Donderdag 14/11/2019

Kunst

MoMA in New York gaat opnieuw open, maar deze keer met een frisse blik op de wereld

Beeld Photo News

Het MoMA in New York was sinds de opening in 1929 vooral wit, mannelijk en nationalistisch. Het vernieuwde museum dat maandag weer de deuren opent voor het publiek belooft zich – uit lijfsbehoud – permanent te ontwikkelen, als een levend, ademend instituut van de 21ste eeuw. 

Decennialang heeft het in 1929 geopende MoMA getracht het multiculturalisme buiten de deur te houden. In het vernieuwde museum doet het het tegenovergestelde: de permanente collectie wordt anders gepresenteerd en gecombineerd met veel recent aangekochte kunst uit Afrika, Azië, Zuid-Amerika en van Afro-Amerikanen. 

Ook is veel werk te zien van vrouwen. Nieuw en anders aan het MoMA is vooral de geïntegreerde aanwezigheid van ‘verschillen’, waarmee het museum eigenlijk terugkeert naar zijn experimentele beginperiode.

Meer is niet per se beter

Dankzij een uitbreiding van het gebouw uit 2004, ontworpen door Yoshio Taniguchi, is de oppervlakte met een derde toegenomen (meer dan 15.000 vierkante meter extra). 

Was zo’n drastische uitbreiding, die 407 miljoen euro heeft gekost, echt nodig? Nee. Zoals te zien is op elke kunstbeurs, is meer kunst niet per se beter. Nodig zijn vooral een behendig ontwerp en een alerte blik. 

Dat merkt de bezoeker bij de ingetogen gepresenteerde openingsattracties van onder anderen de Afrikaans Amerikaanse kunstenaars Betye Saar en William Pope. L, de uit India afkomstige Sheela Gowda en Dayanita Singh, een keur aan werk uit Latijns-Amerika en een permanente galerij voor hedendaagse kunst uit China.

Wie de ziel van een museum wil aanvoelen, moet zich richten op de permanente collectie en hoe die over het gebouw wordt verdeeld. Beoordeeld naar die maatstaf is het MoMA duidelijk op zoek naar een nieuw imago, zonder het oude helemaal te verloochenen. 

Lang dankte het zijn faam aan in beton gegoten opvattingen over moderne kunst, met alle ‘ismen’ (kubisme, surrealisme, enzovoort) overzichtelijk bij elkaar. Die indeling is gehandhaafd op de drie voor de vaste collecties gereserveerde verdiepingen. Maar de hoofdroute stelt de bezoeker nu ook in staat onverwachte zijpaden in te slaan naar zeer recente kunst.

Diep gesprek

De eerste galerij, nu met de naam ‘Vernieuwers van de 19de eeuw’, heeft wel iets van een hitparade van de schilderkunst met onder meer Cezannes, Rousseaus en Van Goghs. Maar het museum heeft in die overbekende Europese wereld een Amerikaanse ‘indringer’ binnengeleid: werk van de pottenbakker George Ohr (1857-1918), die zich de ‘Mad Potter of Biloxi’ noemde. Hij werkte in de zuidelijke staten van de VS terwijl Van Gogh in een Frans asiel De sterrennacht schilderde en Brancusi zijn beste werken maakte. In het ‘oude’ MoMA zou dit drietal elkaar nooit zijn tegengekomen, nu lijken ze diep in gesprek.

De aan Picasso gewijde ruimte heeft iets van een heiligdom, met in het midden Les demoiselles d’Avignon uit 1907. Maar vlakbij staat een werk uit een heel andere tijd: een schilderij uit 1967 van de Afro-Amerikaanse kunstenaar Faith Ringgold, over een ‘interraciale schietpartij’ in een stad in de VS. Het doek is ongeveer even groot als Les demoiselles, maar ook het visuele geweld komt overeen. MoMA-traditionalisten vinden die fysieke nabijheid misschien een vorm van heiligschennis, maar het kan ook worden gezien als een meesterzet van de curator.

Keitk Haring. Beeld AFP

Ook het nieuwe MoMA biedt voor elk wat wils. Verdeeld over drie verdiepingen hangen de ‘grote hits’ van Jackson Pollock en Frida Kahlo, megadosissen pop en surrealisme, soepblikken, waterlelies en foto’s van Cindy Sherman. Zaken die veel mensen, met de selfiestick in de aanslag, graag zien.

Een nieuw, jonger publiek

Het nieuwe MoMA belooft zich permanent te ontwikkelen, en de collecties veel te laten circuleren en te verversen. Om het half jaar krijgt een derde van de galerijen op de vierde, de derde en de eerste verdieping een nieuwe indeling. Na anderhalf jaar is alles opnieuw overdacht. Les demoiselles d’Avignon en De sterrennacht behouden hun prominente positie, maar hun omgeving verandert, en zij dus ook.

Een dergelijke flexibiliteit biedt geweldige kansen voor nieuwe denkbeelden, vooral nu de curatoren sinds enkele jaren de nagestreefde diversiteit belichamen. Die flexibiliteit biedt ook de kans om een stap terug te doen als het ‘nieuwe MoMA’ voor velen iets te nieuw blijkt, wat ze bij de kassa’s zullen merken.

Het MoMA in de zich steeds verbeterende 21ste-eeuwse versie zal aanslaan, al was het maar uit lijfsbehoud. Multicultureel is nu verkoopbaar. Wie dat negeert, loopt winst mis en verliest aan kritische geloofwaardigheid. 

En het nieuwe MoMA is duidelijk toegesneden op een nieuw en jonger publiek dat geen nostalgie kent naar het pre-Taniguchi-model, dat nog voornamelijk voortleeft in de herinnering van een uitstervend deel van de bevolking. 

Een revolutie zal dit museum waarschijnlijk nooit meemaken. Maar het nieuwe museum loopt over van stimulerende ideeën en onverwachte talenten op elke hoek.

© The New York Times, vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234