Zaterdag 14/12/2019

Cultuur

Na de woede de cijfers: hoeveel kost cultuur, en wat levert het op?

De Vlaamse regering wil de uitgaven voor cultuur terugschroeven van 138,7 miljoen euro naar 130,4 miljoen. Beeld Elise Vandeplancke

In het debat over de cultuurbesparingen, vandaag weer op de agenda in het parlement, staan twee kampen tegenover elkaar. Peter De Roover (N-VA): ze hangen aan de subsidieslurf. Antwoord van de sector: natuurlijk heeft cultuur een economische en maatschappelijke meerwaarde. Welke klaarheid bieden de cijfers? 

1. Wie krijgt geld en hoeveel?

In totaal worden 207 culturele organisaties structureel ondersteund: van NT Gent over Het Depot tot Kunstenfestivaldesarts. Samen krijgen die, vanaf 2017, vijf jaar lang 84,8 miljoen euro subsidies per jaar. “Door indexeringen en andere budgettaire oefeningen kan dat bedrag oplopen tot 91 miljoen euro”, zegt Simon Leenknegt van Kunstenpunt. Dat is trouwens 21 miljoen minder dan wat de sector vroeg per jaar.

Door hervormingen is het moeilijk vergelijken, maar globaal genomen geldt: in de periode 2015-2016 kregen zo’n 250 organisaties jaarlijks ongeveer 86 miljoen euro. Negenenveertig organisaties die voorheen wel structurele subsidies kregen, krijgen die sinds 2017 niet meer. Kortweg: er is een kleiner budget voor minder organisaties. 

Tellen we in de huidige situatie de Vlaamse kunstinstellingen bij (AB, Antwerp Symphony Orchestra, Brussels Philharmonic, Concertgebouw Brugge, deSingel, Opera Ballet Vlaanderen en Vooruit) dan tikt die jaarlijkse ondersteuning aan tot 138,7 miljoen euro. Het is op die jaarlijkse toelage dat de Vlaamse regering nu 6 procent wil besparen, en 3 procent voor de kunstinstellingen.

Die structurele steun vanuit het Kunstendecreet is niet onbeperkt: ze geldt tussen 2017 tot 2021. Er zijn ook adviescommissies die elke subidieaanvraag beoordelen op haar culturele en zakelijke merites. Daarna geeft de bevoegde minister zijn of haar fiat. Voor de periode 2017-2021 was dat nog Sven Gatz (Open Vld). 

Een positief oordeel van de adviescommissie is trouwens geen garantie op centen: zo kregen 37 organisaties in 2017 een gunstig advies, maar vielen ze toch uit de subsidieboot. 

Daarnaast is er een pot voor projectsubsidies, waarvan vooral beginnende kunstenaars en losse projecten gebruikmaken. Grote namen als Rosas en Ivo van Hove begonnen ooit met soortgelijke projectmatige steun, vandaag zijn gevestigde namen als choreografe Lisbeth Gruwez of theatergezelschappen als Hof van Eede daarvan afhankelijk. Die pot daalt het komende jaar van 8,5 naar 3,5 miljoen euro, een besparing van 60 procent. Cijfers tonen voorts aan dat de afgelopen tien jaar steeds minder projectsubsidieaanvragen worden goedgekeurd. “Door financiële beperkingen ligt de lat steeds hoger”, stelt Leenknegt. 

2. Hangen kunstenaars aan de subsidieslurf?

Deels. Culturele organisaties zijn niet afhankelijk van subsidies alleen, ze halen ook zelf geld op. 

Bijna de helft van hun inkomsten (44 procent) zijn eigen opbrengsten, zo blijkt uit cijfers van Kunstenpunt. Denk aan ticket- en drankverkoop, sponsoring of uitkoopsommen (het bedrag dat een gezelschap krijgt om ergens haar voorstelling te brengen, bijvoorbeeld in een buitenlands theater). 

Van de resterende inkomsten is ruim een derde afkomstig van subsidies via het Kunstendecreet. De overige 20 procent halen organisaties uit andere subsidies, zoals een stad of buitenlandse overheid. “Net als bedrijven werkt de cultuursector met een mix aan inkomsten”, stelt Leenknegt.

