Zaterdag 21/09/2019

Interview Sylvie Kreusch

Muzikant Sylvie Kreusch: ‘Uiteindelijk bezwijk ik toch voor de passie’

Beeld Lalo+EVA

Gooi Lana Del Rey, Oscar and the Wolf en Jane Birkin samen in een cocktailshaker en muzikant/stijlicoon Sylvie Kreusch komt eruit gesparteld met een set behekste dansmoves. De Antwerpse deed al monden openvallen als muze van Warhaus-frontman Maarten Devoldere, maar na een donker jaar en een pijnlijke relatiebreuk gooit ze haar eigen soloproject – ‘Eindelijk!’ – voor de leeuwen.

Doe uzelf een lol en jaag de song ‘Please to Devon’ er eens door op Spotify of YouTube, voor u verder leest. Zo, nu weet u wie Sylvie Kreusch is. Een zangeres die op zo’n manier naast de toon kan zingen dat het klopt. Een geboren actrice die op simpel verzoek een smachtende Française kan neerzetten, pruilmondje en puppy-oogjes incluis. En een podiumtijger die zo hitsig beweegt dat het lijkt alsof haar lijf automatisch wordt aangestuurd door de ritmes, die de pulserende ruggengraat van haar eerste solo-ep vormen, getiteld Bada Bing Bada Boom

Drie jaar geleden blies ze haar toenmalige band Soldier’s Heart, waarin ze zong, op. Een gewaagde zet, aangezien de electropopband in 2013 De Nieuwe Lichting op Studio Brussel had gewonnen en veel aanzien genoot bij de hogepriesters van de goede smaak.

Syvlie Kreusch: “De drang om uit te breken was te groot. Ik wou ontdekken of ik het allemaal alleen kon. In het begin was dat eng, maar ik heb er geen spijt van.”

Voelde je je niet schuldig tegenover de andere bandleden? Jullie kenden elkaar al van jullie schooltijd en zaten net zo lekker in de lift.

“Ze voelden het wel aankomen, denk ik. Het was allemaal te snel gegaan. Plots win je die wedstrijd, beland je bij een label, ga je toeren en verwacht de radio catchy nummers. We leken zo’n koppel dat veel te jong was getrouwd en aan kinderen was begonnen: plots kwam er een berg shit bij waar we niet op gerekend hadden. Maar ik mis de leuke momenten met die ­gasten wel.

“Muziek is mijn enige passie, daarover sluit ik geen ­compromissen meer. Een radiosingle is geen doel op zich, zeker niet als ik mezelf daarvoor moet verloochenen. Maar ik investeer al mijn spaargeld in mijn videoclips. Muziek en beeld zijn voor mij evenwaardige componenten.”

Hoeveel kost het om een kwaliteitsvolle clip te maken?

“Minstens 10.000 euro.”

En als je, zoals voor ‘Please to Devon’, met een bekroonde regisseur als Lukas Dhont werkt, loopt dat nog op?

“Lukas heeft dat gratis gedaan, zoals de meeste regisseurs. Zij beschouwen zo’n clip als een leuke referentie op hun cv. Nog voor zijn film Girl zo’n succes werd, had hij al voorgesteld iets samen te doen. Gelukkig ging hij mee in het verhaal dat ik wou vertellen, voordien hadden twee andere regisseurs afgehaakt. Ik weet nogal goed wat ik wil...”

Hoe zou je je stijl omschrijven?

“Ik ben een nostalgisch type, zowel filmisch als muzikaal. De zangeressen uit de jaren 60 en 70 toonden nog échte emoties. Breekbaarheid. Tegenwoordig lijkt het alsof een vrouw een kwaaie vent moet zijn. De ‘girl power’ van Beyoncé vind ik zo afgelikt en gechargeerd dat ik het niet meer geloof, alsof ze elke man met haar naaldhakken in het kruis wil trappen. Geef me dan maar Lana Del Rey. Zij brengt tenminste rauwe, eerlijke emoties. Ze kreeg veel ­kritiek vanwege haar opgespoten lippen, maar ze is niet het zoveelste popprinsesje dat een rolletje speelt. Haar teksten zijn poëtisch en haar laatste platen – vooral Honeymoon – zijn pure meesterwerken.”

Is er een groot verschil tussen de Sylvie op en naast het podium?

