Woensdag 24/04/2019

media

"Na mijn ontslag heb ik de media afgezworen. Ik was te diep gekwetst": lotgenoten 'afgedankte' Vincent Byloo getuigen

Vincent Byloo had zijn vertrek bij StuBru iets respectvoller voorgesteld, mailde hij naar zijn collega’s. Beeld RV Studio Brussel

StuBru-stem Vincent Byloo kreeg deze week te horen dat er geen plek meer voor hem is in het nieuwe zendschema en stopte – baf! – per direct met presenteren. Wat doet zoiets met een mens? Lotgenoten vertellen: "Na mijn ontslag heb ik de media afgezworen. Ik was te diep gekwetst."

"Ik had me mijn vertrek wat eleganter voorgesteld. Iets respectvoller ook”, schreef Vincent Byloo deze week in de afscheidsmail naar zijn collega’s. Afgelopen week kreeg hij te horen dat er door verschuivingen in het zendschema vanaf september geen plaats meer voor hem is als presentator. Byloo hield de eer aan zichzelf en stopte meteen met het presenteren van De Roo en Byloo, het populaire avondblok op Studio Brussel. Copresentator Eva De Roo mocht het de rest van de week alleen zien te rooien.

Op de persdienst van de VRT zijn ze formeel: de beslissing om Byloo opzij te schuiven betekent geen waardeoordeel over Vincent als presentator. De zender wil ook samen met de ex-presentator op zoek gaan naar een nieuwe functie binnen het bedrijf.

Het klinkt allemaal nogal wrang bij lotgenoten van Byloo, radio- en tv-hosts die net als hij ‘afgeserveerd’ werden. Want alle mooie woorden van persdiensten ten spijt, zo komt het bij de betrokkenen toch echt wel binnen. Ook al is Vincent Byloo niet echt werkloos – hij heeft nog altijd een contract bij de VRT –, van antenne gehaald worden is in de mediawereld mogelijk nog erger dan ontslag. Voor wie het gewoon is om in de schijnwerpers te staan, komt een gedwongen leven in de schaduw hard aan.

“Dat from-hero-to-zerogevoel was vreselijk. Je voelt je aan de kant gezet en heel erg klein”, zo verwoordt Nasrien Cnops (29) het. Ze presenteerde samen met Peter Van de Veire het ochtendblok op MNM, tot ze vier jaar geleden in de krant moest lezen dat ze haar plaatsje in de ochtendshow kwijt was. Eerst dacht ze dat ze een eigen programma zou krijgen, zo was het haar ook beloofd. Niets bleek minder waar.

“Natuurlijk weet je wel dat er ergens een houdbaarheidsdatum is als je deze job doet. Maar toch kwam het heel hard aan. Die job was voor mij veel meer dan een job. Het was een deel van wie ik was. Je steekt er enorm veel tijd en energie in. Ik had geen sociaal leven meer omdat ik om 20 uur ging slapen en in het weekend vooral wilde bijslapen. Je hele leven draait rond die job.”

En opeens vallen gewoontes, routines en vooral ook schijnwerpers weg. Iets wat ze toen, op 25-jarige leeftijd, heel moeilijk kon plaatsen. Ze belandde in een zware depressie. Ondertussen gaat het weer beter met haar en heeft ze er naar eigen zeggen veel uit geleerd. Dat ze te weinig zelfvertrouwen had, bijvoorbeeld.

Cnops: “Ik voelde me een mislukkeling. Na mijn ontslag heb ik de media afgezworen. Ik was te diep gekwetst. Het ergste was ook dat weinig mensen wisten hoe het gegaan was, maar toch maakte iedereen er zijn eigen verhaal van. Dat ik bijvoorbeeld mijn weg naar boven via het bed geregeld had. Als je zoiets hoort terwijl je heel verdrietig bent en met veel vragen zit, dan zak je steeds dieper.”

Nasrien Cnops.

