Dinsdag 26/10/2021

InterviewGlenn Martens

‘Nadenken over duurzaamheid is een privilege’: Glenn Martens toont zijn eerste collectie voor Diesel

Glenn Martens: ‘Voor mij is sociale duurzaamheid even belangrijk als het vechten voor een beter milieu. En sowieso veel belangrijker dan een mooie jurk maken.’ Beeld Damon De Backer
Glenn Martens: ‘Voor mij is sociale duurzaamheid even belangrijk als het vechten voor een beter milieu. En sowieso veel belangrijker dan een mooie jurk maken.’Beeld Damon De Backer

Een echte catwalkshow voor Diesel ziet Glenn Martens nog niet zitten, dus toont hij maandagmiddag zijn eerste collectie voor het Italiaanse modelabel via een video. Als kersvers creatief directeur lanceert hij onder meer een bib vol genderloze denim. Gesprek met een Bruggeling die stilaan de wereld verovert.

Een bezoek aan de kapper. Dan snel naar het vaccinatiecentrum. En een weekendje Venetië, waar dit jaar nog maar eens een architectuurbiënnale georganiseerd wordt. Dat staat bovenaan op het prioriteitenlijstje van Glenn Martens, wanneer we hem die middag via Zoom spreken. Hij is thuis in Parijs, waar hij ook nog de collectie Y/Project tekent, maar pendelt wekelijks naar Breganze, een stad in de Italiaanse provincie Vicenza, bekend om zijn Palladio-architectuur, exquise wijnen én het feit dat modelabel Diesel daar al veertig jaar een heel grote werkgever is.

Veel vrije tijd heeft Glenn Martens voorlopig niet. Sinds zijn aanstelling in oktober als creatief directeur van het merk, beheerst Diesel zijn dag van halfnegen ’s morgens tot halfnegen ’s avonds. Dagen van vijftien à zestien uur werken zijn geen uitzondering. “Meestal loopt het werk ’s avonds gewoon voort in een trattoria in de buurt”, zegt hij, “waar ze overigens heerlijke pastagerechten op het menu staan hebben. Helaas kan ik daar geen neen tegen zeggen.”(lacht)

Het gaat de voorbije tien jaar hard voor Glenn Martens. Met een diploma interieurvormgeving op zak, schreef de man zich in voor de modeopleiding aan de academie van Antwerpen. Vier jaar later studeerde hij als primus van zijn klas af, terwijl hij aan het begin van zijn studie nog nooit een stikmachine had aangeraakt. Zoals hij toen al zei in interviews: “het was voortdurend knokken: tegen mezelf, tegen deadlines en tegen de docenten".

Na een tip van een Frans jurylid dat op zijn eindjury aanwezig was, werd Martens ingelijfd in het team van Jean Paul Gaultier. In diezelfde periode kon hij ook stage lopen bij Bruno Pieters, toen die nog collecties voor Hugo Boss tekende. En niet veel later ontmoette hij Yohan Serfaty. De Franse ontwerper met Joodse roots werkte in Parijs aan een eigen modelijn en Martens werd zijn eerste assistent. Hij had altijd gedroomd van een eigen lijn en die kwam er in 2012. Nauwelijks twee seizoenen later keerde hij op zijn stappen terug: Yohan Serfaty was immers aan kanker overleden en Martens werd gevraagd om zijn modelijn, die intussen Y/Project heette, verder te zetten. Met een serieuze structuur en een CEO die van aanpakken wist, zag de designer een kans op slagen.

Intussen zijn we bijna een decennium verder en gaat het Martens voor de wind. Niet alleen viel de designer zelf meermaals in de prijzen, hij wist Y/Project uit te bouwen tot een internationaal modelabel dat vandaag behoort tot de meest progressieve in zijn genre. Niet alleen de pers zet hem graag in de bloemetjes: het label ligt in meer dan 160 winkels en draait beter dan ooit.

‘Ik denk dat ik zestien of zeventien was, toen ik een reclamecampagne van Diesel zag waarin twee mannen elkaar kusten. Met dat soort campagnes durfde Diesel in de jaren 90 uit te pakken. Mensen zijn dat misschien vergeten, of zijn zich van die problematiek niet eens bewust, maar hoe mooi was en is dat!’ Beeld Damon De Backer
‘Ik denk dat ik zestien of zeventien was, toen ik een reclamecampagne van Diesel zag waarin twee mannen elkaar kusten. Met dat soort campagnes durfde Diesel in de jaren 90 uit te pakken. Mensen zijn dat misschien vergeten, of zijn zich van die problematiek niet eens bewust, maar hoe mooi was en is dat!’Beeld Damon De Backer

U werkte eerder samen met Diesel voor de Red Tag-lijn. Kwam u zo in contact met Diesel-baas Renzo Rosso?

“Ik leerde hem nadien pas persoonlijk kennen. Hij kwam naar mijn studio in Parijs en zag daar de Y/Project-collectie. Toen al was hij geïnteresseerd om samen nog iets meer te doen. Renzo is een zakenman die jongleert met vele projecten tegelijk. We hielden contact en toen hij me voorstelde om de volledige creatieve directie van Diesel op mij te nemen, heb ik ingestemd. Als je je over alles mag buigen, wordt het pas echt interessant.”

Wat houdt dat dan precies in?

“Het gaat niet alleen meer over kleren, het gaat over alles binnen dat grote bedrijf. Dat was voor mij erg belangrijk, omdat ik niet alleen verantwoording wilde afleggen over een welbepaalde categorie of collectie. Toen ik er de eerste dag aankwam, had ik al een meeting over de nieuwe conceptstore in Amsterdam en twee uur later was ik aan het praten over de lingerielijn. Om de 45 minuten moet ik de knop omdraaien omdat het weer over iets anders gaat. Ik heb de eerste weken elke avond zware migraine gehad omdat ik niet meer wist waar mijn hoofd stond. Na een tijdje kreeg ik dat schakelen van de ene afdeling naar de andere wel in de vingers. Je kan je brein daarin trainen.”

U zit daar natuurlijk naast een heel creatief persoon: de baas zelf, Renzo Rosso.

“Renzo is een heel imposante man. Hij is niet de gemiddelde bedrijfseigenaar, maar kijkt je in de ogen en gaat recht je ziel binnen. Hij is een no bullshit guy en dat ben ik eigenlijk ook. Ik denk dat de hele Rosso-familie (Renzo’s twee zonen werken al jaren mee in het bedrijf, red) me wel ligt. Maar de afspraak is duidelijk: hij is er wanneer ik hem nodig heb en zal me terugfluiten indien dingen uit de hand lopen. Voortdurend tussenkomen zal, denk ik, niet gebeuren, hij is nog met zoveel andere projecten bezig.”

Misschien was Rosso geïnteresseerd in u omdat jeans én constructie zo belangrijk zijn in uw werk maar evengoed van tel zijn binnen het Diesel-universum.

“Het klopt dat denim zeker het materiaal is waar ik het vaakst naar grijp. Maar wat even belangrijk is: ik snap waar Diesel voor staat: het is geen luxelabel maar eerder een alternatief voor luxe. Veertig procent van wat Diesel maakt, is denim. Het is dus een denimlabel, maar tegelijk veel meer dan dat. Het is één grote meltingpot. Een vat vol ironie ook, dat hebben we in veel van hun vroegere reclamecampagnes gezien. En toch altijd met de voeten op de grond, goed wetende wat er in de wereld speelt. Om nog maar te zwijgen van de fun factor en het rock-’n-rollgehalte dat dit bedrijf uitstraalt.”

Leg dat eens uit.

“Diesel is een modelabel dat over de hele wereld zaken doet. We richten ons niet tot één welbepaalde groep mensen maar maken kleren voor mijn broer, voor mijn moeder en voor de jonge gasten waar ik mee uitga, hier in Parijs. Het moeten kleren zijn die plezier uitstralen en mensen gelukkig maken. Die een beetje de hardheid van het leven omfloersen. We hebben de laatste maanden toch tijd genoeg gehad om na te denken over de toekomst van deze wereld.”

En bent u eruit waar we naartoe gaan?

“Heel veel dingen spelen momenteel tegelijkertijd. Ik groeide op in Brugge, wat mij betreft een klein provinciestadje met een zeer traditionele lifestyle. Ik denk dat ik zestien of zeventien was, toen ik een reclamecampagne van Diesel zag waarin twee mannen elkaar kusten. Met dat soort campagnes durfde Diesel in de jaren 90 uit te pakken. Mensen zijn dat misschien vergeten, of zijn zich van die problematiek niet eens bewust, maar hoe mooi was en is dat! Voor mij is sociale duurzaamheid even belangrijk als het vechten voor een beter milieu. En sowieso veel belangrijker dan een mooie jurk maken.”

Wat doet u daar dan concreet mee?

“Je probeert echt werk te maken van duurzaam denim. Voor komende zomer lanceren we Diesel Library, een collectie genderloze denim essentials. Spullen die je dagelijks aan kan: mooie broeken, trenchcoats, een body in een stretchjeansstof, een jas, zelfs een blazer in jeans, en iedereen weet hoe moeilijk dat is. (lacht)

“Bedoeling van die Library is dat de helft van die producten permanent in de winkel blijft liggen. We verlengen het zogenaamde shelf life. Het maakproces van denim is vervuilend maar het is wel zo dat veel mensen hun jeansjas of jeansbroek jaren dragen. Zelf ben ik verdrietig als ik merk dat mijn jeans verslijt. Ik vind ook dat je jeans met de jaren beter wordt, qua fit maar ook qua uitstraling. De levenscyclus kan dus erg lang zijn wat dan wél weer duurzaam is.”

Vroeg dat veranderingen in de productie?

“Absoluut. Ze waren al met duurzaamheid bezig voor ik in beeld kwam, maar nu zetten we nog verdere stappen. Bij elke wassing en elk vezelkeuze stellen we de juiste vragen. We gaan voor de meest innovatieve technieken om het gebruik van water en chemicaliën zoveel mogelijk te beperken. Komt een afwerking in leder, dan is dat chroomvrij behandeld. Binnenlabels zijn van gerecycleerde materialen gemaakt. Enzovoort. Dat alles laten we via een QR-code op elk kledingstuk aan de klant weten. Alleen op die manier creëer je bewustzijn. Ik was daar al mee bezig toen ik bij Bruno Pieters werkte.

“Tegelijk besef ik dat het een privilege is om daarover te kunnen nadenken. Mijn moeder was verpleegster en voedde haar twee kinderen alleen op. Ze had het niet breed dus ging ze ’s weekends nog extra aan de slag als werkvrouw. Zij was echt niet bezig met recyclage, ze moest haar kinderen eten zien te geven. Alleen al daarom ben ik blij dat Diesel democratische prijzen hanteert. Op die manier kan je de boodschap brengen in huishoudens waar mensen het niet zo breed hebben.”

‘Het maakproces van denim is vervuilend maar het is wel zo dat veel mensen hun jeansjas of jeansbroek jaren dragen.’ Beeld Damon De Backer
‘Het maakproces van denim is vervuilend maar het is wel zo dat veel mensen hun jeansjas of jeansbroek jaren dragen.’Beeld Damon De Backer

Heeft Covid die bedenking nog extra in de hand gewerkt?

“Voor mij wel. Ik sta nog meer met beide voeten op de grond dan vroeger en ben misschien wel een betere persoon geworden. Tijdens de lockdown was er heel veel tijd om te reflecteren. Ik zat in een klein appartementje in Parijs en liep soms de muren op. Daar heb ik dikwijls gedacht dat ik meer kan zijn dan alleen maar een modeontwerper.”

U droomde er altijd van om voor een groot merk te werken. Zeker als er een bepaalde focus was. Is dit het dan?

“Wel, ik wilde graag een huis met een soort patrimonium, met een legacy. Diesel heeft dat wel. Renzo heeft alle archieven bewaard en als je zelfs die eerste collecties ziet, dan zou je die nog steeds kunnen aantrekken. Veel van die spullen zijn radicaal en spot on, zelfs vandaag. Ik ben vaak gevraagd voor grote huizen en heb ook gepraat met een paar spelers, maar om nu alleen artistieke vervulling te vinden, daar was het me eigenlijk niet langer om te doen. Ik kan echt radicale dingen maken bij Y/Project. Je moet daar niet altijd weten hoe je die trui of die broek precies aantrekt. Waarom zou ik dan per se naar Versace of Alaïa willen gaan?”

Diesel heeft de voorbije jaren wel wat watertjes doorzwommen. Veel CEO-wissels, winkels die dicht gingen, de hoger gepositioneerde Black Gold-lijn die werd afgevoerd. Voelt u de financiële druk?

“Neen, absoluut niet. Kijk, Diesel draait al veertig jaar mee in de mode. Het is een groot bedrijf dat al die tijd goede zaken gedaan heeft. Maar zoals bij elk bedrijf ga je wel eens in automatischepiloot-modus. Daarom is dit het goede moment geweest om te reflecteren over wie we zijn en waar we aan toe zijn. Weer verbinden met de waarden van het huis zoals vroeger en toch even tijd nemen om adem te halen.”

U gaat nu voluit voor Diesel en blijft ook Y/Project creatief sturen. Zijn er nog wel gaatjes in die agenda van u?

“Op maandag en vrijdag werk ik aan Y/project, in de week zit ik in Breganze en één weekend per maand blijf ik in Italië. Dat maakt het mogelijk om het land toch een beetje te verkennen. Ik ben geobsedeerd door geschiedenis en wie in Italië rondloopt, staat voortdurend oog in oog met de renaissance, wat een cadeau is. Zo was ik recent in Pisa. Zo goed als alleen. Ik ben ook al in Carrara geweest en ging een dag wandelen in Cinque Terre. Puur genieten. Alleen jammer van de vijf kilo die er intussen zijn bijgekomen door al dat lekkere eten.”

Dat sport u er toch zo weer af?

“Sporten? Ik? Niet dus. Geen haar op mijn hoofd dat na zo’n drukke dag nog denkt om loopschoenen aan te trekken. Bovendien ben ik van de Franse slag als het over opstaan gaat. Voor zeven uur krijg je me het bed niet uit.”

Wie is Glenn Martens

- 1983: geboren in Soest, opgegroeid in Brugge

- 2004: bachelordiploma interieurvormgeving aan Sint-Lucas in Gent

- 2008: studeert cum laude af aan de modeafdeling van de Koninklijke Academie van Antwerpen

- 2008: meteen aan de slag bij Jean Paul Gaultier

- 2009: wordt eerste assistent van Yohan Serfaty

- 2010: collabs met Weekday en Honest by Bruno Pieters

- Februari 2012: lancering eigen collectie

- September 2013: krijgt artistiek leiding van Y/project in handen na dood van Serfaty en stopt de eigen collectie

- 2017: wint prestigieuze Andam fashion award en doet collab met Red Tag Diesel

- 2019: eregast tijdens de modebeurs Pitti Uomo

- 2020: wint opnieuw de ANDAM-prijs en wordt in oktober creatief directeur bij Diesel

- 2021: eerste video voor Diesel: de collectie ss2022

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234