“Ja. In het echte leven ben ik nogal onhandig en verlegen, op het podium kom ik blijkbaar over als een zelfverzekerde femme fatale. Ik twijfel voortdurend, maar niet als ik optreed. Dan zit ik in een roes en ben ik niet bezig met hoe ik overkom. Soms vergeet ik zelfs dat er een publiek voor me staat. Applaus dringt amper tot me door.”

Wat voel je dan?

“Puur geluk. Optreden is een uitlaatklep, zoals dansen in een club. Als ik het een tijdje niet kan, word ik onrustig. Soms zou ik liever een verwoede sporter zijn, omdat je je dan altijd en overal kunt uitleven. Als artiest moet je een podium en een publiek kríjgen.”

Je dansstijl is nogal origineel. Waar haal je je gekke moves?

“Ik heb als kind heel veel voor de spiegel geoefend. Ik heb ook dansles gevolgd, maar niet te fanatiek. Wie deelnam aan wedstrijden, kon extra lessen volgen, maar ik heb altijd een hekel gehad aan alles wat naar competitie ruikt. Ik heb ­talloze audities gedaan voor musicals, maar werd nooit opgepikt. Mijn dansstijl was te geïmproviseerd en ­onconventioneel.”

Vanwaar die hekel?

“Ik wil mijn goesting doen, niet in de pas lopen. Op school kreeg ik altijd te horen dat ik ongeïnteresseerd overkwam. Die houding heeft me veel buizen gekost. Het was nochtans geen slechte wil, ik ben gewoon een dromer, en ik heb een hekel aan conventies. Zelfs op restaurant erger ik me aan al die ongeschreven regels: dat opdienen met één hand op de rug, het laten voorproeven van de wijn, dat slijmerige gedoe.

“Mijn opa was een wijnboer in de Dordogne en mijn vader had een wijnhandel in het Antwerpse, ik ben ­opgegroeid tussen de vaten en de flessen. Daaruit heb ik geleerd dat wijn maken een kunstvorm is. Maar tijdens een recente vakantie in de champagnestreek knapte ik volledig af op het snobistische sfeertje.”

Beeld Lalo+EVA

Ze rookt als een diva. Met de onderarm naar boven, en de sigaret nonchalant tussen haar opgestoken wijs- en ­middelvinger. Na elke teug waaieren haar gedachten uit, samen met de rook die ze wegblaast.

De split van Soldier’s Heart dateert van drie jaar geleden. Werd je omgeving niet ongeduldig, omdat het zo lang duurde voor je met een eigen plaat kwam?

“Enorm! Ik werd er gek van. ‘Zeg Sylvie, waarom sta jij nog niet in het Sportpaleis, zoals Oscar and the Wolf?’ (zucht) Mensen bedoelen het goed, ze geloven in me, maar die ­verwachtingen werken ook verlammend. Ongedwongen schrijven wordt dan moeilijk.

“Daarom lanceren we nu deze ep, als voorproefje voor het album dat ik nog wel zal moeten aandikken met een paar nieuwe nummers.

“Het is een moeilijke periode voor het genre dat ik breng. Jongeren zweren bij snelle impulsen en hebben geen zin meer om een hele plaat te doorgronden. Ze willen dj’s, geen livebands. Mijn broertje van dertien is gek van Ronny Flex, met z’n lompe beats en oppervlakkige slogans.

“Als tiener checkte ik de coole, alternatieve bands op Myspace. Pukkelpop was een ontdekkingstocht. Nu treedt Beirut op voor een halfvolle tent. Maar ooit keert die trend. Alle hypes waaien over, ook die van de dj’s en de foute hiphop.”

Waarom breng je deze ep in eigen beheer uit en niet bij een label?

“Mocht een goede buitenlandse firma een mooi bod doen, dan zou ik dat zeker overwegen, maar het moet een goede deal zijn, en een label dat fan is van mijn muziek. Ik wil niet in een vakje geperst worden.

“Er zwemmen veel haaien rond in deze business. De meeste artiesten kijken nooit naar hun bankrekening en zijn makkelijk beet te nemen. Ik hoor en zie genoeg rondom me. Daarom probeer ik alles zoveel mogelijk in eigen handen te houden. Zo hoef ik straks geen geld achter te laten bij ­mensen van wie ik amper weet wat ze voor me doen.”

Je moeder baat het Antwerpse HotelO uit. Werk je daar nog steeds?

“Ja. Elke morgen sta ik om zes uur op om aan mijn shift te beginnen. Rond twee à drie uur ’s middags ben ik klaar en doe ik een kort dutje. Daarna is er vaak nog andere shit, waardoor ik niet aan schrijven toekom.”

