Vrijdag 07/08/2020

Interview

Moby: ‘Met mijn penis langs Trump schuren: het heeft mijn muziek overschaduwd’

Beeld EPA

Van Moby’s Play werden indertijd 12 miljoen exemplaren verkocht. Zijn nieuwe cd heet All Visible Objects en is zeker niet minder goed. Maar de laatste jaren kwam Moby vooral in het nieuws door gênante incidenten. 

In zijn sappige autobiografie Then It Fell Apart verklapte hij dat hij ooit een affaire had met de piepjonge Natalie Portman, wat zij in alle toonaarden ontkende. In één adem voegde hij eraan toe dat hij de prille Lana Del Rey had getongzoend en gevingerd toen ze nog Lizzie Grant heette. Moby is één van die activisten van wie je vermoedt dat zijn nobele publieke initiatieven minder nobel gedrag in zijn privéleven moeten overcompenseren. Maar nu lijkt hij afgekickt van alles wat hem aan de grond hield: “Ik ben clean en heb de voorbije drie jaar slechts een handvol keer geneukt.”

Wat was, van alle lucratieve schnabbels die je als muzikant én als deejay ten deel vielen, de leukste?

“De eerste keren dat ik zes of zeven uur deejayde, ving ik 20 dollar (zo’n 18 euro, red.). Nu landen deejays op Ibiza met hun privéjet! Elke keer als ik terugdenk aan het Exit Festival in Novi Sad in Servië, krijg ik kippenvel. Daar klopte alles: het idyllische decor aan een versterkte vesting, de euforische sfeer – maar ook omwille van de toen prille democratie na de gruwel van Slobodan Milosevic, en de prachtige vrouwen.

“Aan het andere eind van het spectrum – niet onaangenaam maar wel terminaal onhip – staan de fundraisers voor lagere scholen en kleuterverblijven waarvoor ik heb gedraaid. Eén van de foute moves van Trump is dat zijn regering bespaart op onderwijs, zodat heel wat scholen in financiële problemen raken. Ik heb dus gedeejayd voor 4- tot 8-jarigen. (droog) Met wisselend succes. Tijdens die optredens heb ik weleens terugverlangd naar een massa van honderdduizend euforische Serviërs.”

Een deejay reist veelal licht: een laptop volstaat. Was het lastig om telkens over te schakelen naar Moby de popster en te reizen met een groep?

(zucht) Ik tour niet langer, ik ben het beu en heb het geld niet nodig. En laten we eerlijk zijn: mijn ster is wat getaand, en ik heb geen zin om op te treden in de brandende middagzon, gesandwicht tussen twee middelmatige jonge acts, op festivals waar ik tien tot twintig jaar geleden de headliner zou zijn geweest.

“Het dieptepunt was de tournee voor 18. Toen die plaat uitkwam, heb ik me laten overhalen om de rockster uit te hangen. Mijn toenmalige entourage zag het groot: een vloot muzikanten en een enorm decor... Maar toen bleek dat de podia van de zalen waar ik optrad te klein waren voor mijn decor. Dus bleef de enorme vrachtwagen onuitgeladen op de parking staan terwijl de crew, zes man sterk, een potje kaartte en ik optrad zonder decor. Pijnlijk, duur én potsierlijk. Op die tournee heb ik in Albany, New York ook anderhalf uur vastgezeten in een rommelhok omdat ik dacht dat het trapje daarin naar het podium leidde. De deur viel in het slot, ik vond de lichtschakelaar niet en de concierge was onvindbaar. Dat concert is twee uur later dan voorzien begonnen.”

Je hebt heel wat opzwepende dancetracks gemaakt, maar je hebt duidelijk ook een melancholische kant.

“Een of andere statistiek wees uit dat mijn muziek meer wordt gespeeld op begrafenissen dan op huwelijken. Dat zegt iets, zeker? Maar ik ben vereerd. Iemand die sterft en uit miljarden andere tracks toch kiest voor ‘iets van Moby’... Wow. Op een huwelijk dansen mensen op tientallen songs, maar de soundtrack van een begrafenis is nóg persoonlijker.”

Heb je er ooit bij stilgestaan dat jij enkel kon schitteren in dat bepaalde tijdvak, de periode tussen eind jaren 80 en eind jaren 90, toen de samples regeerden en een popster niet noodzakelijk een uitstekend zanger moest zijn?

“Natuurlijk. Ik wilde altijd al Bowie of Bono zijn. Maar ik wist dat ik een middelmatige stem had, dus heb ik me toegelegd op alles worden behalve zanger: deejay, sampler, producer, mixer, curator, ideeënman, activist...”

