Maandag 27/09/2021

InterviewTom Lanoye, Patricia Kargbo & Lennert Boots

Mythisch toneelstuk Tom Lanoye krijgt tweede leven: ‘Goddank dat die gasten zich niet laten intimideren’

Schrijver Tom Lanoye met Lennert Boots en Patricia Kargbo van theatercollectief Camping Sunset. Beeld Tim Dirven
Schrijver Tom Lanoye met Lennert Boots en Patricia Kargbo van theatercollectief Camping Sunset.Beeld Tim Dirven

‘Waarom worden vrouwen gereduceerd tot moeders en minnaressen?’ Meer dan twee decennia na de legendarische voorstelling ‘Ten oorlog’ is het tijd voor een grondige herwerking, vinden de jonge toneelspelers van Camping Sunset. Tot groot genoegen van schrijver Tom Lanoye.

We bevinden ons op een zonnig terras in Sint-Niklaas, een horecazaak die eigendom blijkt van de neef van Tom Lanoye. “It’s all in the family”, grijnst de schrijver. Aan het discreet gereserveerde tafeltje schuiven de Camping Sunsetters aan.

Met Patricia Kargbo is het een hartelijk weerzien. Een paar jaar geleden nam zij deel aan een amateurproject met Lanoye, intussen is ze afgestudeerd aan het Brusselse RITCS. Lennert Boots, dramaturg uit Amsterdam, ontmoette de schrijver vorig jaar, toen Camping Sunset opzien baarde met de locatievoorstelling Happiness.

Hij gloeit nog na als hij eraan denkt: “Dat was punk, gemengd met Jackson Pollock. Je zag die voorstelling voor je ogen ontstaan. Het is het heerlijke van toneel: het accepteert het moment, waar schrijven bedoeld is voor de eeuwigheid. Maar als dát de manier is waarop zij teksten behandelen, dan mogen het de mijne zijn. Deze gasten laten zich goddank niet intimideren door de monumentwaarde van Ten oorlog.”

Ontembaar tekstbeest

Het monument is de bewerking van Shakespeares koningsdrama’s door Tom Lanoye en Luk Perceval, met het oog op de gelijknamige productie. Ten oorlog is een schier ontembaar tekstbeest, niet alleen door zijn omvang, maar ook door de manier waarop de taal zelf verbrokkelt: eerst orerend, later stamelend en tierend glijden de koningen af van de aristocratische Richaar Deuzième tot de psychotische Risjaar Modderfokker den Derde, een rol die acteur Jan Decleir onsterfelijk zou maken.

Eind jaren 90 was de Blauwe Maandag Compagnie onder leiding van Perceval een van Vlaanderens opwindendste gezelschappen. Maar het repetitieproces van Ten oorlog werd getekend door conflicten, ontslagen en ongevallen. Toen de voorstelling eind 1997 eindelijk in première ging, verwierf ze meteen een cultstatus. En Lanoyes tekst, gebaseerd op eeuwenoud wereldrepertoire, werd op slag zelf repertoire.

Ten oorlog lijkt een perfecte match met Camping Sunset. Al sinds zijn ontstaan wordt het jonge collectief geframed als ‘het nieuwe repertoiregezelschap’ – een noemer waar het zelf wat weigerachtig tegenover staat. De huiver is meer dan de normale terughoudendheid van een jong stel spelers voor een te strakzittend label. Het heeft ook te maken met de connotatie die kleeft aan de term ‘repertoire’: repertoire is burgerlijk, is traditioneel, is “in galajurk gaan kijken naar een herhaling van iets dat je ouders al zagen”, schetst Lanoye.

