Vrijdag 22/11/2019

Studio Flagey

"Natuurlijk sterft klassieke muziek nooit uit"

Julien Libeer. Beeld Stefaan Temmerman

Wie de passie graag puur heeft, stemt vanavond best af op 'Studio Flagey: klassiek'. Met als presentator Julien Libeer (28), internationaal vermaard pianist. "Iedereen roept dat we onze beschaving moeten beschermen. Dat is holle praat als we de hoogtepunten ervan niet koesteren."

In de vaderlandse media werd Julien Libeer tot dusver vooral opgevoerd in het gezelschap van zijn vader, voormalig Voka-voorman Jo Libeer. Mooie, pittige interviews waren dat, al hebben ze de zoon zo onbedoeld ook een beetje oneer aangedaan. Julien Libeer heeft zijn vader in elk geval niet nodig om interessant te zijn. Getuige daarvan ons gesprek, gevoerd op de luchthaven van Zaventem, tussen twee reizen door. En getuige daarvan ook 'Studio Flagey: klassiek', het programma waarvan hij acht zondagavonden lang de gastheer mag zijn.

Van 'Studio Flagey: klassiek' mag je nu al zeggen dat het een moedig programma is. Zo worden er, anders dan bij zo veel andere pogingen om klassiek op de televisie te brengen, dit keer eens geen BV's in stelling gebracht om de zaak te verkopen. In 'Studio Flagey: klassiek' komen kenners aan het woord. En dat heb je natuurlijk met kenners: ze brengen niet per definitie de meest evidente deuntjes aan de man. Zo werd ons in de eerste aflevering al meteen werk van Olivier Messiaen en György Ligeti geserveerd. Dat zijn geen hapklare brokken.

"Canvas neemt met dit programma meer dan één risico", vertelt Libeer. "De eerste gok: ze hebben de presentatie in handen gegeven van een muzikant, die zo goed als niks van televisie afweet. En gok nummer twee: er is gekozen voor een programma dat niet didactisch-uitleggerigis. Mij bevalt die keuze zeer, want ik heb het niet zo metuitleggerigheid. Ik bezoek wel eens concerten die worden ingeleid met een uitvoerige uiteenzetting over leven en werk van de componist. Meestal heb ik na die inleiding al geen zin meer in dat concert."

"Frank Zappa heeft ooit gezegd dat spreken of schrijven over muziek even zinvol is als dansen over architectuur. Dat klopt natuurlijk. Een programma als Studio Flagey: klassiekis daarom ook bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Het enige wat je kunt proberen, is de mislukking zo interessant mogelijk te maken, en dan geloof ik nog het meest in onze aanpak."

"Wij vertrekken van het enthousiasme van de twee gasten, zelf muzikanten, en laten ze wild en lyrisch vertellen over de muziek waar zij een bijzondere band mee hebben. Het gaat in de eerste plaats over hun passie, en passie heeft altijd iets meeslepends, maakt niet uit waarover het gaat. Ik heb ooit eens een avond naast een fabrikant van matrassenveren moeten zitten. Niet meteen een aanlokkelijk vooruitzicht, maar ik kan u verzekeren, ik heb me die avond geen seconde verveeld, om de eenvoudige reden dat die man buitengewoon gepassioneerd over matrassenveren kon vertellen."

Julien Libeer (28)

- Wilde als vijfjarige al dirigent worden
- Voegt zich na zijn studie bij Daniel Blumenthal (Brussel) en Jean fassina (Parijs) als 'artist in residence' bij de muziekkapel Koningin Elisabeth
- Krijgt in 2010 van de Belgische muziekpers samen met nicholas achten de titel musicus van het jaar
- Wordt in 2012 door de beroemde pianiste maria Joa¿o Pires onder haar vleugels genomen

Weet u nog waar de passie voor klassieke muziek bij u begonnen is?
Julien Libeer: "Ergens in de nevelen van mijn vroege kindertijd. Mijn eerste bewuste herinnering is West Side Story van Leonard Bernstein, en de fameuze documentaire over de making-of. Ik was vier jaar, en zo gefascineerd dat ik niks anders meer wou zien. Minstens honderd keer heb ik die documentaire opnieuw gezien."

"Ik was er zo van onder de indruk dat ik op mijn vijfde besliste om dirigent te worden. Omdat er niet onmiddellijk dirigentopleidingen bestaan voor vijfjarigen, is het piano geworden."

Weinig jongens van vijf worden van hun paard gebliksemd door klassieke muziek.
"In mijn milieu - dat van de professionele muzikanten - is dat nochtans de normaalste zaak van de wereld. In de regel is hun vuur al heel vroeg beginnen branden, en misschien heeft dat wel alles te maken met wat volgens mij het belangrijkste kenmerk van talent is. "Talent, zei Brel, is de goesting om iets te doen. Hoewel nogal kort door de bocht, denk ik dat dat een accurate definitie is."

"Ik had het geluk dat ik snel leerde. Zonder overdreven veel studie kon ik op mijn vijftiende Rachmaninov spelen. Dat is natuurlijk ook een facet van talent, maar ik denk dat de goesting nog veel belangrijker is. Als kind speelde ik niet veel meer dan een uur per dag piano. Maar ik was wel de hele dag met muziek bezig. Als ik geen piano aan het spelen was, las ik partituren, dirigeerde ik opera's voor de spiegel of maakte ik zelf composities. Omdat ik daar zoveel goesting in had."

Kan een puber van 15 de diepgang van een groot klassiek werk vertolken?
"Een lastige kwestie. Uiteraard weten ook pubers goed wat emotie is. Maar de emotie heeft wel een ander karakter dan de emotie van een volwassen mens. Vergelijk het met de puberliefde, die van een heel andere orde is dan de liefde tussen twee mensen die al decennia samen zijn."

"Om een partita van Bach te spelen zoals het hoort, heb je eigenlijk de wijsheid van een heel leven nodig. Maria João Pires, behalve mijn grote mentor ook een van de grootste nog levende pianisten, heeft het vorig jaar, op haar 72ste, voor het eerst in haar leven aangedurfd om de laatste sonate van Beethoven te spelen. Ik had haar nog nooit zo gespannen gezien als toen. In dat stuk zit zoveel diepte en gelaagdheid dat het intimideert, zélfs voor een 72-jarige pianiste met oneindig veel ervaring."

"Niettemin moet je, als je een groot muzikant wilt worden, al vroeg aan het grote werk beginnen. Je kunt niet tot je 18de kinderliedjes blijven spelen. Hoe vroeger je aan dat grote werk begint, hoe vroeger het al in je lichaam zit."

In je lichaam?
"Muziek speel je met je lichaam, ja. Bij zangers is dat evident, maar eigenlijk geldt het evengoed voor een pianist. Niet de piano, maar mijn lijf is mijn instrument. Soms ga ik 's ochtends achter de piano zitten, en komt het er niet uit. Dan oefen ik, soms vijf uur lang, tot het wel goed zit. Aan het eind is er dan iets in mij veranderd, en niet in de piano."

Is pianospelen niet in de eerste plaats hersenactiviteit?
"Het is een wat paradoxale combinatie van voelen en denken. De grote pianist Dinu Lipatti heeft ooit gezegd dat de vertolker een hart van vuur moet hebben, en een brein van ijs. Ik zou het niet beter kunnen formuleren. Tijdens een optreden moet je je helemaal, rücksichtslos, in de muziek smijten. Tegelijk - en dat maakt het behalve heel erg boeiend, ook extreem moeilijk - moet een considerabel deel van jezelf oplettend blijven, en anticiperen op wat enkele seconden later gaat komen."

Worden pianisten beter naarmate ze ouder worden?
"Opnieuw een moeilijke vraag. Als ik hoor hoe Maria João Pires de laatste sonate van Schubert speelt, heb ik het gevoel dat ik naar iemand aan het luisteren ben die mij beter kent dan ik mezelf ken. In haar spel zit een grote, bijna vanzelfsprekende wijsheid. Is dat leeftijd? Ik weet het niet. Ik ervaar die grote wijsheid ook wel als ik luister naar opnames die ze dertig jaar geleden heeft gemaakt."

Aan het eind van de eerste aflevering vanStudio Flagey: klassiekzat een bijzonder aangrijpend fragment: Vladimir Horowitz, toen 83 jaar, speelt een eenvoudig wijsje van Robert Schumann. Misschien maak ik mezelf iets wijs, maar ik meende er de ervaring van een heel leven in te horen.

"Dat, en nog héél veel meer. U moet weten: wij praten hier over een concert in Moskou, 1986. De Sovjet-Unie was nog niet gevallen, maar je voelt de revolutie in de lucht hangen. Daarbij komt nog dat Horowitz, al bij leven een legende, hier voor het eerst in decennia weer in zijn geboorteland optreedt. En dan speelt hij dus die Kinderszenen van Schumann. Een kinderliedje eigenlijk, dat hij nog eens optilt door de diepe, door en door poëtische eenvoud van zijn spel."

"Dat brengt ons natuurlijk terug bij uw eerdere vraag: worden muzikanten beter met de leeftijd? Wat je als ouder wordende muzikant zeker zult winnen, is vanzelfsprekendheid. Ik zie het bij sommige oudere collega's. Hoe hun prestatiedrang afneemt. Ze hoeven zich niet meer zo te bewijzen, en dat komt de muziek ten goede."

"Het is ook mezelf al eens overkomen. Dat ik tijdens een concert zit te spelen, en dat het mij geen bal kan schelen wat de mensen van mij denken. Behalve de muziek staat er op zo'n moment helemaal niks meer op het spel. Dat zijn hele mooie, maar helaas nog te zeldzame momenten. Meer dan mij lief is, schieten er op het podium nog weleens gedachten door mijn hoofd die niks met de muziek te maken hebben. In het beste geval halen die je weg van de essentie, en in het slechtste geval zijn die gedachten gewoon destructief."

Zou het kunnen dat ook de gevoeligheid bij de luisteraar groter wordt met het klimmen der jaren? De gemiddelde liefhebber van klassieke muziek is in elk geval niet piepjong.
"Tja. Al heel mijn bewuste leven hoor ik vertellen dat de klassieke muziek met uitsterven is bedreigd. Ik was denk ik een jaar of zeven toen ik samen met mijn pa op tv een reportage over dat onderwerp zag. Volgens de reportage zaten er in de zalen alleen nog maar bejaarden, en zou de klassieke muziek samen met die mensen doodgaan."

"Ik hoor het mijn pa, op die typische uitdagende toon van hem, nog zeggen. 'Tiens Julien, gij zijt aan het studeren voor een beroep dat aan het uitsterven is.' Ik heb die woorden van mijn vader nooit ernstig genomen. Het leek mij compleet onvoorstelbaar dat mensen op een dag niet meer naar Schubert zouden willen luisteren."

Bent u daar nog altijd zo zeker van?
"Natuurlijk sterft de klassieke muziek niet uit. In Azië wint de klassieke muziek nog altijd aan populariteit, en ook in onze gewesten zitten de zalen nog altijd geruststellend vol. Wat in die reportage van twintig jaar geleden vergeten werd, is dat dat oudere publiek permanent vervangen wordt door 'nieuwe' ouderen."