Het contrast tussen hoe jij twintig jaar geleden met geld omging en nu kan niet groter zijn. Toen was je meneer licensing deal: jouw muziek werd gebruikt voor eender welke reclamecampagne, zolang de cheque maar genoeg cijfers telde. Nu geef je bijna al je geld weg. Wat heb je indertijd toch geweigerd?

“Aanbiedingen van rechtse politici heb ik altijd afgewezen. Rush Limbaugh, de extreemrechtse grote muil, wilde één van mijn songs gebruiken voor de campagne van de Republikeinen. Jeez, die vent is een racist en bestempelt de opwarming van de aarde als ‘een door links verzonnen mythe’! En in Engeland wilde een lobby die pro vossenjacht was een track van me gebruiken. Hoe blind, doof en dom zijn die lui?! Hebben die al die tijd onder een steen geleefd? Ik ben een Democraat en een dierenactivist, waarom zou ik mijn werk laten gebruiken door rechtse elitaire snobs en dierenbeulen?! Ik denk dat ik gewoon iets te mainstream was. Dat soort lui denkt heel primair: aan welke populaire kar kunnen we ons smerige karretje haken?

“Oeps, sorry, mijn pen en blocnote vielen.”

SNURKENDE LOU REED

Jij maakt notities van ons gesprek?

“Nee, ik werk aan een filmscenario. Ik ben een man van middelbare leeftijd die in Los Angeles woont, en er is vast een Californische wet die bepaalt dat álle mannen van middelbare leeftijd die in Los Angeles wonen minstens één scenario moeten schrijven. ‘Tecie’ op mijn nieuwe plaat verwijst naar het onderwerp van mijn scenario. Ik heb me voorgenomen om niemand te vertellen wat ‘tecie’ precies betekent tot de film af is. Het is een acroniem, een letterwoord. Maar mijn verhaal gaat over dierenactivisten, dus ik vrees dat investeerders vooralsnog niet in de rij staan.”

Jij bent het vaakst op wereldtournee getrokken in een periode toen veganisme en zelfs vegetarisme relatief marginaal waren. Jouw rider verschilde drastisch van die van, pakweg, metalbands?

“Ik hád geen rider tot eind jaren 90: er hield toch niemand rekening met mijn culinaire wensen. Woorden als ‘tofu’ en ‘biologisch’ waren wartaal van een andere planeet. Als ik ergens landde, stelde ik meteen twee vragen: ‘Is hier ergens een vegetarisch restaurant?’ En: ‘Is hier een biowinkel?’ Heel vaak luidde het antwoord: ‘Neen en neen.’ Healthfood? Say whát?! Daarom reisde ik met zakken vol walnoten, zaden, haver en ander biovoedsel. Dat zorgde voor problemen: heel wat landen en dus ook luchtvaartmaatschappijen staan niet toe dat een burger voedsel invoert.”

Je bent op tournee geweest met David Bowie. Hoe herinner je je hem als mens?

“In New York woonde ik in Mott Street, Bowie aan de kruising van Mulberry, Lafayette en Prince Street. Vanop onze dakterrassen konden we naar elkaar wuiven. Ik liep David en Iman (Abdulmajid, Bowies vrouw, red.) ook vaak tegen het lijf in de deli in Prince Street, een delicatessenwinkel en traiteur die als eerste lekkere veganistische gerechten aanbood. Op een keer kwam David bij mij thuis repeteren voor een fundraiser waar we samen een song zouden brengen. Toen ik de deur opende, stond hij daar met een grote zak koffie en cake. So sweet! We hebben toen op mijn sofa ‘Heroes’ ingeoefend. Surrealistisch. Hij speelde op mijn akoestische gitaar ook de riff van ‘Waiting for the Man’ en liet die dan overgaan in de akkoorden van ‘Heroes’, als om te zeggen: ‘Luister, zo ben ik op het idee gekomen.’ Die namiddag vergeet ik nooit.»

Bowie ging in New York vaak uit met Lou Reed.

“Ik was altijd verbaasd dat Lou mij verdroeg. Ik zat eigenlijk jaren te wachten op het moment waarop hij me zou vernederen. I kept waiting for him to be mean to me. Maar nee, hij bleef vriendelijk. En ik zag hem vaak: we speelden toen allebei op ettelijke fundraisers voor de Democraten, om George Bush Jr. uit het Witte Huis te verjagen. Ergens op YouTube staat een clip waarin we een uitgesponnen versie van ‘Walk on the Wild Side’ spelen. Aan het eind daarvan was hij zo blij dat hij als een puber in de microfoon riep: ‘I love punk rock!’ Het hielp ook dat er drie mooie backingzangeressen waren. (grinnikt)

“Eén keer viel Lou bij Bowie thuis in slaap, glas wodka in de hand, terwijl David hem aan het entertainen was: Lou was ouder, moe, en Davids anekdote sleepte iets te lang aan – dat bééld, Bowie die vol vuur vertelt terwijl Lou ligt te ronken! (lacht) Het typeert David dat hij daar smakelijk om kon lachen. Hij had zo’n aanstekelijke lach en een geweldig gevoel voor humor.”

Ik was ooit even te gast in één van je vorige huizen, en wat ik me ervan herinner is hoe leeg en smetteloos het was. Heb je geen souvenirs, geen jeugdsentiment?

“Ik ben lang heel arm geweest. Als kind ging ik mee als mijn moeder huizen poetste. Nog vaker plaatste ze mij in ghetto day care, de crèche voor arme mensen, zodat zij met vriendinnen drugs kon scoren. Wij waren zowat de armste familie in een zeer welgestelde stad, wat mijn schaamte en frustratie nog vergrootte. Ik heb later in kraakpanden gewoond...

“Ik zat op een fundraiser dinner ooit aan tafel met Ivanka Trump en haar vriendinnen en vertelde over die kraakpanden: geen stromend water, pissen in lege flessen... Nog nooit heb ik iemand zo snel van onderwerp weten veranderen. Heb jij al ooit een dakloze gezien die in de goot netjes fotolijstjes van zijn familieleden neerzet? Toen ik het me eindelijk kon veroorloven, heb ik resoluut gekozen voor licht, lucht en ruimte: een panoramisch uitzicht, veel wit en een minimum aan rommel.”

Je bent niet vies van sterke uitspraken die je niet hard kunt maken: je zou mee de iPhone hebben uitgevonden, je zou door de CIA zijn ingezet als spion... Overdreven?

“Natuurlijk. Maar vooral: uit de context gerukt. Ik hád contact met een paar topmensen van Apple. Toen hun eerste mp3-speler uitkwam, stuurden ze me een exemplaar. Ik zei: ‘Wonderlijk. Maar wat écht fantastisch zou zijn, is dat jullie hier binnenkort nog een opnamecapaciteit aan plakken, en een telefoon en een databank en een camera en een uurwerk...’ Een paar jaar later was de iPhone een feit. Natuurlijk zal ik niet de enige geweest zijn die een opmerking in die zin maakte.

“Wat spioneren betreft: natuurlijk ben ik géén spion. Al is dat wat elke spion over zichzelf zegt. (grinnikt) Maar als je zo beroemd bent als ik was, en je zoveel reist en vaak logeert in dezelfde hotels als hooggeplaatste politici, dan hoor je weleens wat. Dus ja, ik heb een paar gesprekken gehad met medewerkers van de regering die ‘data verzamelden’ – vaak een beleefde omschrijving voor spionage. Daaruit bleek dat Trump aasde op een conflictje of twee die hem even populair zouden maken als George Bush Jr. indertijd. Diens ratings waren heel slecht tot hij zich na 9/11 kon ontpoppen als een daadkrachtige president. Daaruit heeft Trump onthouden dat het handig is om een gemeenschappelijke vijand te hebben. En ik kreeg van die mensen hints dat het handig zou zijn als ik mijn fans – jonge kiezers – daarop zou wijzen.”

Een anekdote die je overal gretig vertelde, was hoe je knob touch had gespeeld – het bedenkelijke spel waarbij je met je penis langs het lichaam van nietsvermoedende medemensen strijkt – en hoe je daarbij ook Donald Trump had geraakt. Heeft hij daar ooit op gereageerd?

“Neen. Maar het is geen bewering, het is echt gebeurd, er zijn getuigen van. Hij was toen nog geen president, maar op recepties in New York was hij alomtegenwoordig. Ik had er beter over gezwegen, want dat incidentje heeft mijn muziek overschaduwd.”

ZAKENLUI VERNEDEREN

Het zijn mijn zaken niet, maar heel wat rijke popsterren, van Prince tot Aretha Franklin, zijn onverwachts gestorven zonder – of met een onduidelijk – testament. Jij hebt geen kinderen...

“Heel wat relaties zijn gestrand op het feit dat ik geen kinderen wilde. Maar maak je geen zorgen: ik heb in Connecticut nog wel een handvol familieleden. Het grootste deel van mijn nalatenschap zal naar goede doelen gaan: verenigingen die zich inzetten voor dierenrechten. Net zoals ik nu al 100 procent van de inkomsten van bepaalde activiteiten, waaronder mijn nieuwe plaat All Visible Objects, doneer aan organisaties zoals Brighter Green, Animal Equality en Mercy For Animals. Het goede aan zorgen voor dieren is dat je indirect voor álles zorgt. Dieren hebben een impact op het klimaat, op ontbossing, op hongersnoden... Minder vlees eten is minder voeder dat naar dieren gaat, minder uitstoot, minder kanker, hartziekten en diabetes...”