Sterker nog: het is term met een politiek geurtje, aanleunend bij dat andere begrip, de canon, met zijn omstreden identitaire invulling. Die nauwe definitie (repertoire als een set teksten die ‘respect’ verdienen) is sowieso niet hoe Lanoye het ziet. Lanoye: “Respect voor de tekst? Dat zou pas choquerend zijn. Ja, je hebt schrijvers die willen dat elke komma wordt gespeeld. Dan snap je niets van toneel. Een goede tekst heeft geen betutteling nodig. Nog veel erger is het als de vraag komt uit politieke middens. Dan wordt het de verderzetting van een nationalistisch discours, met de kunst als middel.”

Freewheelen

Wat tekstbehandeling betreft, kan Lanoye alvast op beide oren slapen: Camping Sunset lijkt niet van plan om Ten oorlog naar de letter te spelen. Boots haalt een uiteengereten tekstuitgave uit zijn tas (Lanoye, ontroerd: “Kijk, ze zijn het letterlijk stuk aan het lezen.”) en citeert het motto van de Amerikaanse feministe Camille Paglia: “Door de klassieken op de korrel te nemen en hen van het stof te ontdoen, kunnen we ze zowel corrumperen als verlossen.”

Kargbo: “Dat is precies wat we doen. De tekst is een middel om tot spelen te komen en dat betekent dat we ermee freewheelen, de personages naar onze hand zetten. Dat moet ook, want er is in twintig jaar tijd veel veranderd.” Zo bleken de vrouwenrollen te stereotiep naar de smaak van het collectief. Kargbo: “De meeste vrouwen worden neergezet als machteloos, gereduceerd tot moeders of minnaressen. Maar je kunt #MeToo niet wegdenken. We willen ons bewust zijn van wat we staan te verdedigen.”

Lanoye: “Dat is interessant! Weet je dat ik Ten oorlog in eerste instantie heb geweigerd vanwege die zwakke vrouwenrollen? Luk heeft mij toen bezworen dat dit een essentieel onderdeel is van het verhaal: het mechanisme waarbij, in een context van macht, iedereen wordt opzijgezet die een obstakel vormt. Het was dus een bewuste keuze. Maar je ziet, vandaag resoneert dat niet meer zoals toen.”

Tom Lanoye. Beeld Tim Dirven
Tom Lanoye.Beeld Tim Dirven

Shock

Waren het in 1997 Luk Perceval en Tom Lanoye die dit soort discussies voerden, dan zouden daar vandaag 25 stemmen bijkomen – Camping Sunset telt maar liefst 27 leden, die elk evenveel te zeggen hebben. Boots: “Er zijn een paar mensen die fungeren als coach, maar zij hebben geen leidende rol. Wij vergaderen veel en hebben een omgeving gecreëerd waarin iedereen onbevreesd zijn ideeën kan lanceren. Een safe space, ja. En als er knopen moeten worden doorgehakt doet niemand dat, of iedereen.”

Die open cultuur maakt het collectief dynamisch, maar ook kwetsbaar. Toen na de voorstelling Happiness de kritiek kwam dat Camping Sunset zo wit was, kon het collectief zich niet verschuilen achter de gekende excuses van een logge bedrijfscultuur of een diversiteitsplan-op-lange-termijn. Het moest handelen.

Boots: “We waren in shock. Plots bleken we datgene waar we tegen zijn te reproduceren. We hebben toen direct nieuwe mensen bij het collectief gevraagd.” Kargbo wuift ironisch: “En hallo, nu ben ik hier! (ernstig) Nee, als actrice van kleur – en ik zeg dat niet graag, want hoe trots ik ook ben op mijn kleur, professioneel ben ik vooral actrice – denk je dan: ‘Aha, nu mag ik jullie probleem komen oplossen?’ Door er met veel mensen over te praten, heb ik begrepen dat ik binnen Camping Sunset een stem kan vertolken die ontbrak. Intussen ken ik ook mijn waarde: ik ben een actrice, ik ben het waard om hier te zijn.”

Lanoye: “Precies. Jij bent niet gevraagd om het behang te kleuren, Patricia, maar omdat je talent hebt, en dat weet ik want ik heb je zien spelen. Maar er is nog een aspect. Stel dat jij straks Risjaar Modderfokker speelt, kan dat worden misbegrepen: de zwarte speelt alweer de slechterik! Of omgekeerd: hoezo, een zwarte griet speelt een historische koning? De vraag is of het Vlaamse publiek zo ver is. Stel dat De Leeuw van Vlaanderen opnieuw wordt verfilmd, accepteren we dan dat een Marokkaan Pieter de Coninck speelt?”

Kargbo knikt: “Dat is het proces waar we met zijn allen door moeten. Maar intussen ga ik gewoon van iedere rol de beste versie maken. Zodat het voor de volgende generatie vanzelfsprekend is dat Risjaar Modderfokker den Derde een zwarte is.”

Actrice Patricia Kargbo en dramaturg Lennert Boots. Beeld Tim Dirven
Actrice Patricia Kargbo en dramaturg Lennert Boots.Beeld Tim Dirven

Over generaties gesproken. In vergelijking met de voorspoedige jaren 1990 waarin de Blauwe Maandag floreerde, heeft Camping Sunset het niet getroffen met de conjunctuur. Het ontstond drie jaar geleden in een toen al vastgebetonneerd podiumveld met financiële schaarste en een schrijnend tekort aan speelkansen. Een paar vers afgestudeerde spelers uit de Gentse toneelschool KASK hadden geen zin om bij de telefoon te wachten en creëerden hun eigen kansen.

De uitgangspunten van Camping Sunset: er wordt langer gespeeld dan gerepeteerd, met een grote bezetting én voor een zo breed mogelijk publiek. Bij hun eersteling, de klassieker Zomergasten, betekende dat twee weken repeteren en meteen drie weken knallen. Het publiek kreeg een meerbeurtenkaart waarmee het kon terugkomen om de evolutie van het stuk te volgen. Het bleek een schot in de roos. Juist het onafgewerkte, de energie van theater-in-beweging, maakte Camping Sunset onweerstaanbaar.

‘Twee durums per dag’

Allemaal heel tof, maar intussen zitten we aan productie drie en dringt zich de vraag op hoelang een collectief kan putten uit goesting en energie. “Wij spelen voor twee durums per dag”, liet een Sunsetter vorig jaar al optekenen. Voor het eerste luik van Ten oorlog staan veertien spelers op de bühne die zichzelf tijdens de repetities niet hebben kunnen betalen.

Lanoye: “Dat is schandalig. Kijk, gezelschappen ontstaan en vergaan, dat is altijd zo geweest. Ze bloeien als een orchidee en sterven dan. Blauwe Maandag is ontploft en dat moest ook, want het ergste zijn gezelschappen die overleven en beginnen te stinken. Maar die cyclus zou niet mogen afhangen van geld. (tot Boots en Kargbo) Wat jullie doen, is zo uniek en zo belangrijk dat jullie in staat zouden moeten zijn om volledig in het nu te leven en het moment te grijpen, zonder je te bekommeren om financiële shit. Op deze manier is het niet oké, want het laatste wat we willen is politici die applaudisseren: ‘Bravo, geen middelen en toch prachtige kunst.’ Als repertoire voor sommige politici dan toch zo belangrijk is, wel, beste politici, put your money where your mouth is.”

En zo heeft Tom Lanoye dan toch het laatste woord. Zeer tegen zijn zin, want bij het afscheid drukt hij ons op het hart dat in dit stuk om Camping Sunset draait – om de toekomst van Ten oorlog, niet om het verleden. Het is een genereuze wenk, vanuit een oprechte maar onnodige bezorgdheid. Want één ding is duidelijk: deze generatie krijgt het woord niet, maar neemt het. Dinsdag gaat Ten oorlog, deel 1 in première. Dan is de vloer, dan zijn de woorden, ook die van Lanoye, helemaal van hen.

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

15-27/6 in Gent, deel 2 en 3 respectievelijk in Oostende en Antwerpen. Tickets en info: campo.nu, vooruit.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234