Die mix is niet bij elke kunsttak even uitgesproken: sociaal-artistieke organisaties en beeldende kunsten steunen gemiddeld veel zwaarder op overheidssteun dan bijvoorbeeld de danssector en muziekclubs. Logisch ook, zegt Leenknegt. “Muziekclubs programmeren eerder mainstream, maken weinig kosten en kunnen hun zalen verhuren, terwijl een operaproductie veel duurder is. In de danswereld is het makkelijker om eigen middelen te zoeken via buitenlandse tournees dan voor een Nederlandstalig theatergezelschap.” 

Voor de podiumkunsten is de taxshelter tegenwoordig een dankbare inkomstenbron. Daarmee kunnen bedrijven belastingvrij investeren in bijvoorbeeld klassieke muziek of theater. Vorig jaar werd zo bijna 43 miljoen euro bruto aan investeringen opgehaald. 

Voor de grote spelers is het ook makkelijker om externe financiering te zoeken, zo leert onderzoek. “De grote huizen worden meer gesubsidieerd en kunnen daardoor makkelijker personeel vrijmaken om elders geld te zoeken”, weet Leenknegt. “Bovendien is hun programmatie doorgaans toegankelijker en verbinden sponsors zich liever aan de grote namen.” De kans dat die dynamiek snel verandert, lijkt klein: in de plannen van cultuurminister Jan Jambon (N-VA) besparen de grote huizen minder dan de kleintjes. 

3. Levert dat eigenlijk iets op, die subsidies? 

Cultuur heeft een maatschappelijke en economische meerwaarde, beweert acteur Michael Pas, een van de gezichten van de protesten tegen de besparingen. Zijn subsidies dan eigenlijk een ander woord voor investeringen?

Cultuur heeft alleszins een economische voetafdruk die het subsidiebedrag ruimschoots overstijgt. Dat blijkt uit een analyse die econoom Bart Van Looy (KU Leuven) vijf jaar geleden maakte samen met twee collega’s. Dat resulteerde in het boek Wat met kunst en geld?. Iedere euro die naar cultuur gaat, levert volgens hun berekeningen 2,5 euro op. Het gaat om extra omzet die kunstorganisaties zelf genereren, maar ook over de horeca waar kunstliefhebbers hun honger en dorst stillen, het openbaar vervoer en taxi’s die gebruikt worden om naar concerten, musea of tentoonstellingen te gaan, de werkgelegenheid die zo gecreëerd wordt, enzovoort.

Het klassieke voorbeeld is het Antwerpse Zuid. Dat was een verkommerde buurt, tot het Muhka zich er in de jaren 80 vestigde, het Zuiderpershuis een culturele bestemming kreeg en creatievelingen die aangetrokken werden door de betaalbare huizenprijzen er hun ding begonnen doen. Zij deden de buurt opbloeien tot wat ze vandaag is: een van de chicste wijken van de stad. “Cultuur is onmiskenbaar een belangrijke hefboom voor stadsontwikkeling en projectontwikkeling”, zegt Van Looy. 

“De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat, als we ook voor andere sectoren de economische meerwaarde zouden berekenen, de multiplicator daar nog hoger zou zijn.” Volgens de econoom mogen we ons daar niet blind op staren. “Cultuur heeft nog zoveel ontastbare effecten die we niet in rekening kunnen brengen, zoals emotie, reflectie en zingeving.” 

Op een hoger niveau bekeken, weten we dat de creatieve sector goed is voor 5,6 procent (12,5 miljard euro) van de bruto toegevoegde waarde van Vlaanderen, zo berekende Flanders DC in 2016. Daarbij telden ze wel onder andere media en design. Als we enkel kijken naar beeldende kunst, muziek, podiumkunsten en erfgoed, dan gaat het om een bedrag van 1,8 miljard euro. Dat lijkt niet bijzonder veel, maar cultuureconoom Annick Schramme (UA) zegt: “De sector zorgt net door zijn creativiteit voor een grote toegevoegde waarde.”

Bovendien zorgt cultuur voor jobs. In de vier bovengenoemde kunstdomeinen werkten in 2016 zo’n 26.500 voltijdse equivalenten en ruim 11.000 zelfstandigen. Ter vergelijking: de volledige creatieve sector stelde dat jaar 171.265 mensen voltijds tewerk, wat neerkomt op 6,3 procent van de Vlaamse tewerkstelling. Die mensen dragen natuurlijk bij aan de economie. 

