Zondag 21/04/2019

Rembrandt-jaar

Nederland is een jaar lang in de ban van Rembrandt

Medewerkers leggen de laatste hand aan de Rembrandt-tentoonstelling in het Mauritshuis. Met de expositie trapt het Mauritshuis het themajaar Rembrandt en de Gouden Eeuw af. Beeld ANP

De Nederlandse prinses Beatrix heeft woensdagavond het Jaar van Rembrandt geopend in het Mauritshuis in Den Haag. In 2019 is het 350 jaar geleden dat Rembrandt van Rijn (1606-1669) stierf. De schilder wordt met tal van exposities herdacht.

Vanaf de achtergevel van het Rijksmuseum in Amsterdam kijkt een jongeman met woest haar onder een pet en een blik in de ogen die – nee, vergeet die blik, daarin kun je lezen wat je wilt – de voorbijgangers aan. Het is Rembrandt, als dertiger, door zichzelf vereeuwigd, en voor de gelegenheid gebombardeerd tot posterboy op een kolossale affiche. Hij maakt reclame voor Alle Rembrandts, de aanstaande tentoonstelling in het Rijksmuseum van, jawel, alle Rembrandts uit de collectie.

De ets is slim gekozen. Door de (digitaal gemanipuleerde) blauwe kleur oogt hij als een balpentekening. Hij belooft wat de bezoeker krijgt – een tentoonstelling die meer uit papier dan uit schilderijen bestaat – en oogt bekend (“hé, Rembrandt”), maar niet te bekend (“ugh, Rembrandt”). Konden affiches praten, dan zou deze zeggen: “U denkt dat u Rembrandt kent, maar er valt meer aan hem te ontdekken.” Een handige zet in het licht van de vele andere Rembrandt-exposities en -activiteiten die 2019 te bieden heeft.

Dat Rembrandt-jaar werd woensdag afgetrapt in het Mauritshuis in Den Haag. ’s Avonds opende prinses Beatrix daar het themajaar officieel.

In 2019 is het 350 jaar geleden dat Rembrandt Harmenszoon van Rijn stierf. Daar wordt met talloze tentoonstellingen en evenementen bij stilgestaan. Zoals presentaties over de jonge jaren van de schilder (in de Lakenhal) en zijn Spaanse en Hollandse tijdgenoten (in het Rijksmuseum). Het Rembrandthuis, dat een expositie heeft over Rembrandts vriendenkring, organiseert zaterdag bij wijze van openingsceremonie een straatfeest in Amsterdam. Kunsthandelaar Jan Six, ten slotte, presenteert een vijfdelige serie over de schilder op tv. Six maakte het afgelopen jaar wereldkundig dat hij tot tweemaal toe een onbekende Rembrandt had ontdekt.

Jaartje

Het is niet voor het eerst dat Rembrandt wordt gehuldigd met een themajaar. Ook in 1935, 1956, 1969 en 2006 gebeurde dat. Tegenover de dertig Rembrandt-tentoonstellingen van die laatste editie staan er nu vijftien. Het Rembrandt-jaar blijkt bij nadere beschouwing een Rembrandt-jaartje.

Het evenement werd een jaar of vijf geleden geïnitieerd door het Leidse museum de Lakenhal en het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen. Een van de recentere ambities van dat laatste is om buitenlandse toeristenstromen te spreiden, wat er in de praktijk op neerkomt dat ze worden weggeleid van Amsterdam richting kleinere steden als Leiden, Delft, Dordrecht, Hoorn en Enkhuizen. Een themajaar, zegt NBTC marketingdirecteur Conrad van Tiggelen, is daartoe een beproefd middel: “Tentoonstellingen creëren door hun tijdelijkheid een sterk gevoel van urgentie. Wie Nederland al op zijn bucketlist had staan, wordt erdoor over de streep getrokken.”

Beeld AFP

Om het jaar soepel te laten verlopen, werkten de instellingen nauwgezet samen. Ze vormden werkgroepen, deden gezamenlijke subsidieaanvragen en stemden hun openingen op elkaar af. Lidewij de Koekkoek, directeur van het Rembrandthuis: “Er was een hoge gunfactor en veel gedeeld enthousiasme. Vanaf het begin hebben we tegen elkaar gezegd: ‘Dit gaan we gezamenlijk doen.’” 

Tegelijk zijn sommige projecten ouder dan het Rembrandt-jaarconclaaf. De Rembrandt-Velázquez-expositie in het Rijksmuseum dit najaar ter ere van het 200-jarig jubileum van het beroemde Spaanse kunstmuseum Prado, bijvoorbeeld. Directeur Taco Dibbits: “Ook zonder Rembrandt-jaar hadden we die gemaakt.”

Wat Rembrandt zo geschikt maakt als onderwerp van een themajaar, is zijn onuitputtelijkheid. Over het leven van de Leidse alleskunner zijn we beter geïnformeerd dan over welke andere Hollandse 17de-eeuwse meester dan ook, en zijn oeuvre (700 schilderijen, 300 etsen en 1.600 tekeningen) is dermate omvangrijk dat je het vanuit eindeloos veel invalshoeken kunt tonen. Dibbits: “Toen ik hier begon, maakte ik me als Italië-fanaat zorgen of ik niet moe zou worden van de Hollandse meesters, maar die vrees verdween toen ik me in Rembrandt ging verdiepen. De complexiteit van zijn werk, de diepgang… het is eindeloos.”

Volgens Dibbits valt er nog veel aan Rembrandt te ontdekken: “Lang heerste het romantische beeld van Rembrandt die goed met licht en donker was vanwege de kleine raampjes in de molen van zijn vader. Later is dat bijgesteld door enkel naar het werk zelf te kijken. Nu willen we man en werk in evenwicht brengen. In de nieuwe biografie van Jonathan Bikker is dat goed gelukt.”

Dol op hem

Bikkers boek, en de vele andere verschenen en te verschijnen Rembrandt-publicaties, bevestigen het wederom: Nederlanders zijn dol op Rembrandt. Zijn naam siert steeds weer de pagina’s van de dagbladen, zij het vanwege een staatsaankoop (Marten en Oopjen), zij het vanwege een nieuw ontdekte stof in zijn impastotechniek. Zijn persoon lijkt synoniem met alles wat in de buurt komt van een penseel. Zijn voornaam figureert in de titels van tv-talentenjachten (De nieuwe Rembrandt, Project Rembrandt) en in die van de zomertentoonstelling à la The Royal Academy van het Rijksmuseum (Lange leve Rembrandt). Meer dan de manische Van Gogh of de serene Vermeer groeide die grillige, rebelse en soms ook horkerige Rembrandt uit tot het Nederlandse schildergeweten. Alleen: hoe maak je als museum het publiek hongerig naar iemand die zo alomtegenwoordig is?

Beeld ANP

Met aantrekkelijke bruiklenen uit den vreemde, bijvoorbeeld. Daarvan komen er tijdens het themajaar verscheidene naar Nederland. Zo heeft het Rembrandthuis een portret van zoon Titus uit Baltimore over de vloer en leent de Lakenhal een oogverblindende oosterling uit het Metropolitan Museum in New York. 

Even belangrijk is een sterk verhaal, bij voorkeur representatief voor het instituut in kwestie. In het geval van het Mauritshuis: de receptiegeschiedenis van de eigen elf Rembrandts. Bij de Lakenhal: Rembrandt op Leidse bodem. Voor het Rembrandthuis: Rembrandts persoon en werkwijze. Lidewij de Koekkoek: “Daarom hebben we nu een tentoonstelling over vriendschap in Rembrandts tijd, een onderwerp waar gek genoeg nooit een expositie over was gemaakt. Wat voor vriend was Rembrandt? Wat betekende ‘vriend’ toen überhaupt? Wij tonen Rembrandts vrienden op de plek waar hij ze ontving. Dichter bij hem dan dat kom je niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.