Circus

Voor wie van antenne wordt gehaald, wordt alles duizelig. Dat ondervond ook Ruth Joos (42). De radiomaakster presenteerde jarenlang Joos op Radio 1, een praatprogramma waarin cultuur centraal stond. Eind 2013 werd het programma stopgezet, ondanks luid protest. Ruth Joos verdween een tijdje van de ether.

Het deed zeer, destijds. Hoewel het haar programma was dat afgeserveerd werd en niet zijzelf, voelde ze zich toch persoonlijk geraakt. Zij wás namelijk het programma. Ze voelde zich als radioactief afval dat ontmanteld moest worden, beschreef ze ooit in een interview.

Nu ziet ze die periode als een afgesloten hoofdstuk. Er blijven over praten, heeft weinig zin, vindt ze. Want dan blijft het aan je plakken. Ondertussen werd een nieuwe functie voor haar gevonden. Na enkele omzwervingen via Canvas is ze nu een van de presentatoren van
De wereld vandaag op Radio 1.

Ruth Joos. Beeld VRT - Bart Musschoot

Het gaat ook niet alleen om het verliezen van een job die je leuk vindt, zegt een voormalig schermgezicht van de VRT dat ooit van de ene op de andere dag aan de kant werd geschoven. Het gaat ook om het hele circus eromheen. “Het ergste is dat iedereen het weet, heel Vlaanderen en in mijn geval ook Nederland. Het ene moment ligt de wereld aan je voeten en wil iedereen in je buurt vertoeven. Het andere moment word je gewoon genegeerd. Je bent niet langer interessant, want je komt niet meer op televisie. Ik ben er erg van geschrokken hoeveel mensen mij als een blok lieten vallen.”

Het was voor haar ook een bruusk afscheid van een leven in de spotlights. En hoewel ze er zelf niet trots op is, moet ze toegeven dat ze die aandacht nodig had. “Ik had als kind al heel erg de drang om graag gezien te worden. Ik wilde applaus krijgen, complimentjes. Ik wilde dat mensen mij zagen. Mijn vader zei altijd lachend: die moet in de media gaan werken.

“Bij de VRT heb ik er alles aan gedaan om zo veel mogelijk mooie opdrachten binnen te halen. Kreeg ik een project, dan smeet ik me helemaal. Alsof mijn leven ervan afhing. En elke letter kritiek die ik zag verschijnen, greep me naar de keel en zorgde voor slapeloze nachten.”

Haar laatste maanden bij de VRT zag ze hoe haar plaats steeds meer werd ingenomen door jongere mensen. Jonge mensen die het spel vaak keihard spelen. “De mediawereld is een zeer harde wereld. Het is een voortdurende strijd. Er staan tien anderen te wachten om jouw stoel in te palmen. Dat zorgt voor voortdurende stress.

“Je weet dat wat je hebt je elk moment kan worden ontnomen. Ik was nog niet weg bij de VRT of ik was al vervangen. Door een jongere collega. Dat is bijzonder confronterend. Alsof je na je veertigste geen goeie televisieprogramma’s meer kunt maken.”

Ze mist de job, ja. Maar nog meer de bekendheid. “Iedereen die in de media rondloopt is ijdel en heeft een bovengemiddelde nood aan erkenning. We willen zelfs in de boekskes komen, ook al willen we dat niet toegeven. We zijn vooral bezig met onszelf. En hoe langer je in die schijnwerpers gestaan hebt, hoe harder de val is.”

Uit het nest geduwd

Die val komt onvermijdelijk, of je moet Martine Tanghe heten. Zij vierde onlangs haar 40ste verjaardag als nieuwsanker bij de VRT. Een prestatie die maar weinigen haar ooit voordeden. Zelfs Dany Verstraeten niet, die toch al 29 jaar VTM Nieuws presenteert.

Diens collega-nieuwsanker Lynn Wesenbeek werd in 2012 wél van het nieuws gehaald. Van de ene op de andere dag. Een sec persberichtje werd destijds de wereld ingestuurd: de VTM-coryfee zou voortaan geen nieuws meer lezen, iets wat ze 25 jaar lang had gedaan.

