Donderdag 21/10/2021

InterviewErwin Olaf

Nederlands topfotograaf Erwin Olaf: ‘Op straat wil ik die string zien, én de nikab én dikke billen in hotpants’

null Beeld Charlie De Keersmaecker
Beeld Charlie De Keersmaecker

Met zijn controversiële foto’s en scherpe meningen was hij jarenlang het enfant terrible van de Nederlandse kunstwereld. Tegenwoordig wordt Erwin Olaf (61) internationaal geroemd om zijn filmische beelden – straks ook op het AntwerpPhoto Festival. ‘Ik wil liever niet weten hoeveel er voor mijn foto’s betaald wordt.’

Een brulboei met een gouden hart, zo wordt topfotograaf Erwin Olaf vaak omschreven. Al valt tijdens dit interview vooral zijn levenslust op. Vooraf wordt nochtans voorzichtig gemeld dat hij geen al te beste dag heeft: niet alleen zijn erfelijke longziekte en de bijhorende vermoeidheid spelen hem parten, ook zijn recente coronaprik maakt hem grieperig. Maar van zodra hij via Zoom inlogt vanuit zijn hotelkamer in München, spat zijn drive van het computerscherm. Of het nu over zijn veertigjarige carrière gaat, LGBTQ+-rechten of zijn liefdesleven: telkens hoor je iemand die gulzig alles uit het leven wil halen.

De erkenning die hem de laatste jaren te beurt valt, geeft hem duidelijk vleugels. Olaf is dan ook in zijn schik met de grote overzichtstentoonstelling die nu loopt in de Kunsthalle in München. Al wil dat niet zeggen dat het glas van de fotograaf zomaar halfvol is, integendeel zelfs. Over het milieu maakt hij zich grote zorgen. Daarvan getuigt onder andere April Fool 2020, de recente serie zelfportretten waarmee het AntwerpPhoto Festival binnenkort uitpakt. Via elf foto’s en drie video’s geeft Olaf de angst weer die de wereld in zijn greep had aan het begin van de eerste lockdown. Hij kreeg het idee voor de reeks nadat hij bijna omver werd gelopen door hamsterende Amsterdammers in de supermarkt. “Iedereen was aan het rennen en duwen. Door mijn longziekte word ik snel kortademig, waardoor ik in paniek raakte. Ook als ondernemer was ik bang: we leken wel op de Titanic te zitten. Op de fiets naar huis wist ik dat ik iets met die angst moest doen.”

Dat resulteerde in sinistere beelden waarop de fotograaf met een wit geschilderd gezicht en een puntmuts poseert tussen geplunderde supermarktrekken of op een lege parking. Voor Olaf fungeert de coronacrisis als één grote metafoor voor de hoogmoed waarmee de mens de aarde uitput. De witte puntmuts op de foto’s verwijst naar de hoed die kinderen in de negentiende eeuw op school opgezet kregen als ze dom waren geweest. “We zijn enorm dom bezig met z’n allen. De natuur straft ons af via het kleinst denkbare beestje. April Fool gaat over de harde nieuwe realiteit waar we toen op twee weken tijd zijn ingetuimeld.”

Bio

geboren als Erwin Olaf Springveld in het Nederlandse Hilversum op 2 juli 1959 / woont in Amsterdam / studeerde eind jaren zeventig journalistiek in Utrecht maar koos al snel voor fotografie en voegt daar sinds de jaren 2000 videokunst aan toe / maakt in de jaren tachtig naam met controversiële reeksen als Chessmen (1988) waarin naakte, niet-normatieve lichamen te zien zijn / werkte als modefotograaf voor onder andere Diesel, Louis Vuitton en Vogue / staat bekend als voorvechter van LGBTQI+-rechten / won onder andere de prestigieuze Johannes Vermeerprijs en werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Ook de reeks Im Wald die u het afgelopen jaar maakte gaat over de ecologische catastrofe. Tegelijkertijd geeft u aan geen politieke pamfletkunst te willen maken.

“Inderdaad, ik houd van mooie beelden en esthetiek. Ik gebruik schoonheid om de kijker te verleiden mijn wereld binnen te stappen. Maar ik werk natuurlijk wel rond thema’s die me bezighouden. Er is geen ontkomen aan de ecologische ramp die op ons afkomt, we zullen op onze knieën moeten en op zeer korte termijn respect beginnen op te brengen voor de natuur. We zijn verslaafd aan geld, maar je kan geen dollars inademen.

“Hoe kan het dat we nog steeds met die wankele kerncentrales zitten, dat Tata Steel vervuiling de lucht in mag blijven schieten of dat zo’n lul als Elon Musk satellieten door het heelal mag laten vliegen? In Nederland is iedereen nu zijn vrijheid aan het vieren na de lockdown. Maar niemand ruimt zijn troep op waardoor de parken ’s avonds vol afval liggen. Waar denken we dat al dat plastic naartoe gaat? Ook ons reisgedrag moet aangepast worden, en dan denk ik overigens in de eerste plaats aan mezelf. Ik word mistroostig als ik zie hoe het landschap in Nederland overal aangetast is geraakt. Vandaar dat ik voor Im Wald de ongerepte bergen in ben getrokken. Ik wilde het hebben over reizen in al zijn aspecten en liet me inspireren door negentiende-eeuwse schilderijen om de nietigheid van de mens ten aanzien van de natuur weer te geven.”

Im Wald is de eerste reeks sinds lang die u volledig buiten maakte. Als notoir studiofotograaf werkt u doorgaans in een omgeving die veel weg heeft van een filmset. Mogen we daar een zekere controledrang in herkennen?

“Misschien voor een stuk wel, ja. Al is het ook een positieve keuze geweest. Toen ik eind jaren zeventig als journalistiek fotograaf werkte, merkte ik al dat ik de werkelijkheid moeilijk te hanteren vond. Ik wilde altijd iets aanpassen of ergerde me aan een lantaarnpaal die in de weg stond. Via balletdanser en -choreograaf Hans van Manen leerde ik bovendien het werk kennen van fotografen als Robert Mapplethorpe en Helmut Newton. Zij maakten enorm krachtige beelden die altijd geënsceneerd waren. Dat sprak me aan en daarnaast was ik altijd al gefascineerd door de filmwereld. Ik vind het prachtig dat je mensen via dat medium kan meenemen in je eigen verbeelding. Uiteindelijk heb ik definitief voor de studio gekozen toen ik in 1990 voor Nieuwe Revu in de VS een reportage moest maken over mensen met een Harley Davidson. Een windvlaag blies mijn lamp omver en ook mijn camera ging stuk, waardoor ik achterbleef met enkel een kleinbeeldcamera. Ik ben op het nippertje met enkele goede foto’s terug naar huis kunnen keren, maar dat was zo’n trauma dat ik achteraf letterlijk de studio ben ingehold.” (lacht)

Hoewel u uw carrière moeilijk onsuccesvol kunt noemen, hebt u lang het gevoel gehad dat u te weinig erkenning kreeg. U vond dat de Nederlandse kunstwereld u niet zag staan. Waar lag dat aan?

“Achteraf gezien denk ik dat ik het mezelf moeilijk heb gemaakt met dat hevige temperament van mij. Ken je van die typische mannen van rond de dertig en de veertig die reteambitieus zijn? Wel, ik was er zo eentje. Ik was een aap die per se boven op de rots wilde zitten. Alleen is de kunstwereld een stinkend moeras waar het pad niet duidelijk zichtbaar is en daar kon ik niet mee om. Je bent afhankelijk van je netwerk en ik snapte niet waarom al die hermetische kunstenaars zoveel succes hadden. Ik heb mijn carrière dus op mijn onzekerheid en agressie gebouwd. Ik had een grote bek en maakte veel ruzie, maar dat was ook mijn brandstof. Maar goed, ik heb nogal laat ingezien dat het af en toe beter is om even je mond te houden. (lacht) Bovendien heb ik intussen evengoed baat bij mijn netwerk en een zekere vriendjespolitiek. Ik ben alleszins blij dat ik dat humeur van toen kwijt ben. Ik zou nooit meer 35 willen zijn. Ik lees ook bewust geen interviews met mezelf terug uit die tijd.” (lacht)

Dat brengt ons bij het thema geld en financiën. Ook hier is Olaf opvallend eerlijk. De fotograaf maakt zich druk over het feit dat geldgewin vandaag lijkt voor te gaan op ecologie, maar tegelijkertijd geeft hij grif toe dat hij zelf altijd graag goed heeft willen verdienen. Niet toevallig werkte hij jarenlang als modefotograaf voor topmerken als Diesel of Louis Vuitton. “Dat ik naast journalistieke en commerciële opdrachten vrij werk ben blijven maken, is eigenlijk niet het gevolg van het feit dat ik per se kunstenaar wilde worden. Het was opnieuw Hans van Manen die me daarin aangemoedigd heeft”, vertelt hij. “Het heeft echter lang geduurd voordat ik daar überhaupt van kon leven. Mijn eerste expo, Chessmen, was qua publieksopkomst een groot succes. Ik ben altijd een echte nachtvlinder geweest en bijgevolg was iedereen uit het kleurige Amsterdamse clubleven aanwezig op de vernissage. Alleen waren we toen allemaal platzak en heb ik hemel en aarde moeten bewegen om tenminste één foto te kunnen verkopen. (lacht) Ik leefde van affiches en redactioneel werk. Toen er reclamewerk bij kwam, was ik alleen maar blij en vereerd dat ik zo’n opdrachten kon binnenhalen. Pas eind jaren negentig ben ik stilaan beginnen te boomen.”

Erwin Olaf: ‘Door mijn longziekte besef ik elke tien minuten dat het leven een beperkte duur heeft.’ Beeld Charlie De Keersmaecker
Erwin Olaf: ‘Door mijn longziekte besef ik elke tien minuten dat het leven een beperkte duur heeft.’Beeld Charlie De Keersmaecker

In uw werk schuift u een divers wereldbeeld naar voren en in het publieke debat staat u onder andere bekend als fervent voorvechter van LGBTQI+-rechten. Botst dat engagement niet met het kapitalisme van de mode- en de kunstwereld?

“Het klopt dat dat niet altijd mooie wereldjes zijn. Onlangs hoorde ik dat er honderdduizenden euro’s betaald zijn voor een gat in de muur van James Turrell, dat is toch echt de kleren van de keizer? Ik wil liever niet weten hoeveel er voor mijn foto’s betaald wordt, ik word ongelukkig als ik daar te veel op focus. Maar ik kan goed uitgeven hoor. (lacht) Ik twijfel in alle eerlijkheid aan mijn maatschappelijke betrokkenheid, ik ben niet zo’n idealist als veel mensen misschien denken. Ik maak me boos om de positie van minderheden omdat ik tot die groep behoor en ook het ecologische vraagstuk breng ik in beeld omdat ik er zelf slachtoffer van zal worden. Maar verder ben ik net zo goed een onderdeel van het systeem en ben ik vaak schijnheilig bezig. Kijk, ik zal nooit naar Lesbos reizen om daar mee de afvalberg op te ruimen, dat zou ik fysiek trouwens niet kunnen. Maar ik geef wel een deel van mijn inkomen aan goede doelen en daarnaast probeer ik af en toe mijn stem te gebruiken in het publieke debat. En ik zet mijn fototoestel in om iets op de kaart te zetten.”

Hoe kijkt u als maatschappelijk betrokken kunstenaar naar het actuele dekoloniseringsdebat?

