Woensdag 23/10/2019

Dour Festival

Na drie dagen Dour: handleiding voor de dolende 'Dourist'

Beeld Photo News

Wie op Dour Festival zijn weg wil vinden tussen de zeven podia, komt het best beslagen voor de dag. Uit de vele bands die op dag twee aantraden, distilleerde De Morgen een handleiding voor de dolende Dourist. 

“Er zijn drie regels! 1: Observeer. 2: Denk. 3: Vecht!”, declameerden Alec Empire, de zelfverklaarde destroyer van fascisten, en Atari Teenage Riot vrijdagnacht vanuit een tent in Dour. Kijk, als zelfs de revolutie met een reglement komt, dan voelen wij ons niet te beroerd om na de tweede Dourdag vier vuistregels voor het wildste festival van de zomer te formuleren.

1. Inhaleer de indie

Ligt er op Dour nog iemand wakker van indierock? Beatgoochelaars en rappers veroorzaken er al jaren de grootste volksverhuizingen, maar wie een beetje zoekt, kan zich af en toe nog wel eens prikkelen aan stekelige gitaren en onderkoeld-emotionele zanglijntjes. Bij het Brusselse BRNS (★★★☆☆) was het bijvoorbeeld aangenaam ontwaken, met dat in elkaar vlechtende stemmenwerk, die tegendraadse beats en zo’n bescheiden gitaartje dat zich nooit opdrong, maar ineens wel zijn nagels in je vel zette. Wij dachten aan Pavement, The Notwist of Pinback, en beleefden een korte maar hevige flashback naar de hoogdagen van de indierock, toen het er even op leek dat de slackers en de onaangepasten de wereld zouden overnemen.

Het Londense Shame (★★★★☆) liet ons nog een uurtje langer in de waan met de tracks die het plukte uit zijn tussen Parquet Courts en The Strokes slingerende debuut Songs of Praise. Al na één nummer dook de handenwrijvende frontman Charlie Steen het publiek in, dat voortdurend aarzelde tussen luidkeels meeschreeuwen met teksten als “I like you better when you’re not around” (‘Tasteless’), ongecontroleerd springen of toch maar die volgende joint rollen. De échte Dourist bleek het allemaal tegelijk te kunnen.

Dankzij Shame hebben de indie-underachievers nu ook een nieuw lijflied. In ‘One Rizla’ worden over hoekig hakkende gitaren deze zinnen gespuwd: “My nails ain’t manicured / My voice ain’t the best you’ve heard / And you can choose to hate my words / But do I give a fuck.” 

Maar hebben ze ook een toekomst? Vast wel: dit piepjonge pubschoelje heeft de songs, de no fucks given-attitude van Mark E. Smith én de looks. “Shame Shame Shame, that’s our name”, hamerde frontman Steen het er aan het eind van zijn show nog eens in. Hét kleur van volgend seizoen: schaamrood.

Shame op Dour: leve de underachievers! Beeld Francis Vanhee

2. Beleef de Brusselse hiphop

Tijdens Dour Festival lijkt de Waalse gemeente een Brusselse banlieue: zowat elke hoofdstedelijke hiphopper staat hier wel ergens op het podium. Wij kozen voor Blu Samu en Veence Hanao + Le Motel, twee van de vaardigste verhalenvertellers met postcode 1000.

Blu Samu (★★★☆☆) kwam met haar gele zonnebril, bikini onder een lang doorschijnend kleed en zware bottines recht uit een videoclip van TLC of Salt-N-Pepa gestapt, en maakte indruk met een luie, hese rapflow en soulvolle zang die bij Lauryn Hill in de leer was geweest. Haar vrouwelijke deejay serveerde intussen old school hiphop à la De La Soul, Braziliaanse vibes en af en toe wat trapinvloeden.

Blu Samu op Dour: tranches de vie uit het bestaan van een twintiger in een grote stad Beeld Francis Vanhee

Afwisselend in het Engels, Frans én Portugees toonde Salomé Dos Santos tranches de vie uit het bestaan van een twintiger in een grote stad: gênant aflopende kortetermijnrelaties en twijfel over de toekomst. “I put my soul into the flows I spit”, klonk het in ‘I Run’. Gelukkig kon ze ook onbekommerd feesten, en daarvoor haalde ze stadsgenoten Le 77 en Dr. Pete op het podium. Maar eigenlijk kon ze het minstens evengoed alleen af: “I’m making my own destiny”, rapte ze.

Ook Veence Hanao (★★★★☆) graaide gretig in twintigersleed – vergeten condooms, tot woensdag uitlopende feestweekends – maar met zijn droge, smetteloze flow groef hij dieper dan Blu Samu. Bij Hanao hoorde je geen grootspraak, moest je geen publieksspelletjes uitvoeren, maar kreeg je een inkijkje in een leven dat soms zo vergeefs aanvoelde dat Hanao het vergeleek met een trein die nooit aankomt.

Zijn kompaan Le Motel, die ook Roméo Elvis begeleidt, strooide vreemd ruisende synths en atypische beats tussen de verzen van Hanao, en liet alles toch wonderwel in elkaar klikken. Toen we hoorden hoe Hanao in ‘Les Moineaux’ een dronken, doorwaakte nacht evoceerde, dat mengde met jeugdherinneringen én tegelijk een fameuze dip uitzweette, bedachten we dat hij de Franstalige versie van Brihang is: net zo poëtisch, kunstzinnig en dwars op de beat .

“De beste rapper van zijn generatie”, verzekerde een Waalse muziekjournalist ons, en we hadden geen enkele reden om aan zijn woorden te twijfelen.

Veence Hanao + Le Motel op Dour: de beste rapper van zijn generatie Beeld Francis Vanhee

3. Voel de Franse slag

De heuvels van Dour glooien ongemerkt over in Frankrijk, en die nabijheid drukt altijd een forse blauw-wit-rode stempel op de affiche van het festival. Twee bands met de Franse slag, Forever Pavot en Parcels, bleken je aandacht waard – ja, zelfs ondanks die verdomde halve finale.

Forever Pavot (★★★☆☆) klonk als BadBadNotGood dat de soundtrack verzorgde bij een Franse policier of een ooh la la-film vol opwaaiend ondergoed uit de jaren zeventig, met op zang Sebastien Tellier, ooit de inzending van onze zuiderburen voor het Eurovisiesongfestival. En aan het eind leek het alsof Connan Mockasin zijn ‘Faking Jazz Together’ had omgebouwd tot een filmscore voor zo’n ouderwetse western vol stof doen opwaaiende cowboys te paard. Kitscherig, poppy en een tikje cheesy: in het publiek zagen we de eerste hitsige muil- en schuurbeurten van de dag.

Forever Pavot op Dour: cheesy, kitscherig én hitsig Beeld Francis Vanhee

Ook bij Parcels (★★★☆☆) draaiden konten, zwierden de paardenstaarten en gingen schouders en nekspieren een eigen leven leiden. Die band ontstond dan wel in Australië, maar had op Dour een serieuze French touch gekregen. Ze speelden in een zilverkleurig decor waarin je elk moment de robots van Daft Punks ‘Around the World’ verwachtte – geen wonder dat ze al met het gehelmde duo mochten samenwerkten.

De heren hebben toen vast lang over Giorgio Moroder gepraat, want diens buitenmaatse zonnebril reflecteerde in Parcels pop met de wilde frisheid van limoenen. En over Nile Rodgers: in hun Franse filterhouse gaf Parcels regelmatig een fikse draai aan de discobol van Chic.

4. Onderga de gitaar

Vuistregel vier geldt ook voor wie morgen naar Cactus Festival in Brugge gaat: alle verzet is nutteloos wanneer Slowdive en Mogwai hun versterkers opendraaien.

Slowdive (★★★★☆) krijgt steevast het label ‘shoegaze’ opgespeld, maar mogen we daar hier en nu korte metten mee maken? Als de band ergens naar staart, dan is het wel naar de sterren. De bandleden stapelden gitaarlaag op gitaarlaag tot ze door het wolkendek prikten – niet toevallig werd tijdens setsluiter ‘Golden Hair’ een exploderende Melkweg geprojecteerd, en zagen we gitarist Neil Halstead ernaar kijken alsof hij er het liefst in zou verdwijnen.

Slowdive op Dour: één euforische roes Beeld Francis Vanhee

‘Golden Hair’ was een cover van de Britse popexcentriekeling Syd Barrett, die zelf een gedicht van James Joyce op muziek had gezet, en vormde climax van een set die één euforische roes was. ‘Catch the Breeze’ pompte wolkjes endorfine door onze kop, terwijl ‘When the Sun Hits’ liet vermoeden dat Halstead af en toe van zijn instrument losgepulkt moet worden, of hij blijft gitaarminiatuurtjes weven en grote tableaus schilderen. Rachel Goswell liet ijle, griezelige folkmelodieën doorschemeren in ‘Avalyn’ en danste zichzelf in ‘Star Roving’ richting delirium.

Nog nooit eerder gehoord: de dubecho’s in ‘Souvlaki Space Station’. ‘Sugar for the Pill’ verguldde dan weer de bittere pil die het leven wel eens kan zijn. Ziedaar, nog een primeur: een tegelwijsheid voor shoe…, excuseer, stargazers.

Rachel Goswell van Slowdive op Dour: wolkjes endorfine Beeld Francis Vanhee

Ook Mogwai (★★★★☆) verkende op Dour nieuwe wegen. Ze openden verrassend met hun traditionele setsluiter, het epische ‘Mogwai Fear Satan’, maar bleven nadien ver weg van postrock volgens het klassieke hard-zachtstramien. De krautgetinte nummers ‘Party in the Dark’ en ‘Remurdered’ verzoenden robotica met melancholica, terwijl ‘I’m Jim Morrison, I’m Dead’ en het driekoppige slotoffensief (‘Rano Pano’, ‘Old Poisons’ en ‘We’re No Here’) met grove, overstuurde riffs Godspeed You! Black Emperor naar de kroon staken.

Mogwai op Dour: alle weerstand was zinloos Beeld Francis Vanhee

Maar de grootste verrassing zat in ‘Deesh’, dat Jean-Michel Jarre brutaal tackelde, en vooral in ‘2 Rights Make 1 Wrong’, dat met knisperende elektronica en kortsluitende koorzang aan Autechre herinnerde. 

Yep, Cactus Festival gaat morgen extra hard prikken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234