Voor Wesenbeek zelf kwam het nieuws als een donderslag bij heldere hemel. “Dat is hard, ja. Er komen heel wat emoties los. Je hebt het gevoel er niet meer bij te horen. Het gevoel van uit het nest geduwd te zijn. En je zit met hopen twijfels en vragen. Waarom ik? Heel menselijke reacties, denk ik.”

Antwoord op de vraag waarom zij moest gaan, heeft ze nog steeds niet. Al is ze er ondertussen wel in geslaagd om wat haar is overkomen te relativeren. “Je moet altijd een onderscheid maken tussen een tegenslag en iets wat je leven totaal ontwricht. Mijn ontslag was een tegenslag. Ik heb bij
Telefacts ooit een reportage gemaakt over een man die na het faillissement van Sabena zelfmoord pleegde en een vrouw en vijf kinderen naliet. Dat is een ontwrichtend drama.

Lynn Wesenbeek. Beeld Karel Duerinckx

“Bovendien, als je zoiets meemaakt zoals ik, dan denk je in eerste instantie vanuit je eigen referentiekader. Maar er is ook een andere kant. Het is normaal dat een bedrijf keuzes maakt. Maar dat besef je pas als er wat tijd over is gegaan.”

Ze heeft haar gedwongen vertrek als schermgezicht een plaats kunnen geven en wil benadrukken dat een droomjob verliezen voor iedereen, ook niet-bekende mensen, heel moeilijk is. Al wordt het bij bekende mensen natuurlijk wel publiekelijk gespeeld en gedeeld. “Dat maakt de verwerking moeilijker. Maar het is wel inherent aan je keuze om een publiek leven te leiden. It comes with the deal.”

Ook zij kreeg de boodschap dat er binnen het bedrijf een andere job gezocht zou worden. Maar uiteindelijk koos ze om weg te gaan. “Ik had misschien terug gekund naar de nieuwsredactie of naar Telefacts. Maar dan is er de persoonlijkheid en het temperament, dat speelt zeker. Ik heb gekozen voor verandering, met alle risico’s van dien.”

Ze besloot het als zelfstandige te proberen, weg van de media, richting bedrijfsleven. Ze modereert onder meer debatten en academische zittingen. Een overstap die ze zich niet beklaagt.

De aandacht en bekendheid mist ze naar eigen zeggen niet. “Ik heb 25 jaar voor een camera gestaan, maar dat was voor mij nooit een doel op zich. Je doet een job omdat je het graag doet, omdat je vindt dat je iets bij te dragen hebt, iets kunt veranderen. Ja, je haalt uit zo’n job wel een stuk identiteit. Maar dat geldt evengoed voor andere jobs.”

Flou en grillig

De houdbaarheid van bekende mediafiguren is een moeilijk beestje. Want wat maakt dat een zender beslist om een programma af te voeren of een scherm- of radiofiguur ervan te halen? Een oud-netmanager bij de VRT verwoordt het zo: "We waren constant op zoek naar nieuwer, verser, mooier".

Al hangt het wellicht ook af van waar je precies werkt. De ene vloer is al harder en killer dan de andere. Van StuBru wordt al langer gezegd dat het er op de werkvloer niet altijd zo amicaal en warm aan toegaat als de zender wil uitdragen.

Bij Eén en Canvas wordt dan weer vooral gewerkt aan duurzame trajecten voor de schermgezichten, zegt Olivier Goris, netmanager bij beide netten. “Het is altijd een afwegen van verschillende factoren en we kennen altijd de richting van de volgende twee à drie programma’s. Een steekvlambeleid willen we niet: dan laat je een paar gezichten die hot zijn alles presenteren, tot ze na twee à drie jaar opgebrand zijn.”

Wanneer het ‘op’ is, is deels gebaseerd op aanvoelen. En soms zijn er ook bevragingen vanuit de studiedienst over de gezichten. Wat vinden de kijkers van een bepaalde persoon? Nuttig zijn die onderzoeken zeker, al mag je je nooit alleen daardoor laten leiden, vindt Goris. “Zulke bevragingen zijn momentopnames. Het publiek kan een gezicht op een bepaald moment beu gezien zijn, maar als je die even een stap terug laat zetten, kan die wel weer fris terugkomen.”