“Ik leer veel uit die discussie, maar ik vind het wel zorgelijk dat er steeds vaker hiërarchie wordt aangebracht in verschillende vormen van discriminatie. Racisme staat dan op één en homohaat komt pas daarna. Ik vind het erg dat ik blijkbaar niet mag zeggen dat ik als homo op straat word aangevallen door jongens met een Noord-Afrikaanse achtergrond. Als ik dat wil aankaarten, reageert links enkel met een glazige blik. Nochtans kan je een probleem pas aanpakken als je het in de bek durft te kijken. Ik vind het absoluut niet leuk dat ik in de armen van Geert Wilders mag rusten wanneer ik als homo bedreigd word. Ik ben een trouw PvdA-lid en wil bij die partij een luisterend oor hebben, niet bij zo’n enge opportunist.

“Maar begrijp me niet verkeerd, ik vind het een duivels dilemma, hoor. Ik steun Black Lives Matter en ben blij dat je de effecten van die beweging stilaan ziet in zowel de museale wereld als in de journalistiek. We moeten hameren op het feit dat het niet kan dat mensen van kleur ondervertegenwoordigd blijven aan universiteiten, als schermgezichten enzovoort. Net zoals het feit dat ons koloniale verleden besproken moet worden. Ik vind het bovendien bijzonder pijnlijk dat niemand praat over de hedendaagse slavernij in Qatar en dat het WK voetbal daar blijkbaar gewoon door kan gaan. Daar word ik werkelijk witheet van. Je kan niet woke zijn aan de ene kant en niet aan de andere.”

Nog even terug naar het debat over homohaat. Vindt u het niet jammer dat twee gediscrimineerde groepen op deze manier tegenover elkaar komen te staan? Er zou ook solidariteit kunnen ontstaan dankzij de gedeelde ervaring van uitsluiting. Bovendien blijkt uit de cijfers dat homohaat in alle bevolkingsgroepen voorkomt, en dan hebben we het nog niet eens over extreemrechts gehad. Nochtans worden vooral jonge moslims geviseerd.

“Je hebt gelijk dat ik me baseer op persoonlijke ervaringen. Ik weet dat er ook bij witte jongens homohaat bestaat en het doet me zeker verdriet dat we als homo’s tegenover moslims komen te staan. Tegelijkertijd is het wel zo dat ik de afgelopen zeven jaar vijf incidenten heb meegemaakt waarbij ik op straat werd uitgejouwd of aangevallen omdat ik homo ben en dat was telkens door jonge moslims. Ik hoor hetzelfde bovendien van anderen dus is het niet onlogisch dat ik me afvraag wat daar aan de hand is. Alleen zijn de uitspraken die ik erover doe wellicht nogal pittig. Ik wil geen spreekbuis zijn van mensen die anderen kwaad willen doen en ik wil niet generaliseren. Maar het principe blijft voor mij wel overeind: ik heb in dit land het recht om te trouwen met een man, dus wil ik de vrijheid om met hem hand in hand over straat te wandelen of te knuffelen in het openbaar. Dat mag iedereen in deze democratie. Ja, ook in een string op een boot als je daar zin in hebt. (lacht) Dat is je individuele vrijheid, net zoals het dragen van de nikab dat is.”

U vergelijkt jonge gesluierde vrouwen met de punkers uit de jaren tachtig.

“Ja! Ik geef toe dat ik even heb moeten wennen aan het beeld van zwaar gesluierde jonge vrouwen, maar eigenlijk vind ik het prachtig. Onlangs zag ik een meisje in nikab op de fiets en dat was ontzettend fotogeniek: ze had modieuze sneakers aan en een dure handtas bij zich en ze moest vechten tegen de wind met die sluier. Ik noem die vrouwen de hedendaagse punkers omdat ze erop staan hun identiteit uit te dragen via hun kledij. Dat doen we natuurlijk allemaal, maar zij lopen niet in de pas. Ik steun de strijd om te dragen wat je wil en je te tonen zoals jij dat kiest. Er is een man die hier elke dag in een klein zwemslipje rondrijdt op een racefiets. Zo’n mensen zijn het zout der aarde, zonder hen zou het leven ongehoord saai zijn. Ik wil én die string zien, én de nikab én dikke billen in hotpants. Ik ben dol op die diversiteit. Dat vond ik saai in de modewereld: al die lichamen die op elkaar lijken met hun identieke maten, dat interesseert me eigenlijk niet. Vandaar dat ik toen onder anderen oudere vrouwen ben beginnen fotograferen. Met hun huid kan je schitterende dingen doen. Er zit schoonheid in elke mensenvorm en dat ontroert me.”

Bent u even mild voor uw eigen lichaam? U kampt met longemfyseem, een progressieve erfelijke ziekte die u erg uitput.

“Hier in mijn hotelkamer hangt een heel grote spiegel maar ik kijk er liever niet in. Ik schrik als ik mezelf zie hijgen. Door mijn ziekte word ik elke tien minuten geconfronteerd met het feit dat het leven een beperkte duur heeft. Het voordeel is echter dat ik daardoor weet dat het nú moet en niet morgen. Dat geeft heel veel lucht: nú moet ik werken, nú moet ik het bijleggen met mijn partner, nú moet ik mijn frustratie loslaten. Maar als ik er anderhalf uur over doe om me aan te kleden, zit ik zeker een potje te huilen. Dan moet ik nadenken over hoe ik vanuit het bed naar de wc geraak en weer terug. Onlangs moest ik voor het eerst sinds corona weer naar Schiphol en dan lig ik op voorhand twee nachten wakker omdat ik niet weet of ik dat wel red. Ik wil niet in een rolstoel rondrijden, dus deel ik dat hele traject op in stukjes. Ik doe alsof ik het uitzicht sta te bewonderen terwijl ik uitrust voordat ik weer een stukje verder kan wandelen. Maar goed, ik krijg zo veel terug van het leven dat ik alleen maar kan denken: count your blessings. Ik overweeg een longtransplantatie. Ik heb daar lange tijd niet over willen nadenken omdat ik vind dat je je moet neerleggen bij de feiten, niet alles is maakbaar. Ik zit bovendien al diep in overtime: ik heb lang gedacht dat ik zelfs de dertig niet zou halen. Maar stilaan begin ik het ondankbaar te vinden mocht ik de mogelijkheid niet minstens onderzoeken.”

Heeft dat ook te maken met het feit dat uw partner twintig jaar jonger is? Wilt u zo lang mogelijk bij hem blijven?

“Ik heb een heel lieve man die me gelukkig maakt. Elke relatie heeft ups en downs maar ons huwelijk geeft me veel rust. Tegelijkertijd hoeven we dat heterohuwelijk niet te imiteren. Het kan goed zijn om ruimte te houden voor een ander. Wat moet je ook met zo’n oude lul als ik, als je nog maar veertig bent? Ik ben bovendien beperkt en word alleen nog maar beperkter. Het voordeel voor hem is bovendien dat hij zeker is dat ik toch niet wegga. (lacht) Houden van is iets heel speciaals en als dat gebeurt tussen twee mensen is dat kostbaar. Maar als je met je vraag insinueert dat ik hem niet wil laten gaan, klopt dat niet. Ik gun hem zijn leven en het is oké dat hij zal verdergaan zonder mij. Ik ben uiteraard bang voor dat laatste pufje, dat vind ik ontzettend eng. Maar goed, dat moeten we allemaal meemaken.”

Erwin Olaf exposeert nog t.e.m. 26 september in München, kunsthalle-muc.de.

Van 26 juni t.e.m. 26 september in Antwerpen, antwerpphoto.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234