Donderdag 30/06/2022

InterviewNaima Joris

Muzikante Naima Joris: ‘Verdwijnen zal hij nooit, die angst, maar dat is niet zo erg’

null Beeld Charlie De Keersmaecker
Beeld Charlie De Keersmaecker

Rap rijp, rap rot? Het wordt al eens beweerd. Godzijdank gaat het niet op voor Naima Joris. Een cavalcade aan drama en vermolmd verdriet dwongen de jazzy muzikante nochtans om in ijltempo volwassen te worden. Maar tegelijk beleefde ze pas vorig jaar, aan de vooravond van haar veertigste verjaardag, een officiële doorbraak met een MIA in het vooruitzicht. We spraken met deze laatbloeier die ontlook tijdens de lockdown.

Gunter Van Assche

“Mijn leven? Het is een absoluut sprookje.” Naima Joris kijkt ons bepaald indringend aan wanneer ze deze woorden uitspreekt in een brasserie. Op de achtergrond vloekt die boutade met het troosteloze uitzicht op traag voorbijglijdende vrachtschepen in het kanaal van Terneuzen. Maar ze meent elk woord oprecht. Toch is het als buitenstaander moeilijk te geloven dat haar leven leest als een sprookje, of het zou een vertelsel van de gebroeders Grimm moeten betreffen. De origin story van Naima Joris lijkt immers gemarineerd in verstild en oneindig verdriet. Een geluk bij een ongeluk: die morose marinade komt de meeste songs in haar repertoire ten goede.

Wie vorige zomer naar Vive le Vélo keek, heeft haar ongetwijfeld ontdekt met intimistische versies van classics die eerder op naam van Ann Christy, Neil Young of Yves Montand stonden. Met een wonderlijke, al minstens net zo delicate ep zoekt ze ook de bestofte nissen van je hart­kamers op. U hoeft ons niet op ons woord te geloven, maar het is een wonderlijk lapmiddel voor wie al eens overmand wordt door het gevoel dat Het Noodlot – u weet wel: die slechte verliezer op het speelveld van ons leven – zijn tegenstander met één laffe beenveeg onderuit kan halen.

Naima Joris

geboren in 1981 in Mechelen, is de dochter van jazzmuzikant Chris Joris en kleindochter van operazanger Jan Joris / woonde als kind jaren in Zuid-Frankrijk bij haar moeder, kwam op haar 19de terug naar België / begon als straatmuzikante / zong bij o.a. Isbells, Raymond van het Groenewoud, The Happy en stond ook met haar vader op het podium / werd bij het grote publiek bekend dankzij Vive le vélo en de vele covers die ze via sociale media deelt / was op de radio te horen met haar singles ‘Bellybutton’ en ‘Soon’ (verschenen op Naima Joris EP)

De voorgeschiedenis van Naima Joris staat bol van de grove tackles waarbij de scheidsrechter doodleuk een andere kant opkeek en in zijn neus stond te peuteren. Tot de pandemie. Ineens ging het de jazzy muzikante en zangeres wél voor de wind. Een grote doorbraak bij een wereld­wijde uitbraak? Faut le faire. “Ik voelde me bevrijd door de lockdown”, drukt ze me op het hart. “Toen de wereld helemaal stilviel, vond ik mijn stem. Ik ben echt opengebloeid terwijl iedereen thuiszat en het moeilijk had. Er is misschien iets poëtisch aan: toen het leven vertraagde en tot stilstand kwam, ben ik net uit mijn eigen bubbel gebarsten. Tussen de twee lockdowns in trad ik elf keer op, in iets meer dan een maand tijd. Dat voelde heel speciaal. Vlak voor het eerste concert ging ik nog wenen in de toiletten, maar gaande­weg beterde het met mijn podiumvrees. Verdwijnen zal hij nooit, die angst, maar eigenlijk vind ik dat niet eens zo erg. Angst is diepmenselijk en moet ik op de een of andere manier leren omarmen.”