Het lijkt me schizofreen: de ene dag de ster op het podium, de volgende dag toiletpotten poetsen.

“Dat is zo. Laatst nodigde modemerk Valentino me uit voor een coutureshow in Parijs. Ze betaalden alles voor me: een kamer in een vijfsterrenhotel, een persoonlijke taxichauffeur, een front row seat tussen de wereldsterren. FKA Twigs zat naast me: surreëel! Maar twee dagen later moest ik weer vroeg opstaan om te gaan werken. Die combinatie houdt me met beide benen op de grond.”

Je beweegt je wel vaker in de modewereld. Zo maakte je muziek voor de modecampagne van Prada en oogstte je lovende reacties van de internationale pers, na een optreden van Warhaus tijdens een defilé van Ann Demeulemeester.

“Wij speelden, terwijl de modellen om ons heen flaneerden. De perfecte combinatie van beeld en muziek. We haalden er zelfs The New York Times mee, dacht ik.”

Heb je zelf ooit op de catwalk gelopen?

“Dat zou niks voor mij zijn. Ben ik veel te clumsy voor. Ik heb al wel fotoshoots gedaan, waaronder eentje voor Vogue Oekraïne. Nadien vroegen ze me om een solo-optreden te geven op een van hun events. Ik was de verrassingsact en werd onder een Harry Potter-mantel door het publiek geleid. Op het podium moest ik achter een doek klaarstaan, dat plots naar beneden viel. De mensen verwachtten ­waarschijnlijk Lady Gaga, maar ze kregen mij. (lacht) In die landen maken ze alles overdreven glamoureus.”

Heb je een passie voor mode?

“Als ik een oude film heb gezien, wil ik de dagen nadien weleens op zoek gaan naar tweedehandskleren uit die periode. Dan wil ik me in dat rolletje uit die film wanen.

“Er was ook een periode waarin ik alleen maar podium­outfits kocht. Tot ik mijn kleerkast opende en dacht: fuck, er hangt niks normaals meer in. Tegenwoordig is er meer variatie. Op weekdagen val ik niet op.”

Tatyana Beloy postte deze zomer een foto waarop ze topless in een zwart bikinibroekje uit de zee kwam gerend. Instagram verwijderde de foto wegens te pikant, waarop ze – weliswaar ruggelings – volledig naakt ging. Waar ligt jouw grens?

“Ik heb als model al naaktshoots gedaan en vind het jammer dat die foto’s online worden verminkt door zo’n lelijk sterretje op je tepel. Een gruwelijke onthoofdingsvideo blijft soms een week lang op je tijdlijn staan, terwijl een blote tepel ­binnen de twee seconden wordt verwijderd. Dat is absurd.

“Voor de clip van ‘Please to Devon’ wou ik een prachtige doorkijkjurk van Valentino aantrekken. Tot ik besefte dat YouTube de video meteen zou verwijderen. Belachelijk. Borsten zijn toch mooi? Ik vind ook dat naakt niet altijd ­seksueel prikkelend hoeft te zijn. Een push-upbeha is veel uitdagender dan een blote tepel.”

Beeld Lalo+EVA

Haar blik zoomt in op een vlieg die in haar pootjes wrijft. “Kijk, hoe fascinerend”, zegt ze. “Sorry, ik ben snel afgeleid. Dat was mijn probleem op school ook altijd.”

Aangezien je van de jaren 60 houdt, geef ik je dadelijk wel even een tik met een meetlat.

(grijnst) “Zo ver gaat mijn nostalgie niet.”

Ben je van het passionele type? “But I freakin’ love you baby, I need you mad. Sneak upon you, really quietly, I will give you all I have”, zing je in Please to Devon.

“Uiteraard. Liefde is het belangrijkste in het leven. Ik denk niet dat ik al ooit over iets anders heb geschreven. Maar liefde kan ook over vriendschap gaan.”

Dimitri Verhulst zei in De Standaard: “Vrienden zijn vrienden van elkaar om wie ze zijn. Geliefden willen elkaar op een bepaald moment veranderen.”

“Klopt, maar als je je geliefde probeert te veranderen, loopt het sowieso mis.

“Ik heb geleerd om mijn vrienden op de eerste plaats te zetten, boven een man. Vrienden zijn voor altijd, partners zijn bezoekers die komen en gaan. Alleen kan dat bezoek zo intens zijn dat het je door elkaar schudt en je je vrienden even vergeet. Ik ben het product van gescheiden ouders, waardoor ik in het begin erg op mijn hoede ben. Maar ­uiteindelijk bezwijk ik meestal toch voor de passie.”