De gemiddelde concertganger is ongeveer zestig jaar oud. Hebt u daar een verklaring voor?
"Ik hoed me voor grote veralgemeningen, maar wellicht heeft het wel iets te maken met de aard en het wezen van deze muziek. Een groot werk als een Mahler-symfonie duurt minstens een uur. Het vergt tijd en rust, je wordt er niet meteen vrolijk van, en het roept existentiële vragen op die misschien wel iets pertinenter worden naarmate je wat ouder wordt. Los daarvan speelt ook mee dat de affiniteit voor deze muziek niet vanzelfsprekend in elke opvoeding wordt meeggegeven."

Is klassieke muziek ook niet te veel iets van de elite?
"Hoe definieert u elite?"

Blanke, hogergeschoolde burgers met een meer dan gemiddeld inkomen.
"Je zou kunnen zeggen dat er een diversiteitsprobleem is, ja. Maar hoe ga je dat veranderen? Aan de ticketprijzen ligt het zeker niet. Weet u wat een ticket voor Rock Werchter kost? Twee jaar geleden wilde ik naar Paul McCartney in het Sportpaleis. Ik ben niet gegaan. Het was me te duur."

Zou u ook muzikant geworden zijn als uw vader Jo Libeer een postbode was?
"Het is geen nadeel om uit een geprivilegieerd milieu te komen, maar geloof mij: veruit de meeste muzikanten die ik ken, komen uit een bescheiden milieu. Dit vuur kent geen rang of stand."

Elitarisme kan ook in het hoofd zitten. 'Brahms is beter dan Radiohead', zegt de conservatieve denker Roger Scruton. Heeft hij een punt?
"Ik zou het niet zo formuleren. Maar ik vind wel dat je goed moet beseffen dat de klassieke muziek die we vandaag nog kennen, het allerbeste is wat er de voorbije vier eeuwen is voorgebracht. Het grote verschil tussen Radiohead en Brahms is de tijd die over die muziek is heengegaan. Mozart heeft zijnDon Giovanniin 1787 gepubliceerd. In dat jaar zijn er in Wenen tienduizend werken gedeponeerd, en daarvan kennen we alleen Don Giovanni nog."

"Wat ik wil zeggen: dit gaat niet zomaar over muziek van vroeger. Dit gaat over het allerbeste wat onze beschaving ooit heeft voortgebracht. Dat stelt ons ook voor een zekere verantwoordelijkheid. Wij moeten deze muziek cultiveren en koesteren, nu misschien wel meer dan ooit. Vandaag staat iedereen te roepen dat we onze Europese beschaving moeten beschermen. Voor mij is dat allemaal holle praat als je niet tegelijkertijd moeite doet om de hoogtepunten die deze beschaving heeft voortgebracht, te koesteren en er een zekere affiniteit mee te creëren."

Wie moet die affiniteit dan creëren? De ouders? Het onderwijs?
"Ik ben ouder noch opvoeder, dus hier ga ik mijn mond over houden. Maar het is wel een feit dat de kiem hier in de jonge jaren ontstaat. Wat je dan zaait, zul je later oogsten."

In De Volkskrant werd vorige week een boek besproken van de Britse tenor Ian Bostridge. Het boek gaat over de liederen van Schubert, een onbetwist hoogtepunt van onze beschaving waar - tot groot ongenoegen van Bostridge - enkel een niche binnen de niche nog belangstelling voor heeft.
"Tja. Wat moet ik daar op zeggen? Soms, bijvoorbeeld als ik op de Brusselse zuidfoor die afschuwelijke boenkeboenke-kermismuziek hoor, kan ik heel kwaad worden, puur van het besef dat er tegelijk zo veel sublieme muziek bestaat waar geen kat naar luistert. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om die sublieme muziek zo respectvol mogelijk te vertolken, en ze ook zo veel mogelijk buiten de gesloten wereld van de concertzalen uit te dragen. Maar misschien is het wel vergeefse moeite. Het is ook geen evidente kwestie. Waarom Beethoven in de 21ste eeuw?"

Een goeie vraag.
(denkt na)"Voor u zit een verwarde mens. Ik ben politiek bewust geworden in 2007, tijdens een uitzonderlijk lange regeringsvorming. Niet veel later kwam de economische crisis, en nog eens een paar jaar later stond het terrorisme bij wijze van spreken voor onze deur. Twintig jaar geleden kon Francis Fukuyama(Amerikaans socioloog en politicoloog, red.)nog in alle ernst beweren dat de geschiedenis zijn eindpunt stilaan had bereikt. Vandaag klinkt dat vooral absurd. Allesbougeert, de toekomst is onzeker en op veel vlakken bedreigend."

"Ik vertel dit omdat ik vind dat muziek - zeker ook de klassieke - niet mag losstaan van de tijd waarin wij leven. De vraag is dan welke rol de muziek in deze bange samenleving kan spelen."

Zonet wandelden hier twee para's voorbij. Zou het helpen als we ze vervangen door muzikanten?
(lacht) "Zo simpel werkt het natuurlijk niet. Al ben ik er wel van overtuigd dat muzikanten iets tegenover de onzekerheid van deze samenleving kunnen plaatsen. Muziek is voor mij geen zuiver abstract en puur esthetisch gegeven. Ik geloof in de transformerende kracht van de muziek. Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe dat kan werken."

Hoe dan?
"Laat kinderen zingen, zo veel mogelijk. Ik ben twee jaar lang vrijwilliger geweest bij een koorproject van Maria João Pires. Wij werkten er met kinderen uit heel moeilijke situaties, die emotioneel vaak compleet ontheemd waren. Wij hebben die kinderen een keer per week laten zingen. Kinderliedjes, maar ook Mozart en Schubert."

"Evident was dat zeker niet. Tijdens die eerste repetities smeten ze met stoelen naar elkaar, en scholden ze met woorden die ik als volwassene nog nooit had gehoord. Maar na een maand of vijf intens werken zag je wel een transformatie, zelfs in hun fysiek. In die compleet onrustige lijven begon zich plots een verticale as te vormen."

"Ook voor mij is dat een levensbepalende ervaring geweest. Als muzikant was ik tot dan vooral met esthetische kwesties bezig geweest. Is mijn legato wel goed? In dat koor heb ik gezien hoe muziek bij wijze van spreken een kwestie van leven en dood kan zijn. Dat doet je nadenken. Wanneer, en vooral waarom zijn wij mensen ooit beginnen te zingen? Elke mens zingt. Waarom doen we dat? Hebben we daar een evolutionair voordeel van?"

Bent u gelovig?
(lacht) "Dat hangt van de context af. Zet mij in een zaal vol gelovigen, en ik word op slag atheïstisch. Maar zet mij in een zaal vol atheïsten, en ik zal op slag gelovig worden."

"Muziek maken is op zich een nogal transcendente bezigheid. Je bent als muzikant de hele dag bezig met klank. Nu is klank natuurlijk geen paranormaal verschijnsel, maar het is wel onzichtbaar. Daarbij komt nog dat je vaak bezig bent met muziek van dode mensen. Gemiddeld raakt de muziek van die dode mensen mij veel dieper dan de muziek die de levende mens mij vandaag aanbiedt. Dat is een bijzonder vreemde gewaarwording."

Bach zou zijn Mattheüspassie geschreven hebben om het bestaan van God te bewijzen.
"En hij is er nog bijna in geslaagd ook. Je hebt zo van die werken... Laatst zat ik in de auto toen plots Schuberts strijkkwintet met twee cello's werd gespeeld. Samen met mijn gezelschap werd ik compleet van de aarde geblazen. Ik bedoel: wij spreken hier niet meer over mooie muziek. Dit komt van zodanig ver... Ik vraag me dan af hoe zoiets kan bestaan? Hoe kan een menselijk wezen zoiets op papier krijgen? Ik versta dat niet, en zo lang ik het niet kan verstaan, blijf ik zitten met die ene existentiële vraag. Wie weet?"

Studio Flagey: klassiek, om 21u op Canvas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234