‘Ik zou liever een MIA krijgen voor spirituele en psychologische doorbraak dan één voor artistieke doorbraak. Néé, maak daar maar van: ik wil een medaille voor mijn leven’ Beeld Charlie De Keersmaecker
‘Ik zou liever een MIA krijgen voor spirituele en psychologische doorbraak dan één voor artistieke doorbraak. Néé, maak daar maar van: ik wil een medaille voor mijn leven’Beeld Charlie De Keersmaecker

Slaap is de vijand

Bij de MIA’s is Naima Joris genomineerd voor doorbraak van het jaar. Ze komt daarbij uit tegen de opmerkelijk jongere Meskerem Mees, Metejoor en Camille. “Metejoor ken ik niet, en Camille heb ik eens gecheckt. Die klinkt heel modern, hè? Meskerem Mees ken ik wel. Hoe groot ik de kans acht dat ik van hen win? Dat vind ik écht niet belangrijk. Ik zou liever een MIA krijgen voor spirituele en psychologische doorbraak dan één voor artistieke doorbraak. Néé, maak daar maar van: ik wil een medaille voor mijn leven.” (lacht)

Tegenpruttelen zou raar zijn. Het leven van Naima Joris kende meer tegenslag dan voorspoed. Zelf blijft ze daar vrij nuchter onder. “Ik was misschien geen gelukkig kind, maar ik ben van nature wel een gelukkig persoon. De wortel van alle kwaad? Dat was mijn slaapprobleem. Daar worstel ik al sinds mijn vier of vijf mee. Kinderen weten soms niet hoe ze iets moeten zeggen, omdat ze flink willen zijn, of omdat ze zeker niemand tot last willen zijn. Maar door dat continue gebrek aan slaap kreeg ik later ook problemen op school. Ik heb bijvoorbeeld geen middelbareschooldiploma. En mettertijd ontwikkelde ik ook een angststoornis. Volgens psychiaters heb ik als kind wellicht het posttraumatisch stresssyndroom opgelopen.”

“Pas op mijn 32ste heb ik ontdekt dat mijn probleem een naam heeft: slaapverlamming. Het lijkt alsof je wakker wordt en geen spier kunt bewegen. In je kamer lijkt een angstaanjagend wezen je aan te staren. Moordend eng. De volgende fase is dat je de indruk krijgt dat je verstikt raakt. Om die reden ben ik lange tijd panisch geweest om te gaan slapen. Daar kwam op zijn beurt een dwangneurose uit voort: de lichtknoppen moest ik twee, drie keer checken voor ik in mijn bed kroop. En ik moest van top tot teen onder dekens liggen om me veilig te voelen. Lakens waren nooit zwaar genoeg. Als je bedenkt dat ik in het zuiden van Frankrijk ben opgegroeid, kun je je wel voorstellen hoe vaak ik doorweekt wakker ben geworden.”

We polsen nogal onhandig of die angststoornis iets te maken had met haar bijna-doodervaring op de Flandria-boot. Dat gebeurde toen ze een jaar of vijf, zes was. Joris proest het uit: “Natuurlijk dat jij zoiets melodramatisch zou zeggen. Dat is ook hét go-to-verhaal van mijn papa: ‘Ik heb Naima gered als kind.’ Het is zijn Superman-verhaal, haha. Nu ja, hij hééft me effectief wel uit het water geplukt toen ik iets te enthousiast over de kade liep en in het water sukkelde, maar ik hield me wél met de moed der wanhoop vast aan de reling. Daar komt mijn vasthoudendheid ongetwijfeld vandaan.” (glimlacht)

Aapje in een circus

Haar vader, voor de ongeïnitieerde lezer, is Chris Joris. Een icoon in de Belgische jazzwereld. Naima werd door hem genoemd naar een song die John Coltrane schreef voor zijn eerste vrouw. Met zoveel muzikale adelbrieven zou je verwachten dat ze in de wieg gelegd was voor muziek. Quod non. “Pas op mijn 27ste heb ik een gitaar gekocht en ben ik beginnen te zingen. Maar meer dan covertjes spelen deed ik niet. Het was zeker niet de bedoeling om ooit met dat instrument op een podium te gaan staan. Toen ik in mijn tienerjaren tijdens een voorstelling van de muziekschool Bach op saxofoon mocht spelen, voelde ik me al een aapje in het circus. ‘Toon eens wat ge kunt’, leek het publiek te zeggen. Optreden voor een grote massa vind ik nog steeds een beetje artificieel. De anonimiteit stoort me, schrikt me zelfs af. Bij een huisconcert heb ik dat dan weer niet. Misschien wel omdat ik dan op gelijke hoogte sta, zonder podium onder mijn voeten. Ik weet dat dit ongeloofwaardig klinkt uit de mond van een artiest, maar ik heb nooit gekozen voor het podium. Het podium koos mij. Dat zwéér ik je. Ook al ben ik superdankbaar voor de kansen die ik kreeg en voor mijn carrière, wat er verder gebeurt, boeit mij dus niet erg. Tijdens Gent Jazz hoorde ik het publiek voortdurend roezemoezen – mensen die elkaar duidelijk al niet meer gezien hadden sinds de lockdown. Je zou dan denken dat ik me daar dood aan ergerde. Maar néé. Ik ben nooit beginnen te zingen om voor een groot publiek te staan. Als iedereen morgen afhaakt: boeien.”

Dat laatste begrijpen we niet echt, moeten we schoorvoetend bekennen. Leeft een artiest niet juist bij de gratie van een publiek of podium? Het is nu ook niet zo dat iemand de ijskoude loop van een revolver tegen haar slaap hield en haar dwong om songs te zingen. “Dat klopt. Wat me dan wel drijft? Ik zing om mezelf te genezen. Om een emotie te uiten die ik niet op een andere manier helemaal kwijt kan.”

Er speelt ook pragmatisme mee. “Ik heb geen diploma, leef van een invaliditeitsuitkering waar ik eigenlijk niet eens de huur mee kan betalen, en door mijn slaapprobleem ben ik ongeschoold. Als ik al aan werk raak, word ik snel weer ontslagen omdat ik ziek word, oververmoeid raak of doodgewoon te veel fouten maak. Of het nu gaat om zeer simpel arbeiderswerk of om jobs in een callcenter. Het podium kan ik wél aan.”

Elke keer komt het gesprek terug op slaaptekort. Hoe erg beheerst het haar leven nog? “Ik belandde op den duur in een angstpsychose. (trots) Die heb ik basically helemaal op mezelf opgelost, zonder antipsychotica. Ik moest ook wel: ik had niet het geld of de juiste verzekering om langdurig opgenomen te worden. Ik zie je nu met grote ogen kijken, en terecht. Het klopt niet dat dit systeem zulke wantoestanden toestaat. Het systeem zit vaak zo fout in elkaar. Mijn grote geluk was dat ik geestelijk heel sterk ben. Nu moet ik ineens denken aan die song van Stromae, ‘L’enfer’. Ik stond op de parking van de psychiatrie – voor een gesprek, niet voor een opname – toen ik dat nummer voor het eerst op de radio hoorde. Ik herkende me in bijna elk woord en putte er ook troost uit. Eigenlijk is dat wat ik ook zelf wil doen. Troost bieden aan wie ontroostbaar denkt te zijn.”

Ambitie als non

Ze weet waarover ze spreekt. Wanneer we vragen naar de Mechelse herder die ons op een uitgesponnen cafénacht in de hand beet, wordt de aanzet gegeven tot een in memoriam. “O, die hond was mijn allerbeste vriendin. Maar ook een verschrikkelijk kutbeest. (lacht) Een monster, een psychopaat! In de hemel vreet ze waarschijnlijk nog steeds levende katten op. Het was wel mijn langste relatie. Vijftien jaar. Ze is overigens ook gestorven aan kanker. Heel bizar: gedurende een bepaalde periode hadden mijn mama, mijn halfzus Saskia én mijn hond alle drie tegelijk kanker. Saskia kreeg borstkanker, mijn hond een gezwel in de borst. Daarna kreeg mama longkanker en kreeg de herder diezelfde rotziekte. Mama heeft het gelukkig overleefd. Mijn zus dus niet. Ze is vier jaar ziek geweest. Haar kanker strekte zich uit naar de lever. Die heeft het uiteindelijk begeven. Een alcoholicus met levercirrose krijgt dan een vers exemplaar, maar een meisje van 28 met kanker niet. De kanker zou namelijk opnieuw in de lever kunnen kruipen, en dan geldt officieel dat een orgaan verloren is gegaan. Alsof een dronkaard zijn nieuwe lever niet opnieuw kapot zou zuipen. Dat onrecht heeft me vreemd genoeg nooit kwaad gemaakt. Ik vond het wel bizar omdat het zo kil en irrationeel leek. Wél ben ik enorm kwaad geweest toen mijn zus kanker kreeg. Ik begreep niet waarom uitgerekend zij die verdomde ziekte moest krijgen. (blaast) Ik heb wel snel geleerd dat ik nooit een afdoend antwoord zou krijgen op de vraag waarom. En dat mijn kwaadheid haar onmogelijk zou helpen. Steun, begrip en aanvaarding: dat had ze nodig. Ik zat de laatste weken dan ook dag en nacht bij haar.”

