Woensdag 13/11/2019

portret

Murat Isik, de migrantenzoon die zich voor alles schaamde

Murat Isik met cheque en medaille bij de uitreiking van de Libris Literatuurprijs. Beeld AFP

Met slechts twee romans op de teller wist Murat Isik zich in Nederland op de voorgrond te werken. De bekroning met de Libris zal zijn status alleen nog maar verhogen. Bij ons is de jurist nog een nobele onbekende. Portret van een wandelend voorbeeld van emancipatie.

Precies vijftien jaar geleden greep Abdelkader Benali de Libris Literatuurprijs met De langverwachte, een meanderende roman over een Marokkaanse familie in multicultureel Nederland. Maandagavond reikte Benali als juryvoorzitter zélf de Libris uit aan Murat Isik voor Wees onzichtbaar, een roman over een Turkse jongen, opgegroeid in de verloederende Amsterdamse Bijlmerbuurt van de jaren tachtig en negentig.

Je mag wel aannemen dat Benali zich sterk heeft gemaakt voor Isik, want er zijn onmiskenbaar parallellen tussen beide romans te bespeuren. Benali sprak van ‘een universele, beklemmende en diep menselijke roman’: “Murat Isik trekt je vanaf de eerste bladzijde met de vanzelfsprekende autoriteit van de geboren schrijver het verhaal binnen.”

Dat Isik een soepel verteller is, staat buiten kijf. Wees onzichtbaar is pas de tweede roman van Isik, maar in Nederland betokkelde hij er diverse gevoelige snaren mee. De levendige romankanjer over de turbulente jeugd van de introverte Metin Mutlu werd eerder al bekroond met de Nederlandse Boekhandelsprijs en door NRC uitgeroepen tot Boek van het Jaar. Helemaal uit de lucht komt de Libris dus niet vallen. Eerder al, na de nominatie, had Isik het gevoel dat hij was ‘doorgebroken naar de Champions League van de literatuur’.

Dubbelleven

Isik is een schrijver die lange tijd ‘een dubbelleven’ leidde. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Amsterdam en San Francisco State University en werkte langdurig op de juridische dienst van de stad Amsterdam.

Drie dagen voor de publicatie van Wees onzichtbaar stopte Isik met zijn job. “Ik vond het goed om (…) te mogen schrijven zonder de hinderlijke afleiding van het werken in een rumoerige kantoortuin omringd door uitpuilende juridische dossiers waarvan de termijn dreigt te verlopen”, vertelde hij daarover aan boekensite Hebban.

“Ik wist dat het niet mijn bestemming was: het grote doel was een roman en het schrijverschap. Ik kon me soms maar moeizaam staande houden in de stroperige ambtenarij, met voortdurend reorganisaties en interne bureaucratie”, aldus Isik nog in de Volkskrant. Hij verkaste onlangs van het rumoerige Amsterdam naar een huis met tuin in Hoofddorp.

Bezeten

Als schrijver stak Isik in 2007 zijn neus aan het venster met het verhaal ‘De purperen citroen’, dat later in een theaterstuk werd gegoten. In 2011 kreeg hij de El Hizjra Literatuurprijs voor het korte verhaal ‘De laatste reis’. Intussen slorpte hij als een bezetene de literatuur van Gabriel García Márquez en J.M. Coetzee op, die hij tot zijn grote voorbeelden rekent. Zijn volwaardige debuut Verloren grond (2012), gebaseerd op de familiegeschiedenis van zijn (groot)ouders in Oost-Turkije, sloeg meteen aan en leverde hem tien drukken, de Bronzen Uil Publieksprijs en diverse vertalingen op.

Vanaf dat moment werkte hij als een bezetene aan opvolger Wees onzichtbaar, vier jaar en drie maanden lang, uiteindelijk goed voor zeshonderd pagina’s heftig proza, gepuurd uit twaalfhonderd pagina’s ruw manuscript. Zijn afkomst en zijn jeugd verbeeldt hij in de belevenissen van de vaak door pestgedrag en discriminatie geteisterde jongen Metin én in scherpe portretten van zijn omgeving.

