Donderdag 29/10/2020

InterviewRóisín Murphy

Murphy in de Matrix: ‘Ik hou de touwtjes in handen, zelfs als ik de marionet ben’

Róisín Murphy, deze week tijdens de 'Graham Norton Show': 'Pas in de laatste jaren ben ik er achter gekomen hoe ambitie ruikt. ‘Héérlijk, zo blijkt!'Beeld Photo News

‘Tuurlijk wil ik een geil wijf zijn’, grinnikt Róisín Murphy (47). ‘Maar ook een godin, een model en een muzikaal icoon.’ Zo’n veelvoud aan carrières opeisen: het zou van hoogmoed kunnen getuigen. Maar niet bij de ex-zangeres van Moloko.

Het leven is volgens haar niets minder dan een simulatie. “Waarom zouden we dan niet het onderste uit de kan proberen te halen? We hebben niets te verliezen. Schuif je dan eens lelijk op je smoel? Fuck it. Dan krabbel je toch gewoon weer recht? En probeer iets anders.” De verdediging van haar theorie spreekt de Ierse Queen of Pop niet eens verwaand uit. Wel met een onverholen fierheid: “Met mijn nieuwe plaat Róisín Machine zocht ik doelbewust het subversieve op. Het gevaar. In de postpunktijden werden vrouwen naar voren geschoven die geen reet gaven om wat iemand over hen dacht. Alsof ze het leven konden boetseren. Dat idee windt me ongelooflijk op.”

Goed: ons kun je dan niet overtuigen dat we in The Matrix zouden leven – daarvoor oogt deze werkelijkheid sowieso te banaal, beige en bespottelijk – maar aan de wet van Murphy willen we gerust geloof hechten. De verplichte gedachte dat dit leven beschouwd moet worden als één langgerekte generale repetitie voor het echte werk, impliceert ook dat je eender welk masker kan opzetten om te zien of het lekker past. Spant dat mombakkes te veel aan, dan doe je deze zonder verpinken weer van de hand. “Op eender welk ogenblik in je leven heb je het recht – néé, de plicht! – om jezelf opnieuw uit te vinden”, knikt ze. “Niet omdat een midlifecrisis dat zou influisteren, maar omdat je jezelf onmogelijk tachtig jaar geboeid kan houden met één versie van jezelf. Dus ja, tuurlijk wil ik een geil wijf zijn, maar ook een godin, een model en een muzikaal icoon.”

Niemands knecht

Murphy weet waar ze over spreekt. In een ver verleden was ze het gezicht en de stem van Moloko. Met hits als ‘The Time is Now’, ‘Forever More’ en Sing it Back’ zette ze dat elektronicaduo in de jaren negentig op de Europese kaart. De groep noch haar huwelijk met coster en producer Mark Brydon hielden evenwel stand. Een hartverscheurend falen, noemde ze die breuk in 2003 achteraf. Maar sindsdien blijkt het scheiden allerminst een lijden. Op elke nieuwe soloplaat verkende ze verrassende paden: van Italiaanse popliedjes tot extravagante house en dansbare electro. “Ik liet me in Moloko te vaak ringeloren door iemand anders. Iemand die ik vertrouwde, weliswaar. Maar toch: ik wilde liever mijn eigen meesteres zijn, niemands knecht. Wanneer ik me laat kneden door een producer op een soloplaat, is dat omdat ik en niemand anders hem die opdracht gaf. Ik hou de touwtjes in handen, zelfs wanneer ik de marionet ben. Begrijp je wat ik bedoel?”

Róisín Murphy: 'Waarom zouden we dan niet het onderste uit de kan proberen te halen?'Beeld Adrian Samson

Het klinkt bijzonder ambitieus voor iemand die zo’n bekend oeuvre heeft uitgebouwd, dat het niet eens zou opvallen dat ze op haar lauweren rust. “Pas in de laatste jaren ben ik er achter gekomen hoe ambitie ruikt”, lacht ze. “Héérlijk, zo blijkt! Ik ben me ook gewaargeworden dat ik nog zovéél te zeggen heb, en dat mijn enige vijand de tikkende klok is. Ik weet dat het in deze tijden van een wereldwijd virus onkies is om deze woorden uit te schreeuwen, maar: de toekomst lacht me met stralend witte tanden toe.”

