Woensdag 03/06/2020

Muziek

Mory Kanté: ‘Ik ben geboren uit een familie van volksvertellers, en zo zal ik sterven’

Beeld AFP

Hij is de eerste Afrikaanse zanger die erin slaagde om meer dan een miljoen platen wereldwijd verkocht te krijgen. Hij leerde iedereen kennismaken met het typische muziekinstrument kora en stond met de hit ‘Yéké Yéké’ aan de vooravond van de house. De Malinese zanger Mory Kanté ziet zichzelf echter niet als een pionier. ‘Ik ben slechts een griot, een volksverteller. Ik eer het verleden. Wat er rond mij gebeurt, neem ik op als een spons.’ Hier kunt u het interview lezen dat onze journalist Gunter Van Assche in 2004 met de zanger had.

De classic ‘Yéké Yéké’ toonde aan het einde van de jaren tachtig zijn voorkeur voor opzwepende elektronica, maar anno 2004 zoekt de 54-jarige griot en koraspeler terug zijn roots op. Sabou is daardoor een plaat geworden die haast alleen traditionele West-Afrikaanse instrumenten laat horen. Sabou betekent zoveel als bron, of reden van het geheel: “Ik moest naar de bron terugkeren. Mijn geest smeekte het me, mijn cultuur droeg het me op en de instrumenten in mijn omgeving leken elke andere stijl te weigeren”, grijnst Mory Kanté een blinkende tandenrij bloot. “Ik stond dus voor een voldongen feit: de tijd was gekomen om helemaal terug naar af te gaan en de rijke Afrikaanse cultuur in ere te houden.”

We hebben een ontmoeting met de griot-zanger in zijn hotelkamer. Het is een vreemd zicht om Mory Kanté, in een stijlvol witlinnen gewaad, het verleden te zien eren, maar hem tegelijk te zien telefoneren met een hypermoderne en zichtbaar peperdure gsm. In tegenstelling tot de zwarte hiphoppers heeft Mory Kanté echter geen gesprek met een van zijn homies, maar met het thuisfront. “Ik zorg voor mijn hele familie. Zij hebben het lang niet zo goed als ikzelf. Bij ons geldt de traditie dat de succesvolste kostwinner de rest van de stam onderhoudt.” Het moet een vreemde toestand zijn: Mory Kanté is zelf de jongste van 38 kinderen en onderhoudt zijn uitgebreide familie. De beslissing van zijn moeder zorgde er echter voor dat de West-Afrikaanse ster het zover kon schoppen, als entertainer. “Ze stuurde me naar een Franse school, waar ik veel leerde, maar op mijn zevende zat ik terug in Mali - ik heb daardoor het beste van beide werelden meegemaakt. Zo raakte ik nooit onthecht van mijn zwarte identiteit, maar ook niet van wat de wereld te bieden heeft. Mijn muziek en mijn carrière heb ik te danken aan mijn moeder.”

Voor zijn familie, die her en der verspreid zit in Frankrijk en Afrika, moet de elektronische Afropop van Mory Kanté een welkome kostwinning geweest zijn. Maar op die succesvolle muziek lijkt hij vandaag dus uitgekeken. Kanté ontkent zoiets echter: “Ik hou nog steeds van al mijn platen. Alleen werd het tijd om terug naar het beginpunt te gaan, en iedereen te laten horen hoe Afrikaanse muziek écht klinkt. De traditionele instrumenten zijn aan het verdwijnen in de Afrikaanse muziek. Ik keer terug naar de puurste vorm om onze typische klanken uit de vergeethoek te halen.”

Daarom beschouwt de Malinees zijn nieuwe show The Electric Griot als een ontmoeting met een oude vriend: opnieuw haalt hij de traditionele geluiden en ritmes van de Mandingue uit de kast. En toch klinkt de plaat vrij modern. Mory Kanté legt uit: “We speelden alles doelbewust op instrumenten van West-Afrika, maar in de studio wilde ik toch dat deze plaat de competitie met andere nieuwe releases kan aangaan. Zonder afbreuk te doen aan de nieuwe tijd klinkt Sabou echter nog steeds volledig puur. “

Mory Kanté is bekend om de innige band met zijn kora, een prachtig Afrikaans snareninstrument. Volgens de Afrikaanse traditie zou de kora zich identificeren aan de hand van wie haar bespeelt. Met zichtbare trots haalt Mory Kanté het instrument boven: “Dat klopt: de kora groeit naarmate jijzelf groeit. Het is helemaal niet gemakkelijk om muziek te leren spelen op de 22 snaren van de kora. Vandaag ben ik een goede koraspeler, maar de perfectie is nog niet in zicht.” Hij wijst alle schaafplekken en putjes aan in en op het instrument, alsof het blauwe plekken en littekens zijn: “Ze bestaat al bijna zolang als ik oud ben. Mijn kora heeft al heel wat moeten doorstaan. Maar nu zorg ik goed voor haar. Ze krijgt zelfs een plaatsje naast me in het vliegtuig. Ik wijk niet van haar zijde.”

Mory Kanté is een griot, een erg gerespecteerde functie binnen de Afrikaanse cultuur. Deze volksvertellers dichten met hun verhalen immers de kloof tussen heden en verleden. Griot zijn is echter geen roeping, beroep of tijdverdrijf op koude winteravonden: “In onze cultuur beslis je niet of je griot wilt worden. Het is geen bewuste carrièrezet: je bént het of je bent het niet. Ik ben geboren als griot uit een geslacht van volksvertellers, en zo zal ik sterven.” Een Malinese dichter schreef dat elke keer als een griot sterft, het net is of een bibliotheek uitbrandt. Iedere griot kent immers duizenden verhalen uit het hoofd. Toch ziet Mory Kanté zichzelf bijna eerder als een chroniqueur van het maatschappelijke leven: “Ik vertel wat er in de wereld gebeurt: mijn oren staan steeds wijdopen en mijn ogen nemen alles op. Ik veroordeel niets of niemand, maar ik kaart problemen en misstanden aan. Ik zing echter even graag over de allesverzengende liefde. Alleen lijkt die in deze tijden wat naar het achterplan gedrukt.”

Voor liefde is eveneens weinig plaats in Afrika. Ook Mory Kanté geeft toe dat de situatie in zijn thuisland niet te best is. “Maar je mag je niet blindstaren op de problematiek. Bedenk dat Afrika in een fase van opbouw zit, en onrusten zijn een noodzakelijk onderdeel van groei. Afrika heeft vooral honger - wat het nodig heeft om te groeien en te ontwikkelen is een beter gevuld bord. Daarom hebben we financiële middelen nodig van de wereld.” Het mag geen wonder heten dat de zanger in tijden als deze vrij harde en bittere woorden zingt op geanimeerde muziek: “Afrikaanse muziek is per definitie niet treurig. We zijn daarvoor een veel te monter en positief volk. Maar dat wil niet zeggen dat we alleen vrolijke verhalen te vertellen hebben. De wereld is niet één grote komedie, en daar wijs ik dan ook op.”

Als hij geconfronteerd wordt met een recente uitspraak van Youssou N’Dour, dat het Westen meer geld dan cultuur zou hebben, reageert de Malinese volksheld terughoudend: “Hij heeft een heel uitgesproken mening, maar ik wil me daar niet over uitspreken. Ik vind elke cultuur evenwaardig - alleen is de trots anders. Afrikanen zijn van nature heel extravert in het uitdragen van hun cultuur. West-Europeanen hebben dat heel wat minder. Jullie lijken dat hele culturele patrimonium zomaar aan te nemen. Afrikanen laten zich graag leiden door betovering.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234