Vrijdag 23/08/2019

Nightlife

Na zaterdag gaat de legendarische club Boccaccio echt tegen de vlakte

De Boccaccio in zijn gloriedagen, eind jaren 80. Beeld rv

Zaterdag opent Bocca, voorheen Boccaccio, voor de allerlaatste keer zijn deuren. Daarna volgt de sloophamer. Maar zou de legendarische club Boccaccio wel tegen de grond mógen worden gesmeten?

Het verhaal van Boccaccio, 'de tempel van de new beat', begon eigenlijk al in 1963. Toen zag de Gentse matrashandelaar Robert De Maesschalck tijdens een levering in Leuven hoeveel auto's geparkeerd stonden voor een feestzaal. 'Ik moet ook zoiets beginnen', was zijn eerste gedachte.

Niet veel later opende hij Balmoral in Gent, en begin jaren 70 kocht De Maesschalck in Destelbergen een vervallen domein met een restaurant, een villa en een vijver. De villa met patrijspoorten richtte De Maesschalck in als discotheek. De naam Boccaccio kwam van zijn oudste zoon Dirk, die de zaak uitbaatte. Die had trouwens minder te maken met de schrijver van de schunnige
Decamerone dan wel met een trip naar Spanje, waar hij een gelijknamige discotheek had gezien.

Eind jaren 80 kende de club een hausse. New Beat maakte zijn opwachting en Boccaccio werd het bruisende uithangbord. De discotheek was open van vrijdag tot maandag – aan één stuk door. Zoals Haçienda in Manchester tot een van de oerclubs gerekend mocht worden, werd Boccaccio even het epicentrum van het nachtleven in Europa. Liefhebbers van elektronische muziek uit alle landen kwamen afgezakt naar de tempel met zijn lichtgevende trappen die naar de DJ booth leidden.

Olivier Pieters, die zaterdag op het slotfeest draait, speelde eind jaren 80 op zondag een hoofdrol in dit succesverhaal. De dj draaide loodzware new beat, een vertraagde versie van de elektronische new wave. "Er kwamen weleens klanten binnen die mijn muziek niet konden smaken", grinnikt Pieters. "Maar ik sloot geen compromissen, en weigerde om
upbeat muziek te draaien. Achteraf bekeken, droeg net dat bij tot het onwereldse succes van de Boccaccio."

Het gemeentebestuur én de media demoniseerden Boccaccio evenwel. In 1993 bezweek de club onder de druk. Of dat was toch de gangbare gedachte. "Er is veel meer gebeurd", verzucht Olivier Pieters. "Heel wat zaken hadden anders kunnen lopen. Ik heb dan ook een dubbel gevoel bij de sloop. Ik vind het vooral doodjammer, maar ik weet ook dat de familie De Maesschalk de hand in eigen boezem moet steken. Begin jaren 90 werden te veel fouten gemaakt (familievetes, drugskwesties, portiersmaffia, belastingontduiking, GVA). Met een betere communicatie had hun verhaal langer kunnen blijven duren. Enfin, dat is mijn gevoel. Als ze wat meer toegevingen hadden willen doen, zouden ze wellicht niet zo veel tegenwind hebben gekregen. Ze hebben zich nooit aan een sluitingsuur willen houden, en daarmee kwamen de razzia's. In samenspraak met de overheid was het een mooier verhaal geworden. Maar het is wat het is, zeker? Hoeveel clubs sluiten er de laatste jaren niet? Er heerst sowieso een heel andere cultuur bij de jongeren vandaag."

Beklad

Of Boccaccio een beschermd monument zou moeten zijn? Peter Decuypere, founding father van I Love Techno en Fuse, lacht de vraag weg. "De eigenaars hebben het erfgoed zélf beklad. Zo'n drie jaar lang – eind jaren 80 – hebben ze het verschil gemaakt, maar daarna hebben ze die club uitgemolken door Boccaccio steeds opnieuw te laten herleven. De mythische uitstraling is er écht geweest. Maar Boccaccio is alleen in één bepaald tijdsgewricht belangrijk geweest. Dan verdien je het niet om als cultureel erfgoed te worden bestempeld, laat staan iets waar Unesco zich mee zou bezig moeten houden. (lacht) 

"Als ik vandaag studenten over Boccaccio vertel, halen ze zelfs hun schouders op. Dat is anders bij de Ancienne Belgique, die nog altijd cultureel relevant is. Trouwens: alleen al voor die afschuwelijke naam en de afschuwelijke neonverlichting buiten zou niemand ooit cultureel erfgoed van Boccaccio mogen maken. Maar ze verdienen het zeker om een mooie voetnoot in de Belgische muziekgeschiedenis te blijven, en in het Panini-boek van het discotheekleven krijgen ze een mooie, grote sticker."

Minder negatief klinkt resident DJ Pieters. "Ik heb veel energie in de Boccaccio gestoken, maar kreeg ook veel terug van het publiek. Die discotheek heeft bovendien heel wat deuren geopend. Ik heb er echt iets kunnen opbouwen. Ik was zelfs de eerste dj die eind jaren 80 buitenlandse aanbiedingen kreeg zonder management. Ik kon overal in België draaien, maar ook in Londen en Duitsland. Als ik het toen professioneler had aangepakt, was ik vast veel verder geraakt."

Boccaccio gaat voor een allerlaatste keer open op zaterdag 8/9 met vertrouwde dj's als Olivier Pieters, Phil Watts en Mike Thompson. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden