Woensdag 23/10/2019

Boeken

Miskleun hors catégorie? 'Het smelt' wordt in het Frans 'Débâcle'

Lize Spit kan leven met 'Débâcle', de titel van haar boek in Franse vertaling. Beeld Joris Casaer

Een boek dat in vertaling van titel verandert? Het komt vaker voor dan je denkt. Een nieuwe Franz Kafka-vertaling en de Franse versie van Lize Spits Het smelt tonen aan hoe een nieuwe titel ook behoorlijk aan de inhoud kan morrelen.

Wist u dat het geen haar scheelde of The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald zou Trimalchio in West Egg geheten hebben? Dat Herman Melville zijn Moby Dick eerst The Whale wilde dopen? Of dat Lev Tolstoj van plan was om Oorlog en vrede eerst Eind goed al goed te betitelen?

Om maar te zeggen: een welgekozen titel heeft een behoorlijke impact op de lezersbeleving en de reikwijdte van een boek. Tot op het laatst soebatten uitgevers over de vlag waaronder ze een roman de wereld in zullen sturen. De auteur heeft daarbij niet altijd het laatste woord. Vooral bij vertalingen wordt er graag aan titels gesleuteld. Stefan Hertmans zag bijvoorbeeld Oorlog en terpentijn – niet tot zijn vreugde – in het Duits omgezet worden naar Der Himmel meines Großvaters. En Leïla Slimani’s Goncourt-winnende roman Chanson douce metamorfoseerde in het Nederlands tot Een zachte hand.

Op het verkeerde been

Ook de Franse vertaling van Het smelt, het overdonderend succesvolle debuut van Lize Spit, doet een wenkbrauw fronsen. Het boek kreeg bij onze zuiderburen een drastische make-over. Op het voorplat een licht misleidende foto van een lieflijk blond meisje dat rookkringeltjes uitblaast – een beeld van Frieke Janssens, uit haar serie Smoking Kids. En Het smelt heet in het Frans nu Débâcle.

Lize Spit beseft dat er nogal gepunnikt is aan de positionering van haar boek. “Pas helemaal op het einde, na het afwerken van de vertaling, is de titel besproken. Uitgever Actes Sud vond dat een letterlijke vertaling van de titel ‘ça fond’ helemaal niet zou werken. Débâcle is een voorstel van uitgever Manuel Tricoteaux en Philippe Noble, die de vertaling van Emmanuelle Tardif mee begeleidde.”

Spit kan ermee leven, ze bemoeide zichzelf ook nauwelijks met de vertaling, zegt ze. “Débâcle betekent ondergang en is misschien nogal rechttoe rechtaan, maar verwijst ook naar ‘ijsgang’. Dus er zit toch een zekere dubbelzinnigheid in”, lacht ze.

En wat te denken van het omslag dat toch zoeteriger is dan de Nederlandstalige editie? “Ik ken het fotowerk van Frieke Janssens omdat ik tijdens het schrijven aan Het smelt een kantoor met haar deelde. Het was puur toeval dat Actes Sud haar foto wilde gebruiken. Ze gaf daarvoor uitzonderlijk toestemming. Uiteindelijk bleven er drie opties over. Ik koos voor het rokende kind. Omdat het de wegvallende onschuld personifieert. En dat is toch een link met het verhaal. Maar toegegeven, het kan de lezer flink op het verkeerde been zetten.”

De achterflap van Débâcle verrast evenzeer. Daar worden de hoofdlijnen van de ‘roman choc’ en de seksuele spelletjes van ‘les trois mousquetaires’ Pim, Laurens en Eva al grotendeels onthuld. “Ik heb daar weinig over te zeggen gehad”, zegt Spit, “maar het klopt dat ze veel meer prijsgeven. De Franse lezer heeft liever wat meer houvast, zo argumenteert Actes Sud.”

Toch maalt Spit niet veel om alle aanpassingen. “Er zijn nu eenmaal erg wisselende tradities bij vertalingen. In Duitsland ligt het bijvoorbeeld weer helemaal anders, merk ik. Als auteur onderga je dat.”

Kasteel Kafka

Vertalers zijn bovendien niet ongevoelig voor de tijdgeest of een nieuwe vertaalmentaliteit. Zo wekt schrijver en vertaler Willem van Toorn debat op met zijn nieuwe Franz Kafka-vertaling. Das Schloss kreeg in het Nederlands een ware gedaanteverwisseling. In een piekfijne klassieke uitgave bij Athenaeum/Polak & Van Gennep heet de (onafgewerkte) roman nu Het kasteel. Niet iedereen vindt dat een goede zet. Elke vorige Nederlandse versie kreeg de titel Het slot mee. Dat lijkt zeer toepasselijk voor een verhaal waarin ‘een machteloze eenling’ het opneemt tegen ‘de ongrijpbare, absurd onaantastbare en onbegrijpelijk abstracte macht’.

Laat Het slot dat ‘geslotene’ niet erg dwingend aanvoelen? Van Toorn had pertinente redenen om het anders te doen, vertelt hij: “De dichter Hendrik Marsman roemde Kafka’s stijl ooit als ‘uiterst geheimzinnige zakelijkheid’. Wel, in mijn Kafka-vertalingen wil ik dat recht proberen te doen, tot in de titel toe. Het is erg verleidelijk om Kafka altijd maar deftiger of zwaarder te gaan maken. Maar vergeet niet dat hij tijdens het voorlezen van zijn werk aan zijn zusjes en vrienden soms niet verder kon van het lachen. Precies daarom wil ik Kafka van ballast ontdoen.”

Tijdens het vertalen van
Das Schloss begon Van Toorn zich te storen aan zinnetjes als: ‘Is hier dan een slot?’ en ‘Hij werkt voor het slot.’ “In het Nederlands zouden we immers gewoonweg vragen: ‘Is hier dan een kasteel?’ Het leek me volstrekt logisch om ook de titel aan te passen. Om er dat gewicht af te schrapen. Het woord ‘slot’ gebruiken we vrijwel alleen in namen en samenstellingen: Muiderslot, slotvoogd, slotbrug, jachtslot.”

Van Toorn heeft meer motieven in petto om ‘Het slot’ af te zweren. “Het kasteel waar landmeter K. toe wil doordringen, is eigenlijk eerder een kluitje huizen met een toren. Een slot kun je het niet noemen, laat staan een burcht. Kijk ook eens naar het buitenland: daar zie je heel vaak vertalingen als The Castle, Le château, Il castello, El castillo. Zo ongewoon is het dus niet.”

Heiligschennis

Van Toorn begrijpt dat het een tikje heiligschennis is en tot discussie kan leiden. Dat vindt hij prima. “Vertalingen verdienen af en toe eigentijdse opfrissingen. Er is een verandering in de vertaalmentaliteit: doe eerst de stijl van de schrijver recht. Zeker bij Kafka moet je terug naar de basis. Hij is in de loop der jaren zo kapotgeanalyseerd en -geïnterpreteerd, dat het werk ondergesneeuwd raakte.”

Toch geeft Van Toorn toe dat uitgevers soms te ver gaan. “Wist je dat de eerste Nederlandse vertaling van The Catcher in the Rye van J.D. Salinger gewoon Puber heette? Dat kan toch helemaal niet! Later werd het gelukkig De vanger in het koren of De vanger in het graan. Ook met mijn roman De rivier (1999) maakte ik rare dingen mee. In het Duits luidde de titel Als würde ich vor Glück ersticken. Ik stond eerst versteld. Maar ik moest me erbij neerleggen. Er waren in het Duits al te veel boeken met ‘rivier’ in de titel. Toch heb ik het me niet beklaagd. Want het boek boerde goed in vertaling. (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234