Het is volgens Goris wel belangrijk om met die houdbaarheid bezig te zijn. Het publiek moet immers je gezichten kennen en vertrouwen. Het is dus een kwestie van aan lange carrières te bouwen, maar tegelijk ook in het nu te blijven staan en voor vers bloed te zorgen. “Het is vaak erg flou. Het is grillig en geen exacte wetenschap. De realiteit is dat er maar een beperkt aantal plaatsen zijn. Je kunt niet iedereen een carrière van vijftien jaar garanderen.”

Het belangrijkste is om er altijd helder over te zijn en vooral ook menselijk te blijven. Goris beseft heel goed dat het een grote impact heeft op de mensen in kwestie. “Kijk naar onze beslissing om niet langer met omroepsters te werken. Dat was voor hen heel ingrijpend. Ik ben me daar van bewust, maar je moet ook eerlijk zijn tegenover hen. En hen helpen naar de volgende stap, als ze dat willen.”

Gebakken peren

Al zijn er ook figuren die minder last lijken te hebben van een eventuele houdbaarheidsdatum. Kurt Van Eeghem (66) fladderde veertig jaar lang van het ene televisie- naar het andere radioprogramma en prijst zich naar eigen zeggen erg gelukkig. “Ik heb programma’s gekregen en weer afgenomen zien worden. Ik ken dus het gevoel. Maar ik heb altijd opnieuw mijn ei kwijt gekund en heb me nooit echt ‘afgedankt’ gevoeld.”

Behalve toen hij op pensioen moest. Dat een goed draaiend radioprogramma, Schone kunsten, stopte omdat hij als ambtenaar nu eenmaal verplicht op pensioen moest op zijn 65ste, daar heeft hij het nog altijd moeilijk mee.

Kurt Van Eeghem. Beeld © VRT - Lies Willaert

Hij voelde zich ook niet ‘afgedankt’ toen het programma De drie wijzen, het programma dat hem bekendheid gaf bij het grote publiek, van antenne werd gehaald. De media kopten toen dat Van Eeghem op zijn hoogtepunt moest stoppen en dat hij het er zwaar mee had. Dat blijkt, toch zoveel jaren later, behoorlijk mee te vallen. “Dat programma heeft jaren gelopen. Geloof me, dan ben je wel eens blij dat je iets anders kan gaan doen.”

Hij zag ook enkel radioprogramma’s floppen en was wel verbolgen toen de VRT besloot gewoon te stoppen met cultuurmagazines op radio. Maar hij had geluk dat er voor hem telkens nieuwe projecten langskwamen. De meesten concipieerde en verzon hij zelf. Andere waren eerder ‘uitvoerend’. Het belangrijkste was dat hij altijd zijn creativiteit kon botvieren.

Al geeft hij toe dat ook ijdelheid een grote rol speelt in ‘het wereldje’. “Ik snap de ontgoocheling van zo’n jongeman als Vincent Byloo. Je mag niet onderschatten wat host zijn met je doet. Je bent permanent zichtbaar. Mensen herkennen je, spreken je aan. Dat is bijzonder prettig. Een eigen programma hebben, brengt wel verantwoordelijk mee. Je ‘draagt’ dat programma, in voor- en tegenspoed. Als de cijfers goed zijn, de reacties positief en de bazen tevreden, is dat fijn. Maar als het tegenzit, zit je wel met de gebakken peren. En als je programma wordt afgevoerd of je wordt er zelf als presentator afgehaald, dan is dat zeer pijnlijk. Je verliest het contact met je luisteraars of kijkers. Die band die je hebt opgebouwd, valt weg.”

Het hangt wellicht van karakter tot karakter af. En van leeftijd en een zekere graad van maturiteit. “Voor mensen aan het begin van hun carrière is dat heel moeilijk. Maar ik kan me inbeelden dat het heel vernederend aanvoelt. Als een natte dweil die je in het gezicht krijgt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.