Een vreemde uitspraak voor iemand die net een plaat maakte die aanvoelt als een langgerekte trip vol nostalgische dance. Maar Murphy kan zich die boutade permitteren. Haar vijfde soloalbum is namelijk een verrukkelijke plaat, die je naar het New York van de seventies en vroege eighties doet verlangen. Met funky disco, euforische gospelzang, glitterbalhymnes en vette grooves manoeuvreert ze je willens-nillens-wetens naar de dansvloer. Een oord dat je vandaag niet eens zou mogen betreden. Maar zoals dat gaat: niets geilers dan de verboden vrucht.

Perfecte isolatie

Ze lacht. “Ik denk dat de meeste artiesten en platenpiefen schuwen om vandaag dansbare platen uit te brengen, omdat het te veel verweven is met een taboe: wie wil immers zo onverantwoordelijk zijn om zweterig tegen een ander te schuren? Maar net daarom moest dit album juist verschijnen. Het is een op een discobeat bonzend hart onder de riem: we gaan nu even door een klotejaar, maar dat doen we tenminste tezamen. Op afstand geilen we op elkaar, op dezelfde muziek: voor die sensatie valt vast ook wel iets te zeggen.” (lacht)

De plaat werd zowat integraal voor de lockdown geschreven, maar een enkele keer klinkt Murphy verdacht als het orakel van Delphi. ‘I’ve been afraid to go out / But I won’t be a prisoner / Locked up in this house’ ,zingt ze in ‘Murphy’s Law’. Die tekst schreef de Ierse in tempore non suspecto, maar vandaag klinken die woorden op maat gesneden. “Ik deed er heus niet om, erewoord. Deze tekst schreef ik lang voor de lockdown. Toen ik deze woorden schreef, voelde ik me vooral opgesloten in mijn eigen hoofd.”

“De lockdown vond ik deze zomer eerlijk gezegd te gek. De isolatie beviel mij perfect. De laatste vijf jaar was ik nooit thuis tijdens de zomermaanden. Ik hou van festivals, hoor. Maar om éven weg te zijn van alle drukte, de modder, een halfbakken diner en dat voortdurende gedreun in de backstage… Deze periode voelde aan als een uitgebreid zen-weekend. Plots opende mijn geest zich als een duveltje-uit-een-doosje. Isolatie maakte me creatiever, méér dan de jaren waarin ik als een gek prikkels probeerde te sprokkelen in de mensenwereld.”

Op hol slaan

‘I feel my story is still untold’, zingt Murphy dan ook aan het begin van haar nieuwe plaat. Niettemin: hoeveel artiesten kan zij opnoemen die na een kwarteeuw met hun spannendste verhalen komen aandraven? “Ik begrijp wat je bedoelt. Maar ik voel in mijn onderbuik dat het beste nog moet bevallen. (lacht) Ik ben een machine, zoals de titel van de plaat suggereert. En hoe langer die draait, hoe sneller die kan draaien en op hol kan slaan. Dàn ben ik op mijn best.”

Róisín Murphy: ‘Misschien ben ik rotambitieus, maar nog steeds rotnerveus. Al moet ik toegeven dat het vandaag beter dan ooit gesteld is met mijn zelfzekerheid.’Beeld Photo News

Ze hoort ons ongemakkelijk lachen. “Klink ik nu wat manisch? Mijn excuses. Wijt het aan mijn roots. Ierland is de perfecte locatie om een mafketel te zijn.” Je zou het die Ierse, whisky-slempende aardappeleters misschien niet meteen aangeven, maar hun gevoel voor surrealisme en grootspraak wint het volgens haar van hun clichématige gebrek aan nuchterheid. “We worden een beetje licht in ons hoofd geboren. Dat maakt zulke geweldige dromers van ons. Ik droom mijn platen ook, tot in detail. Tien jaar geleden wist ik al dat ik met Richard (Barratt, alias dj Parrot, GVA) zou werken voor een album als dit. Hij is een jeugdvriend van me. En een levende legende in Sheffield! Je zou kunnen stellen: door hem klinkt deze plaat helemaal anders dan mijn vorige of volgende albums. Maar eigenlijk zijn mijn dromen de drijfveer. Het is uiteindelijk mijn aanleg voor onvoorspelbaarheid die maakt of mijn album de mensen al dan niet verveelt. Ik zal nooit vertrouwd klinken.”