Je hebt heel wat jongedames intiem leren kennen. Je leek me altijd het prototype van de lelijkerd die lang niet aan een lief raakte, en eens hij beroemd was, die achterstand meer dan inhaalde. Je charmante theehuisje TeaNY in Manhattan leek me in de eerste plaats een handige plek om gewillige vrouwelijke fans te scoren.

“Niet in de eerste plaats, wat TeaNY betreft: ik wilde vooral veganisme en biologische thee promoten. Maar ja, mijn wangedrag en seksverslaving waren zeker overcompensatie. Without question. Al was het niet zó erg met me gesteld: Richard Melville Hall (zijn echte naam, red.) was indertijd iets aantrekkelijker dan Moby nu én ik had een weelderige kop haar. (grinnikt) Nu, ik hield in mijn jeugd erg van hardcorepunkbands zoals Black Flag, en op hun concerten was dikwijls geen enkele vrouw te zien – wat ongetwijfeld ook Henry Rollins gefrustreerd zal hebben. (lacht) Later kickte ik op house en die was in New York erg gay. Ik associeerde muziek dus niet met meisjes en seks.

“Later, toen ik rijk en beroemd werd, volgde er een tijd waarin ik werkelijk geen énkel aanbod weigerde. Seks op het toilet van een discotheek? Okay. Seks backstage voor, na en soms tijdens het concert? Sure. Seks in een groezelig steegje waar ik net drugs had gekocht? Bring it on. Ik had triootjes, één keer zelfs een eightsome – of hoe noem je zoiets? Het zielige was dat het me vaak niet om de seks te doen was, maar om de erkenning, om de aandacht, om het gevoel dat ik eindelijk niet meer onzichtbaar was. Ik wilde een band met iedereen en tegelijk had ik bindingsangst. Mij verbaast het niet, na een kindertijd en jeugd zonder vader en met een moeder die amper naar me omkeek.

“Ik heb de begrafenis van mijn moeder gemist. Per ongeluk, dacht ik toen, omdat de wekker defect was, maar misschien wel omdat ik die onbewust opzettelijk slecht had afgesteld. Ik was een garbage head: wat iemand me ook voorschotelde, ik nam het, zonder nadenken. Het is een wonder dat ik het heb overleefd. Ach, ik dacht dat roem en seks en drugs al mijn complexen en problemen zouden oplossen. And then I bottomed out, ik zonk tot dat punt waarop je instinct je vertelt: wakker worden, of je wordt nooit meer wakker.”

Ik ben een paar jaar heel jaloers op jou geweest. Niet omwille van mooie vrouwen of het bedrag op je bankrekening, maar omdat je in een prachtig kasteeltje in Los Angeles woonde: Wolf’s Lair. Waarom heb je dat verkocht?

“Wolf’s Lair was fenomenaal. Omwille van de architectuur van John Lautner, een vriend en volgeling van Frank Lloyd Wright: het huis had torens, geheime gangen en een verborgen bar uit de tijd van de drooglegging. Maar ook de geschiedenis ervan is imposant: de actrice Doris Day woonde er, de Beatles en Marlon Brando verbleven er, de culthorrorfilm Return from Witch Mountain werd er gefilmd, net zoals ettelijke pornofilms... De eerste eigenaar, L. Milton Wolf, stierf in mysterieuze omstandigheden aan de eettafel. 

“Maar het was te groot voor mij. Ik heb geleerd dat, als je in je eentje aan de ontbijttafel zit, het niet zoveel uitmaakt waar die ontbijttafel staat. En met al die lege kamers en de aardbevingen en bosbranden... Ik had de hele tijd het gevoel dat ik slechts een figurant was op een filmset die tijdelijk stillag.”

Toen je nog straatarm was, verdiende je een centje bij als assistent van een dominatrix. Hoe was de verdeling van de inkomsten?

“Mijn artiestennaam was Master Bobby. (lacht) Mijn taak was zakenlui uitschelden en vernederen: mijn bijdrage was eerder verbaal dan fysiek. Eén zakenman wilde dat wij een fantasie uitvoerden waarbij haar zogenaamd razend jaloerse vriendje tijdens de sessie de kamer zou binnenstormen en hem zou bedreigen. Dat was mijn taak. Ze heeft mij 1 symbolische dollar betaald. (sarcastisch) Het is een grote troost dat ik, als alles ineenstort, kan terugvallen op die ambachtelijke ervaring.”

All Visible Objects is verschenen bij V2.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234