Verliefdheid kan mensen heel dom maken.

“Maar eigenlijk vind ik de periode na een relatiebreuk ook schoon. Dan voel je dat je leeft: je lacht en huilt tegelijk, ­tientallen emoties doorkruisen elkaar, en na een maand ben je zoveel sterker en heb je weer zoveel bijgeleerd. Ik kan helemaal gebroken zijn en toch in de spiegel kijken en mezelf graag zien. Het besef ‘ik kan dit aan’.

“Laatst zei ik tegen mijn vriendinnen dat Miley Cyrus er geweldig uitzag. Een week later kwam het bericht dat ze was gescheiden van Liam Hemsworth. Ik heb ongeveer hetzelfde meegemaakt: drie maanden geleden zijn Maarten (Devoldere, frontman van Warhaus, de twee waren vijf jaar samen) en ik uit elkaar gegaan, en de weken nadien zeiden mensen dat ik straalde. Op een of andere manier voelde ik me fucking trots, op andere momenten geraakte ik niet uit mijn zetel van verdriet.”

Jij was zijn muze. Zingen bij Warhaus is dus ook gedaan?

“Pf, dat weet ik niet. Ik zong niet alleen in Warhaus omdat we een koppel waren. Muzikaal hebben we samen iets magisch, onze stemmen blenden heel mooi. Dus misschien kunnen we in de toekomst nog wel samenwerken.”

Zijn jullie nog vrienden?

“Nee, daarvoor was de breuk te pijnlijk. We nemen afstand om die periode te kunnen afsluiten. Ik hou niet van dat gekloot waarbij je elkaar blijft zien en misschien opnieuw in mekaars armen belandt. Ik kan ook niet zomaar overschakelen op een artificiële vriendschapsmodus waarbij je elkaar plots een hand of een wangkus moet geven. Dat is te onwennig. Dan liever gewoon geen contact meer. Bij mij is het alles of niks.”

You called it love, I called it a sin”, zong hij in ‘Kreusch’, het nummer dat hij over jou schreef.

“Tja, dat is het verleden. (herpakt zich) Maar het is schoon dat die fase in nummers vereeuwigd is. Later kan ik dat aan mijn kleinkinderen laten horen. Ik bewaar weinig foto’s in mijn gsm, omdat ik die toch regelmatig verlies. Mijn herinneringen zitten eerder in muziek.

“Als ik de teksten herlees die ik het voorbije jaar heb geschreven, houdt het allemaal steek. Nu snap ik pas waarom ik voelde wat ik voelde, en schreef wat ik schreef. In je muziek kun je soms dingen voorspellen die zich in je onderbewustzijn afspelen. Het besef dat aan elk mooi liedje een einde komt, spookte al langer door mijn hoofd. Ik zong over mijn angsten, over hoe ik zou reageren als het zou ­mislopen. Plots was het echt gedaan en raakte ik ­ontroerd door mijn eigen nummer te zingen.”

Het leidt misschien ook tot nieuwe muziek?

(enthousiast) “O ja, voor mijn muziek is dit een zegen! Ik schrijf nu veel gemakkelijker, die vulkaan van emoties moet eruit. Voordien zat ik een beetje vast. Een stabiele relatie van vijf jaar is nu eenmaal geen ideale voedingsbodem om ­pakkende teksten te produceren.

(denkt na) “Het laatste jaar was heel frustrerend, omdat de release zo lang uitbleef. Zevenentwintig is sowieso een heel moeilijke leeftijd, niet alleen voor artiesten, zoals de ‘Club van 27’ bewijst, voor iedereen. Ik heb dat keihard gevoeld. Zowel artistiek als relationeel liep het stroef. Door die breuk is alles ontploft. Niet veel later werd ik 28 en voelde ik me ­opgelucht: oef, ik heb het overleefd.”

Beeld Lalo+EVA

Overdrijf je nu niet een beetje?

“Ik zal je eens een raar verhaal vertellen. Een paar dagen voor mijn 28ste verjaardag riep een Indiër me na op straat: ‘Hey meisje, wil je eens wat weten?’ Ik draaide me om en vroeg: ‘Wat dan?’ Ik stond op het midden van de weg. ‘Kijk uit!’, riep hij, wijzend naar een aankomende vrachtwagen. Ik kon nog net wegspringen. Dat was een teken dat het goed zou komen.”