Nog eentje, over die economische meerwaarde op Europees niveau: in 2017, zo meldt Eurostat, leverde Europese export van ‘culturele goederen’ 8,6 miljard euro op. 

4. Hoe hebben de Nederlanders die besparingen verteerd? En hoe zit het in de rest van Europa? 

In 2011 kreeg de Nederlandse cultuursector het bericht dat ze maar liefst 200 miljoen euro moesten besparen. Dat ging stapsgewijs, maar terwijl er in 2011 nog 867 miljoen aan cultuur werd besteed, was dat twee jaar later nog maar 687 miljoen. Die rekening werd vooral door de kleine spelers gevoeld. 

Met die “culturele kaalslag” viel het achteraf bekeken wel mee, stelde schrijver Ivo Victoria onlangs in een opiniestuk. Jonge theatercollectieven schoten in de voorbije jaren als paddenstoelen uit de grond, de sector is moderner en ondernemender dan ooit, er is privégeld aangeboord. Marketing is eindelijk geen vies woord meer, aldus Victoria, die zelf in Nederland woont. 

Daartegenover staat wel dat het zelfstandige statuut voor kunstenaars daar erg eenvoudig en fiscaal interessant is, terwijl Victoria zijn Vlaamse collega’s ziet verzuipen in bureaucratische chaos en misdadige belastingtarieven. “In Vlaanderen wordt helemaal niets gedaan om cultureel ondernemerschap te stimuleren.”

Kort door de bocht, vindt Rogier Brom van het Nederlandse culturele kenniscentrum de Boekmanstichting. “Ja, de musea en de podiumkunsten halen meer eigen inkomsten binnen, maar op pakweg de inkomprijzen is de rek er wel uit." Een vergelijking: een ticket voor het Rijksmuseum kost 19 euro, voor het MSK in Gent betaal je 6 euro. 

Die zoektocht naar geld gaat bij musea ook ten koste van het beheer van hun collecties, zegt Brom. “Crowdfunding voor culturele projecten kende eerst een stijging, maar die zet zich niet sterk door. Ook giften aan cultuur lijken terug te lopen. In die periode zijn vele kleinere instellingen verdwenen.” 

Tegelijk is het zelfstandige statuut van de kunstenaars er niet onbesproken. Brom: “Het aantal banen in de sector is sterk gestegen door de toename aan zelfstandigen, maar het aantal gewerkte uren en de inkomsten die daarbij horen stegen veel minder.” In die fiscale voordelen waar Victoria over spreekt, wordt binnenkort ook geknipt.

De rest van Europa dan. De Duitse regering besliste zopas haar cultuurbudget met 54 miljoen euro te verhogen, tot een totaal van ruim 2 miljard, en lijkt daarmee erg gul. Toch is het erg moeilijk om te vergelijken met de rest van Europa omdat elk land ‘cultuuruitgaven’ anders definieert. In sommige landen zit bijvoorbeeld ‘levensbeschouwing' ook in die portefeuille. 

De cijfers van Eurostat bieden hoogstens een indicatie: daaruit blijkt dat België in 2017 welgeteld 1 procent van zijn uitgaven aan cultuur besteedde. Daarmee zitten we eerder achteraan in het Europese peloton. Frankrijk trekt daarvoor 1,2 procent uit, Polen 1,7 procent en Estland zelfs 2,6 procent van zijn totaalbudget. Noot bij de cijfers: bij ons is cultuur geen federale maar een regionale uitgave. 

5. Wordt de cultuursector geviseerd?

Ieder domein moet 6 procent besparen, is het mantra van de Vlaamse regering. De praktijk wees de afgelopen weken al uit dat dat niet per se het geval is. Zo beloofde minister van Samenleven Bart Somers (Open Vld) al dat zijn departement Inburgering en alle gelijkekansenorganisaties die onder zijn bevoegdheid vallen gevrijwaard blijven.

