Donderdag 18/07/2019

Open Monumenten

Monumentendag wordt minder Open

Ook in de Brusselse Bibliotheek Solvay zal de bezoeker op Open Monumentendag moeten betalen (22 euro). Beeld rv

Wordt Open Monumentendag het slachtoffer van zijn eigen succes? Dit jaar wordt voor het eerst een inkomprijs gevraagd voor twintig monumenten, die alleen voor Herita-leden toegankelijk zijn. "Wat gratis is, wordt vaak minder gewaardeerd." 

Stel: u woont in Antwerpen en u kunt de buitenkant van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal uit het hoofd natekenen, maar de binnentuin, daar kunt u zich niets bij voorstellen. Dan is er goed nieuws voor u: op Open Monumentendag kunt u die tuin eindelijk ontdekken. Het slechte nieuws: u moet er snel bij zijn, een (gratis) lidkaart van erfgoedvereniging Herita bekomen, en 12 euro bovenhalen.

Wacht even. Was Open Monumentendag niet gratis en toegankelijk voor iedereen? "De bedoeling is inderdaad om zo veel mogelijk monumenten gratis toegankelijk te maken", vertelt Kristl Strubbe van Monumentendag-bezieler Herita. "En we willen nog steeds de drempel blijven verlagen, en een zo breed mogelijk publiek aantrekken."

Restauratiewerken

Dat er nu voor het eerst een twintigtal betaalde bezoeken en rondleidingen tot het programma behoren, hoeft dat mission statement niet tegen te gaan, zegt Strubbe. "De monumenten die in de 'ledenzone' van het programma zijn opgenomen, hadden de afgelopen 27 jaar ofwel geen zin om gratis mee te doen, of waren slechts gedeeltelijk toegankelijk, zonder rondleiding. Nu kunnen ook zij hun deuren openstellen, om op Monumentendag een groter publiek te bereiken."

Een van die monumenten is de Boekentoren in Gent. De voorbije jaren was een bezoek aan de toren van de Gentse universiteitsbibliotheek steeds gratis, vertelt hoofdbibliothecaris Sylvia Van Peteghem, maar dit jaar zouden de deuren gesloten blijven, omwille van de restauratiewerken. "Herita heeft ons dan gevraagd of er een andere oplossing mogelijk was, bijvoorbeeld een rondleiding aan het ondergrondse depot."

De binnentuin van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen. Beeld rv

Dat je voor zo'n bezoek ook inkom (12 euro) moet betalen, hoeft geen slechte zaak te zijn, klinkt het bij Herita. "Je verlaagt geen drempels door simpelweg alles gratis te maken. En terwijl de kleinere monumenten vaak kunnen steunen op vrijwilligershulp van de gemeenten, moeten de grotere, professionele monumenten ook hun personeel betalen, en andere kosten dekken."

Het bedrag gaat dus voor het grootste deel naar de monumenten zelf, benadrukt Strubbe. In het geval van de Boekentoren is dat zelfs behoorlijk letterlijk te nemen. "Wij maken hier geen winst op", zegt Van Peteghem. "De inkomsten gaan naar de restauratiewerken." Dat moet de bezoekers ook bewust maken van de waarde van erfgoed. "Wat gratis is, wordt vaak minder gewaardeerd."

Dat depot blijft, net als de binnentuin van de Antwerpse kathedraal, anders gesloten voor het publiek. "Het was belangrijk dat monumenten die inkom vragen op Open Monumentendag wel een upgrade kregen: er moet een onderscheid zijn met alle andere dagen van het jaar", verklaart Strubbe. "We hebben dat op verschillende manieren ingevuld. In het Concertgebouw in Brugge (24 euro) word je bijvoorbeeld rondgeleid door architecte Hilde Daem, en in het Kasteel van Hex (30 euro) kun je een glas cava drinken met de graaf en gravin."

Publieksonderzoek

Met die ervaringen hoopt Open Monumentendag ook een nieuw publiek te trekken. "We hebben voldoende onderzoek gedaan om te kunnen stellen dat er bij het publiek een grote vraag is naar zulke exclusieve ervaringen", stelt Strubbe. "Bovendien willen we ook blijven verbreden. We trekken jaarlijks tot een half miljoen bezoekers, maar we bereiken nog vooral een nichepubliek van erfgoedliefhebbers: vaak oudere, hoogopgeleide bezoekers. Die drempel willen we verlagen. We merken dat er ook veel vraag is naar kleinere, privémonumenten, zoals de architectenwoning van Leon Stynen in Antwerpen."

Daar komt, ten slotte, het exclusieve karakter van sommige bezoeken kijken. "Privé-eigenaars zijn vaak moeilijker te motiveren, omdat ze vrezen voor een te grote toeloop", legt Strubbe uit. "Begrijpelijk: ik zou ook niet willen dat er honderd man door mijn badkamer passeert. Maar door met beperkte groepen en rondleidingen in bepaalde time-slots te werken, proberen we hen toch te overhalen."

De vrees voor een overrompeling is er overigens niet alleen bij de private monumenten. Zo wilde ook het Belfort in Gent geen 1.500 man ontvangen. En in het geval van de Boekentoren is de reden praktisch, licht Van Peteghem toe. "Het depot heeft een klimaatcontrole: vandaar dat we slechts acht groepen van telkens 25 man rondleiden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden