Woensdag 15/07/2020

Troost in tijden van coronaDanny Ilegems

Nauwelijks diepe wijsheden, geen ongeschonden schoonheid. Lou Reed was de dichter van het duister

Beeld Redferns

Kunst die troostend bedoeld is, vind ik doorgaans troosteloos melig. De beste kunst steekt het mes zo diep mogelijk in de wonde. De kunstenaars bij wie ik mijn toevlucht zoek in beroerde tijden, zijn evengoed in de buurt in rimpelloze tijden. Het is een gevarieerd en wisselend gezelschap, maar Lou Reed (1942-2013) is altijd van de partij. 

Ik weet nog precies waar ik was toen ik ‘Walk On The Wild Side’ voor het eerst hoorde (in feestzaal Kursaal in Turnhout, onzaliger nagedachtenis) en welk visioen ik toen kreeg: ‘Er bestaat een andere, verborgen wereld – vrijer, opwindender en veel gevaarlijker dan deze – en ik ga ’m ontdekken.’ Dat schoot aanvankelijk niet echt op. Er waren in mijn dorp in de Kempen welgeteld twee ‘dancings’ waar ‘Vicious’, de openingstrack van Reeds meest commerciële album Transformer, af en toe op de draaitafel werd gelegd. Maar eer het zover was moest je eerst urenlang Barry White, The Three Degrees en Abba doorstaan. 

Gedeelde liefde voor de muziek van Lou Reed was de basis onder al mijn jeugdvriendschappen. Eerst ontdekten we The Velvet Underground. De platen en de uitvoerders naast Reed: John Cale, Nico, Sterling Morrison, Moe Tucker. Het eerste Velvet-album, The Velvet Underground & Nico, met de iconische ‘bananenhoes’ van Andy Warhol, was tevens de eerste post-1968 plaat. Post-hippie, post-love & peace, post-rock, post-pop, post-álles. Ze kwam uit in 1967. Nagenoeg alle songs waren van de hand van Lou Reed.

Als solo-artiest heeft Reed nog minstens drie klassiekers gemaakt: Transformer (1972), Berlin (1973) en New York (1989). Maar de platen die mij troffen als dumdumkogels waren Rock ’n’ Roll Animal (1974) en Lou Reed Live (1975), twee live-compilaties van hetzelfde legendarische concert in Howard Stain’s Academy of Music in New York, op 21 december 1973. De versie van de Velvet-song ‘Sweet Jane’ op Rock’n’Roll Animal, met het lange gitaarduel tussen Dick Wagner en Steve Hunter als intro, het applaus wanneer Reed opkomt, naar de microfoon loopt en zingt/zegt/vertelt: ‘Standing on a corner / suitcase in my hand’: tot vandaag is het mijn defining moment in de muziek.

Rock ’n’ Roll Animal was Reed was op z’n ergst. Op z’n luidst en agressiefst. Op z’n klootzakst ook, naar verluidt. Een hopeloze junk die zich in de coulissen regelmatig een dosis dood moest inspuiten om op de been te blijven. Maar in zekere zin ook op z’n mooist, met dat kortgeschoren, geblondeerd kapsel en dat uitgeteerde lichaam, gereduceerd tot skin and bones. Ongenaakbaar. Kouder dan ijs. Het icoon alreeds ingevroren.

Meelijwekkend

Ik heb Lou Reed in de jaren 70 één keer live gezien. Ik heb er nauwelijks van genoten. Het was te spannend, er hing te veel van af. Ik herinner me alleen nog dat het suizen in mijn oren pas de dag nadien ’s avonds ophield.

De laatste keer dat ik Lou Reed live zag was in juni 2007, toen hij Berlin integraal opvoerde in Vorst Nationaal. Het was afgrijselijk. Lou Reed coverde zichzelf op haast meelijwekkende wijze, en heel Berlin was in een Broadway-arrangement gegoten. ‘Sweet Jane’ als bisnummer was het dieptepunt. Toen ben ik naar buiten gelopen. Op het terras zat Tom Barman, die halfweg het concert hetzelfde had gedaan. Op de terugweg naar Antwerpen hebben we naar ‘Coney Island Baby’ geluisterd, een van mijn absolute favorieten uit de Reed-catalogus. Dat was al beter.

Lou Reed in 1972.Beeld Redferns

Een jaar later heb ik mijn jeugdidool ontmoet. Ik was toen medecurator van een expo over kunst en muziek in de oude gevangenis van Hasselt. Lou Reed kwam in Kunstencentrum België in datzelfde Hasselt optreden met z’n laatste vrouw Laurie Anderson. Er was even sprake van dat hij onze tentoonstelling zou komen bezoeken. Een deel van de expo was gewijd aan de Belgische pop-artkunstenaar en graficus Guy Peellaert (1934-2008). Die had in de jaren 70 van de 20ste eeuw niet alleen platenhoezen getekend voor David Bowie (Diamond Dogs) en de Stones (It’s Only Rock’n’Roll), maar ook zijn wedervaren in de muziekscène van New York vastgelegd in een weelderig prentenboek: Rock Dreams (1982). Uiteraard figureerde Lou Reed daarin.

Omdat hij maar niet kwam opdagen, ben ik naar Kunstencentrum België gereden. De soundcheck was net afgelopen. Lou Reed kwam aangeschuifeld met een gitaarkist onder de arm. Wankele tred, doorgroefd gelaat, vriendelijke oogopslag. Hoe bedank je iemand voor een aanwezigheid van meer dan dertig jaar in je leven, met een grote invloed op zowel de fun-factor als de fuck-factor ervan? Hoe zeg je tegen een wildvreemde dat hij voor jou niet helemaal een wildvreemde is? Gewoon: je zegt het niet. “Rock dreams!” grijnsde hij. “I don’t remember anything of those days, man!” Hij schudde mij de hand, ik gaf hem een schouderklop. Voorzichtig, niet te hard. “Laurie!” riep hij toen, met de stem die mij zo vertrouwd was en die nog verrassend krachtig klonk. Laurie Anderson nam hem bij de hand en hielp hem de drie traptreden naar de uitgang af. Zo verdween Lou Reed uit mijn leven, in fucking Hasselt.

Het oeuvre van Lou Reed bevat nauwelijks diepe wijsheden of grensverleggende inzichten. ‘Vicious / you hit me with a flower’: dát zijn bij hem de cruciale woorden; ze zijn volstrekt anekdotisch en overbodig. De wereld heeft hij niet verbeterd, ongeschonden schoonheid heeft hij niet gecreëerd, en voor de volksgezondheid was hij zoals bekend geen zegen. Hij was de dichter van het duister. Maar hij heeft wel het bewijs geleverd dat een mens zichzelf makkelijk 40 jaar kan overleven. Als dat een troost mag zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234