“Mijn familie is Zaza, een volk met een eigen taal dat oorspronkelijk uit Perzië komt”, vertelde Isik vorige week nog aan Robert Vuijsje in een interview in de Volkskrant. “Mijn vader was communist en atheïst. In Turkije was het politiek onrustig, linkse vrienden van hem verdwenen. Het werd te gevaarlijk en hij vluchtte naar Duitsland. Wij volgden later. Na drie jaar kwamen we naar Nederland. Ik was vijf jaar en de Bijlmer, in Amsterdam, werd mijn thuis.”

Over dat verleden handelt Wees onzichtbaar. “Ik heb de wijk langzaam zien veranderen van een groene oase – een moderne parkstad waar je woonde én recreëerde – in een getto dat steeds verder verloederde en overspoeld werd door hordes junks en criminaliteit”, getuigt Isik op Hebban. De ramp met de Boeing 747 in oktober 1992 gaf de wijk helemaal de genadeslag, al vond er de laatste jaren een drastische renovatie plaats.

Schaamte

Toch werd Isik door zijn ouders aangevuurd om verder te studeren. Dat was lang niet het einde van zijn problemen: “Ik was een Turkse jongen uit de Bijlmer op een vrij witte school, ik had geen merkkleding en was het zwarte schaap van de klas. Mijn vader had als enige van de ouders een uitkering. Dat verzweeg ik. Ik schaamde me overal voor. Ik vertelde ook niks aan mijn zus en mijn ouders. Ik hield alles voor me”, getuigde hij in de Volkskrant. Al snel torste hij de bijnaam ‘Schoonmaker’. Later zou hij toch – weer op aandringen van zijn vader – de universiteit betreden. “Zelf hadden mijn ouders die kans niet gehad. Ik moest doen wat hun niet was gelukt.”

Drie weken nadat Isik het manuscript van Wees onzichtbaar had voltooid, overleed zijn vader plots. Het was een complete schok. De man was huiverig over wat er in het boek zou zijn neergeschreven. Fraai komt hij er niet vanaf. Isik laat een tirannieke, communistische vader de plak zwaaien over Metin en het gezin. Ook in werkelijkheid reageerde Isiks vader zijn frustraties af op zijn zoon en zijn familie en vluchtte hij in een drank- en gokverslaving.

“Emigreren is een trauma. Hij was charismatisch en welbespraakt, maar als hij Nederlands sprak, verdween dat grotendeels. Hij was hier ongelukkig.”

Literaire waarnemers is een andere parallel evenmin ontgaan. Ook Alfred Birney, de Libris-winnaar van vorig jaar, voerde een nietsontziende en redeloze vader op die zijn trauma’s op zijn gezin uitwerkte.

Toch, waarschuwt Isik, is het boek niet één op één autobiografisch. De verhalen zijn ingedikt, gemetamorfoseerd en mogen niet als memoires worden beschouwd. Het gaat wel degelijk om romanpersonages, gevat in 102 snedige hoofdstukken.

“Ik ken wel de pijn van de hoofdpersoon Metin en de strijd om je te ontworstelen aan je lot”, bekent Isik. Emancipatie is dan ook een rode draad in Wees onzichtbaar. Ook zijn moeder, die een opleiding volgde en opklom tot voedingsassistente in een Amsterdams ziekenhuis, toont Isik als een krachtig voorbeeld van hoe je je toch hogerop kunt werken.

Statement

Dat de Libris met deze onderscheiding een statement wou maken, is overduidelijk. De bekroning van Isik is een opsteker voor de literatuur van schrijvers met een migratieachtergrond – die in Nederland overigens veel meer floreert dan in Vlaanderen. Kijk maar naar het branievolle proza van Mano Bouzamour, Özcan Akyol, en ook Jamal Ouariachi, intussen uitgegroeid tot publiekslievelingen.

Toch is die laatste bepaald niet te spreken over de roman van Isik, die hij weliswaar ‘een aardige kerel’ noemt. In een blogpost omschreef Ouariachi Wees voorzichtig gisteren als ‘een tranentrekkend zieligheidsverhaal, dat voortdurend naar het medelijden van de lezer solliciteert. Het is genoteerd in ambtenarenproza dat bijna verkruimelt van machteloosheid.’ Het gaat er nog stuiven.

Murat Isik, Wees voorzichtig, Ambo/Anthos, 597 p., 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234