Dinsdag 06/12/2022

InterviewPaul Dujardin

‘Musea moeten ook de gemeenschap beschermen’: Paul Dujardin (ex-Bozar) wil het Jubelpark opwaarderen

Paul Dujardin in het Paviljoen der Menselijke Driften van Victor Horta, voor het indrukwekkende bas-reliëf van Jef Lambeaux. Beeld Tim Dirven
Paul Dujardin in het Paviljoen der Menselijke Driften van Victor Horta, voor het indrukwekkende bas-reliëf van Jef Lambeaux.Beeld Tim Dirven

Na zo’n twintig jaar aan het hoofd van Bozar te hebben gestaan, heeft Paul Dujardin zijn werkterrein een kilometer verlegd. Tegen 2030, wanneer België zijn 200ste verjaardag viert, wil hij het Jubelpark en zijn musea een nieuwe toekomst geven. ‘Kan een museum niet meer bescherming bieden in deze tijden van crisis?’

Ewoud Ceulemans

In 2019, toen Paul Dujardin nog directeur was van Bozar en zelfs nog in de running was voor een vierde mandaat in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, las hij in Le Soir een interview met Thomas Dermine (PS), die als federaal minister bevoegd is voor Wetenschapsbeleid, en dus ook voor het Museum voor Kunst en Geschiedenis, dat zich in het Brusselse Jubelpark bevindt. “Ik heb minister Dermine toen gebeld om te zeggen dat ik dat heel interessant vond”, vertelt Dujardin. “Hij zei toen: kom bij mij werken, maar ik zat toen nog bij Bozar. Na mijn vertrek daar is hij blijven aandringen. En zo ben ik, na een hele procedure, gedelegeerd bestuurder geworden van deze stichting, van Horizon 50/200.”

De vijftig verwijst natuurlijk naar de ‘Cinquantenaire’, de Franstalige naam van het Jubelpark, dat in 1880 werd geopend om de vijftigste verjaardag van België te vieren. De 200 verwijst naar 2030: dan viert België zijn tweede eeuwfeest. “Die datum is vooral een hefboom”, zegt Dujardin. “Niemand is vandaag bezig met het 200-jarig bestaan van België. Maar het is wel een symbolische datum, waar we naartoe kunnen leven.”

En dus wil Horizon 50/200 tegen dan dat het Jubelpark volledig herleeft. Niet evident, want het park heeft een beladen geschiedenis: het werd destijds aangelegd onder Leopold II. De beroemde triomfboog werd in 1905 toegevoegd, en is gefinancierd met inkomsten uit het gekoloniseerde Congo. In 1921 kwam onder andere het omstreden Monument voor de Belgische Pioniers in Congo in het park te staan. Vandaag herbergt ‘de Cinquantenaire’ onder meer het Legermuseum en de Musea voor Kunst en Geschiedenis, maar ook de Grote Moskee van Brussel, de sportvelden van de voormalige militaire school, en het Paviljoen der Menselijke Driften van Victor Horta, dat slechts zelden wordt geopend.

Het is daar dat we Dujardin ontmoeten, onder het indrukwekkende, expliciete en zelden geziene bas-reliëf van Jef Lambeaux. “Het is geen fake, dit. Het is echt Carrara-marmer. Voor de meeste gebouwen van die periode is dat niet zo. Heel Wenen is fake, bijvoorbeeld.” Voor de ingang van het paviljoen prijkt een immens, rond podium: een work in progress van de Belgisch-Kameroense kunstenaar Pascale Marthine Tayou.

Koloniale standbeelden

“Het Brussels Gewest heeft een rapport gemaakt over wat er met de koloniale beelden moet gebeuren, of standbeelden van Leopold II”, legt Dujardin uit. “Het idee was dat al die beelden naar het Jubelpark zouden verhuizen. Niet om ze in de kelder te zetten, maar om hetzelfde te doen als in het Muzeon in Moskou, waar heel veel Lenin-bustes staan. Ik vond dat een goed idee, maar ik dacht: het is ook een negatief statement om dat hier te zetten. En ik wil juist iets anders in gang zetten, ik wil een dialoog beginnen, ik wil een nieuwe start voor dit park.

“Ik heb met Pascale gebeld, hij kent de koloniale drama’s, en werkt heel verbindend. Hij kwam met het idee van een cirkelvormig podium van 80 vierkante meter, dat nog moet worden geschilderd als een plaat, een lp die zal blijven draaien en zo het verleden vertelt, als een symbool dat we het verleden niet vergeten. Ik vind dat een fantastische metafoor.”

Kunstenaar Pascale Marthine Tayou installeert voor het Paviljoen een groot houten podium. ‘Het wordt een plaat, een lp die zal blijven draaien en zo het verleden vertelt, als een symbool dat we het verleden niet vergeten’, zegt Dujardin.  Beeld Tim Dirven
Kunstenaar Pascale Marthine Tayou installeert voor het Paviljoen een groot houten podium. ‘Het wordt een plaat, een lp die zal blijven draaien en zo het verleden vertelt, als een symbool dat we het verleden niet vergeten’, zegt Dujardin.Beeld Tim Dirven

Op die manier willen Dujardin en Horizon 50/200 het Jubelpark weer doen opleven. “Hoe kunnen we deze plaats meer inclusief maken? Dan heb ik het niet alleen over het park, maar ook over Autoworld, over het Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium (KIK), over de Musea van Kunst en Geschiedenis. Het is ongelooflijk hoe het park leeft. Vorig jaar in maart, voordat de sneeuw kwam, heb ik hier tussen 6 en 8 uur 3.000 mensen geteld. En uit een analyse van Brussel Leefmilieu blijkt dat dit ook het meest diverse park van Brussel is. De noordkant grenst aan Sint-Joost-ten-Node, vanwaar alle jongeren naar deze levende long komen, en naar de sportterreinen, en aan de zuidkant zit de Europese wijk. Al die mensen komen hier samen. En dan heb je die musea, die een symbool zijn van de natiestaat. Veel bezoekers van het park lopen eraan voorbij, jongeren gebruiken de muren van de musea om te leren klimmen (lacht).”

De kunstschatten die de Musea voor Kunst en Geschiedenis herbergen, zijn redelijk indrukwekkend, maar weinig gekend. “Hier zit één van de grootste foto-archieven van Europa. Van het einde van de 19de eeuw tot in de jaren 50 heeft men alles wat erfgoed was in België gefotografeerd - van elke kerk, elk gebouw, elk plein hebben we alle documenten. Dat ligt allemaal bij het KIK. De grootste collectie van muziekinstrumenten ter wereld zit bij het Muziekinstrumentenmuseum (MIM), dat ook tot de Jubelparkmusea behoort. Hetzelfde voor het Hallepoortmuseum, het Chinees Paviljoen en de Japanse Toren.”

Toch vindt Dujardin niet dat de focus moet liggen op zo veel mogelijk tentoonstellen. De musea moeten inclusiever worden, vindt hij, zeker in turbulente tijden als deze. “In de eerste plaats is de missie van die musea wetenschappelijk, en dat moeten we blijven verdedigen. Maar de museumdirecteurs hebben nooit een inclusieve opdracht gehad, om musea voor zo veel mogelijk mensen toegankelijk te maken. In Frankrijk is dat wel zo, en in Vlaanderen, sinds de oprichting van FARO (Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, EWC.) ook. Of in Nederland. Als je daar naar een museum gaat, zie je de plaatselijke community. Musea maken er deel uit van de gemeenschap, ze zijn bijna volkshuizen geworden. Wij hebben dat veel minder. Wat zijn de verantwoordelijkheden van musea in deze superdiverse maatschappij? Op deze vraag proberen wij nu, samen met de instellingen op het Jubelpark, een antwoord te formuleren.”

Dujardin wijst op een tentje dat aan de inkom van het Horta-Lambeauxpaviljoen staat, tussen de zuilengang die uitgeeft op Tayou’s kunstwerk en de deur die toegang geeft tot het reliëf. “We hebben hier al een bewoner: er staat een tentje waarin een dakloze slaapt. Mensen zoeken nu eenmaal plekken. De medewerkers zeiden vorige week: wat moeten we daarmee doen? Ik zei: dat is fantastisch, dat dit paviljoen bescherming kan bieden. Dat zijn vragen die gesteld moeten worden: zijn musea enkel een shelter om de werken te beschermen, of kan een museum ook mensen beschermen in deze tijden van crisis?”

Hij ziet nog mogelijkheden: “Een museum moet een open school zijn, zoals een bibliotheek. In de bibliotheek van Oslo komen nu 9.000 bezoekers per dag. In de Krook, in Gent, komen er ook dagelijks 5.000 bezoekers over de vloer. Brussel is de grootste universiteitsstad van België, met zo’n 100.000 studenten. Kunnen we van de musea geen plek maken voor de studenten, bijvoorbeeld? Het is er stil, je kunt er studeren en tegelijkertijd kun je perfect rondlopen in het museum.”

Dujardin over Brussel: ‘Deze stad is een fantastisch laboratorium. En mijn droom is dat al deze Brusselaars terug naar hier, naar het museum komen, in het Jubelpark. Dat zou toch fantastisch zijn?’ Beeld Tim Dirven
Dujardin over Brussel: ‘Deze stad is een fantastisch laboratorium. En mijn droom is dat al deze Brusselaars terug naar hier, naar het museum komen, in het Jubelpark. Dat zou toch fantastisch zijn?’Beeld Tim Dirven

Laboratorium Brussel

Het mag duidelijk zijn dat de plannen van Dujardin groots zijn. Voor de heraanleg van het park werd al ruim 25 miljoen euro voorzien, zegt hij. “Maar dat is één van de tien projecten waarin we onze plannen hebben opgedeeld. “Tegelijk is Horizon 50/200 een kleine vzw, met een team van een tiental mensen. “Wij zijn maar een bescheiden structuur. En ik heb al aan mijn team gezegd: er gaat veel lukken, maar er zullen ook een aantal dingen niet lukken. De ambities zijn groot, de middelen beperkt, de belangen uiteenlopend. We gaan mentaal zeer sterk moeten zijn.”

“Maar wij willen als vzw deze instellingen samen meenemen in een nieuw verhaal. We zitten met veel mensen rond de tafel: de mensen van de musea, van Autoworld, architecten, kunstenaars, mensen uit de buurt... Mijn dag bestaat grotendeels uit vergaderen, vergaderen en vergaderen. We zitten hier op de grens tussen Brussel-Stad en Etterbeek, we zitten met de Europese instellingen hiernaast, die allemaal hun belangen hebben. Europa is zeer geïnteresseerd in ons project. We hebben met Ursula von der Leyen gepraat, en met het Oostenrijkse Commissielid Johannes Hahn, verantwoordelijk voor Begroting en Administratie. Als het Europees Parlement erin slaagt om het Parlamentarium te bouwen en een museum voor Europese geschiedenis in het Leopoldpark, is er veel mogelijk. De resultaten zijn er nog niet, maar er is wel een dialoog.”

Ambitie is Dujardin niet vreemd. Onder zijn bestuur, tussen 2002 en 2021, groeide Bozar uit tot een kunstenhuis met internationale uitstraling. Uiteindelijk hield Dujardins verhaal aan de Kunstberg op in 2021, na enkele maanden strijd met de vakbonden, maar in het buitenland een positie zoeken was geen optie. “Brussel, dat is mijn stad. Ik reis heel veel - ik was vorig weekend nog in Jerevan - en ik zou overal kunnen wonen, maar deze stad, dat kun je met geen andere vergelijken. Mijn vrouw (Vooruit-politica Lydia Desloover, EWC) is schepen in Sint-Joost-ten-Node, een gemeente van een vierkante kilometer waar 180 talen worden gesproken. Het is de mooiste job ter wereld om al die mensen te leren kennen. En in Sint-Joost heb ik veel meer geleerd dan mijn laatste jaar bij Bozar. Deze stad is een fantastisch laboratorium. En mijn droom is dat al deze Brusselaars terug naar hier, naar het museum komen, in het Jubelpark. Dat zou toch fantastisch zijn?”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234