Nu jokt ze een béétje, sputteren we tegen. De stem van Róisín Murphy is er één uit duizend. Als er al iets vertrouwd klinkt op al haar platen en collaboraties, dan zij wel. Ze blaast. “Je hebt waarschijnlijk gelijk. Misschien worstel ik stiekem nog altijd met de gedachte om als zangeres aanzien te worden.”

Liefdesaffaire 

Ze lijkt voor de bühne geboren met haar excentrieke verschijning, maar eigenlijk kende Róisín Murphy pas laat haar roeping. “Vroeger kwam zingen niet eens in me op. Ik haatte mijn stem als kind. Dat kwam door mijn moeder: er kon geen verjaardag, huwelijk of begrafenis voorbijgaan of ik moest ‘Don’t Cry for Me Argentina’ zingen voor familie en vrienden. Ik ril nog steeds bij de gedachte dat ze me vergeleek met de schattige Elaine Paige. Oh, de horror!”

“Pas toen ik een eerste soloalbum maakte met Matthew Herbert, zo’n vijftien jaar geleden, voelde ik mezelf een zangeres en een artiest. Al durf ik nog steeds niet echt toe te geven dat ik een professional zou zijn. Ik ben een beetje… wonky. (lacht) Zoals je weet, ben ik Moloko binnengeslopen via een liefdesaffaire.”

Ze schatert: “For fuck’s sake! Mijn leven lijkt eigenlijk minder op een carrière dan op de uitkomst van een experimentje. Anderzijds kan ik het niet hebben wanneer iemand anders me zomaar zou afserveren als een malloot. Als het meisje met het rare haar en de scheve tanden, dat via een achterpoortje in een popgroep is verzeild geraakt. (Denkt na) Misschien ben ik rotambitieus, maar nog steeds rotnerveus. Al moet ik toegeven dat het vandaag beter dan ooit gesteld is met mijn zelfzekerheid: ik kan niet gelukkiger zijn. Sinds de gay cultuur me omarmd heeft, heb ik echt het gevoel dat ik ergens bij hoor. Dat ik ben thuis gekomen.”

Leeuwenmoed

Ei zo na versjteert ze ons gesprek aan het eind. “Fijn om met de Duitse pers te spreken”, zegt ze bij het afscheid. De naam van bovengetekende op haar briefing doet natuurlijk denken aan een gesjeesde Obersturmführer, eerder dan aan een snullig scribentje uit het Pajottenland. “Oh fuck. Sorry. Maar omarm die naam met trots. Dat doe ik ook. De albumtitel Róisín Machine was trouwens een kunstgreep om er voor te zorgen dat mensen mijn naam eindelijk eens correct leren uitspreken. Rooizjièn mesjièn. Als je mijn naam niet door de mangel haalt, dan rijmt de titel! Je naam vind ik trouwens lang niet zo verschrikkelijk. Ik hou er zelfs van wanneer een naam kracht uitstraalt. Mijn dochtertje heet Coldagh en mijn zoontje Tadhg: heel sterke, klinkende namen. Ik wil dat ze op eenzelfde manier leeuwenmoed tonen. Dat ze authentiek durven te zijn en niet lafjes in de pas zullen lopen. Dat ze niemand proberen te imiteren. Dat was ook mijn ambitie toen een puberende Róisín haar hoofd kaal schoor toen ze veertien was. Mijn ouders bestierven het, maar het was zo bevrijdend om op niémand anders te lijken. Die kale meid is sindsdien mijn leidraad.”

Róisín Machine is uit bij BMG.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234