijfelen aan hoe je overkomt. Bij de zender stonden ze erop dat we in alle gevallen onszelf bleven, maar eigenlijk is dat onmogelijk met al die camera’s in de buurt.

“Heel soms gebeurt het nog dat iemand ons herkent op straat, maar meestal kunnen ze ons dan niet meteen plaatsen. Ik kwam zo eens in een winkel waarvan de uitbaatster me duidelijk herkende, maar ze wist niet van waar. Tot ik aan de kassa kwam, en bleek dat ik minder moest betalen: ‘Mijn vaste klanten krijgen altijd korting,’ zei ze. Ze dacht dat ik daar vaker kwam, maar ik was er nog nooit geweest (lacht).”

Hendrickx: “Een beetje een onrechtstreekse BV-korting.”

Zijn jullie dan opgelucht dat de grootste aandacht weer weggeëbd is?

Smet: “Toch wel, eigenlijk. We hebben eventjes mogen proeven van de bekendheid, en voor ons was dat meer dan genoeg. We hoeven niet noodzakelijk Madonna te zijn.”

Al is het maar omdat zij misschien niet zo goed kan koken.

Smet: “Pas op, ze zou je misschien nog kunnen verbazen!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234