Woensdag 13/11/2019

Ultimas

Mohamed Ikoubaân (Moussem): "Op mijn zevende was ik al feminist"

Ikoubaân brengt ons in Casablanca naar de Kabareh Cheikhats: mannelijke muzikanten die zich uit protest tegen het patriarchaat als vrouwelijke zangeressen vermommen. Beeld Chama Tahiri

Kunstencentrum Moussem vindt dat de westerse theatercanon dringend een update kan gebruiken. ‘Waarom kennen we haast alle toneel­stukken van Shakespeare en geen enkel van Sa’d Allah Wannous?’ In het spoor van directeur Mohamed Ikoubaân (54) naar Casablanca en terug.

"Ik had het écht niet verwacht.” Bij de doorsnee trofeewinnaar klinkt dat zinnetje al snel obligaat beleefd. Om niet te zeggen: fake bescheiden en ongeloofwaardig. Niet zo bij Moussem-directeur Mohamed Ikoubaân. Dat Moussem de prijs voor Podium­kunsten in Vlaanderen binnenrijft, komt wel degelijk als een – welkome ­– verrassing. Al zeventien jaar probeert de Marokkaanse Belg zijn ‘nomadisch kunstencentrum’ vanuit de marge op te schuiven richting centrum.

Het Vlaamse podiumlandschap mag dan divers worden genoemd, het wordt nog te vaak geregeerd door een select clubje van gevestigde huizen, organisaties en grote namen. Een club waar je als zogenaamde outsider héél moeilijk binnenraakt, weet Ikoubaân uit ondervinding. Zeker als je met kunstenaars en toneelstukken komt aanzetten waar de doorsnee Vlaming nog nooit van gehoord heeft. Kunstenaars als de Syrische toneelschrijver Sa’d Allah Wannous bijvoorbeeld, of de Marokkaanse choreograaf Youness Khoukhou.

Beeld Wouter Van Vooren

Scheve verhouding

Moussem focust zich op kunst uit de Arabische wereld, en brengt die naar Belgische podia. Om de simpele reden dat onze westerse canon dringend een update en verruiming kan gebruiken. Hoofd-doel van Moussem is dan ook: nieuwe verhalen introduceren. Ikoubaân droomt van de dag dat onze cultuurhuizen de toneelstukken van Wannous even kwistig programmeren als de zoveelste heropvoering van Shakespeare. En daar wil hij gerust mee voor vechten.

“Onze moderne maatschappij wordt gekenmerkt door migratie en globalisering. Tijd dat het Vlaamse kunstenlandschap dat – meer – weerspiegelt”, zegt Ikoubaân. Zeker de oude, gevestigde garde houdt nog te vaak vast aan het bekende. “Ze schermen met het argument van ‘de artistieke kwaliteit’, maar eigenlijk spelen ze gewoon op veilig en brengen ze constant meer van hetzelfde. Ik heb in mijn leven al genoeg Shakespeare, Tsjechov en Molière gezien. Zelfs hier in Marokko.”

We lopen door de drukke straten van Casablanca, van het ene kunstenhuis naar de volgende galerie. Op prospectie voor het Moussem Cities-festival in Brussel, dat dit jaar draait rond kunst uit de Marokkaanse metropool. Een thuismatch voor Ikoubaân. Hij woonde tot zijn 26ste in Marokko. Studeerde er eerst Arabische en Franse literatuur, voor hij overschakelde op rechten.

“Kinderen en jongeren in Vlaanderen leren op school en aan de universiteit weinig of niks over de literatuur en geschiedenis van de Arabische wereld, en over andere culturen.”

Zelf kreeg hij wel Griekse filosofie en de krijtlijnen van de Franse revolutie mee, net als een stuk moderne geschiedenis en de grote schrijvers van Europa. “De verhouding zit scheef. En dat begint bij de opleiding. Ik zeg vaak tegen mensen die geboren zijn in het Westen: ik weet alles over jullie, maar jullie weten niks over mij.”

Vermomde zangeressen

Wie Moussem niet (goed) kent, zet zijn organisatie al snel weg in het hokje ‘folklore’. “Of, erger nog: wereldcultuur”, zegt Ikoubaân. Er volgt een bulderlach. “Terwijl zoveel artiesten in Arabische steden net zo goed heel diverse hedendaagse kunst creëren.”

Een stelling die de trip naar Casablanca bevestigt. We leren de minimalistische choreografieën van Radouan Mriziga kennen en de krachtige en tegelijk hypersensuele dansen van Meyrem Jazouli. En de Kabareh Cheikhats, mannelijke muzikanten die zich uit protest tegen het patriarchaat als vrouwelijke zangeressen vermommen. Ikoubaân haalde de groep al naar de Vaartkapoen in Molenbeek, Mriziga en Jazouli kregen beiden een residentie bij Moussem.

De Kabareh Cheikhats in actie in Casablanca. Moussem bracht de artiesten al naar de Vaartkapoen in Molenbeek. Beeld Chama Tahiri

Maar de organisatie wil meer dan enkel de blik van ‘de autochtone Vlaming’ verbreden. De tweede en derde generatie migranten vormen een minstens even belangrijk doelpubliek. Ikoubaân: “Mensen die net als ik al decennia in België wonen, maar evengoed behoefte hebben aan cultuur uit hun geboortestreek. Ik wil hun referentiekader mee verbreden: kijk eens wat er sinds je verhuis, of die van je ouders, allemaal beweegt op het vlak van cultuur. Mijn dochters zijn hier geboren, maar willen ook meer weten over hun achtergrond.”

Angst voor hokjes

Noem Moussem geen instelling, of een huis. Dat wil het nomadische kunstencentrum nooit worden. Liever nu eens in Bozar een voorstelling opvoeren, om dan weer samen te werken met ­ HetPaleis in Antwerpen, C-Mine in Genk of het ­To­neelhuis. “Er zijn al genoeg huizen en gebouwen. We veranderen liever de bestaande structuren van binnenuit. Door hun programmatie mee diverser te maken. Uit principe. Die bestaande huizen zijn van iedereen. Dus moet hun inhoud dat ook weerspiegelen.”

Bovendien boezemt een vaste stek hem ook angst in. Angst voor hokjes. “We willen kunstenaars van een bepaalde regio niet ‘opsluiten’ in één gebouw voor telkens hetzelfde publiek.”

Om diezelfde reden zoomen ze nooit in op zogenaamde ‘allochtone thema’s’. “Er was de voorbije jaren echt een diarree aan producties over de jihad en de Arabische lente. Die makers komen dan vaak tegemoet aan een verwachting van het Westen om iets met die ‘actuele’ thema’s te doen.”

Maar dat is hem te vluchtig, te oppervlakkig. Te vergankelijk en polariserend. Echte kunst neemt afstand, vindt hij. Dus selecteert Ikoubaân artiesten die zich boven het actuele en/of politieke discours stellen. Artiesten die dieper graven in la condition humaine. “Theater uit België, Beiroet of Casablanca: overal herken je universele thema’s als liefde, macht en de grote vragen des levens. Alleen vullen ze het anders in.”

Net die andere invulling vindt hij interessant. Ikoubaân woont al jaren met zijn gezin in Belsele, wisselt vlotter Nederlands en Frans af dan veel Belgen die hier geboren zijn. Toen hij naar Vlaan­deren verhuisde, ruilde hij Le Monde voor De Morgen en keek hij vaker naar de VRT dan naar de RTBF. Toch kreeg hij lang geen greep op ‘de Vlaam­se identiteit’. Tot hij de romans van Hugo Claus en Tom Lanoye begon te lezen. En expo’s van de Vlaamse primitieven bezocht. “Als je een vreemde cultuur echt wil leren kennen, begin je best bij de kunst.”

Goudakaas

Ikoubaân kent de kunstscene in Casablanca als zijn broekzak. Hij woonde als tiener op een dikke twee uur van de stad, in Meknes. Studeerde nadien in het nabijgelegen Fez. Toen al bezeten van kunst, theater, cinema en literatuur.

Niet dat hij die liefde van thuis uit meekreeg. Hij is een kind van twee analfabeten. Zijn vader wijdde 34 jaar van zijn leven aan het maken van Goudakaas. In Nederland. Zijn vrouw en kinderen bleven in Marokko. “Dat was toen het Nederlandse migrantenbeleid”, vertelt Ikoubaân. “Onder het motto: geen gezin in de buurt, geen afleiding voor de werkkrachten.”

Ikoubaân: "Ik zeg vaak tegen mensen uit het Westen: ik weet alles over jullie, maar jullie weten niks over mij.” Beeld Wouter Van Vooren

Hij was de oudste van negen. Met het vertrek van zijn vader werd hij zowel de nieuwe man van het gezin als de voornaamste huishoudhulp van zijn moeder. “Koken deed ik toen al erg graag. Ik vulde eigenlijk ook de rol in van ‘oudste dochter’. Ik heb altijd lak gehad aan onrechtvaardige tradities. Ben nooit een meeloper geweest. Op mijn zevende was ik al een feminist. Als er bezoek was, kregen de mannen eerst te eten en moesten de vrouwen en kinderen nadien genoegen nemen met de restjes. Daar protesteerde ik toen al tegen. Met felle familieruzies tot gevolg.”(lacht)

Hij windt er nog steeds geen doekjes om. Toen hij met een groot, niet nader genoemd, kunstencentrum in zee ging, kreeg hij een contract voorgelegd waarin stond dat Moussem ‘de dramaturgische lijn van het huis’ zou respecteren. Hij weigerde te tekenen. Tot die ene zin werd aangepast. Dat ze elkaars lijn zouden respecteren. “Je moet op je strepen staan.”

Teddybeer

Op het eerste gezicht heeft de Moussem-directeur iets van een teddybeer. Met zijn vriendelijke ogen, vlotte babbel, warme bulderlach. Zij het een ted­dy die niet met zich laat sollen, die de scherpe uitspraken en confrontaties niet schuwt. Al heeft hij met de jaren ook geleerd dat de nodige diplomatie op tijd en stond wonderen kan verrichten. 

Zo knikt hij schijnbaar gedwee als het provinciebestuur van de regio rond Casablanca tijdens een lunch te kennen geeft dat ze de nodige toeristische promo verwachten in ruil voor hun sponsoring van het Moussem Cities-festival (dat de hele maand februari liep op verschillende locaties in Brussel, red.). “Ik laat ze in hun waarde”, zegt hij als hij drie gangen later weer buiten staat. “Maar geen enkele sponsor kan en mag zich mengen met onze inhoudelijke lijn.”

Op zijn 54ste heeft hij al zeven levens achter de rug. Hij studeerde rechten, om al snel tot het be­sluit te komen dat het Marokkaanse systeem hem veel te corrupt was. “Marokko was toen geen rechtsstaat. Daar wilde ik geen deel van uitmaken.” Een ommezwaai naar privaatrecht bracht hem naar de verzekeringswereld. “De stomste beslissing van mijn leven. Ik ben een slechte verkoper. Toch als ik producten zonder ziel moet slijten.” Daarna volgden jobs als lesgever in vrouwenrechten en familierecht, en bij migranten­­­­orga­nisaties. Meer op zijn idealistische leest geschoeid.

Samson en Gert

In 2001 startte Ikoubaân met Moussem. Toen nog in Antwerpen, en eerder als sociaal-artistieke organisatie. “Onze taak was: meer diversiteit in het culturele leven van de stad krijgen. En dat lukte. Het eerste krantenartikel over ons – ik denk dat het in De Standaard was – zei: ‘Moussem doet waar de rest van de stad en het land maar niet in slaagt’.”

Een divers publiek. Dat is vijftig procent een kwestie van aanbod, vijftig procent goede communicatie. “Ik merkte dat ouders van de tweede en derde generatie migranten wel zelf de weg vonden naar de Samson en Gert-shows. Alleen: ons jeugdtheateraanbod in Berchem kenden ze niet. Dus spraken onze vele vrijwilligers hun familieleden erop aan. Al snel kwamen ze met hele ­gezinnen.”

In 2014 ruilde Moussem Antwerpen in voor Brussel. ’t Stad heeft veel voor hen betekend, zegt hij. “Maar we waren uitgepraat.” Na de verkiezingen, en de N-VA-winst, is er iets veranderd. “Plots was ’t stad niet meer van iedereen.” De organisatie raakte “zonder veel uitleg” haar stadssubsidies kwijt. “En in het cultureel centrum Berchem werd de focus plots verlegd naar het lokale. Dat strookte niet meer met onze visie van verbreding en ontdekking van andere culturen. Ik ben uit de raad van bestuur van het cc van Berchem gestapt.”

Moussem heeft zich intussen ook heruitgevonden. Ze zijn nog steeds sociaal bewogen, niet langer ‘sociaal-artistiek’. “De kunst staat voorop. Dat moet als je de volgende stap wilt nemen en internationaal wilt meetellen.”

Commercieel slim

Drukke dagen in Casablanca worden beloond met lange, relaxte avonden. Na bezoeken aan lokale kunstenaars en enkele – schaarse – kunstinstellingen volgt een eetfestijn. Ikoubaân nodigt alle kunstenaars die meewerken aan Moussem Cities uit voor een restaurantdiner. Er wordt gelachen, gedronken, bedachtzaam gepraat, he­vig gediscussieerd. De meeste aanwezigen kent hij al jaren. Zijn netwerk is immens. Nu al onderhandelt hij met Syrische organisaties voor het volgende festival in 2019, over kunst in, uit en over Damascus. Een stad in oorlog, dus minder evident. “Maar daarom net zo interessant.”

Ikoubaân neemt ons in Casablanca mee naar lokale kunstenaars en enkele – schaarse – kunstinstellingen in de stad. Beeld Yassine Toumi

Ook in België is het Moussem-netwerk aanzienlijk gegroeid. De producties van Moussem lokken een steeds groter en diverser publiek. Steeds meer cultuurhuizen zetten hun deuren open voor een samenwerking. 

“Vaak omdat de nieuwe generatie leidinggevenden meer openstaat voor Arabische kunst en verhalen”, zegt Ikoubaân tijdens het Cities-festival, als we terug zijn in Brussel. Hij geeft een voorbeeld. Sinds Els De Bodt Barbara Wyckmans opvolgde als directeur bij het Ant­werps jeugdtheater HetPaleis maken ze er elk jaar een co­productie. Eerder lukte dat niet. “Een bewijs dat er iets verandert. Commercieel is het ook gewoon slim, beseffen meer organisaties. Veel kinderen spreken thuis geen Nederlands. Wij maken producties die dat publiek ook aan­spreken.”

250.000 man

Ook met onder meer Bozar en het Kaaitheater in Brussel is er een goed verbond. “Organisaties die niet voor de volle honderd procent zijn gesubsidieerd door de overheid staan doorgaans meer open voor samenwerking. Wij hebben een goede reputatie, een beetje geld en een potentieel publiek van 250.000 man in Brussel alleen. ‘U past goed in ons businessplan’, kregen we van een partner te horen. Ideaal.” (lacht) 

Dat sommige instellingen ook meer de kaart van de Arabische wereld trekken, louter omdat ze ‘een divers imago’ goed kunnen gebruiken, neemt Ikoubaân er maar bij. “Er verandert tenminste iets. Ook deze Ultima zie ik als een statement. Een hoopvol signaal voor de toekomst. Vandaag zijn we misschien nog marginaal, maar de Vooruit en het Kaaitheater waren dat ooit ook. En kijk nu. Ooit worden wij het centrum.”  

moussem.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234