Het totale budget van de Vlaamse regering steeg van 2019 naar 2020 met 3,5 procent, dus meer dan de index, tot 48 miljard euro. Uit cijfers die gewezen Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen) verzamelde, blijkt echter dat enkele domeinen erop achteruitgaan: Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (-2%); Cultuur, Jeugd, Sport en Media (-1,2%); Landbouw en Visserij (-4,5%).

Bekijken we die absolute cijfers meer in detail, dan verliest Cultuur 1,6 procent en Media 2,2 procent. Sport en Jeugd gaan er wel lichtjes op vooruit. Caron: “Zeg dus niet dat er moet bespaard worden, zeg dat je andere accenten legt.”

Bovendien is dit niet de eerste besparingsronde die de cultuursector moet ondergaan. Onder Joke Schauvliege (CD&V) werd gemiddeld 3 procent bespaard, haar opvolger Sven Gatz (Open Vld) snoeide met 5 procent. Als we daar de niet-indexering op lonen en werkingskosten bijrekenen, dan gaat het om een besparing van 20 procent in tien jaar. Concreet: het cultuurbudget voor 2020 zal 53 miljoen euro lager liggen dan in 2009.

En terwijl het cultuurbudget in 2016 nog goed was voor 1,12 procent van de Vlaamse begroting, zal dat volgend jaar nog maar 1,06 procent zijn. “Besparingen zijn op zich te verantwoorden, maar dit is de derde keer op rij. Hiermee steken we Nederland voorbij.” 

Het is moeilijk om vandaag te kijken naar de budgetten van 2009 omdat er ondertussen een staatshervorming is gepasseerd, maar het is wel interessant om een blik te werpen op andere beleidsdomeinen. Het budget voor onderwijs bijvoorbeeld is de laatste tien jaar met net geen 40 procent gestegen, zo blijkt uit cijfers van Caron. Voor mobiliteit en openbare werken is er een toename van 50 procent, voor economie, wetenschap en innovatie tellen we een verdubbeling. Cultuur daarentegen zag tussen 2009 en 2020 haar budget met 8 procent verhoogd.

Onder Sven Gatz daalden de cultuursubsidies met 5 procent. Beeld BELGA

6. Wat als we de subsidies gewoon afschaffen?

“De argumenten om kunst te subsidiëren zijn nogal pover”, zo mengde Andreas Tirez van denktank Liberales zich in de besparingsdiscussie. Het gros van de bevolking is niet geïnteresseerd in cultuur, stelt hij, en er zijn sectoren met grotere noden. 

Wat als we morgen alle subsidies afschaffen? Het antwoord daarop is, bij gebrek aan onderzoek, eerder hypothetisch. We weten wel, op basis van inkomstenverdeling, dat pakweg sociaal-artistieke organisaties het veel moeilijker zouden hebben om te overleven dan de muziekclubs.

Sowieso moeten we ervan uitgaan dat sommige vormen van cultuur niet kunnen bestaan volgens de reguliere, marktconforme economische logica, zegt Van Looy. “Zonder subsidies verdwijnen kunstvormen die beperkt zijn in tijd en ruimte (bijvoorbeeld podiumkunsten, LB/AVB) en die in eerste instantie een beperkt publiek aantrekken omdat ze innovatief, moeilijk of confronterend zijn.” Dat is trouwens nooit anders geweest. “Podiumkunsten zijn nooit rendabel geweest. Vroeger zorgden de paus, de kardinaal of families als de Medici voor het geld.” 

Volgens de econoom is het zinvoller om cultuur te vergelijken met wetenschappelijk onderzoek. Als we dat enkel aan de markt overgelaten, dan zouden we heel wat innovaties missen omdat langdurig onderzoek met een onzekere uitkomst voor bedrijven te risicovol is. “Net daarom gebeurt wetenschappelijk onderzoek veelal aan universiteiten en publieke onderzoekscentra en bestaan er aparte fondsen die door de overheid worden gefinancierd.” 

En ja, zo geeft Van Looy toe, soms duurt het even voor het duidelijk is wat die investeringen eigenlijk opbrengen. Maar wat vandaag als experimenteel of vergezocht lijkt, kan decennia later van onschatbare waarde blijken. Van Looy: “Zonder een paper van Einstein uit 1912 kenden we vandaag geen gps. Rosas gold in de jaren 80 als avant-gardistisch, maar werd 25 jaar later wel door Beyoncé gekopieerd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234