Voor de breuk woonde je deeltijds bij Devoldere in Gent, en deeltijds bij je moeder. Hoe zit dan nu?

“Ik deel een huis met mijn broer, in Antwerpen-Zuid. Een verademing. Toen ik nog in Gent woonde, moest ik om vijf uur ’s morgens opstaan om te gaan werken. Bleef ik in Antwerpen, bij mijn moeder, dan was het wachten tot er een kamer vrij was waar ik kon crashen. Dat ik nu mijn eigen plek heb, geeft me rust.”

Was het chaotisch, twee artiesten onder één dak?

“Het is heel schoon als je ­hetzelfde doet, maar het heeft ook nadelen, ja. Mijn volgend lief mag een doodsimpele jongen zijn. Geen rockster, maar een nuchtere mens die mijn pieken en dalen kan afvlakken. Lana Del Rey zegt terecht dat je voor de bassist moet gaan, nooit voor de frontman. Frontmannen zijn complexer, omdat ze een te groot ego hebben. Op toer krijgen ze continu zoveel aandacht dat ze dat thuis ook nodig hebben.”

Jij bent frontvrouw…

“Maar ik sta nog met twee benen in de realiteit. Glazen ­wassen en kamers poetsen helpt op dat vlak. Ik denk ook niet dat ik ooit zoveel succes zal hebben. Bij mij gaat alles sowieso traag. Het zou al mooi zijn als ik van mijn muziek kon leven, zonder andere jobs te moeten doen.”

Klopt het dat jij ooit een sigaret in het gezicht van een ex hebt uitgeduwd?

“Ja. In die periode snakte ik naar liefde. Ik heb ooit tot in Parijs gelift om er een Londense muzikant te zien op wie ik een crush had. Ik stortte mezelf elke keer in relaties en als het misliep, kon ik nogal passioneel reageren. Eigenlijk zat ik toen niet goed in mijn vel. En als je lief dan een asshole blijkt te zijn… Ik vind nog altijd dat die sigaret zijn verdiende loon was. Achteraf gaf hij me daar zelfs gelijk in, al was de manier waarop wel wat te agressief. (lacht) Sindsdien begrijp ik passiemoorden. Als de situatie uit de hand loopt en je voelt je zo geflikt dat je de controle verliest, hoeft er maar een mes op tafel te liggen om een drama te veroorzaken. Iedereen is daartoe in staat.”

Schaam je je voor die wilde periode?

“Absoluut niet. Ik beleef er momenteel weer een. Ik voel me ineens weer achttien. Ik ga volle bak uit en doe allerlei schaamtelijke dingen met mijn vriendinnen.”

Dat smeekt om voorbeelden.

“Zot! Mijn ouders lezen mee, hè.”

Je zei ooit in een interview: “Ik heb alles geprobeerd, maar het interesseert me niet meer”.

“In mijn vorige donkere periode heb ik geëxperimenteerd, maar ik ben daar sterker uit gekomen, en zo zal het nu ook zijn. Met ‘wild’ bedoel ik niet dat ik te veel drugs neem. Maar het is zomer, ik ben vrijgezel, en daardoor zeg ik vaker ‘ja’, omdat ik toch met niemand rekening hoef te houden. (lacht)

“Het is een paar keer gebeurd dat we onderweg naar een feestje een car party hielden, en vlak voor de deur beslisten om gewoon de hele nacht met de ruiten open rond te cruisen, Zwangere Guy op luid.”

Misschien moet je tv-zenders vragen om een Vlaamse versie van Carpool Karaoke te maken: Crashen met Kreusch…

… and Friends! Dat zou wat zijn!”

De EP ‘Bada Bing Bada Boom’ verschijnt op 20/9

Beeld Lalo+EVA

Wie is Sylvie Kreusch?

geboren in Wilrijk, woont in Antwerpen en is 28 jaar

ging naar de kunsthumaniora en studeerde Drama en Woordkunst

brak door met de indiepopband Soldier’s Heart, die in 2013 De Nieuwe Lichting op Studio Brussel won. De band splitte in 2016, na een afscheidsconcert in de Vooruit

toerde en zong sindsdien mee met Warhaus, het soloproject van Balthazar-frontman Maarten Devoldere, met wie ze vijf jaar lang een relatie had

componeerde muziek bij een reclamecampagne van Prada

werd door Dazed, Vogue en The New York Times geprezen als een beloftevolle artieste met een eigenzinnig visueel universum

presenteert nu haar eerste solo-ep

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234