‘Ik stel me voor dat mijn stiefmama en halfzus nu bij elkaar zijn. Het idee van de dood vind ik dus eigenlijk niet zo erg. Het is zwaarder voor wie achterblijft dan voor de persoon die sterft’ Beeld Charlie De Keersmaecker
‘Ik stel me voor dat mijn stiefmama en halfzus nu bij elkaar zijn. Het idee van de dood vind ik dus eigenlijk niet zo erg. Het is zwaarder voor wie achterblijft dan voor de persoon die sterft’Beeld Charlie De Keersmaecker

Het was niet de eerste keer dat Naima Joris met de dood geconfronteerd werd. Toen ze 19 was, stierf haar stiefmoeder in een auto-ongeluk waardoor ze in één klap ook schaduwmoeder werd van de veel jongere Saskia en Yassin. “Plots moest ik hen in bed stoppen, hen vertellen dat ze hun tandjes moesten poetsen… Ik deed er al het huishouden. Vanuit psychologisch opzicht was dat inderdaad niet gezond. Ik ben daar uiteindelijk ook van weggevlucht.”

Wie zorgt er eigenlijk voor Naima Joris? “Ikzelf”, schokschoudert ze, schijnbaar doodgemoedereerd. Het kan net zo goed een tragische als triomfantelijke vaststelling zijn. “Ik moet toegeven dat ik daar soms triest van word. Ik ben vaak alleen geweest en heb me ook vaak eenzaam gevoeld. Ik kon nooit een job houden. Eerst probeerde ik het als onthaalmoeder, dan wilde ik in de zorg werken. Maar elke keer zaten die slaapproblemen me in de weg.”

We noemen het op zijn minst opvallend dat ze zo graag zorgt. Speelde een kinderwens dan nooit op? “Ik had een heel goede moeder kunnen zijn, denk ik. Heel ambitieus en vooral beschermend. (lacht) Maar daarvoor is het nu wellicht te laat. Een kind krijgen mag geen doel op zich zijn, het moet het resultaat van liefde zijn. Ik heb heus geen man als spermadonor nodig. Wat ook meespeelde in de marge: ik vroeg me altijd af of ik wel een kind in deze wereld moest sturen. Het verwondert me dat we allemaal samenleven op deze ene zwevende rots in het oneindige, die aan een grote snelheid om zijn as tuimelt. Dat is volkomen crazy. Maar tegelijk word ik mismoedig door wat er allemaal in diezelfde magische wereld gebeurt. Het is een wonder dat ik me niet verlies in alcohol. Maar dan zou ik nóg slechter slapen.” Ze lacht ineens: “Wat me ook tegenhield, is dat ik op gegeven moment non wilde worden. Daar is niets van in huis gekomen: ik wilde de liefde van dichtbij beleven, een leven van gehechtheid voelen.”

Verliefd worden probeert ze dan weer onder controle te houden. “Die wild om zich heen slaande liefde, die je voor het eerst voelt wanneer je een jaar of zestien bent? Daar houd ik me liever veilig van weg. Dat heb ik beleefd, en ik heb de terugslag gevoeld. Er zijn natuurlijk verschillende soorten verliefdheid. Ik heb altijd gedacht ik snel een crush kreeg. Ook omdat ik vaak op een platonische manier iets voor mensen, dieren of zelfs maar een boom of een prachtig vergezicht kan voelen. Ik word makkelijk verwonderd. Maar écht verliefd, dat gebeurt once in a blue moon. (glimlacht) En zelfs dat is een zware overschatting. Uit voorbehoud probeer ik niet écht verliefd te worden. Elke tegenslag in mijn leven weegt als een ton. De overmoed die ik vroeger had, heb ik daardoor ook steeds minder.”

Pauwenveren

“With sweaty palms / My peacock feathers” klinkt het dan ook ambigue in haar single ‘Belly Button’. Een song die zo intiem klinkt dat je zelfs papier hoort ritselen. “Het is het notitieboekje van Saskia dat je hoort. Ik zing de teksten die zij had opgeschreven. En je hoort het minste geluid op de achtergrond omdat ik altijd zo zacht zing. Waarom? Omdat ik nu eenmaal op die manier heb léren zingen. Uit vrees dat iemand me mogelijk zou kunnen horen. (lacht) Die angst heb ik er nooit helemaal uitgeborsteld gekregen.

“Met het beetje geld dat ik erfde van mijn zus heb ik deze ep gefinancierd en gemaakt met mijn halfbroer Yassin. Ik wilde eigenlijk alle songs aan de hand van de teksten in haar notitieboekje schrijven. Alles wat ze in haar leven had gedaan, én mijn rouw, wilde ik zo nut te geven. Ik goot nog niet al haar teksten in songs, maar dit kan al wel tellen als een eerbetoon aan haar zangcarrière die nog maar nét begonnen was. Op een nieuwe plaat die ik nu aan het opnemen ben, zullen ook nog teksten van haar te horen zijn. Dat was in het begin een heel precair proces. Ik kon vanzelfsprekend geen discussies meer met haar voeren, dus durfde ik niet te veel afwijken van haar visie. Nu is dat anders, omdat ik me er stilaan moet bij neerleggen dat ze er nooit meer zal zijn.”

Even stokt haar stem. “Wat me vooral bij de keel grijpt, is het verdriet dat Yassin voelt. Voor hem is dit rouwproces ook heftig. Hij heeft zijn moeder verloren in een auto-­ongeluk toen hij amper acht was. Een paar jaar later is zijn zus overleden aan kanker. Ze werd amper 28. Allebei hebben ze op intensive care in coma gelegen, allebei zag hij hen met het haar afgeschoren, en een buis die diep in hun keel zat. Ken je die scènes uit films waarin iemand op intensive care aan een beademingstoestel ligt? Dat beeld is altijd veel te romantisch, geloof me vrij. Eigenlijk is zoiets hartverscheurend lelijk om te zien.”

“Ik stel me voor dat zijn mama en zus nu bij elkaar zijn. Het idee van de dood vind ik dus eigenlijk niet zo erg. Het is zwaarder voor wie achterblijft dan voor de persoon die sterft. (denkt even na) De dood is eigenlijk een verlossing.” Even lacht ze schutterig om die zware woorden. En dan klinkt het: “Ik wil eigenlijk ook heel graag dood. Al is het dubbel: het leven zie ik meer als een geschenk dan een beproeving. Maar mijn hoofd? Dat is de hel. I’m all over the place met mijn gedachten, mijn verbeelding, mijn herinneringen aan vroeger... Zolang ik constant kan mediteren, valt het wel mee. Maar natuurlijk lukt me dat niet, of toch zeker niet constant. Ik doe gepunte concentratiemeditatie. Dat komt van de zenboeddhisten. Sinds de dood van mijn stiefmoeder ben ik me in die wereld gaan verdiepen, zo’n twintig jaar geleden. Het komt erop neer dat je je op één punt concentreert, ontspant en zo mediteert. Er wordt weleens aangeraden om dat in lotushouding te doen, maar dat is verschrikkelijk: hoe kun je in godsnaam ontspannen als je benen na vijf minuten slapen.” (lacht)

‘Uit voorbehoud probeer ik niet écht verliefd te worden. Elke tegenslag in mijn leven weegt als een ton.’ Beeld Charlie De Keersmaecker
‘Uit voorbehoud probeer ik niet écht verliefd te worden. Elke tegenslag in mijn leven weegt als een ton.’Beeld Charlie De Keersmaecker

Ook vond ze troost in de muziek van Daniel Johnston. Een aantal covers van zijn songs brengt ze binnenkort uit. Dertien jaar geleden leerde ze zijn werk kennen dankzij een documentaire. “I’m just a psycho trying to write a song”, zong die in ‘Mind Movies’. “Daar valt in zijn geval iets voor te zeggen, maar dat is niet wat me zo intrigeert in zijn werk. Ik koos liedjes die me persoonlijk raakten. Zo heb ik van zijn dertig seconden durend ‘Despair Came Knocking’ een versie gemaakt die zeven minuten duurt. Ik denk dat ik hem wel goed aanvoel. Hij schreef zijn liedjes met de naïeve eerlijkheid van een kind. Hij probéérde niet poëtisch of doorwrocht te klinken. Zijn teksten waren zo letterlijk als je die maar kon nemen. Het toonde aan hoe oprecht hij als kunstenaar was. Zijn gevoelige zieltje heeft me aangetrokken. Door hem heb ik geleerd om heel eerlijk te schrijven.”

Lithium

Ook Jeroen De Pessemier, de dansende zot van The Subs, beleed ooit zijn liefde voor Johnston. “Zijn ‘True Love Will Find You in the End’ is een van die songs die je als een kind kunnen doen huilen”, vertelde hij ooit. “De song heeft een melige titel, maar bij hem is dat geen pose, wel pure eerlijkheid. Het is als een lijfgeur: als iemand anders die tekst zou zingen, zou het stinken. Maar bij hem ruikt het heerlijk.”

Joris geeft hem volmondig gelijk. “Ik wilde die song eigenlijk niet eens opnemen omdat die al zo vaak werd gecoverd. Ik vond ook geen originele benadering. Tot de ochtend dat we naar de studio zouden trekken, en ik ineens op het idee kwam om er een manische eighties-vibe aan te geven. De sound die je vaak hoort bij Prince, Eurythmics of op de soundtrack van Flashdance? Zo moest het klinken. (lacht) Ik vind dat contrast wel passen bij de ups en downs van zijn bipolaire stoornis. Dat is een staat die me trouwens zelf ook niet onbekend is. Rond 2009 kreeg ik diezelfde diagnose, al bleek het uiteindelijk een misverstand omdat ik aan de psychologen niet alle informatie had doorgegeven over mijn slaapproblemen en angsten. Door mijn slaaptekort, waar ik me niet van bewust was, schoot mijn humeur gewoon alle kanten op. In de psychiatrie wordt de bal daardoor al eens vaker misgeslagen. Na een gesprek van drie kwartier schreef een psycholoog me ooit lithium voor. Néé, bedankt. Dat is veredelde batterijvloeistof, what the fuck. Ik kan die rotzooi niet innemen. The body keeps the score.”

Zegt de vrouw die bij onze vorige ontmoeting nog als een ketter rookte. Joris grinnikt. “Gatverdamme, wat een vieze stinkgewoonte was dat”, denkt ze daar nu over. “Aan het begin van de eerste lockdown ben ik gelukkig gestopt met roken. Ik rookte daarvoor zelfs in huis, weliswaar nooit in de slaapkamer. Pas wanneer je stopt met roken, besef je wat voor een verschrikkelijke verslaving het is. Vroeger wist niemand natuurlijk beter. Mijn moeder en mijn tante rookten binnen, in onze badkamer zonder raam! De asbak stond op de rand van het bad waar ik als vierjarig kindje in zat. Zoiets krijg je vandaag niet meer uitgelegd.” Dat ze al twee jaar de sigaret aflegde, had geen bijwerkingen. “Ik ben zelfs niet zwaarder geworden. Maar daar zit een gebroken hart natuurlijk voor veel meer tussen. Dan eet je niet. Tijdens de lockdown in 2020 is het gedaan geraakt met mijn vriend. We zijn twee jaar samen geweest, maar we kenden elkaar al vier jaar langer. Het was een onwaarschijnlijk pijnlijke breuk. Ik kreeg er steken van in mijn borst. Ik denk dat ik nu weet hoe een gebroken hart létterlijk aanvoelt.”

“Nu ben ik gelukkig. Met de klemtoon op nu. Nú ben ik gelukkig. Ik hoop gewoon oprecht dat het even zo mag blijven. Maar kom gerust over een week terug voor een update. Dan woedt de storm misschien opnieuw.”

Naima Joris’ Tribute To Daniel Johnston EP verschijnt op 27/5.

De song ‘True Love Will Find You in the End’ is wel al te beluisteren op YouTube. De MIA’s worden op 30 april uitgereikt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234